Wet · BWBR0027431
Crisis- en herstelwet
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bijzondere wettelijke voorzieningen te treffen voor een versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis alsmede met dat doel diverse wettelijke bepalingen te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage18 maart 2010BeatrixDeMinister-President, MinistervanAlgemene Zaken,J. P.BalkenendeDe Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. C.Huizinga-HeringaDe Minister van Verkeer en Waterstaat,C. M. P. S.Eurlingsde dertigste maart 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinAfdeling 2 is van toepassing op:
- a.
alle besluiten die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I bij deze wet bedoelde categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten dan wel voor de in bijlage II bij deze wet bedoelde ruimtelijke en infrastructurele projecten;
- b.
bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, alsmede de voor de uitvoering van de projecten waarop die bestemmingsplannen betrekking hebben vereiste besluiten en de voor de uitvoering van maatregelen of werken als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, onderdelen b en c, vereiste besluiten, en
- c.
projectuitvoeringsbesluiten als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid.
Afdeling 3 is van toepassing op de in bijlage II bij deze wet bedoelde ruimtelijke en infrastructurele projecten en op krachtens artikel 2.18 aangewezen projecten.
Bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, kunnen categorieën van ruimtelijke en infrastructurele projecten worden toegevoegd aan bijlage I bij deze wet en kunnen ruimtelijke en infrastructurele projecten worden toegevoegd aan bijlage II bij deze wet.
Artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op onderzoeken die aan een besluit ten grondslag zijn gelegd.
In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan een niet tot de centrale overheid behorende rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld of een niet tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan geen beroep instellen tegen een besluit van een tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan, indien dat besluit niet is gericht tot die rechtspersoon of tot een orgaan van die rechtspersoon, onderscheidenlijk tot dat bestuursorgaan of tot de rechtspersoon waartoe dat bestuursorgaan behoort.
Vervallen
De bestuursrechter behandelt het beroep met toepassing van afdeling 8.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht.
In afwijking van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht is het beroep niet-ontvankelijk indien niet is voldaan aan artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van die wet.
Indien de bestuursrechter het advies van de Stichting advisering bestuursrechtspraak inwint, brengt de Stichting binnen twee maanden na het verzoek advies uit.
De bestuursrechter doet uitspraak binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn.
Na afloop van de termijn voor het instellen van beroep kunnen geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.
Artikel 1.6, vierde lid, is niet van toepassing, indien artikel 8:51a of 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegepast.
In dat geval doet de bestuursrechter:
- a.
binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn een tussenuitspraak, en
- b.
binnen zes maanden na de verzending van de tussenuitspraak een einduitspraak.
Artikel 1.6, vierde lid, is niet van toepassing, indien de bestuursrechter met toepassing van artikel 234 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap prejudiciële vragen stelt.
In dat geval worden de vragen binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn bij tussenuitspraak gesteld.
In de tussenuitspraak beslist de rechter zoveel mogelijk ook op de beroepsgronden die niet door de vragen worden geraakt.
Tegen een tussenuitspraak van de rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Vervallen
De artikelen 1.6 tot en met 1.8 zijn van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.
Indien een bestuursorgaan na vernietiging van een besluit door de bestuursrechter een nieuw besluit moet nemen, kan het dat besluit baseren op de feiten waarop het vernietigde besluit berustte, behoudens voor zover de onjuistheid of het onvoldoende vast staan van deze feiten een grond voor de vernietiging was.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een nieuw besluit wordt genomen ter uitvoering van een tussenuitspraak als bedoeld in artikel 8:80a van de Algemene wet bestuursrecht.
Indien op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer een milieueffectrapport wordt opgesteld ten behoeve van een besluit, is:
- a.
artikel 7.23 van die wet voor zover dat regels stelt over alternatieven voor de voorgenomen activiteit, niet van toepassing;
- b.
artikel 7.32, vijfde lid, van die wet niet van toepassing.
Indien door degene die de betreffende activiteit wil ondernemen, ten behoeve van de voorbereiding van het besluit waarvoor op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer een milieueffectrapport wordt gemaakt, onderzoek is verricht naar de gevolgen voor het milieu die alternatieven van de voorgenomen activiteit kunnen hebben, bevat dat milieueffectrapport een schets van de voornaamste alternatieven die zijn onderzocht en van de mogelijke gevolgen voor het milieu daarvan, met een motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven.
Vervallen
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
milieugebruiksruimte: binnen een ontwikkelingsgebied aanwezige marge tussen de bestaande milieukwaliteit en de voor dat gebied geldende milieukwaliteitsnormen, die kan worden benut voor milieubelastende activiteiten;
- b.
milieukwaliteitsnorm: bij wettelijk voorschrift gestelde norm ten aanzien van de kwaliteit van een onderdeel van het milieu.
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestemmingsplan mede verstaan: de bij het bestemmingsplan behorende toelichting dan wel het exploitatieplan.
Bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, kan bij wijze van experiment een gebied, zijnde bestaand stedelijk gebied, bestaand bedrijventerrein of gebied ter uitbreiding van de haven van Rotterdam, voor de duur van ten hoogste tien jaar worden aangewezen als ontwikkelingsgebied, indien dat met het oog op het versterken van de duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van dat gebied bijzonder aangewezen is.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn binnen een aangewezen ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2, is gericht op de optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op het versterken van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het tot stand brengen van een goede milieukwaliteit.
Tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald, bevat een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid:
- a.
de voorgenomen maatregelen, projecten en werken ten behoeve van de optimalisering van de milieugebruiksruimte binnen het ontwikkelingsgebied;
- b.
de noodzakelijke maatregelen, projecten en werken ter compensatie van het beslag op de milieugebruiksruimte door de in het bestemmingsplan voorziene ruimtelijke ontwikkelingen;
- c.
zo nodig een fasering en koppeling bij de tenuitvoerlegging van de in de onderdelen a en b bedoelde maatregelen, projecten en werken;
- d.
een raming van de kosten van uitvoering van het bestemmingsplan, een beschrijving van de wijze waarop daarin zal worden voorzien, alsmede een beschrijving van de wijze waarop het bereiken van de met het bestemmingsplan beoogde resultaten zal worden nagestreefd;
- e.
een overzicht van de tijdstippen waarop burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad een rapportage uitbrengen over de voortgang en de uitvoering van de in de onderdelen a en b bedoelde maatregelen, projecten en werken, die op verzoek tevens wordt verstrekt aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
Ten aanzien van een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die plaatsvindt binnen het ontwikkelingsgebied, kan of kunnen in het belang van de optimalisering van de milieugebruiksruimte binnen het ontwikkelingsgebied:
- a.
in het geval dat burgemeester en wethouders ingevolge artikel 2.4, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het bevoegd gezag zijn:
- 1°.
onverminderd artikel 2.22, tweede lid, eerste volzin, van die wet voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor die activiteit;
- 2°.
in afwijking van artikel 2.31, tweede lid, onderdeel b, en met toepassing van paragraaf 3.4 van die wet voorschriften van de omgevingsvergunning voor die activiteit worden gewijzigd, waarbij de artikelen 2.31a en 4.2 van die wet van overeenkomstige toepassing zijn;
- 1°.
- b.
in het geval dat ingevolge artikel 2.4, tweede, derde of vierde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een ander bestuurorgaan het bevoegde gezag is:
- 1°.
een omgevingsvergunning voor die activiteit niet worden verleend dan nadat burgemeester en wethouders hebben verklaard dat zij daartegen geen bedenkingen hebben, waarbij geldt dat:
- aa.
de verklaring slechts kan worden geweigerd in het belang van de optimalisering van de milieugebruiksruimte binnen het ontwikkelingsgebied;
- bb.
de artikelen 2.27, tweede, vierde en vijfde lid, 3.11 en 4.2 van die wet van overeenkomstige toepassing zijn.
- aa.
- 2°.
burgemeester en wethouders het bevoegd gezag verzoeken voorschriften van de omgevingsvergunning voor die activiteit te wijzigen, waarbij de artikelen 2.29, derde lid, 2.31, eerste lid, onderdeel a, en 2.31a en paragraaf 3.4 van die wet van overeenkomstige toepassing zijn.
- 1°.
Voor zover ten aanzien van een activiteit met betrekking tot een inrichting die plaatsvindt binnen het ontwikkelingsgebied geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, kunnen burgemeester en wethouders ambtshalve in het belang van de optimalisering van de milieugebruiksruimte binnen het ontwikkelingsgebied voorschriften stellen, die afwijken van de voor die activiteit bij of krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer gestelde regels.
Met de bevoegdheden, bedoeld in het derde en vierde lid, kunnen rechten, die worden ontleend aan voorschriften in een omgevingsvergunning of aan regels gesteld krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, worden gewijzigd ter optimalisering van de milieugebruiksruimte, voor zover van die rechten bij het in werking hebben van een inrichting:
- a.
gedurende een periode van drie jaar onder normale bedrijfsomstandigheden geen gebruik is gemaakt of
- b.
naar redelijke verwachting, rekeninghoudend met de binnen afzienbare tijd te verwachten wijzigingen of uitbreidingen van de inrichting of van de in de inrichting gebezigde werkwijzen, geen gebruik zal worden gemaakt.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld, zo nodig per aangewezen ontwikkelingsgebied, over de wijze waarop de optimalisering van de milieugebruiksruimte kan plaatsvinden.
Met inachtneming van desbetreffende bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, kan het bestemmingsplan bestemmingen aanwijzen, regels stellen of maatregelen en werken toestaan in afwijking van bij algemene maatregel van bestuur aangegeven bepalingen bij of krachtens:
- a.
- b.
- c.
de Ontgrondingenwet;
- d.
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het betreft een omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van die wet;
- e.
- f.
- g.
de Wet geluidhinder, met dien verstande dat die afwijking niet leidt tot een geluidsbelasting binnen een woning met gesloten ramen, die hoger is dan 33 dB;
- h.
- i.
- j.
de Wet milieubeheer met uitzondering van artikel 5.2b en titel 5.2,
met dien verstande dat uiterlijk tien jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden alsnog wordt voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde milieukwaliteitsnormen. Indien er na deze periode niet wordt voldaan aan een milieukwaliteitsnorm geven burgemeester en wethouders aan op welke wijze alsnog aan die norm zal worden voldaan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de maximale afwijking van milieukwaliteitsnormen.
Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten die strekken ter uitvoering van het bestemmingsplan.
Burgemeester en wethouders nemen in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven categorieën van gevallen geen besluit als bedoeld in het achtste lid dan nadat het bestuursorgaan dat krachtens de betrokken wet bevoegd zou zijn te beslissen, heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. De artikelen 2.27, tweede tot en met vijfde lid, en 3.11 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het uitvoeren van de maatregelen of werken, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, binnen een in het bestemmingsplan te noemen termijn.
Werken opgenomen in het bestemmingsplan worden aangemerkt als openbare werken van algemeen nut in de zin van de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Indien voor de uitvoering van werken als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht noodzakelijk is, geldt in plaats van artikel 4 van die wet dat de werking van een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van die wet wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken.
Voor zover een besluit als bedoeld in het achtste lid zijn grondslag vindt in een bestemmingsplan, kunnen de gronden in beroep daarop geen betrekking hebben.
Artikel 2.3 is van overeenkomstige toepassing op een provinciaal inpassingsplan dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn binnen een ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2 met dien verstande dat:
- a.
in plaats van «bestemmingsplan» telkens wordt gelezen: inpassingsplan;
- b.
in plaats van «burgemeester en wethouders» telkens wordt gelezen: gedeputeerde staten;
- c.
in het tweede lid in plaats van «de gemeenteraad» wordt gelezen: provinciale staten;
- d.
in het zesde lid in plaats van «Burgemeester en wethouders» wordt gelezen: Gedeputeerde staten;
- e.
in het tiende lid in plaats van «gemeente» wordt gelezen: provincie.
Bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, kan, met inachtneming van bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie, bij wege van experiment worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens:
- a.
de Elektriciteitswet 1998 voor zover dat geen gevolgen heeft voor de opbrengst van de energiebelasting, bedoeld in de Wet belastingen op milieugrondslag;
- b.
de Warmtewet;
- c.
de Waterwet, met uitzondering van hoofdstuk 5, artikel 6.5, aanhef en onder c, juncto paragraaf 2 van hoofdstuk 6;
- d.
- e.
- f.
- g.
de Wet geluidhinder;
- h.
- i.
- j.
de Wet milieubeheer met uitzondering van artikel 5.2b en titel 5.2;
- k.
- l.
de Woningwet.
Er kan uitsluitend toepassing worden gegeven aan het eerste lid indien het experiment bijdraagt aan innovatieve ontwikkelingen en voldoende aannemelijk is dat uitvoering ervan bijdraagt aan het bestrijden van de economische crisis en aan de duurzaamheid.
Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald:
- a.
welke afwijking of afwijkingen van de betrokken in het eerste lid genoemde wet of wetten is of zijn toegestaan;
- b.
de ten hoogste toegestane tijdsduur van die afwijking of afwijkingen, en
- c.
de wijze waarop wordt vastgesteld of een afwijking aan haar doel beantwoordt, en of de tijdsduur daarvan aanpassing behoeft.
Vervallen
Vervallen
[vervallen]
[vervallen]
Vervallen
Deze afdeling is van toepassing op de uitvoering van:
- a.
projecten die geheel of hoofdzakelijk voorzien in de bouw van ten minste 12 en ten hoogste:
- 1°.
in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling: 2 000 nieuwe woningen, dan wel
- 2°.
in geval van één ontsluitingsweg: 1 500 nieuwe woningen, alsmede
- 1°.
- b.
bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, aangewezen categorieën andere projecten van maatschappelijke betekenis.
Projecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die in elkaars nabijheid liggen of zullen zijn gelegen, vallen uitsluitend onder het toepassingsbereik van deze afdeling, indien de aantallen woningen in die projecten gezamenlijk onder het toepasselijke maximum aantal woningen als bedoeld in dat onderdeel blijven.
Deze afdeling is niet van toepassing:
- a.
indien voor de uitvoering van een project als bedoeld in het eerste lid een vergunning op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 is vereist;
- b.
op projecten als bedoeld in het eerste lid, die zijn aangewezen krachtens artikel 2.18;
- c.
indien het project ziet op de bouw van woningen op minder dan 100 meter van een hoofdweg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet, gemeten vanaf de as van die weg, of van een weg die overeenkomstig een daartoe krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangewezen model is aangeduid als route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen dat niet is toegestaan door de krachtens artikel 3 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen aangewezen tunnels, gemeten vanaf de as van die weg;
- d.
indien het project ziet op de bouw van woningen binnen 30 meter van een krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg, gemeten vanaf het hart van het buitenste spoor;
- e.
indien het project ziet op de bouw van woningen in of op rijkswateren of regionale wateren waaraan krachtens de artikelen 4.1 of 4.4 van de Waterwet de functie vaarweg is toegekend en die geschikt zijn voor gebruik door schepen met een laadvermogen van ten minste 400 ton.
Op verzoek of ambtshalve kan de gemeenteraad ten aanzien van een project als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, een projectuitvoeringsbesluit vaststellen, waaronder begrepen de vaststelling dat deze afdeling op het project van toepassing is. De gemeenteraad kan de bevoegdheid, bedoeld in dit artikel, delegeren aan burgemeester en wethouders.
Op de ontwikkeling en verwezenlijking van een project als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, ten aanzien waarvan een projectuitvoeringsbesluit is vastgesteld, zijn de wettelijke voorschriften krachtens welke daarvoor een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit is vereist, niet van toepassing, met uitzondering van de Flora- en faunawet, paragraaf 5.1 van de Erfgoedwet, artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet en de artikelen 4.1a en 4.3a van de Wet ruimtelijke ordening.
Het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van de besluiten die vereist zouden zijn geweest krachtens de in het tweede lid bedoelde wettelijke voorschriften.
Uit het projectuitvoeringsbesluit en de daarbij behorende toelichting blijkt welke gevolgen aan de uitvoering zijn verbonden en op welke wijze rekening is gehouden met de daarbij betrokken belangen, waaronder in elk geval de belangen ter bescherming waarvan de wettelijke voorschriften strekken die ingevolge het tweede lid niet van toepassing zijn en, voor zover van toepassing, hoofdstuk V, paragraaf 1, van de Monumentenwet 1988 zoals van toepassing op grond van artikel 9.1, eerste lid, van de Erfgoedwet.
Bij een projectuitvoeringsbesluit worden de bij of krachtens wet of verordening vastgestelde toetsingskaders toegepast en normen in acht genomen. Voor zover de wet of verordening afwijking van die toetsingskaders of normen toestaat, kan het projectuitvoeringsbesluit daarin voorzien.
Aan het projectuitvoeringsbesluit kunnen ter bescherming van de in het vierde lid bedoelde belangen voorschriften worden verbonden.
Indien een projectuitvoeringsbesluit er toe strekt een vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet 1988 zoals van toepassing op grond van artikel 9.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of artikel 2.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te vervangen:
- a.
legt de gemeenteraad, indien het een archeologisch monument betreft als bedoeld in de Erfgoedwet en in de gevallen waarin Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht adviseert, het voornemen tot een projectuitvoeringsbesluit voor advies voor aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die binnen vier weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in artikel 3:7 van de Algemene wet bestuursrecht, advies uitbrengt, en
- b.
zendt de gemeenteraad aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voorzover het monument gelegen is buiten de bebouwde kom, aan gedeputeerde staten:
- 1°.
het ontwerpbesluit, en
- 2°.
onmiddellijk na de vaststelling een afschrift van het projectuitvoeringsbesluit.
- 1°.
Indien een projectuitvoeringsbesluit betrekking heeft op een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet zendt de gemeenteraad onmiddellijk na de vaststelling hiervan een afschrift aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Het tweede lid en het vijfde lid, tweede volzin, zijn niet van toepassing op de wettelijke voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens de Wet luchtvaart, de Luchtvaartwet en de wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 561) omtrent ruimtelijke beperkingen in de omgeving van luchthavens in verband met geluidbelasting, externe veiligheid en vliegveiligheid. Voor de toepassing van de Wet luchtvaart wordt het projectuitvoeringsbesluit gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken.
Indien sprake is van provinciale belangen, kunnen provinciale staten ten behoeve van de verwezenlijking van een project als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, of van een onderdeel daarvan, een projectuitvoeringsbesluit vaststellen. Indien toepassing is gegeven aan de eerste volzin, is deze afdeling van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders uitvoering geven aan het bepaalde in artikel 2.17.
Op de voorbereiding van de beslissing tot vaststelling van het projectuitvoeringsbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de kennisgeving, bedoeld in artikel 3.12 van die wet, tevens in de Staatscourant wordt geplaatst en voorts langs elektronische weg geschiedt en het ontwerpprojectuitvoeringsbesluit met de daarbij behorende stukken tevens langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
Voor zover het projectuitvoeringsbesluit niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan of een beheersverordening, geldt het projectuitvoeringsbesluit als een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken.
Vervallen
Een besluit als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, treedt in werking daags na afloop van de beroepstermijn. Indien gedurende die termijn beroep wordt ingesteld, wordt de inwerkingtreding opgeschort totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het beroep heeft beslist.
Van de Wet ruimtelijke ordening zijn van overeenkomstige toepassing:
- a.
- b.
- c.
afdeling 6.4, met dien verstande dat voor aanvang van de bouw van bouwplannen als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van die wet een melding aan burgemeester en wethouders wordt gedaan en dat burgemeester en wethouders een beschikking met de inhoud van artikel 6.17 van die wet geven bij de start van de bouw, gericht aan een eigenaar van gronden waarop gebouwd wordt.
Het is verboden in strijd te handelen met een projectuitvoeringsbesluit of een daaraan verbonden voorschrift.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
Deze afdeling is van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, aangewezen lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis.
Ten aanzien van een krachtens artikel 2.18 aangewezen lokaal project met nationale betekenis stelt de gemeenteraad een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1, eerste of derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening vast.
De structuurvisie, bedoeld in het eerste lid, bevat onverminderd het elders omtrent de inhoud van een structuurvisie bepaalde, tevens:
- a.
een concretisering van de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van het betrokken gebied;
- b.
een beschrijving van de voorgestelde wijze van verwezenlijking van de voorgenomen ontwikkeling, bestaande uit in ieder geval de volgende onderdelen:
- 1°.
een voorlopig overzicht van de voor de uitvoering van het project benodigde besluiten, alsmede het daarbij voorgenomen tijdpad;
- 2°.
een financiële onderbouwing en een voorlopige opzet van de grondexploitatie;
- 3°.
een analyse van de risico’s ten aanzien van verplichtingen tot het toekennen van een tegemoetkoming in schade als bedoeld in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
- 4°.
eventuele voornemens inzake verwerving van gronden;
- 5°.
de vermelding dat ten aanzien van de voor de verwezenlijking van het project noodzakelijke besluiten ingevolge artikel 2.21 toepassing zal worden gegeven aan de gemeentelijke coördinatieregeling, bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
- 1°.
- c.
een samenvatting van de uitkomsten van het overeenkomstig artikel 2.20, eerste lid, gevoerde bestuurlijk overleg.
Indien reeds een structuurvisie is vastgesteld, is het eerste lid niet van toepassing en wordt die structuurvisie voor zover nodig aangevuld met de in het tweede lid genoemde onderdelen. Artikel 2.20 is van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van een krachtens artikel 2.18 aangewezen (boven)regionaal project met nationale betekenis stellen provinciale staten een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2, eerste of derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening vast.
Op projecten als bedoeld in het eerste lid is deze afdeling van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a.
in de artikelen 2.19, tweede lid, onder b, onder 5°, en 2.21 in plaats van «de gemeentelijke coördinatieregeling, bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening» wordt gelezen: de provinciale coördinatieregeling, bedoeld in paragraaf 3.6.2 van de Wet ruimtelijke ordening;
- b.
in artikel 2.20, eerste lid, in plaats van «die diensten van provincie en Rijk» wordt gelezen: die diensten van Rijk;
- c.
in artikel 2.20, derde lid, in plaats van «de eerstverantwoordelijke gemeente» wordt gelezen: de eerstverantwoordelijke provincie;
- d.
in artikel 2.21 in plaats van «In afwijking van artikel 3.30, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening» wordt gelezen: In afwijking van artikel 3.33, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening;
- e.
in artikel 2.22 in plaats van «een gemeentelijke verordening» wordt gelezen: een provinciale of gemeentelijke verordening;
- f.
in artikel 2.23, eerste lid, in plaats van «artikel 3.10» wordt gelezen «artikel 3.27», in plaats van «kan de gemeenteraad» wordt gelezen «kunnen provinciale staten» en in plaats van «gemeentebestuur» wordt gelezen: provinciebestuur.
Bij de voorbereiding van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, plegen burgemeester en wethouders overleg met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in de structuurvisie in het geding zijn.
In afwijking van hoofdstuk 2 van de Wet ruimtelijke ordening, worden, voor zover het overleg, bedoeld in het eerste lid, leidt tot vaststelling van een structuurvisie waarmee de bestuursorganen van de betrokken gemeenten, waterschappen, provincie en Rijk instemmen, aan die structuurvisie verklaringen gehecht houdende instemming van die bestuursorganen met de in de structuurvisie voorgestelde wijze van verwezenlijking van de voorgenomen ontwikkeling.
Ter uitvoering van de in de structuurvisie voorgestelde wijze van verwezenlijking van de voorgenomen ontwikkeling wordt ten behoeve van een goede begeleiding en tijdige afronding van het project een projectcommissie ingesteld. In de commissie zijn de betrokken bestuursorganen, bedoeld in het tweede lid, vertegenwoordigd. De commissie staat onder voorzitterschap van een bestuurder van de eerstverantwoordelijke gemeente.
In afwijking van artikel 3.30, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening wordt ten aanzien van op aanvraag of ambtshalve te nemen besluiten die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van een krachtens artikel 2.18 aangewezen project, toepassing gegeven aan de gemeentelijke coördinatieregeling, bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
Voor zover de verwezenlijking van een krachtens artikel 2.18 aangewezen project onevenredig wordt belemmerd door bepalingen die, al dan niet krachtens de wet, bij of krachtens een gemeentelijke verordening zijn vastgesteld, kunnen die bepalingen bij het nemen en uitvoeren van de besluiten, bedoeld in artikel 2.21, om dringende redenen buiten toepassing worden gelaten.
Indien voor de verwezenlijking van een krachtens artikel 2.18 aangewezen project een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, wordt verleend, kan de gemeenteraad met het oog op de invordering van rechten terzake van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met die omgevingsvergunning aan die omgevingsvergunning voorschriften verbinden, die de verplichting inhouden dat financiële zekerheid wordt gesteld voor het nakomen van de ingevolge die vergunning verschuldigde rechten.
Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt in ieder geval het bedrag aangegeven waarvoor de zekerheid in stand moet worden gehouden.
Bij de vergunning kunnen voorschriften worden gesteld voor gevallen waarin aan de verplichting uitvoering wordt gegeven door het sluiten en in stand houden van een verzekering. Daarbij wordt rekening gehouden met hetgeen redelijkerwijs door verzekering kan worden gedekt.
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.
Wijzigt de Gaswet.
Wijzigt de Interimwet stad-en-milieubenadering.
Wijzigt de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Wijzigt de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening.
Wijzigt de Mijnbouwwet.
Wijzigt de Natuurbeschermingswet 1998.
Wijzigt de Onteigeningswet.
Wijzigt de Reconstructiewet concentratiegebieden.
Wijzigt de Spoedwet wegverbreding.
Wijzigt de Telecommunicatiewet.
Wijzigt de Tracéwet.
Wijzigt de Tijdelijke wet huurkoop onroerende zaken.
Wijzigt de Waterwet.
Wijzigt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Wijzigt de Wet beheer rijkswaterstaatswerken.
Wijzigt de Wet bereikbaarheid en mobiliteit.
Wijzigt de Wet bodembescherming.
Wijzigt de Wet geluidhinder.
Wijzigt de Wet luchtvaart.
Wijzigt de Wijzigingswet Wet luchtvaart (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens).
Wijzigt de Wet milieubeheer.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Wijzigt de Wet op de waterkering.
Wijzigt de Wet ruimtelijke ordening.
Wijzigt de Wet ruimtelijke ordening.
Wijzigt de Wet stedelijke vernieuwing.
Wijzigt de Wet voorkeursrecht gemeenten.
Wijzigt het Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998.
Wijzigt het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.
Wijzigt het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, kunnen regels worden gegeven gericht op:
- a.
een versnelling van de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten, en
- b.
een goede uitvoering van deze wet.
Het bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bepaalde is slechts van toepassing op:
- a.
de projecten en categorieën van projecten, genoemd in de bijlagen I en II bij deze wet;
- b.
de projecten waar deze wet bij een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.2 op van toepassing is verklaard;
- c.
bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, alsmede de voor de uitvoering van de projecten waarop die bestemmingsplannen betrekking hebben vereiste besluiten en de voor de uitvoering van maatregelen of werken als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, onderdelen b en c, vereiste besluiten, en
- d.
projectuitvoeringsbesluiten als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid.
Tegen toevoeging als bedoeld in artikel 1.2 van categorieën van ruimtelijke en infrastructurele projecten aan bijlage I of van ruimtelijke en infrastructurele projecten aan bijlage II bij deze wet alsmede tegen de aanwijzing van een ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2, een verklaring als bedoeld in artikel 2.3, negende lid, of een aanwijzing van een project op grond van artikel 2.18 staat geen beroep open.
De voordracht voor een krachtens de artikelen 1.2, 2.2, 2.4, 2.9, 2.18 of 5.1 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, en Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
De artikelen 1.4 en 1.6 tot en met 1.9 zijn niet van toepassing indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit dat is bekendgemaakt voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, dan wel hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak die voor dat tijdstip is bekendgemaakt.
De artikelen 1.4 en 1.9 zijn voorts niet van toepassing, indien hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak omtrent een besluit dat is bekendgemaakt voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op een onteigeningsbesluit, waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd voor dat tijdstip.
Een koninklijk besluit tot goedkeuring van een onteigeningsbesluit als bedoeld in artikel 79 van de onteigeningswet, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, wordt gelijkgesteld met een onteigeningsbesluit als bedoeld in artikel 78 van de onteigeningswet.
De Interimwet stad-en-milieubenadering, zoals die laatstelijk luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op een voor die datum ingesteld beroep tegen een besluit omtrent goedkeuring van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van die wet.
Artikel 9, vierde, vijfde en zesde lid, van de Spoedwet wegverbreding is niet van toepassing op een wegaanpassingsbesluit dat is vastgesteld voor de inwerkingtreding van deze wet.
Artikel 15, tiende, elfde en twaalfde lid, van de Tracéwet is niet van toepassing op een tracébesluit dat is vastgesteld voor de inwerkingtreding van deze wet.
Wijzigt deze wet.
Wijzigt deze wet.
Afdeling 3 van hoofdstuk 2 vervalt op het tijdstip van inwerkingtreding van de krachtens artikel 4.3, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening gegeven bepalingen met betrekking tot radarstations als bedoeld in die afdeling.
Vervallen
Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens na twee jaar, aan de Staten-Generaal een evaluatie van de effecten van de in Hoofdstuk 1 van deze wet opgenomen instrumenten op versnelling en op verbetering van de projecten waarop deze van toepassing zijn.
Deze wet vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Indien het eerste besluit ter uitvoering van een project waarop deze wet van toepassing was, is genomen voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip blijft deze wet vanaf dat tijdstip van toepassing op latere besluiten of handelingen ter uitvoering van datzelfde project.
Deze wet blijft vanaf het in het eerste lid bedoelde tijdstip van toepassing op:
- a.
ontwikkelingsgebieden ten aanzien waarvan voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip een gebiedsontwikkelingsplan dan wel bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.3 is vastgesteld;
- b.
experimenten als bedoeld in artikel 2.4 die voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip zijn aangewezen overeenkomstig dat artikel;
- c.
de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, indien ten aanzien van dat project voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip een besluit als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, is genomen, en
- d.
de uitvoering van krachtens artikel 2.18 aangewezen projecten, indien ten aanzien van die projecten voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip aan de structuurvisie, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, de in artikel 2.20, tweede lid, bedoelde verklaringen zijn gehecht.
Deze wet wordt aangehaald als: Crisis- en herstelwet.
- 1.1.
aanleg of uitbreiding van productie-installaties ten behoeve van de productie van biogas, biomassa, getijdenenergie, golfenergie, hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte met behulp van aardwarmte, omgevingswarmte, osmose, rioolwaterzuiveringsgas, stortgas, waterkracht en zonne-energie
- 1.2.
aanleg of uitbreiding van productie-installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998
- 1.3.
ontwikkeling en verwezenlijking van bodemenergiesystemen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder h, van de Wet bodembescherming
- 1.4.
aanleg, wijziging of uitbreiding van installaties voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998 in de glastuinbouw, en van energienetwerken bestemd voor levering van restenergie aan op het netwerk aangesloten glastuinbouwondernemingen, dan wel levering van restwarmte van die ondernemingen aan anderen
- 1.5.
aanleg, wijziging of uitbreiding bij agrarische bedrijven van installaties voor co-vergisting van de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren en een of meer stoffen, genoemd in bijlage Aa, onder IV, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
- 1.6.
ontwikkeling en verwezenlijking van overige ruimtelijke en infrastructurele projecten ten behoeve van het transport of het leveren van duurzame energie
- 2.1.
ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.5 van de Wet ruimtelijke ordening
- 2.2.
projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in deze bijlage bedoelde projecten ten aanzien van waterstaatswerken, spoorwegen, vaarwegen, wegen of luchthavens
- 2.3.
projecten aangewezen krachtens artikel 2.18.
- 2.4.
ontwikkeling en verwezenlijking van rijksbufferzones
- 3.1.
ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden
- 3.2.
projecten als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, waarvoor een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 is vastgesteld
- 3.3.
projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in deze bijlage bedoelde projecten ten aanzien van waterstaatswerken, spoorwegen, vaarwegen, wegen of luchthavens
- 3.4.
ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, ten behoeve van de aanleg of wijziging van wegen
- 4.1.
project «Innovacomplex» en «Villa Flora» voor de Floriade 2012 in greenport Klavertje 4 te Venlo (uitvoering deel 4 Nota Ruimte)
- 5.1.
aanleg of wijziging van hoofdwegen als bedoeld in artikel 8 van de Tracéwet
- 5.2.
wegaanpassingsprojecten als bedoeld in artikel 2 van de Spoedwet wegverbreding
- 5.3.
uitvoering van onderhoud, herstel of verbetering van waterstaatswerken als bedoeld in artikel 1 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
- 6.1.
ontwikkeling en verwezenlijking van luchthavens waarvoor krachtens de Wet luchtvaart een luchthavenbesluit is vereist dan wel krachtens de Luchtvaartwet een aanwijzingsbesluit is vereist
- 7.1.
projecten ter uitvoering van de Nadere uitwerking rivierengebied (NURG)
- 7.2.
werken als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet op de waterkering, of artikel 2.7, eerste lid, van de Waterwet (inclusief zandsuppleties)
- 7.3.
aanleg of wijziging van waterstaatswerken als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de waterkering of artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet
- 7.4.
aanleg of wijziging van zuiveringstechnische werken als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet.
