U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2016.

Regeling · BWBR0027844

Besluit veiligheidsregio’s

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 24 juni 2010, houdende regels inzake de organisatie en de taken van de veiligheidsregio’s en de gemeentelijke brandweer, alsmede de financiële bijdrage van het Rijk (Besluit veiligheidsregio’s)Besluit veiligheidsregio’sWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 april 2010, nr. 2010-0000286048, CZW/WVOB;

Gelet op richtlijn nr. 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 (PbEG 1997 L 10) betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (Seveso-II), laatst gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1137/2008 (PbEU L 311), richtlijn nr. 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEU L 102), de artikelen 17, eerste en tweede lid, 18, eerste lid, 31, vierde lid, 33, vierde lid, en 55, vijfde lid, van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 45, eerste lid, van de Politiewet 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 3 juni 2010, nr. W04.10.0063/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 juni 2010, nr. 2010-0000398200;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage24 juni 2010BeatrixDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A. Th. B.Bijleveld-Schoutende eerste juli 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor de inrichting van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, die bestaat uit de volgende onderdelen:

Het bestuur van de veiligheidsregio stelt criteria vast voor de situaties waarin de meldkamer tot grootschalige alarmering overgaat.

Binnen vijf minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering geeft de meldkamer, op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident aan de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en aan andere functionarissen of eenheden als bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid.

Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor een voorziening waardoor in het geval dat de meldkamer uitvalt, de functie en taken van de meldkamer worden gecontinueerd.

Een advies of opdracht van een onderdeel van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing is gebaseerd op het actuele eigen beeld van dat onderdeel en op het actuele totaalbeeld.

In het geval dat een advies of een opdracht niet of niet volledig is opgevolgd of uitgevoerd, wordt het onderdeel van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing dat dit advies of deze opdracht heeft gegeven, daarvan op de hoogte gesteld. De opdracht wordt vervolgens in overeenstemming met artikel 2.4.3 opnieuw geformuleerd.

Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing jaarlijks gezamenlijk een oefening houden met een fictieve ramp of crisis.

Ten behoeve van de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 25, eerste lid, onderdelen a en b, respectievelijk artikel 26, eerste lid, van de wet, draagt het bestuur van de veiligheidsregio dan wel het college van burgemeester en wethouders er zorg voor dat de brandweer basisbrandweereenheden, ondersteuningseenheden voor redden en blussen op hoogte en ondersteuningseenheden voor hulpverlening heeft.

Het bestuur van de veiligheidsregio stelt vast voor welke objecten de inzet van een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte altijd noodzakelijk is. Het bestuur stelt bij deze objecten voor de ondersteuningseenheden dezelfde opkomsttijden vast als voor de basisbrandweereenheden.

Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor een sluitende registratie van de gerealiseerde opkomsttijden.

Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van de standaardisatie en uitwisselbaarheid eisen worden gesteld aan het materieel en de uitrusting van de basisbrandweereenheden, de ondersteuningseenheden voor hulpverlening en de ondersteuningseenheden voor redden en blussen op hoogte.

Ten behoeve van de taak, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de wet draagt het bestuur van de veiligheidsregio er zorg voor dat de brandweer een eenheid voor het verkennen van gevaarlijke stoffen en een eenheid voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen heeft en beschikt over een adviseur gevaarlijke stoffen.

Een adviseur gevaarlijke stoffen is belast met:

Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van de standaardisatie en uitwisselbaarheid eisen worden gesteld aan het materieel en de uitrusting van de eenheden voor het verkennen van gevaarlijke stoffen, de eenheden voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen, de adviseur gevaarlijke stoffen en de ontsmettingseenheden voor grootschalige chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten.

De schriftelijke afspraken over de geneeskundige hulpverlening tussen het bestuur van de veiligheidsregio en de in die veiligheidsregio werkzame instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en gezondheidsdiensten, bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de wet, betreffen:

Onverminderd artikel 6.1.7, tweede lid, worden het rampbestrijdingsplan of wijzigingen daarvan vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bestuur van de veiligheidsregio, op grond van artikel 6.15, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, de delen van het veiligheidsrapport waarvan een aanvraag om een omgevingsvergunning vergezeld gaat, heeft ontvangen.

Het rampbestrijdingsplan bevat in ieder geval:

Indien de bevolking van een andere staat kan worden getroffen door de gevolgen van een ramp in de inrichting waarop het rampbestrijdingsplan betrekking heeft, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen de bevoegde autoriteit van de andere staat de bevolking te informeren over de mogelijkheid haar zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen.

Het bestuur van de veiligheidsregio verleent op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere staat medewerking aan de terinzagelegging van documenten die in de andere staat zijn opgesteld in het kader van de voorbereiding van een met een rampbestrijdingsplan gelijk te stellen plan voor een in die staat gelegen inrichting.

Het rampbestrijdingsplan bevat in ieder geval:

Degene die de afvalvoorziening categorie A drijft, verstrekt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor die afvalvoorziening of op enig ander tijdstip aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6.3.1, derde lid, en het bestuur van de veiligheidsregio de gegevens die nodig zijn opdat zij hun taken in het kader van de voorbereiding van bestrijding van een ramp naar behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze gegevens reeds op grond van andere voorschriften zijn verschaft of kunnen worden verkregen.

Op de vaststelling van een rampbestrijdingsplan als bedoeld in artikel 6.3.1 of van belangrijke wijzigingen daarvan is artikel 6.1.4 van overeenkomstige toepassing.

Voor een aanwijzing als inrichting die over een bedrijfsbrandweer moeten beschikken, komen in aanmerking:

De betaling van de ingevolge de artikelen 8.1 en 8.2 berekende bijdrage voor de doeluitkering vindt plaats in vier gelijke termijnen op 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober.

Het bestuur van de veiligheidsregio besteedt de bijdrage voor de doeluitkering aan de uitvoering van taken die aan het bestuur op grond van artikel 10 van de wet zijn toegekend.

Indien de accountant een afkeurende verklaring of een verklaring met beperking of oordeelsonthouding heeft gegeven, kan Onze Minister de jaarlijkse bijdrage voor de doeluitkering voor een volgend jaar verminderen.

Een aanwijzing, vastgesteld op grond van artikel 4 van het Besluit bedrijfsbrandweren, blijft van kracht met dien verstande dat de aanwijzing kan worden ingetrokken of de bij de aanwijzing gestelde eisen kunnen worden gewijzigd met toepassing van de artikelen 7.4 tot en met 7.6.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregio’s in werking treedt.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit veiligheidsregio’s.

Het voor het vaste en variabele deel van de doeluitkering beschikbare bedrag wordt verdeeld op grond van de volgende formule:

vast bedrag + (woonruim * € 0,97) + (oppbeb * € 46,10) – (OAD * € 0,195) + (kernen * € 447,00) + (opptot * € 1,60) + (hoofdvaar * € 5.125,422) + (BRZO * € 4.967,021) + (inwo * € 0,21)]*uitkeringsfactor

De vaststelling van het aantal eenheden per structuurkenmerk of maatstaf geschiedt naar de toestand op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar.