U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-08-2013.

Ministeriële regeling · BWBR0027945

Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi

Wijzigingen Officiële bron
Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxiRegeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxiDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen artikel 22, eerste en derde lid, 23, derde lid, en 24 van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,C.M.P.S.Eurlings

In deze regeling wordt verstaan onder:

De boordcomputer stelt in de operationele modus, werkingsniveau taxivervoer, ten behoeve van het afdrukken van een ritbewijs ten minste de volgende gegevens, inclusief een korte aanduiding van het gegeven, ter beschikking:

De fabrikant stelt de Dienst Wegverkeer onverwijld in kennis van de voorgenomen of reeds uitgevoerde wijzigingen ten aanzien van de boordcomputer.

Een typegoedkeuring voor een boordcomputer vervalt van rechtswege zodra voor de registratie, verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe boordcomputers zwaardere eisen van kracht worden, tenzij:

Met een boordcomputer als bedoeld in deze regeling wordt gelijkgesteld een boordcomputer die rechtmatig is vervaardigd of in de handel is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is vervaardigd in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die voldoet aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

De Regeling boordcomputer taxi wordt ingetrokken.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2010.

Deze bijlage is een beveiligingsprofiel (Protection Profile) voor de voertuigcomponenten van de boordcomputer in overeenstemming met de Common Criteria versie 3.1. Het beveiligingsprofiel geeft een beschrijving van het door de boordcomputer te implementeren beleid, de te realiseren beveiligingsdoelstellingen, en de te behalen beveiligingseisen, alsmede het vereiste garantieniveau voor de boordcomputer, zoals afgeleid is bij een eerdere afhankelijkheids- en kwetsbaarheidsanalyse.

Dit beveiligingsprofiel voor de boordcomputer is opgesteld voor de Inspectie Verkeer en Waterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Dit document is het ‘Beveiligingsprofiel Boordcomputer Taxi’ (PP-BCT) versie 1.3, 9 februari 2010.

Dit beveiligingsprofiel voldoet aan Common Criteria versie 3.1 Revisie 2. Hoewel de ‘International English’ versie is gebruikt voor het ontwikkelen van dit beveiligingsprofiel, is (met toestemming van het certificeringsschema) dit profiel in het Nederlands.

Dit beveiligingsprofiel:

Dit document volgt de naamgeving en notaties voor beveiligingsprofielen volgens de Common Criteria standaard. Er zijn unieke labels toegewezen aan entiteiten zodat deze gemakkelijk terug te vinden zijn. De labels beginnen met één van de onderstaande karakters:

De TOE wordt getoetst conform het normenkader van Common Criteria for Information Technology Security Evaluation, versie 3.1, revisie 2, September 2007.

De TOE ondersteunt de volgende standaarden wanneer cryptografische bewerkingen dienen te worden uitgevoerd:

De TOE is een controleapparaat bedoeld voor installatie in auto’s gebruikt voor taxivervoer. Het doel is om handhavingprocessen te helpen uitvoeren door de elektronische registratie van de ritadministratie en de arbeids-, rij- en rusttijden en het op aanvraag ter beschikking stellen van deze informatie aan bevoegde personen ter controle.

De TOE kent vier werkingsmodi, te weten: operationele modus, controle modus, activering/keuringsmodus en bedrijfsmodus. De operationele modus kent drie werkingsniveaus: basis, arbeidstijd en taxivervoer. Wanneer taxivervoer wordt aangeboden of arbeidstijd plaatsheeft, selecteert de bestuurder handmatig het corresponderende werkingsniveau. In de operationele modus, werkingsniveau arbeidstijd of taxivervoer, worden gegevens geregistreerd over de uitgevoerde taxiritten en de arbeids-, rij-, en rusttijden van de bestuurder. De aanvang en het beëindigen van een rit wordt door een actieve bedieningshandeling van de bestuurder bij de TOE kenbaar gemaakt. Hierbij dient de beladingtoestand (beladen/onbeladen) te worden aangegeven.

Daarnaast draagt de TOE in alle modi zorg voor het beschikbaar stellen van de basisgegevens tijd en afgelegde afstand, en de positie van het voertuig. In het werkingsniveau basis wordt ook de registratie van gebeurtenissen gevoerd. In de operationele modus is het werkingsniveau basis een apart werkingsniveau. In de overige modi integreert de TOE de basis functionaliteit met de overige functionaliteit van de betreffende modus.

De TOE bestaat ten minste uit een verwerkingseenheid, een geheugen, een tijdklok, een ISO 7816 kaartinterface, een ISO 7810 ID-000 kaartinterface ten behoeve van de systeemkaart, een positiebepalingssensor of een interface voor de positiebepalingssensor, een verplaatsingsopnemer, een interface voor de bewegingsopnemer, een gegevensoverbrengingsinterface, een interface voor de taxameter, een leesvenster en voorzieningen voor de invoer van gebruikersgegevens.

