Ministeriële regeling · BWBR0027516

Regeling InnovatieImpuls Onderwijs

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 maart 2010, nr. DL/FCA/197112, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan scholen in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs ten behoeve van het implementeren van innovatieve maatregelen in de schoolorganisatie gericht op verhoging van de arbeidsproductiviteit en ten behoeve van het meten van de effecten van deze maatregelen op de arbeidsproductiviteit (Regeling InnovatieImpuls Onderwijs)Regeling InnovatieImpuls OnderwijsDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.M. vanBijsterveldt-Vliegenthart

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een lid van de adviescommissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een onverenigbaar belang heeft bij de selectie van een innovatieconcept.

De adviescommissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de adviescommissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.

De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.

De minister beslist over subsidieverlening mede op basis van het advies van Agentschap NL.

Aan de verlening van de subsidie als bedoeld in artikel 2, lid 1, b, kunnen aanvullende verplichtingen worden verbonden die noodzakelijk zijn ter waarborging van een juiste uitvoering van het project, dan wel voor het behoud van een goed inzicht in de voortgang van het project.

In geval van niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen voor de uitvoering van projectplannen als bedoeld in artikel 2, lid 1, b, verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de Rijksbegroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Onverminderd artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidie lager worden vastgesteld indien:

In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid van artikel 32b geldt dat een vo-school zowel aan de effectmeting van de experiment- als van de controlegroep meewerkt. Daarom is voor vo-scholen voor beide inspanningen tezamen een subsidie van € 5.000 per school beschikbaar.

De minister kan besluiten de subsidie niet te verstrekken als het aantal scholen onvoldoende is om een adequate effectmeting te kunnen uitvoeren.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt per 1 januari 2017.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling InnovatieImpuls Onderwijs.