U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-07-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0027932

Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 juli 2010, nr. BJZ2010018765, tot aanwijzing van consumenten- en theatervuurwerk (Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk)Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerkDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op richtlijn nr. 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154), artikel 9.2.2.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, artikel 1.1.1 en artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit;

Besluit:

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag13 juli 2010De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.C.Huizinga-Heringa

In deze regeling wordt verstaan onder:

bijlage: bij deze regeling behorende bijlage;

burstlading: pyrotechnische stoffen of preparaten welke zijn bedoeld om het vuurwerk open te rijten en de effectlading te verspreiden en zo nodig te ontsteken;

compartiment: afgesloten deel van vuurwerk dat een of meer pyrotechnische units bevat;

effectlading: pyrotechnische stoffen of preparaten, anders dan een voortdrijvende lading of een burstlading, welke na ontsteking een geluid- of lichteffect veroorzaakt;

indoortheatervuurwerk: theatervuurwerk dat geschikt is voor de realisatie van pyrotechnische speciale effecten in besloten ruimten;

knallading:: pyrotechnische stoffen of preparaten met een knal als beoogd effect;

lanceerbuis: voorwerp dat uitsluitend is geproduceerd om vuurwerk de lucht in te schieten;

lont: onderdeel van het vuurwerk waardoor de gebruiker in staat wordt gesteld het vuurwerk tot ontbranding te brengen;

pyrotechnische stoffen of preparaten: explosieve stoffen of explosieve mengsels van stoffen, die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;

pyrotechnische unit: discrete eenheid die deel uitmaakt van het vuurwerk die, bij functioneren, brandt of explodeert om een visueel- of geluidseffect te geven;

sterren: delen of onderdelen van pyrotechnische voorwerpen in vaste vorm in de vorm van een bol, cilinder of korrel die bij verbranding een lichtspoor of een spoor van vonken veroorzaken;

vonken: hete deeltjes die een kortstondig lichteffect veroorzaken;

voortdrijvende lading: pyrotechnische stoffen of preparaten die na ontsteking een gas produceren waarmee pyrotechnische units of het vuurwerk als geheel wordt voortgedreven zonder het vuurwerk uiteen te rijten;

zwart buskruit: mengsel bestaande uit houtskool en natriumnitraat of kaliumnitraat met of zonder zwavel, met een maximale verontreiniging van 3% van de hoeveelheid mengsel.

Als fop- en schertsvuurwerk wordt aangewezen vuurwerk dat behoort tot een in bijlage II genoemde categorie en voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, onder a, b en d, bedoelde eisen.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.