Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 juni 2009, 2009-0000286068, directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, en 3, tweede lid, van de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman;
De Raad van State gehoord (advies van 11 juni 2009, nr. W04.09.0191/I );
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 mei 2010, nr. 2010-0000290541;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage26 mei 2010BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. M. H.Hirsch Ballinde vierentwintigste juni 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinWijzigt het Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman.
Wijzigt het Besluit beroepsvereisten Raad van State.
Wijzigt het Besluit rechtspositionele voorschriften leden Raad van State en Algemene Rekenkamer.
Vervallen
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 22 april 2010 houdende wijziging van de Wet op de Raad van State in verband met de herstructurering van de Raad van State (Stb. 175) in werking treedt, met dien verstande dat artikel I, onderdeel A, onder 2, terugwerkt tot en met 13 februari 2009 en artikel IV terugwerkt tot en met 1 januari 2009.
Artikel IV vervalt een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.