De TOE kan door middel van additionele verbindingen aan andere inrichtingen worden gekoppeld, of daarmee geïntegreerd worden.

Toegang tot de TOE wordt verleend door middel van een boordcomputerkaart met PIN-code en voorzien van een (authenticatie)certificaat. Er worden vier gebruikersrollen voorzien, te weten bestuurder, toezichthouder, werkplaats en vervoerder. De omschakeling tussen werkingsmodi gebeurt door het plaatsen van de correcte boordcomputerkaart in de TOE. Er worden vier verschillende kaarten onderscheiden, te weten: chauffeurskaart, inspectiekaart, keuringskaart en ondernemerskaart. Boordcomputerkaarten maken geen onderdeel uit van de TOE.

Bij aanvang van de dienst dient een chauffeurskaart in de TOE te zijn geplaatst. De bestuurder meldt zich aan met de chauffeurskaart en een persoonlijk identificatie code (PIN-code). De TOE registreert de persoonlijke arbeids-, rij- en rusttijden van de bestuurder en slaat deze op in het interne geheugen van de TOE en op de chauffeurskaart.

In voorkomende gevallen heeft een chauffeur geen kaart en dan dient hij zijn burgerservicenummer in te voeren. Dit burgerservicenummer dient alleen voor identificatie, en wordt door de TOE verder niet gecontroleerd.

De boordcomputerkaarten voor de bestuurder zijn voorzien van een certificaat voor het elektronisch identificeren van de persoon en het ondertekenen van geregistreerde gegevens.

De TOE gebruikt een systeemkaart welke is voorzien van certificaten voor identificatie van de TOE en het plaatsen van elektronische handtekeningen. Het certificaat ten behoeve van de TOE wordt in de productiefase in de vorm van de systeemkaart geïmplementeerd in de TOE. Deze certificaten worden uitgegeven onder verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Waterstaat. Systeemkaarten zijn geen onderdeel van de TOE.

De TOE voert gegevens uit naar een leesvenster en kan gegevens ter beschikking stellen ten behoeve van een externe printer en externe inrichtingen.

De operationele omgeving van de TOE geïnstalleerd in de auto is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 1

De systeemkaart plaatst een elektronische handtekening (EH) per uitgevoerde rit over alle ritgegevens terstond nadat de bestuurder heeft aangegeven dat de rit teneinde is.

De chauffeurskaart plaatst een elektronische handtekening bij het einde van de dienst van de bestuurder over de arbeids-, rij- en rusttijden van de bestuurder gedurende de dienst. Hiervoor wordt het persoonsgebonden certificaat van de chauffeurkaart gebruikt waarbij de bestuurder vooraf zijn goedkeuring verleent door het ingeven van de PIN-code van de chauffeurskaart.

De systeemkaart plaatst een elektronische handtekening over de geregistreerde gegevens wanneer deze worden opgeslagen en wanneer deze worden uitgevoerd naar een externe gegevensdrager.

De koppeling van bestuurder aan de geregistreerde gegevens en de waarborging van de integriteit en authenticiteit van de gegevens wordt in onderstaande figuur geïllustreerd:

Figuur 2

De typische levenscyclus van een TOE wordt geïllustreerd door onderstaande figuur. Het verkrijgen van een typegoedkeuring is een verantwoordelijkheid van de fabrikant. Eventuele reparaties worden uitgevoerd door, of onder verantwoordelijkheid van, de fabrikant. Installatie van eventuele nieuwere versies van programmatuur (software updates), mogen door erkende werkplaatsen worden uitgevoerd gedurende een periodieke controle.

Figuur 3

Voor de TOE zijn de volgende types van entiteiten (subjecten en objecten) relevant:

S.BEWEGINGSOPNEMER

Het instrument, of een deel ervan, gekoppeld aan de TOE dat een signaal in de vorm van een impuls afgeeft over de beweging van de auto op basis waarvan de TOE de afgelegde afstand van de auto kan bepalen.

S.POSITIEBEPALINGSSENSOR

Het instrument, of een deel ervan, gekoppeld aan de TOE dat een signaal afgeeft aan de TOE over de locatie van de auto op basis van verkregen informatie van een satelliet positiebepalingsysteem.

S.BOORDCOMPUTERKAART

De geheugenkaart met chip voor gebruik in de TOE waarmee de TOE de identiteit van de kaarthouder kan vaststellen en waarop gegevens kunnen worden opgeslagen.

S.SYSTEEMKAART

De geheugenkaart met chip die de TOE in staat stelt een elektronische handtekening te plaatsen.

S.PRINTER

Een externe inrichting waaraan gegevens beschikbaar kunnen worden gesteld voor het afdrukken op papier.

S.TAXAMETER

De geijkte externe inrichting voor het bepalen van de ritprijs op basis van een tarievenstructuur.

S.HANDHAVINGSMIDDELEN

Fysiek aan de TOE gekoppelde hulpmiddelen t.b.v. toezichthouders voor het uitlezen en verwerken van gegevens.

