U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 10-06-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0027705

Smogregeling 2010

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 mei 2010, nr. K&L 2010015073, houdende regels als bedoeld in artikel 5.18, tweede lid, van de Wet milieubeheer (Smogregeling 2010)Smogregeling 2010De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op richtlijn nr. 2008/50/EG van 21 mei 2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PbEG L 152) en artikel 5.18, tweede lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage31 mei 2010De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J.C.Huizinga-Heringa

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het vaststellen van geringe, matige of ernstige smog vindt plaats door het RIVM overeenkomstig artikel 3, eerste lid, en de paragrafen 3.1 tot en met 3.6 en 3.10 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

Indien naar redelijke verwachting van het RIVM het risico bestaat op matige of ernstige smog en in perioden van matige of ernstige smog, analyseert het RIVM ieder uur de ontwikkeling van de luchtkwaliteit, op basis van de vaststelling van de kwaliteitsniveaus, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

Bij matige smog of ernstige smog stelt het RIVM, in aanvulling op de in artikel 3 genoemde basisinformatie, beschikbaar op www.lml.rivm.nl en zo mogelijk via andere landelijke media, zoals NOS Teletekst:

Indien matige smog is vastgesteld in één of meer agglomeraties of zones, stelt het RIVM gedeputeerde staten van de betreffende provincies, de GGD, alsmede het VROM Inspectie Meldpunt in kennis van de actuele kwaliteitsniveaus van zwaveldioxide en stikstofdioxide.

Artikel 7, eerste, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing indien naar redelijke verwachting van het RIVM het risico bestaat op overschrijding van de informatiedrempel voor ozon, genoemd in voorschrift 8.3 van bijlage 2 bij de wet, of overschrijding van die informatiedrempel is vastgesteld.

Gedeputeerde staten stellen voor de uitvoering van de artikelen 7, derde en vierde lid, en 8 een provinciaal draaiboek smog vast, op basis van het door de Minister vastgestelde Modeldraaiboek Smog 2010.

De Smogregeling 2001 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Smogregeling 2010.