- 7.5.
projecten ter uitvoering van de PKB Ruimte voor de Rivier.
- 7.6.
flexibel peilbeheer IJsselmeer
- 8.1.
aanleg of wijziging van landelijke spoorwegen als bedoeld in artikel 8 van de Tracéwet
- 8.2.
aanleg of wijziging van tramwegen of metrowegen
- 9.1.
aanleg of wijziging van hoofdvaarwegen als bedoeld in artikel 8 van de Tracéwet.
- 10.1.
Installaties voor de verwerking van dierlijke mest.
- 11.1.
aanleg en uitbreiding van overdekte en niet overdekte energielaadpunten voor het opladen van voertuigen voor goederen- en personentransport
- 11.2.
aanleg en uitbreiding van tankstations met installaties voor het afleveren van waterstof aan voertuigen voor goederen en personentransport
- 11.3.
aanleg en uitbreiding van tankstations met installaties voor kleinschalige productie van waterstof bijvoorbeeld via elektrolyse of steamreforming en het afleveren van de waterstof aan voertuigen voor goederen- en personen transport
- 11.4.
aanleg en uitbreiding van tankstations met installaties voor het afleveren van CNG, LNG, L-CNG en andere alternatieve brandstoffen aan voertuigen voor goederen- en personentransport
- 11.5.
aanleg en uitbreiding van tankstations met installaties voor het afleveren van hogere blends biobrandstoffen en andere hernieuwbare brandstoffen aan voertuigen voor goederen- en personentransport.
- 12.1.
transformatie van langdurig leegstaande kantoren en industriële gebouwen naar andere gebruiksmogelijkheden.
13.1. maatregelen voor het vergroten van de veiligheid en het preventief versterken van bouwwerken
13.2. waardevermeerderende maatregelen en maatregelen voor het verduurzamen van bouwwerken
13.3. aanleg, uitbreiding of wijziging van kabels, leidingen en pijpleidingen
A. NOTA RUIMTE | |||||
nr | Omschrijving project | Omschrijving ligging of locatie | Vindplaats in MIRT projectenboek 2009 | Vindplaats in Nota Ruimte Uitvoeringsbudget 2007 – 2014 | Aard van het project |
1 | Amsterdam Noordelijke IJoevers | Tegenover Amsterdam CS aan de noordkant van het IJ | P 149 | P 16 en 17 | Integrale gebiedsontwikkeling; focus op herstructurering bedrijventerrein |
2 | Den Bosch Spoorzone | Gelegen rondom station | P 221 | P 64 en 65 | Integrale gebiedsontwikkeling; binnenstedelijke herstructurering |
3 | Apeldoorn Kanaalzone | Centraal gelegen zone in de stad | P 284 | P 62 en 63 | Integrale gebiedsontwikkeling; binnenstedelijke herstructurering |
4 | Den Haag Internationale Stad (onderdeel Scheveningen Boulevard) Bij Boulevard van Scheveningen | P 145 | P 26 en 27 | Integrale gebiedsontwikkeling + kustversterking | |
5 | Greenports (6 tuinbouwlocaties in Zuid-Holland en Deurne) | Prov Zuid-Holland: Boomwatering ; 4B-water Waalblok; Overbuurtsepolder; Bollenstreek; Boskoop; Prov Noord-Brabant: Deurne | Boskoop: P 190 Duin- en Bollenstreek: P 191 Westland – Oostland: P 192 | P 68 en 69 voor Boskoop, Duin- en Bollenstreek, Westland – Oostland | Integrale gebiedsontwikkeling, focus op glastuinbouw |
6 | Greenport Aalsmeer/PrimaViera | Bij Aalsmeer | P189 | P 68 en 69 | Integrale gebiedsontwikkeling, focus op glastuinbouw |
7 | Klavertje 4 Venlo | Bij Venlo | p. 257 | P 46 en 47 (en 68, 69) | Integrale gebiedsontwikkeling, focus op glastuinbouw en op verbinding A73–A67 (Greenportlane) |
8 | Nijmegen Waalfront | Centrum Nijmegen aan de zuidkant van de Waal | P 264 | P 54 en 55 | Integrale gebiedsontwikkeling; binnenstedelijke herstructurering |
9 | Eindhoven A2 zuidelijke aansluiting (zie ook Eindhoven brainport) | Rondom A2 bij Eindhoven | P 256 | P 44 en 45 (als A2/Brainport Eindhoven) | Integrale gebiedsontwikkeling; aanleg infrastructuur en herstructurering werklandschappen |
10 | Nieuwe Hollandse Waterlinie | Rijnauwen – Vechten, Linieland, Lingekwartier – Diefdijk | P 188 | P 40 en 41 | Integrale gebiedsontwikkeling; restauratie forten, natuurontwikkeling, verbetering infrastructuur, bouw van woningen |
11 | Waterdunen | In de buurt van Breskens | P 220 | P 52 en 53 | Integrale gebiedsontwikkeling; focus op natuurontwikkeling en recreatie, kustversterking |
12 | Maastricht Belvedere | Grenzend aan het centrum van Maastricht | P 214 | P 66 en 67 | Integrale gebiedsontwikkeling; herstructurering bedrijventerrein tot woon- en werkgebied |
13 | Nieuw Reijerwaard/ Westelijke Dordtse Oever | Industriegebied tussen Ridderkerk en Dordrecht | P 187 | P 32 en 33 (als Hoeksche Waard of alternatieve locatie) | Integrale gebiedsontwikkeling; herstructurering bedrijventerrein |
14 | Zuidplaspolder | Driehoek tussen Rotterdam Zoetermeer en Gouda | P 140 | P 30 en 31 | Integrale gebiedsontwikkeling voor de functies wonen, werken, glas, groen, water en recreatie |
15 | Groningen Centrale Zone | Centrum van Groningen | P 290 | P 58 en 9 | Integrale gebiedsontwikkeling; binnenstedelijke herstructurering |
16 | Oude Rijnzone | Strook tussen Leiden en Bodegraven | P 138 | P 36 en 37 | Integrale gebiedsontwikkeling; focus op herstructurering bedrijventerrein |
17 | Westelijke Veenweiden | Groene Hart en Laag Holland | P 148 P 193, als Westelijke Veenweiden fase 1 | P 38 en 39 | Integrale gebiedsontwikkeling; herstructurering van kwetsbare delen van de veenweidegebieden |
18 | Hengelo Hart van Zuid | Rondom centraal station Twente | P 260 | P 60 en 61 | Integrale gebiedsontwikkeling; binnenstedelijke herstructurering |
19 | IJsseldelta | Bij Kampen | P 260 | P 50 en 51 | Integrale gebiedsontwikkeling; «blauwe bypass» met mogelijkheden voor natuurontwikkeling en recreatie |
20 | IJsselsprong | Bij Zutphen | P 261 | P 50 en 51 | Integrale gebiedsontwikkeling met focus op woningbouw, bereikbaarheid en groene buffer |
21 | Mooi en Vitaal Delfland | Gebied tussen den Haag, Rotterdam en Zoetermeer | P 147 | P 28 en 29 | Integrale gebiedsontwikkeling met focus op herstructurering glas en groen |
22 | Almere Weerwaterzone | Gelegen naast het centrum van Almere | P 139 (als Schaalsprong Almere) | P 18 en 19 (als Schaalsprong Almere) | Verdiepte aanleg A6 om barrièrewerking te voorkomen en integrale gebiedsontwikkeling te faciliteren |
23 | Rotterdam Stadshavens | Aan noord- en zuidzijde van de Maas | P 139 | P 24 en 25 | Integrale gebiedsontwikkeling met focus op herstructurering van verouderde bedrijventerreinen |
24 | Brainport Eindhoven | Aanliggend aan de A2 ten westen van Eindhoven | P 218 | P 44 en 45 (als A2/Brainport Eindhoven) | Integrale gebiedsontwikkeling; aanleg infrastructuur en herstructurering werklandschappen |
25 | Den Haag Internationale Stad (onderdeel Worldforum) | Bij Statenkwartier | P 145 | P 26 en 27 | Vestigingsplaats voor internationale bedrijven + bereikbaarheid |
26 | Westflank Haarlemmermeer | Strook ten oosten van Heemstede, Hillegom en Lisse | P 147 | P 20 en 21 | Integrale gebiedsontwikkeling; woningbouwopgave, piekwaterberging, recreatieve groenontwikkeling, versterking Groene Hart |
27 | Breda Centraal (t.b.v. Nieuw Sleutelproject) | Centrum Breda | p. 240 | n.v.t. | Ontwikkeling openbaar vervoerterminal |
28 | Windmolenpark Tweede Maasvlakte | Maasvlakte | p. 186 | n.v.t. | Ontwikkeling windmolenpark |
29 | Atalanta Emmen | Stadscentrum Emmen met drie samenhangende deelprojecten Centrum-West, Verbinding via de Hondsrugweg, en locatie Hoofdstraat | P 316 | – | Integrale gebiedsontwikkeling met focus op ontwikkeling van bovenregionale recreatieve voorziening (dierenpark) en binnenstedelijke herstructurering |
Nr. | Aanduiding project | Omschrijving ligging of locatie | Aard van het project |
1 | Amstelveenlijn | Het tracé loopt van Station Amsterdam Zuid via Buitenveldertselaan/Beneluxbaan naar halte Amstelveen Westwijk en via de Legmeerpolder naar de (verlengde) N201 ten zuiden van Amstelveen | Ombouw van bestaande tramlijn(nen) tot metro alsmede aanleg nieuw metrotracé en opstelterrein tot onderdeel van het totale metronetwerk in de stadsregio Amsterdam |
2 | Amsterdam VU-gebied | VU- en VUmc-terrein te Amsterdam | (Her)ontwikkeling van het terrein van de Vrije Universiteit (VU) en VU Medisch Centrum (VUmc) naar grootschalige en duurzame functies |
3 | Amsterdam Zuidas | Projectgebied van circa 270 hectare (ha), doorsneden door de Ringweg A10 Zuid, trein- en metrosporen | Grootschalige en hoogwaardige duurzame ontwikkeling met kantoren, woningen en voorzieningen |
4 | Den Haag Binckhorst | Verbinding van de verlengde Regulusweg en de Mercuriusweg | In het betreffende gebied, dat nu in gebruik is als bedrijventerrein, moet het tunnelproject Rotterdamse Baan worden gerealiseerd en wordt er gewerkt aan de vastgoedontwikkeling van diverse deelplannen. Om tijdens de bouw van de tunnel en de vastgoedontwikkeling de verkeersontsluiting van dit gebied te waarborgen, dient vooruitlopend het project Verlengde Regulusweg te worden gerealiseerd. Deze Regulusweg maakt onderdeel uit van de hoofdverkeersstructuur |
5 | Spoorzone Delft | Het gebied van de Spoorzone begint op het terrein van DSM/Gist in het noorden en loopt tot voorbij de Abtswoudseweg in het zuiden. Het noordelijk deel is de smalle strook van Phoenixstraat en Spoorsingel. Het middengedeelte wordt begrensd door Westvest, Coenderstraat en Van Bleijswijckstraat. Het zuidelijk deel, tussen Engelsestraat en Industriestraat, omvat onder meer het oude emplacementsterrein en het voormalige Haringterrein | Integrale herontwikkeling in van een gebied van circa 40 hectare, tussen de binnenstad van Delft en de woonwijken ten westen en zuiden daarvan |
6 | Ruimte voor de Vecht | Overijssels Vechtdal | Integrale gebiedsontwikkeling Overijssels Vechtdal; toekomstvast garanderen van de waterveiligheid, realisatie van de natuuropgaven en versterking van de sociaal-economische infrastructuur in het Vechtdal |
7 | Vossenberg-West II Tilburg | Multimodaal ontsloten logistiek bedrijventerrein in het noordwesten van Tilburg van circa 100 ha bruto (80 ha netto) | Het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein Vossenberg-West II is gericht op grootschalige en gemengde industriële bedrijven, met name in de milieucategorie 3,4 en 5, transportbedrijven en logistieke dienstverleners |
8 | Bedrijvenpark H2O | Bedrijvenpark H2O ligt bij knooppunt Hattemerbroek en strekt zich uit langs de oostelijke rijbaan van de A28, aan beide zijden van de A50. Het bedrijvenpark wordt aan één zijde begrensd door de A28. Het deel dat zich aan de Hattemse zijde van de A50 bevindt (± 18 hectare), wordt daarnaast begrensd door het tracé van de Hanzelijn en de Oostersedijk. Het gedeelte dat zich aan de Oldebroekse zijde van de A50 bevindt (± 52 hectare), wordt daarnaast begrensd door de Voskuilerdijk en de kern Hattemerbroek. | Bedrijvenpark H2O is een gezamenlijk ontwikkelingsproject van de gemeenten Hattem, Heerde (H2) en Oldebroek (O), die deel uitmaken van de Regio Noord-Veluwe in Gelderland, op de grens met Overijssel. Met het bedrijvenpark komen deze gemeenten tegemoet aan de vraag naar bedrijfskavels van lokaal tot internationaal georiënteerde bedrijven |
9 | Landschapspark Lingezegen | Park Lingezegen is een nieuw landschapspark in aanleg tussen Arnhem-Zuid, Elst, Bemmel en Nijmegen-Noord met ruimte voor recreatie, water, landbouw en natuur | Park Lingezegen bestaat uit vijf deelgebieden met elk een eigen karakter die in onderlinge samenhang zullen worden gerealiseerd: De Park, het Waterrijk, het Landbouwland, De Woerdt, De Buitens |
10 | Bedrijvenpark Deventer A1 | Bedrijvenpark Deventer A1 is gelegen ten zuiden van de Rijksweg A1, tussen de afritten Deventer/Zutphen en Deventer Oost | Bedrijvenpark Deventer A1 is een duurzaam bedrijvenpark met veel aandacht voor landschappelijke inpassing en een volledig duurzame energievoorziening |
11 | Glastuinbouwcluster Withagen en Afvalverwerking VAR (Voorst) | Glastuinbouwcluster Withagen en naastgelegen afvalverwerkend bedrijf VAR, gelegen in Middengebied van de gemeente Voorst | Afvalverwerkend bedrijf VAR ontwikkelt nieuwe technieken en producten en draagt daarmee bij aan de verduurzaming van onze maatschappij. Zo produceert VAR warmte en elektriciteit uit biomassa. Glastuinbouwondernemers, zoals het plantenveredelingsbedrijf Schoneveld Breeding als eerste vestiger, en VAR krijgen de ruimte voor duurzame ontwikkeling op en nabij de nieuwe regionale glastuin-bouwclusterlocatie Withagen. De glastuinbouwondernemers nemen een deel van de restwarmte van de VAR over voor benutting in de glastuinbouw. Toepassing van de Crisis- en herstelwet ondersteunt de ontwikkeling van beide bedrijfstakken. |
12 | Nieuwe Driemanspolder (Zoetermeer) | Agrarisch gebied tussen Zoetermeer, Leidschendam-Voorburg en Den Haag | Transformatie van een grotendeels agrarisch gebied naar natuur-, recreatie- en waterbergingsgebied; het gebied maakt deel uit van de Groen-Blauwe slinger tussen het Groene Hart en Midden-Delfland |
13 | Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente | Driehoek tussen Hengelo, Oldenzaal en Enschede | Integrale gebiedsontwikkeling; transformatie van de voormalige vliegbasis Twente en herontwikkeling voormalige militaire kampen en bijbehorende gronden (ontwikkeling burgerluchthaven, natuurontwikkeling, leisure, bedrijvigheid, evenementen en woningbouw) |
14 | Hofbogen Rotterdam | Voormalig spoorwegviaduct Hofplein in de stedelijke omgeving van Rotterdam Noord | De langgerekte structuur van het Hofpleinviaduct doorkruist meerdere woonwijken in Rotterdam Noord en is daarmee van essentiële invloed op de kwaliteit van de leefomgeving. Dit Rijksmonument wordt daarom getransformeerd tot een (semi)publiek verblijfsgebied met creatieve shopping mall, gecombineerd met meerdere leisure functies |