S.KALIBRATIEMIDDELEN

Fysiek aan de TOE gekoppelde hulpmiddelen t.b.v. een erkende werkplaats voor het ijken, kalibreren en activeren van de TOE.

S.BEDRIJFSMIDDELEN

Fysiek aan de TOE gekoppelde hulpmiddelen t.b.v. de vervoerder voor de overdracht van gegevens naar de bedrijfsadministratie.

S.CHAUFFEURSKAART

Een aan de bestuurder afgegeven boordcomputerkaart waarmee de boordcomputer de identiteit van de desbetreffende bestuurder kan vaststellen, een elektronische handtekening kan plaatsen, en waarmee de operationele modus van de TOE kan worden geactiveerd.

S.INSPECTIEKAART

Een aan de met het toezicht op de naleving belaste persoon afgegeven boordcomputerkaart die de desbetreffende persoon identificeert en waarmee de controlemodus van de boordcomputer kan worden geactiveerd.

S.KEURINGSKAART

Een aan een erkende werkplaats afgegeven boordcomputerkaart die de desbetreffende werkplaats identificeert en waarmee de activerings- en keuringsmodus van de boordcomputer kan worden geactiveerd.

S.ONDERNEMERSKAART

Een aan een vervoerder afgegeven boordcomputerkaart die de desbetreffende vervoerder identificeert en waarmee de bedrijfsmodus van de boordcomputer kan worden geactiveerd.

O.BASISGEGEVENS

De tijd, afgelegde afstand en gegevens betreffende verplaatsing zoals bijgehouden door de TOE.

O.ARBEIDSTIJDGEGEVENS

De arbeids-, rij- en rusttijden gegevens van de bestuurder zijnde de rijtijd, pauze en andere werkzaamheden dan rijden geregistreerd door de TOE.

O.RITGEGEVENS

De gegevens per individuele rit bestaande uit ten minste de begin- en eindlocatie, de begin- en einddatum en tijd, afgelegde afstand, de ritprijs, de beladingstoestand en identiteit van de bestuurder geregistreerd door de TOE.

O.BEDRIJFSGEGEVENS

Gegevens over de vervoerder zoals zijn vastgelegd op de TOE.

O.KAARTHOUDERGEGEVENS

Gegevens opgeslagen op de boordcomputerkaart ingebracht in de TOE.

O.POSITIEGEGEVENS

Gegevens betreffende de locatie van de auto die door de S.POSITIEBEPALINGSSENSOR aan de TOE worden aangeleverd.

O.BEWEGINGSGEGEVENS

Gegevens betreffende snelheid en afgelegde afstand die door S.BEWEGINGSOPNEMER of S.POSITIEBEPALINGSSENSOR aan de TOE worden aangeleverd.

O.GEBEURTENISGEGEVENS

Gegevens geregistreerd door de TOE met betrekking tot routinematige en uitzonderlijke gebeurtenissen op basis waarvan analyses mogelijk zijn en de verantwoordelijke gebruiker of proces kan worden bepaald.

O.SYSTEEMGEGEVENS

Specifieke gegevens ter ondersteuning of noodzakelijk voor het functioneren van de TOE of voor identificatie en instellingen van de TOE functies.

De TOE (Target of Evaluation) is de selectie van hardware en software en bijbehorende handleidingen die uiteindelijk wordt geëvalueerd. De TOE moet alle functionaliteit omvatten die nodig is om aan de eisen in dit profiel te voldoen, maar mag daarnaast ook andere zaken bevatten, zoals bijvoorbeeld een routeplanningsapplicatie.

De minimale omvang van de TOE wordt schematisch weergegeven in onderstaande figuur:

Figuur 4

Alle onderdelen die in deze afbeelding binnen de grijze omheining worden weergegeven moeten onderdeel zijn van de TOE. Dus bijvoorbeeld de (voertuig) sensor voor bewegingsgegevens (bewegingsopnemer) en de positiebepalingssensor (GNSS) hoeven geen deel uit te maken van de TOE maar de aansluiting van deze sensoren weer wel

Andere zaken die in deze figuur zijn weergegeven (zoals de taxameter en de printer), mogen onderdeel zijn van de TOE, hoewel dit niet altijd praktisch is. Ook extra software en hardware die niet in deze figuur zijn weergegeven (zoals de bovengenoemde routeplanningsapplicatie) mogen deel uitmaken van de TOE.

Daarnaast is het toegestaan om extra hardware of software binnen de fysieke behuizing van de TOE op te nemen, zonder dat deze hardware of software meteen onderdeel worden van de TOE. Het is echter niet toegestaan om tijdens de evaluatie van de TOE aan te nemen dat deze extra hardware of software vertrouwd of goedaardig is: de evaluatie van de TOE dient ondubbelzinnig aan te tonen dat de TOE nog steeds voldoet aan dit Beschermingsprofiel als deze opgenomen hardware of software niet vertrouwd of goedaardig is.

