U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 30-03-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0027439

Regeling groenprojecten 2010

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Financiën van 15 maart 2010, nr. VROM/DGM/K&L 2010006954 houdende regels inzake de aanwijzing van en verklaring voor in Nederland gelegen projecten welke in het belang zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos (Regeling groenprojecten 2010)Regeling groenprojecten 2010De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Financiën, na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en na overleg met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, en zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag15 maart 2010De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerDeMinistervan Financiën.

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, een verklaring afgeven voor:

Indien de uitvoering van een project wordt gewijzigd, doet de instelling die kapitaal verschaft ten behoeve van een project waarvoor een verklaring is afgegeven, daarvan onverwijld melding aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Ten behoeve van de vaststelling van een verklaring is ten aanzien van de krediet- of beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de projectbeheerder, hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van overeenkomstige toepassing inzake de verstrekking van de van belang zijnde gegevens en de daaraan verbonden rechten en plichten. Hierbij gelden de aan de inspecteur opgelegde verplichtingen eveneens voor de door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen personen.

Aan de in deze regeling bedoelde normen, meetvoorschriften, tests, verklaringen en certificaten worden gelijkgesteld:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin zij wordt gepubliceerd.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling groenprojecten 2010.

(Maatregelen zeer duurzame utiliteitsbouw)

(Maatregelen duurzame renovatie utiliteitsbouw)

(Eisen ten behoeve van nieuwe duurzame binnenvaartschepen)

De maatregelen en voorzieningen die in de bijlage staan vermeld zijn cumulatief vereist, tenzij uit de tekst duidelijk blijkt dat er sprake is van keuze uit de daar aangegeven alternatieven.

De eigenaar van het schip dient met behulp van meetrapporten of certificaten aan te tonen dat aan de vereiste specificaties wordt voldaan.

Onderdeel 1: Hoofdmotor

De hoofdmotor dient te bestaan uit één van de volgende alternatieven:

Onderdeel 2: Hulpvermogen

Onderdeel 3: Rompmaatregelen

De romp van het schip dient te zijn voorzien van:

Onderdeel 4: Aandrijving/voortstuwing

De aandrijving/voortstuwing:

Onderdeel 5: Stuurwerk

Het stuurwerk dient te voldoen aan de volgende eisen:

Onderdeel 6: Afval en preventieve bedrijfsvoering

Het schip dient te zijn voorzien van de onderstaande maatregelen:

Onderdeel 7: Gedragsondersteuning.

Eén van de onderstaand maatregelen: