Regeling · BWBR0027929
Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken van 15 juni 2010, nr. 3093158, gedaan mede namens Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Justitie en in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 1.2, 2.2, eerste lid, 2.3, zesde lid, 2.4, eerste en derde lid, 2.9, eerste lid, onderdeel b, 2.18 en 5.1, eerste lid, van de Crisis- en herstelwet en de artikelen 105 en 107 van de Wet geluidhinder;
De Raad van State gehoord (advies van 30 juni 2010, no. W01.10.0253/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken van 9 juli 2010, nr. 3093990, uitgebracht mede namens Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Justitie en in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Economische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage13 juli 2010BeatrixDe Minister-President, Minister van Algemene Zaken ,J. P.BalkenendeDe Minister van Verkeer en Waterstaat a.i. ,J. P.BalkenendeDe Minister van Justitie ,E. M. H.Hirsch Ballinde zestiende juli 2010De Minister van Justitie ,E. M. H.Hirsch BallinIn dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;
eco iglo: gebouw bestaande uit een drijfelement van ten hoogste 400 m2 waarop een staal-glas of koolstof-glas constructie in de vorm van een halve bol is geplaatst, waarbij in de binnen het bouwwerk benodigde energie wordt voorzien door middel van aardwarmte, zonnecellen of miniwindturbines en in het binnen het bouwwerk benodigde water wordt voorzien door middel van een hemelwateropvanginstallatie, gecombineerd met nanofiltratie ten behoeve van de water- of drinkwatervoorziening;
mini windturbine: windturbine met een rotordiameter van ten hoogste 5 meter en een rotoroppervlak van ten hoogste 20 m2, met een horizontale of verticale rotoras, ten behoeve van levering van elektriciteit achter de meter of aan een accu ten behoeve van eigen gebruik, welke windturbine gecertificeerd is volgens IEC 61400-12 (2006), dan wel gecertificeerd is volgens de standaarden van de American Wind Energy Association of de British Wind Energy Association of het Kleinwind keur heeft op basis van de Nederlandse beoordelingsrichtlijn Kleine Windturbines, en met een tiphoogte van niet meer dan tien meter, gemeten vanaf de nokhoogte van het gebouw waaraan die miniwindturbine elektriciteit levert;
Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
zuigercompressor-windturbinecombinatie: windturbine met een rotordiameter van ten hoogste vijf meter en een rotoroppervlak van ten hoogste 20 m2, met een horizontale of verticale rotoras met een hoogte van niet meer dan 25 meter, gemeten vanaf de voet van de windturbine tot de tip van de rotor, waarbij het mechanisch vermogen van de rotor direct wordt gebruikt voor de aandrijving van een zuigercompressor of een ozongenerator en die klimaatbeheersing en ammoniakreductie in melkrundveehouderijen als functie heeft, of ten doel heeft water of drinkwater te winnen uit de lucht.
Als ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet worden voor de duur van tien jaar aangewezen:
- a.
Stadshavens Rotterdam, omvattende het Waal-Eemhavengebied, de Rijn- en Maashaven, het Merwehaven-Vierhavensgebied en het RDM-terrein (Heijplaat) zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1;
- b.
Spoorzone Deventer zoals aangegeven op de kaart in bijlage 2;
- c.
Spoorzone Zwolle zoals aangegeven op de kaart in bijlage 3;
- d.
Zaanstad Midden, omvattende de stadsdelen Wormerveer-Zuid, Oud Zaandijk, Oud Koog, ’t Kalf, Zaandam West, Kogerveld en Rosmolenwijk zoals aangegeven op de kaart in bijlage 4;
- e.
Almere Centrum Weerwater zoals aangegeven op de kaart in bijlage 8;
- f.
Amsterdam Buiksloterham zoals aangegeven op de kaart in bijlage 9;
- g.
Doetinchem Hamburgerbroek zoals aangegeven op de kaart in bijlage 10;
- h.
Maasdonk Nuland-Oost zoals aangegeven op de kaart in bijlage 11;
- i.
Vliegbasis Soest en Zeist en Soesterberg-Noord zoals aangegeven op de kaart in bijlage 12;
- j.
Amersfoort Kop van Isselt zoals aangegeven op de kaart in bijlage 16;
- k.