15 | Stationsomgeving Driebergen-Zeist en landgoed de Reehorst | Het stationsgebied van Driebergen-Zeist en het aanliggende gebied Reehorst | Het stationsgebied Driebergen-Zeist staat voor een ingrijpende aanpassing om de grote aantallen reizigers en verdubbeling van de sporen op een goede manier in te passen. Het gebied zal worden getransformeerd naar een duurzaam stationsgebied in een natuurlijke omgeving, onderdeel van de landgoederenzone Stichtse Lustwarande |
16 | Rotterdamsebaan (Den Haag/Leidschendam-Voorburg) | De Rotterdamsebaan vormt een nieuwe wegverbinding die begint op de kruising van de Mercuriusweg met de Binckhorstlaan en via een tunnel onder Voorburg-West uiteindelijk aansluit op het verkeersplein Ypenburg | De Rotterdamsebaan vormt een tweede aansluiting vanaf de A4/A13 waardoor de bereikbaarheid van Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk verbetert en een robuust verkeerssysteem ontstaat |
17 | Flevokust Lelystad | Terrein van 115 ha aan de noordzijde van Lelystad, gelegen aan de kust van het IJsselmeer | Flevokust wordt ontwikkeld tot een multimodaal bedrijventerrein met een haven, een overslag- en transportcentrum. De ontwikkeling vindt plaats in samenwerking met onder meer het Havenbedrijf Amsterdam en de provincie Flevoland. |
18 | Amsterdam Connecting Trade (ACT)/ A4 Zone West | Bedrijventerrein van 142 ha aan de zuidkant van Schiphol, gelegen in de gemeente Haarlemmermeer | ACT/A4 Zone West is een vestigingsplaats voor logistiek en handel met multimodale ontsluiting. Het terrein moet zich gaan onderscheiden door innovatieve en duurzame concepten voor de logistieke sector en de handelssector, die worden ontwikkeld in samenwerking tussen marktpartijen, overheden en kenniscentra. |
19 | Schiphol Logistics Park (SLP) | Bedrijventerrein van 53 ha aan de zuidkant van Schiphol, gelegen in de gemeente Haarlemmermeer. | SLP ligt nabij Schiphol Centrum- en Zuidoost en is daarom bij uitstek geschikt voor logistieke bedrijven met veel luchtvracht. De ontwikkeling van SLP is van belang voor de positionering van Schiphol als logistiek overslagpunt (hub). SLP moet (internationale) logistieke bedrijven naar de Metropoolregio Amsterdam trekken. |
20 | Zeehaven- en industriegebied Oosterhorn | Industriegebied van 1.290 ha, gelegen in de gemeente Delfzijl | Oosterhorn is een groot industriegebied voor zware industrie en havengebonden activiteiten en één van de grootste ontwikkelingsclusters voor chemie in Nederland. |
21 | Zeehaven- en industriegebied Eemshaven | Haven- en industriegebied, gelegen binnen de gemeente Eemsmond | De Eemshaven is een multi-modaal toegankelijk industriecomplex waar zich vooral bedrijven uit de sectoren chemie, energie, logistiek en recycling bevinden. Het gebied vervult een belangrijke rol in de nationale energievoorziening. |
22 | Eiland van Schalkwijk | Landelijk gebied tussen Lek, Lekkanaal en Amsterdam-Rijnkanaal, gelegen in de gemeente Houten | De structuurvisie voor het Eiland voorziet in behoud en versterking van het landelijk karakter en de economische structuur. Landbouw en recreatie krijgen de ruimte om zich duurzaam te ontwikkelen. |
23 | Dairy Campus | Internationaal onderzoeks- innovatie- en kennis-centrum, gelegen in de gemeente Leeuwarden | Doel van de campus is een bijdrage te leveren aan een verdere ontwikkeling van een toekomstbestendige melk-veehouderij en zuivelsector. |
24 | Valkenburg | Voormalig (militair) vliegveld, gelegen in de gemeente Katwijk | De herontwikkeling van het voormalige vliegveld omvat de bouw van maximaal 5.000 woningen, alsmede de realisatie van 20 ha hoogwaardig bedrijventerrein en grootschalige natuurontwikkeling. |
25 | Kickersbloem III | Uitbreiding bedrijven-terrein, gelegen in de gemeente Hellevoetsluis | Op Kickersbloem zijn vooral bedrijven gevestigd in de sectoren bouw, dienstverlening (groot)handel en logistiek. De derde fase van het bedrijven-terrein levert circa 47 ha (bruto) extra bedrijfsvloer-oppervlakte op. |
26 | Amsterdam ZuidasDok | Multimodaal vervoers-project in de gemeente Amsterdam | Combinatie van stedelijke ontwikkeling en verbetering van bereikbaarheid, zowel via de weg als het openbaar vervoer. Onderdelen van het project zijn herinrichting van de A10-Zuid en de knooppunten Nieuwe Meer en Amstel en herinrichting van de openbaar vervoerterminal. |
27 | Markerwadden | Natuurontwikkelingsproject in de gemeente Lelystad | Aanleg van geulenstelsel, zandwinputten en natuur-eilanden ten behoeve van de verbetering van de ecologische kwaliteit van het Markermeer. |
28 | Stadionpark Rotterdam | Herontwikkeling stedelijk gebied in de gemeente Rotterdam | Herontwikkeling van het gebied rondom het voetbalstadion De Kuip en enkele bestaande sportcomplexen |
29 | Dijckerwaal | Bouw van een tijdelijk logiesgebouw/labourhotel in de gemeente Westland | De bouw van het logiesgebouw zal voorzien in de tijdelijke huisvesting van 350 arbeidsmigranten in ’s-Gravenzande. |
30 | Weerwater | Gebiedsontwikkeling in het centrum van Almere | Gebied van 413 ha dat geleidelijk wordt ontwikkeld naar een (boven)regionaal centrumgebied, waar bijzondere thematische concepten op het gebied van economie, leisure, recreatie, sport en zorg (of een mix daarvan) een plaats kunnen krijgen. De Floriade (2022) is daarvan een eerste invulling. |
31 | Icedôme Almere | Ontwikkeling en realisatie van een multifunctioneel complex voor schaats- en andere ijssporten | Nieuw multifunctioneel complex voor schaats- en andere ijssporten en aanverwante sporten in Almere Poort, direct aan de autoweg A6 |
32 | KNSF-terrein | Herontwikkeling van terrein voormalige kruitfabriek met woningen en kantoren | Het terrein van de voormalige kruitfabriek in Muiden wordt gesaneerd en vervolgens geschikt gemaakt voor de bouw van woningen en kantoren. |
33 | Buitenhaven Muiden | Uitbreiding van bestaande (recreatie-)jachthaven | Ter versterking van de sociaal-economische infrastructuur in Muiden wordt de bestaande jachthaven uitgebreid. |
34 | Brediusterrein | Woningbouw, hotel en sportdoeleinden op terrein van 9 ha | Vanwege de voorgenomen ontwikkeling van het KNSF-terrein worden de daar gevestigde sportverenigingen verplaatst. Daarnaast worden op het terrein maximaal 50 woningen en een hotel gebouwd. |
35 | Wind op land 5 tot 100 MW Eemshaven | Het gebied bestaat uit het havengebied zelf en een zuidelijk en westelijk daarvan gelegen gebied zoals opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan en de uitbreidingsgebieden | Realisatie van windparken van 5 tot 100 MW. |
36 | Wind op land 5 tot 100 MW Delfzijl | Het gebied bestaat uit het havengebied en een zuidelijk daarvan gelegen gebied zoals opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan en de uitbreidingsgebieden | Realisatie van windparken van 5 tot 100 MW. |
37 | Wind op land 5 tot 100 MW, N33 nabij Veendam | Dit gebied ligt aan de N33 en loopt van de A7 in het Noorden langs Veendam zoals opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan en de uitbreidingsgebieden | Realisatie van windparken van 5 tot 100 MW. |