Apeldoorn Kanaalzone zoals aangegeven op de kaart in bijlage 17;
- l.
Stichtse Vecht Gebiedsontwikkeling Vreeland Oost zoals aangegeven op de kaart in bijlage 18;
- m.
Veghel Gebiedsontwikkeling Heilig Hartplein en Noordkade zoals aangegeven op de kaart in bijlage 19;
- n.
Deelgebied de Eilanden van Waterfront Harderwijk zoals aangegeven op de kaart in bijlage 20;
- o.
Centrumplan Eerbeek Brummen zoals aangegeven op de kaart in bijlage 21;
- p.
Spoorzone Tilburg zoals aangegeven op de kaart in bijlage 13;
- q.
Oostelijk Centrumgebied Arnhem zoals aangegeven op de kaart in bijlage 22.
Als categorieën van gevallen als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de wet worden aangegeven alle gevallen waarin een ander bestuursorgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd zou zijn te beslissen als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de wet.
Een ander bestuursorgaan als bedoeld in het tweede lid kan categorieën van gevallen aangeven waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist.
De bepalingen, bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid, van de wet, zijn:
- a.
- b.
artikel 5.18, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in dat lid, op ten hoogste vijftien jaar wordt gesteld;
- c.
onderstaande bepalingen van de Wet bodembescherming voor zover de afwijking van die bepalingen geen gevaar voor de gezondheid van mens of dier oplevert:
- 1°.
- 2°.
de artikelen 13 en 27 voor zover de bodem is of wordt verontreinigd of aangetast door één of meerdere bemalingen die ten behoeve van bouw-, sloop- of onderzoekswerkzaamheden worden uitgevoerd of die het gevolg zijn van de onttrekking of infiltratie van grondwater door één of meerdere warmte koude opslagsystemen, en
- 3°.
de artikelen 28, 29, 37, 38, 39, tweede lid, 39b, 40, en 42;
- d.
de hoofdstukken V en VI van de Wet geluidhinder voor zover de betrokken bepalingen een ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting inhouden;
- e.
de artikelen 4.9 tot en met 4.16 van het Besluit geluidhinder voor zover die bepalingen een ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting inhouden, en
- f.
artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer ten aanzien van besluiten met betrekking tot de bodem.
Dit artikel is van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen bedrijventerreinen binnen het grondgebied van de gemeenten:
- a.
Amersfoort;
- b.
Houten;
- c.
Leusden;
- d.
Nieuwegein;
- e.
Nijmegen;
- f.
Utrecht, en
- g.
Woerden.
De aanwijzing vindt plaats uiterlijk drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Het verbod, gesteld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt voor de duur van tien jaar niet voor het bouwen van een mini windturbine. Bij het bouwen van een mini windturbine wordt het bepaalde krachtens artikel 2.6, tweede lid, van de wet in acht genomen.
Behoudens in gevallen waarin sprake is van een inrichting type B als bedoeld in artikel 1.2 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, kan voor de duur van tien jaar worden afgeweken van paragraaf 3.2.3 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer voor het in werking hebben van een mini windturbine op de inrichting of op het terrein behorende bij de inrichting.
De geluidbelasting door mini windturbines op de dichtstbijzijnde gevel van een geluidgevoelige bestemming is niet groter dan 47 db Lden, te bepalen overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.
Ten behoeve van het bouwen van een eco iglo in de gemeente Leeuwarden kan voor de duur van tien jaar worden afgeweken van de artikelen 2.129, 2.130, 3.22, 3.23, 3.41, eerste lid, 6.11, eerste lid, 6.13, 6.14 en 5.2, eerste en tweede lid, van het Bouwbesluit 2012.
Dit artikel is van toepassing binnen het grondgebied van de gemeente Leeuwarden.
Het verbod, gesteld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt voor de duur van tien jaar niet voor het bouwen van een zuigercompressor-windturbinecombinatie met ten hoogste 400 kg ammoniak als koudemiddel:
- a.
op of in directe nabijheid van een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het houden van melkrundvee, of
- b.
met als doel (drink)water te winnen uit de lucht.
Behoudens in gevallen waarin sprake is van een inrichting type B als bedoeld in artikel 1.2 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, blijft paragraaf 3.2.3 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer voor de duur van tien jaar buiten toepassing voor het in werking hebben van een zuigercompressor-windturbinecombinatie op de inrichting of in de directe nabijheid daarvan.
Voor een omgevingsvergunning die ten behoeve van het bevorderen van duurzame en innovatieve toepassingen in het gebied Strijp-S in de gemeente Eindhoven met toepassing van artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend, is in afwijking van artikel 5.18, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht de termijn, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ten hoogste vijftien jaar.
In het gebied Strijp-S in de gemeente Eindhoven is op de aanvraag om een omgevingsvergunning waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van die wet niet van toepassing.
Ten behoeve van:
- a.
Stationsgebied Utrecht zoals aangegeven op de kaart in bijlage 7,
- b.
Gebiedsgericht grondwaterbeheer Tilburg zoals aangegeven op de kaart in bijlage 23,
- c.
Strijp-S in de gemeente Eindhoven zoals aangegeven op de kaart in bijlage 14,
- d.
de uitvoering van de «Visie op de ondergrond» van de gemeente Zwolle zoals aangegeven op de kaart in bijlage 15,
kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van gebiedsgericht bodembeheer of grondwaterbeheer voor de duur van ten hoogste vijftien jaar besluiten tot afwijking van de artikelen:
- 1°.
- 2°.
13 en 27 van de Wet bodembescherming voor zover de bodem is of wordt verontreinigd of aangetast door één of meerdere bemalingen die ten behoeve van bouw-, sloop- of onderzoekswerkzaamheden worden uitgevoerd of die het gevolg zijn van de onttrekking of infiltratie van grondwater door één of meerdere warmte koude opslagsystemen,
- 3°.
28, 29, 37, 38, 39, tweede lid, 39b, 40, 42 en 88 van de Wet bodembescherming,
voor zover die afwijking geen gevaar voor de gezondheid van mens of dier oplevert. Artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer is niet van toepassing op de besluiten met betrekking tot de bodem ten aanzien van deze gebieden.
Voor woningen die worden gebouwd in het project De Mars in Zutphen geldt, in afwijking van tabel 5.1 bij artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012, als grenswaarde voor de energieprestatiecoëfficiënt, 75 procent van de op grond van die tabel geldende grenswaarde.
Dit artikel is voor de duur van ten hoogste vijftien jaar vanaf het tijdstip van zijn inwerkingtreding van toepassing op de bouw van gebouwen in het nieuwbouwproject Nieuwveense landen in de gemeente Meppel.
In afwijking van artikel 5.3, tweede en derde lid, van het Bouwbesluit 2012 geldt voor een constructie als bedoeld in die leden een weerstand van ten minste 4,5 m2 • K/W, voor zover die waarde hoger is dan de waarde bedoeld in die leden.
Het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan de aanvrager verplichten om een ventilatieprestatiekeuring over te leggen. De ventilatieprestatiekeuring wordt opgesteld overeenkomstig BRL8010.
In afwijking van artikel 5.3, vierde lid, van het Bouwbesluit 2012 geldt voor ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen als bedoeld in dat lid een warmtecoëfficiënt van ten hoogste 2,0 W/m2 • K, voor zover die waarde lager is dan de waarde genoemd in dat lid. Voor vensterglas geldt een U-waarde van ten hoogste 0,9.
Artikel 5.6 van het Bouwbesluit 2012 wordt als volgt gelezen: «Bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing.»
Op de drijvende autarkische recreatiebungalow die wordt gebouwd naast de camping «De Kleine Wielen», De Groene Ster 14 te Leeuwarden, zijn voor de duur van ten hoogste vijf jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel de artikelen 5.2, 6.11 tot en met 6.14 en 6.16 van het Bouwbesluit 2012 niet van toepassing.
In de gemeente Almere zijn voor de duur van vijf jaar voor te bouwen grondgebonden woonfuncties in particulier opdrachtgeverschap als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening de artikelen 2.129, 2.130, 3.20, 3.21, 3.23, 3.28, 3.29, 3.30, 3.31, 3.32, 3.33, 3.34, 3.41, 3.42, 3.43, 3.62, 3.63, 3.68, 3.69, 3.70, 3.74, 3.75, 4.8, 4.9, 4.10, 4.11, 4.17, 4.18, 4.19, 4.21, 4.22, 4.23, 4.24, 4.25, 4.26, 4.27, 4.28, 4.37, 4.38, 4.39, 6.7, 6.8, 6.9, 6.10, 6.11, 6.12, 6.13, 6.14, 6.15, 6.16, 6.17 en 6.18 van het Bouwbesluit 2012 niet van toepassing.