38 | Flevoport Urk | 130.000 m2 buitendijks terrein met 1.200 m kader ten zuiden van Urk | Buitendijkse maritieme servicehaven voor op- en afbouw en onderhoud van schepen |
39 | Harnaschpolder | 50 ha netto uitgeefbaar bedrijventerrein in Den Hoorn aan de A4 | Integrale gebiedsontwikkeling naar bedrijventerrein voor de vestiging van een mix van standaard- en hoogwaardige bedrijven. Voorzien zijn zowel werk- als woon/werkkavels (bedrijfspand met woonhuis). |
40 | Transformatorstation en kabeltracés A4-zone | Haarlemmermeer en Amsterdam | Uitbreiden van het regionale en landelijke energienetwerk bestaande uit een 150/20 kV transformatorstation en vier 150 kV kabeltracés. |
B BODEMBESCHERMING EN BODEMENERGIE | |||
nr. | Aanduiding project | Omschrijving ligging of locatie | Aard van het project |
1 | Havengebied Rotterdam | De haven van Rotterdam | Pilotproject voor gebiedsgerichte aanpak van grootschalige grondwaterverontreiniging |
2 | Utrecht biowasmachine | Utrechts Stationsgebied e.o. | Pilotproject, met combinatie van winning van bodemenergie en aanpak bodemverontreiniging |
C WATERSTAATSWERKEN | ||
nr. | Omschrijving waterstaatswerk | Aard van het project |
1 | Kustlijn en kustfundament Noordzee | Zandsuppleties en werken ter voorkoming of tegengaan van een landwaartse verplaatsing van de kustlijn |
2 | Dijkversterking Eemshaven Delfzijl en meekoppelkansen | Het versterken en aardbevingbestendig maken van de primaire waterkering tussen de Eemshaven en Delfzijl, dijkvak 49 tot en met 57, dijkring 6, in combinatie met gebiedsgerichte initiatieven op het terrein van natuur, toerisme en recreatie en duurzame energie |
D LUCHTHAVENS | ||
nr. | Omschrijving luchthaven | Omschrijving project |
1 | Luchthaven Twente | Ontwikkeling burgerluchthaven |
2 | Luchthaven Lelystad | Vaststellen gebruiksmogelijkheden |
3 | Luchthaven Eindhoven | Vaststellen gebruiksmogelijkheden |
E WEGENPROJECTEN | |||
nr. | Wegnummer | Omschrijving traject | Aard van het project |
1 | A1/A27 | Utrecht – Knooppunt Eemnes – Amersfoort (Draaischijf Nederland) | Wijziging |
2 | A1/A6/A9 | Schiphol – Amsterdam – Almere | Wijziging |
3 | A12 | Ede – Grijsoord | Verbreding |
4 | A2 | Passage Maastricht | Aanleg / wijziging |
5 | A4 | Delft – Schiedam | Aanleg |
6 | A74 | Venlo – Duitse grens | Aanleg |
7 | N61 | Hoek – Schoondijke | Aanleg / wijziging |
8 | N23 | Westfrisiaweg | Aanleg / wijziging |
9 | A6/A7 | Knooppunt Joure | wijziging |
10 | N31 | Harlingen (Flessenhals Harlingen) | wijziging |
11 | N35 | Tussen Zwolle en Wythem en tussen Nijverdal en Wierden | Aanleg / wijziging |
12 | Buitenring Parkstad (incl. aansluiting Nuth en aansluiting Avantis) | Ontwikkeling en aanleg | |
13 | A15 | Tunnel bij Rotterdam (tweede westelijke oeververbinding) | Aanleg / wijziging (aanleg tunnel) |
14 | A7 | Zuidelijke Ringweg Groningen | Aanleg / wijziging |
15 | N18 | Varsseveld – Enschedé | Aanleg/wijziging |
16 | N50 | Ens – Emmeloord | Wijziging |
17 | Knooppunt Hoevelaken | Vergroting capaciteit knooppunt Hoevelaken, verbreding A1 tussen Bunschoten en Barneveld en A28 tussen Maarn en Nijkerk. | Hoofddoel van het project is verbetering van de bereikbaarheid van Midden-Nederland en van de Randstad (A1 en A28 zijn achterlandverbindingen voor de regio’s Amsterdam en Rotterdam) |
18 | Rijksweg A2 in Midden-Limburg tussen Stein/Geleen en Maasbracht | Verbreding van het traject ’t Vonderen-Kerensheide | Verbreding vindt plaats door de spitsstroken op te waarderen tot volwaardige stroken, inclusief vluchtstroken. |
19 | A27 tussen Houten en Hooipolder | Vergroting van de wegcapaciteit ter verbetering van de doorstroming. | Hoofddoel van het project is de vergroting van de wegcapaciteit ter verbetering van de doorstroming. Nevendoelen zijn onder meer de verbetering van de luchtkwaliteit, van de geluidsituatie en van de barrièrewerking van de A27. |
F BRUGGEN | |||
nr. | Omschrijving brug | Aard van het project | |
1 | Boogbrug Beek | A2 knooppunt Kerensheide – afslag Maastricht Airport | Renovatie |
2 | Brienenoordbrug (westelijke boog) | A16 Ridderkerk – Terbregseplein | Renovatie |
3 | Brug bij Ewijk | A50 knooppunt Valburg – knooppunt Ewijk | Renovatie |
4 | Calandbrug | N15 bij Rozenburg | Renovatie |
5 | Galecopperbrug | A12 Oude Rijn – Lunetten | Renovatie |
6 | Gideonsbrug | A7 Groningen – Hoogezand | Renovatie |
7 | Ketelbrug | A6 Emmeloord – Lelystad | Renovatie |
8 | Kreekrakbrug | A58 knooppunt Markiezaat – afslag Rilland | Renovatie |
9 | Kruiswaterbrug | A7 Sneek – afslag Bolsward | Renovatie |
10 | Muiderbrug | A1 knooppunt Muiderberg – knooppunt Diemen | Renovatie |
11 | Scharbergbrug | A76 Stein – Belgische grens | Renovatie |
12 | Scharsterrijnbrug | A6 Lemmer – Joure | Renovatie |
13 | Suurhoffbrug | N15 Emmeloord – Oostvoorne | Renovatie |
14 | Wantijbrug | N3 Papendrecht – Dordrecht | Renovatie |
G SPOORWEGEN | |||
nr. | Omschrijving spoorweg of emplacement | Omschrijving traject of locatie | Aard van het project |
1 | Emplacement Amersfoort westzijde | Vrije kruising spoorlijnen Amersfoort – Utrecht en Amersfoort – Amsterdam | ongelijkvloerse kruising (tunnelbak) |
2 | Vrije kruising bij Transformatorweg, Amsterdam | Vrije kruising spoorlijnen Amsterdam Centraal – Zaanlijn – Schiphollijn – Westelijk havengebied Amsterdam | ongelijkvloerse kruising (spoorviaduct) |
3 | Zuidtak OV SAAL Riekerpolder – Duivendrecht | Knooppunt Riekerpolder – knooppunt Duivendrecht (Zuidtak), incl. aansluitingen | wijziging naar 4 en 6 sporen (incl. ongelijkvloerse dubbele vorkaansluitingen) |
4 | Traject Leeuwarden – Groningen | wijziging van 1 naar 2 sporen | |
5 | Flevolijn OV SAAL | Weesp – Lelystad | geluidmaatregelen en spoorverdubbeling bij Almere |
Nr. | Aanduiding project | Omschrijving ligging of locatie | Aard van het project |
1 | RijnGouwelijn | Het oostelijk deel van de RijnGouwelijn loopt van Gouda Centraal Station via Waddinxveen, Boskoop, Alphen aan den Rijn, Rijnwoude, Zoeterwoude en Leiden tot aan het transferium bij de A44 (gemeente Oegstgeest). Het westelijk deel loopt vanaf het transferium tot in Katwijk Badstraat en naar het Palaceplein in Noordwijk | De RijnGouwelijn is een lightrailverbinding van Gouda via Alphen aan den Rijn en Leiden naar de kust in Katwijk en Noordwijk. Het is een laagdrempelige en hoogwaardige vorm van openbaar vervoer in de regio. Het heeft tot doel de bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio op een duurzame wijze te verbeteren en tegelijk ruimtelijke ontwikkelingen te structureren |
H VAARWEGEN, SLUIZEN, HAVENS | |||
nr. | Omschrijving vaarweg | Omschrijving traject of locatie | Aard van het project |
1 | Lekkanaal | Lekkanaal bij de Prinses Beatrixsluizen | Verbreding / verdieping / aanleg derde sluiskolk |
2 | IJmond | Voorhaven IJmuiden | Lichteren bulkcarriers / aanleg nieuwe insteekhaven |
3 | Waal-Rijn | Weurt-Lobith | Aanleg twee overnachtingshavens |
Vervallen