Dit artikel is voor de duur van tien jaar van toepassing op de op het Bedrijventerrein Newtonpark IV in de gemeente Leeuwarden gelegen experimenteerinrichting, gesitueerd op het perceel met de kavelaanduidingen 11, 12 en 13 binnen de percelen, kadastraal bekend: Leeuwarden HzmE 2008, Leeuwarden HzmE 1714 en Leeuwarden HzmE 1692.
De experimenteerinrichting wordt in afwijking van artikel 1.1, vierde lid, tweede volzin, van de Wet milieubeheer aangemerkt als een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
De artikelen 2.4, tweede lid, en 2.14, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn niet van toepassing.
Het bepaalde krachtens artikel 2.8 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is niet van toepassing voor zover dat een omschrijving van de activiteiten of mogelijke maatregelen vereist.
In de jaarlijkse voortgangsrapportage over de uitvoering van de wet geeft Onze Minister, indien daartoe aanleiding bestaat, aan in hoeverre afwijkingen bij wege van experiment van het bepaalde bij of krachtens de betrokken in artikel 2.4, eerste lid, van de wet genoemde wetten aan haar doel beantwoorden en of de overeenkomstig artikel 2.4, derde lid, van de wet vastgestelde ten hoogste toegestane tijdsduur van die afwijkingen aanpassing behoeft.
Het eerste lid is niet van toepassing op het experiment duurzaam stortbeheer, bedoeld in artikel 17b, eerste lid.
Als categorieën andere projecten van maatschappelijke betekenis als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, onderdeel b, van de wet worden aangewezen:
- a.
onderwijsgebouwen;
- b.
ziekenhuizen en verpleeghuizen;
- c.
verzorgingstehuizen;
- d.
psychiatrische inrichtingen;
- e.
medische centra;
- f.
poliklinieken, en
- g.
medische kleuterdagverblijven.
Indien een project als bedoeld in het eerste lid tevens voorziet in een beperkte mate van woningbouw, doet dat geen afbreuk aan de kwalificatie van het project als project van maatschappelijke betekenis als bedoeld in dat lid.
Als lokaal project met nationale betekenis als bedoeld in artikel 2.18 juncto artikel 2.19 van de wet worden aangewezen:
- a.
FlorijnAs te Assen, omvattende de gebieden Stadsboulevard, het Stadsbedrijvenpark, het Havenkwartier, de Blauwe As 2e fase, het Stationsgebied, Assen-Zuid en het Nationaal landschap Drentsche Aa ten oosten van de stad zoals aangegeven op de kaart in bijlage 5;
- b.
Rotterdam Central District omvattende de projecten Schiekadeblok, Weenapoint, Kruispleingarage, Delftseplein, OV Terminal, Conradstraat, Calypso zoals aangegeven op de kaart in bijlage 6, en
- c.
Stationsgebied Utrecht omvattende gebied 1 (Vredenburg-Catharijnesingel, Smakkelaarsveld/Nieuwe Stationsstraat, OV-terminal, Knoopkazerne, Van Sijpesteijnkwartier, Kop Jaarbeursterrein) en gebied 2 (Jaarbeurskwartier inclusief parkeerterrein en parkeergarage overzijde Merwedekanaal, Lombokplein en Paardenveld) zoals aangegeven op de kaart in bijlage 7.
Onder besluiten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet worden in ieder geval niet verstaan besluiten omtrent planschade en nadeelcompensatie.
Indien afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de wet op een besluit van toepassing is, wordt dit bij het besluit en bij de bekendmaking of mededeling van het besluit vermeld.
Indien tegen het besluit beroep openstaat, wordt bij het besluit en bij de bekendmaking van het besluit voorts vermeld dat:
- a.
de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen, en
- b.
deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld.
Indien afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de wet van toepassing is op het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank, wordt dit in de uitspraak vermeld.
De uitspraak vermeldt voorts dat:
- a.
de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen, en
- b.
deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld.
Wijzigt de Crisis- en herstelwet.
Wijzigt het Besluit geluidhinder.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.