P.VASTLEGGEN

De TOE legt de volgende gegevens vast, afhankelijk van de werkingsmodus en het actieve werkingsniveau:

P.BEWAREN_EN_BORGEN

De TOE bewaart de vastgelegde gegevens zodat:

P.ACTIES

De TOE kan de volgende acties uitvoeren, afhankelijk van de werkingsmodus, het actieve werkingsniveau en de ingebrachte boordcomputerkaart:

P.UITVOEREN_GEGEVENS

De TOE kan de geregistreerde gegevens uitvoeren, afhankelijk van de ingebrachte boordcomputerkaart:

P.DEACTIVERING

De TOE kan met behulp van een keuringskaart worden gedeactiveerd. Alle gegevens opgeslagen op de TOE tijdens de deactivering worden overgebracht naar een externe gegevensdrager met uitzondering van positiegegevens. Positiegegevens kunnen alleen worden overgebracht naar externe gegevensdrager(s) of externe inrichtingen als er tijdens P.DEACTIVERING op de TOE wordt aangemeld met achtereenvolgens S.KEURINGSKAART als S.INSPECTIEKAART.

A.BEDIENING

Er wordt verondersteld dat de bestuurder van de auto de TOE juist bedient en correct het werkingsniveau, de beladingtoestand en het moment van aanvang en beëindiging van een rit selecteert.

A.SENSOREN

Er wordt verondersteld dat de gegevens aangeboden op de sensorinterface(s) correct zijn.

A.SYSTEEMKAART

Er wordt verondersteld dat de systeemkaart

A.BOORDCOMPUTERKAART

Er wordt verondersteld dat een ingebrachte boordcomputerkaart

A.BOORDCOMPUTERKAARTHOUDER

Er wordt verondersteld dat boordcomputerkaarthouders hun boordcomputerkaart niet aan derden uitreiken en hun PIN-code geheim houden.

A.PRINTER

Er wordt verondersteld dat gegevens die worden aangeboden ten behoeve van een aangesloten printer, correct worden afgedrukt door die printer.

A. VOOR_ACTIVERING

De TOE wordt in inactieve toestand geleverd aan voertuigfabrikanten, installateurs en/of erkende werkplaatsen. Deze zullen de TOE installeren waarna een erkende werkplaats de TOE zal kalibreren en vervolgens activeren.

Voertuigfabrikanten, installateurs en/of erkende werkplaatsen zullen de integriteit van de TOE beschermen totdat de TOE is geactiveerd.

OT.AUDIT

De TOE legt beveiligingsrelevante gebeurtenisgegevens vast en toont deze op het beeldscherm.

OT.AUTHENTICATIE_BOORDCOMPUTERKAART

De TOE zal een ingebrachte boordcomputerkaart authenticeren door middel van zowel:

OT.VASTLEGGEN

De TOE legt gegevens vast volgens de regels van P.VASTLEGGEN en zodanig dat de geregistreerde gegevens een correcte afspiegeling zijn van de waarden aangeboden op de sensorinterface(s).

OT.KOPPELEN_AAN_SYSTEEMKAART

De TOE zal gegevens die geregistreerd dienen te worden aan de systeemkaart aanbieden ter ondertekening met een elektronische handtekening.

OT.KOPPELEN_AAN_BOORDCOMPUTERKAART

De TOE zal arbeids-, rij- en rusttijden van de bestuurder die geregistreerd dienen te worden, aan de chauffeurskaart aanbieden ter ondertekening met een elektronische handtekening.

OT.OPSLAAN

De TOE zal gegevens die geregistreerd dienen te worden opslaan. De gegevens zullen gezamenlijk worden opgeslagen met de elektronische handtekeningen over deze gegevens.

OT.UITVOEREN_GEGEVENS

De TOE kan geregistreerde gegevens uitvoeren volgens de regels van P.UITVOEREN_GEGEVENS. Tenzij gegevens worden uitgevoerd naar printer of leesvenster worden de bij de gegevens opgeslagen elektronische handtekeningen eveneens uitgevoerd.

OT.FYSIEKE_BEVEILIGING

De TOE biedt fysieke weerstand zodanig dat het openmaken van de TOE in een laboratorium kan worden vastgesteld.

OT.BEWAKING_INTEGRITEIT

De TOE zal de integriteit van de gegevens ten minste bewaken door:

OE.VOOR_ACTIVERING

De TOE wordt in inactieve toestand geleverd aan voertuigfabrikanten, installateurs en/of erkende werkplaatsen. Deze zullen de TOE installeren waarna een erkende werkplaats de TOE zal kalibreren en vervolgens activeren.

Voertuigfabrikanten, installateurs en/of erkende werkplaatsen zullen de integriteit van de TOE beschermen totdat de TOE is geactiveerd.

OE.SENSOREN

De omgeving van de TOE dient ervoor zorg te dragen dat de gegevens die worden aangeboden op de sensorinterface(s) correct zijn. Dit kan bijvoorbeeld door:

OE.PRINTER

De omgeving van de TOE dient ervoor zorg te dragen dat de gegevens die worden aangeboden door de TOE aan de printer correct worden afgedrukt. Dit kan bijvoorbeeld door:

OE.BEDIENING

De omgeving van de TOE dient ervoor zorg te dragen dat de bestuurder van de auto correct gebruik maakt van de mogelijkheden om het werkingsniveau, de beladingtoestand, het begin en einde van een rit en de aanvang en einde van de dienst te selecteren. Dit kan bijvoorbeeld door:

OE.SYSTEEMKAART

De omgeving van de TOE dient een systeemkaart te bevatten die:

OE.BOORDCOMPUTERKAART

De omgeving van de TOE dient boordcomputerkaarten te bevatten die:

OE.BOORDCOMPUTERKAARTHOUDER

Boordcomputerkaarthouders dienen hun boordcomputerkaart niet aan derden uit te reiken en hun PIN-code geheim te houden. Bestuurders mogen maar één geldige chauffeurskaart in hun bezit hebben.

OE.DEACTIVERING

De TOE wordt buiten gebruik gesteld (deactivering) door erkende werkplaatsen. De opgeslagen gegevens worden hierbij verwijderd met uitzondering van O.SYSTEEMGEGEVENS en O.POSITIEGEGEVENS.

De functionele beveiligingseisen zijn verdeeld in een aantal functionele groepen. Iedere groep bevat één of meer onderling samenhangende eisen. De groepen zijn:

FMT_SMR.2 Restricties op gebruikersrollen

FMT_SMR.2.1 De TSF kent de volgende gebruikersrollen:

FMT_SMR.2.2 De TSF kan rollen met gebruikers associëren

FMT_SMR.2.3 De TSF zal de volgende regels afdwingen:

FIA_UID.1 Tijd van identificatie (Boordcomputerkaarten)

FIA_UID.1.1 De TSF staat het registreren van de O.POSITIEGEGEVENS, en O.GEBEURTENISGEGEVENS namens de gebruikersrol ONBEKEND toe, voordat een gebruiker is geïdentificeerd.

FIA_UID.1.2 De TSF eist dat S.CHAUFFEURSKAART, S.INSPECTIEKAART, S.KEURINGSKAART, en S.ONDERNEMERSKAART succesvol zijn geïdentificeerd op basis van de identiteit weergegeven in het certificaat op die boordcomputerkaart, alvorens andere handelingen te verrichten namens de desbetreffende gebruiker.

FIA_UAU.1 Tijd van authenticatie (Boordcomputerkaarten)

FIA_UAU.1.1 De TSF staat het registreren van de O.BASISGEGEVENS, O.ARBEIDSTIJDGEGEVENS, O.RITGEGEVENS, O.POSITIEGEGEVENS, O.BEWEGINGSGEGEVENS en O.GEBEURTENISGEGEVENS namens de gebruikersrol ONBEKEND toe, voordat een gebruiker is geauthenticeerd.

FIA_UAU.1.2 De TSF eist dat S.CHAUFFEURSKAART, S.INSPECTIEKAART, S.KEURINGSKAART en S.ONDERNEMERSKAART succesvol zijn geauthenticeerd op basis van:

FIA_AFL.1 Falen van authenticatie (FIA_AFL)

FIA_AFL.1.1 De TSF detecteert wanneer vijf (5) opeenvolgende niet-succesvolle authenticatiepogingen plaatsvinden gerelateerd aan het authenticeren van dezelfde S.CHAUFFEURSKAART, S.INSPECTIEKAART, S.KEURINGSKAART of S.ONDERNEMERSKAART

FIA_AFL.1.2 Als er vijf (5) opeenvolgende niet-succesvolle authenticatiepogingen zijn gedetecteerd, dan zal de TSF:

FIA_UAU.6 Herauthenticeren

FIA_UAU.6.1 De TSF zal S.CHAUFFEURSKAART, S.INSPECTIEKAART, S.KEURINGSKAART en S.ONDERNEMERSKAART herauthenticeren onder de volgende condities:

FTA_SSL.2 Blokkeren van een sessie op initiatief van een gebruiker

FTA_SSL.2.1 De TSF zal S.BOORDCOMPUTERKAART toestaan een sessie te blokkeren door het uitnemen van S.BOORDCOMPUTERKAART zonder dat is aangegeven dat de sessie van de gebruiker is beëindigd en als de auto zich in de toestand stilstaan bevindt door middel van:

FTA_SSL.2.2 De TSF eist dat de volgende handelingen plaatsvinden alvorens de blokkering op te heffen:

FTA_SSL.3 Automatisch beëindigen van een sessie

FTA_SSL.3.1 De TSF beëindigt een kaartsessie:

FIA_UID.2 Identificatie voor enige actie (Systeemkaart)

FIA_UID.2.1 De TSF identificeert S.SYSTEEMKAART op basis van de identiteit weergegeven in het machine-gebonden certificaat zoals vastgelegd op de systeemkaart verbonden met de TOE, alvorens handelingen te verrichten namens S.SYSTEEMKAART.

FIA_UID.2 Identificatie voor enige actie (Overigen)

FIA_UID.2.1 De TSF identificeert S.BEWEGINGSOPNEMER, S.POSITIEBEPALINGSSENSOR, S.PRINTER, S.TAXAMETER, S.HANDHAVINGSMIDDELEN, S.KALIBRATIEMIDDELEN EN S.BEDRIJFSMIDDELEN op basis van hun aanwezigheid op de daarvoor bestemde interface, alvorens handelingen te verrichten namens de desbetreffende subjecten.

FDP_ACC.2 Volledige toegangscontrole

FDP_ACC.2.1 De TSF dwingt het toepassen van het BCT-toegangsbeleid af voor alle subjecten, alle objecten en alle handelingen4.

FDP_ACC.2.2 De TSF garandeert dat alle verrichtingen tussen een subject gecontroleerd door de TSF en een object gecontroleerd door de TSF zijn onderworpen aan een toegangscontrole SFP.

FDP_ACF.1 Toegangscontrole op basis van attributen

FDP_ACF.1.1 De TSF dwingt het toepassen van het BCT-toegangsbeleid af voor objecten voor alle subjecten en alle objecten.

FDP_ACF.1.2 De TSF dwingt de volgende regels af om te bepalen of een verrichting tussen gecontroleerde subjecten en gecontroleerde objecten is toegestaan:

FDP_ACF.1.3 –7

FDP_ACF.1.4 De TSF zal expliciet toegang van subjecten naar objecten weigeren gebaseerd op de volgende regel:

FDP_ETC.2 Export van gegevens met attributen

FDP_ETC.2.1 De TSF dwingt het gebruik van het BCT-toegangsbeleid af wanneer O.BASISGEGEVENS, O.ARBEIDSTIJDENGEGEVENS, O.RITGEGEVENS, O.POSITIEGEGEVENS, O.BEDRIJFSGEGEVENS, O.GEBEURTENISGEGEVENS en O.SYSTEEMGEGEVENS gegevens worden overgebracht naar externe gegevensdragers of inrichtingen buiten de TSF.

FDP_ETC.2.2 De TSF exporteert gegevens inclusief de bijbehorende elektronische handtekening over deze gegevens, behalve als deze naar S.PRINTER of het leesvenster worden geexporteerd.

FDP_ETC.2.3 De TSF garandeert dat de elektronische handtekening onlosmakelijk is geassocieerd met de geëxporteerde gegevens.

FDP_ETC.2.4 De TSF dwingt de volgende regels af wanneer gegevens worden geëxporteerd van de TSF:

FDP_ITC.1 Import van gegevens zonder attributen

FDP_ITC.1.1 De TSF dwingt het gebruik van het BCT-toegangsbeleid af wanneer gegevens worden ingelezen van S.BOORDCOMPUTERKAARTEN, S.BEWEGINGSOPNEMER, S.POSITIEBEPALINGSSENSOR, S.HANDHAVINGSMIDDELEN, S.KALIBRATIEMIDDELEN, S.BEDRIJFSMIDDELEN of S.TAXAMETER.

FDP_ITC.1.2 De TSF negeert attributen wanneer gegevens worden ingelezen door de TSF.

FDP_ITC.1.3 De TSF dwingt de volgende regels af wanneer gegevens worden ingelezen door de TSF:

FDP_DAU.2 Data authenticatie met identiteit

FDP_DAU.2.1 De TSF kan een bewijs van de validiteit van gegevens genereren als volgt:

FDP_DAU.2.2 De TSF levert S.BOORDCOMPUTERKAART een mogelijkheid om het bewijs van de integriteit en authenticiteit van de gegevens en de identiteit van de gebruiker die de gegevens heeft ondertekend te verifiëren.

FTP_ITC.1 Vertrouwd kanaal tussen TSFs

FTP_ITC.1.1 De TSF levert een communicatiekanaal tussen de TSF en de S.SYSTEEMKAART. Dit communicatiekanaal is gescheiden van andere communicatiekanalen, levert zekere identificatie van de eindpunten, en beschermt de data op het kanaal tegen wijzigen of lekken.

FTP_ITC.1.2 De TSF mag alleen zelf communicatie initiëren over het vertrouwde kanaal.

FTP_ITC.1.3 De TSF zal communicatie initiëren over het vertrouwde kanaal voor het door S.SYSTEEMKAART laten zetten van handtekeningen en het ontvangen van deze handtekeningen.

FCS_COP.1 Cryptografische operaties

FCS_COP.1.1 De TSF zal hash-operaties uitvoeren volgens zowel het SHA-1 en het SHA-256 cryptografische algoritme zoals gedefinieerd in de ISO/IEC 10118-3, FIPS PUB 180-2 en ETSI TS 102 176-1 standaarden.

FAU_GEN.1 Genereren van gebeurtenisgegevens8

FAU_GEN.1.1 De TSF genereert een gebeurtenis record van de volgende gebeurtenissen:

FAU_GEN.1.2 De TSF legt per gebeurtenis ten minste de volgende informatie vast zoals die geldt op het moment van optreden:

als een storing of fout is opgetreden tevens:

als een S.BOORDCOMPUTERKAART is ingebracht in de TSF tevens:

als geen S.BOORDCOMPUTERKAART is ingebracht, maar de gebruiker is geïdentificeerd met een burgerservicenummer:

FAU_ARP.1 Automatische respons op gebeurtenissen

FAU_ARP.1.1 De TSF geeft een waarschuwingsignaal op het leesvenster wanneer een gebeurtenis wordt gedetecteerd.

FAU_STG.1 Bescherming van gebeurtenisgegevens

FAU_STG.1.1 De TSF beschermt de opgeslagen gebeurtenis records in O.GEBEURTENISGEGEVENS tegen ongeautoriseerd verwijderen.

FAU_STG.1.2 De TSF voorkomt ongeautoriseerde aanpassingen in de opgeslagen gebeurtenis records in O.GEBEURTENISGEGEVENS.

FAU_STG.4 Voorkomen van verlies van gebeurtenisgegevens

FAU_STG.4.1 De TSF overschrijft de oudste gebeurtenis records met nieuwere wanneer de opslagcapaciteit voor de O.GEBEURTENISGEGEVENS vol is.

FRU_RSA.2 Maximum en minimum quotas

FRU_RSA.2.1 –11

FRU_RSA.2.2 De TSF garandeert een minimum hoeveelheid opslagcapaciteit voldoende voor 365 dagen van normaal gebruik tegelijkertijd te gebruiken voor:

FPT_STM.1 Tijd

FPT_STM.1.1 De TSF is in staat om betrouwbare tijdsregistraties uit te voeren in de Universal Time Coordinated met een afwijking van ten hoogste één (1) seconde en een resolutie van één (1) seconde of nauwkeuriger.

FPT_PHP.1 Passieve detectie van fysieke aanvallen

FPT_PHP.1.1 De TSF zal een laboratorium in staat stellen om fysieke aanvallen ondubbelzinnig te detecteren12.

FPT_PHP.1.2 De TSF zal het mogelijk maken om te bepalen dat fysieke aanvallen op de TSF, de S.SYSTEEMKAART of de verbinding tussen TSF en de S.SYSTEEMKAART hebben plaatsgevonden.

FPT_TST.1 Testen van de TSF

FPT_TST.1.1 De TSF zal een verzameling zelf-testen doen bij het opstarten om de correcte werking van de TSF te demonstreren.

FPT_TST.1.2 De TSF zal TOEZICHTHOUDER, WERKPLAATS en VERVOERDER de mogelijkheden bieden om de integriteit van de TSF data te verifiëren.

FPT_TST.1.3 De TSF zal TOEZICHTHOUDER, WERKPLAATS en VERVOERDER de mogelijkheden bieden om de integriteit van de TSF uitvoerbare programmatuurcode (executables) te verifiëren.

Voor de typegoedkeuring van de boordcomputer wordt een Common Criteria garantieniveau vereist van ten minste EAL3. Dit niveau analyseert de geclaimde beveiligingsfuncties door middel van een analyse van functionele en interface specificatie, (gebruikers)documentatie en een beschrijving van de architectuur van de boordcomputer. De analyse wordt ondersteund met onafhankelijk testen, verificatie van de testresultaten van de ontwikkelaar een beperkt onderzoek naar zwakheden. Daarnaast worden aspecten van de gebruikte ontwerpmiddelen, configuratiebeheer en leveringsprocedures beschouwd.

In combinatie met een uitgebreid en formeel geëvalueerd beveiligingsprofiel (Protection Profile), een periodiek onderzoek en actieve handhaving, kan aannemelijk worden gemaakt dat goedgekeurde boordcomputers voldoende weerstand zullen bieden tegen de onderkende dreigingen en dat gebrekkig functionerende boordcomputers kunnen worden opgespoord.

Deze sectie bevat een uitleg dat de beveiligingsdoelstellingen het gehele beveiligingsprobleem adresseren. Dit beveiligingsprobleem bestaat uit drie delen:

Deze sectie bevat een uitleg dat de beveiligingsdoelstellingen alle delen van het beveiligingsbeleid implementeren.

P.VASTLEGGEN

Deze wordt direct ondervangen door OT.VASTLEGGEN. Daarnaast vindt indirecte ondersteuning plaats door OT.FYSIEKE_BEVEILIGING.

P.BEWAREN_EN_BORGEN

Het bewaren van de gegevens wordt ondervangen door:

Het detecteren van de wijzigingen in de vastgelegde gegevens wordt ondervangen door:

Het onweerlegbaar koppelen aan de TOE wordt ondervangen door:

Het onweerlegbaar koppelen aan de boordcomputerkaarthouder wordt ondervangen door:

Daarnaast vindt indirecte ondersteuning plaats door OT.FYSIEKE_BEVEILIGING, OT.AUDIT en OT.BEWAKING_INTEGRITEIT.

P.ACTIES

Deze wordt direct ondervangen door OT.AUDIT, OT.UITVOEREN_GEGEVENS, OT.AUTHENTICATIE_BOORDCOMPUTERKAART en OE.BEDIENING. Daarnaast vindt indirecte ondersteuning plaats door OT.FYSIEKE_BEVEILIGING en OT.BEWAKING_INTEGRITEIT.

P.UITVOEREN_GEGEVENS

Deze wordt direct ondervangen door OT.UITVOEREN_GEGEVENS, OT.AUTHENTICATIE_BOORDCOMPUTERKAART en OE.BEDIENING. Daarnaast vindt indirecte ondersteuning plaats door OE.PRINTER.

P.DEACTIVERING

Deze wordt direct ondervangen door OE.DEACTIVERING (voor deactivering en verwijderen gegevens) en OT.UITVOEREN_GEGEVENS (voor wat betreft het uitvoeren van gegevens).

Deze sectie bevat een uitleg dat de beveiligingsdoelstellingen alle aannames implementeren.

A.BEDIENING

Deze wordt direct ondervangen door OE.BEDIENING.

A.SENSOREN

Deze wordt direct ondervangen door OE.SENSOREN.

A.SYSTEEMKAART

Deze wordt direct ondervangen door OE.SYSTEEMKAART.

A.BOORDCOMPUTERKAART

Deze wordt direct ondervangen door OE.BOORDCOMPUTERKAART.

A.BOORDCOMPUTERKAARTHOUDER

Deze wordt direct ondervangen door OE. BOORDCOMPUTERKAARTHOUDER.

A.PRINTER

Deze wordt direct ondervangen door OE.PRINTER.

A. VOOR_ACTIVERING

Deze wordt direct ondervangen door OE.VOOR_ACTIVERING.

OT.AUDIT

Deze wordt gerealiseerd door FAU_GEN.1 wat vastlegt welke gebeurtenisgegevens beveiligingsrelevant zijn, en welke gegevens er daarvoor worden vastgelegd.

Dit wordt ondersteund door:

OT.AUTHENTICATIE_BOORDCOMPUTERKAART

Deze wordt gerealiseerd door FIA_UID.1 (Boordcomputerkaarten) en FIA_UAU.1 (Boordcomputerkaarten) welke de I&A regels voor boordcomputerkaarten geven

Dit wordt ondersteund door:

OT.VASTLEGGEN

Deze wordt gerealiseerd door FDP_ACC.2 en FDP_ACF.1 die de regels van P.VASTLEGGEN implementeren.

Dit wordt ondersteund door:

OT.KOPPELEN_AAN_SYSTEEMKAART

Deze wordt gerealiseerd door FDP_DAU.2 die het zetten van een handtekening implementeert. Dit wordt ondersteund door:

OT.KOPPELEN_AAN_BOORDCOMPUTERKAART

Deze wordt gerealiseerd door FDP_DAU.2 die het zetten van een handtekening implementeert. Dit wordt ondersteund door:

OT.OPSLAAN

Zie OT.VASTLEGGEN, OT.KOPPELEN_AAN_SYSTEEMKAART en OT.KOPPELEN_AAN_BOORDCOMPUTERKAART. Daarnaast wordt dit ondersteund door:

OT.UITVOEREN_GEGEVENS

Deze wordt gerealiseerd door FDP_ACC.2 en FDP_ACF.1 die de regels van P.UITVOEREN_GEGEVENS implementeren. Dit wordt ondersteund door:

OT.FYSIEKE_BEVEILIGING

Deze wordt direct gerealiseerd door FPT_PHP.1.

OT.BEWAKING_INTEGRITEIT

Deze wordt direct gerealiseerd door FPT_TST.1

De volgende afhankelijkheden zijn niet vervuld:

In deze bijlage wordt verstaan onder:

In dit artikel worden de gemeenschappelijke kenmerken beschreven die gelden voor de gegevensleveringen ‘Ritadministratie’, ‘Arbeids-, rij- en rusttijden’, ‘Coördinaten’, ‘Gebeurtenis’, ’Onderzoek’ en ‘Chauffeurskaartdata’.

De overbrengingsinterface die gebruikt wordt voor de gegevensoverbrenging naar een externe gegevensdrager is een USB poort. Er geldt:

De snelheidseis, als beschreven in artikel 2.3, is leidend bij de keuze van USB 1.1 of hoger. Als de snelheidseis van alle gegevensleveringen (‘Ritadministratie’, ‘Arbeids-, rij- en rusttijden’, ‘Coördinaten’, ‘Gebeurtenis’ ’Onderzoek’ en ‘Chauffeurskaartdata’) beschreven in deze bijlage gehaald kan worden met USB 1.1 (12 Mbit/s) dan is USB 1.1 toegestaan, zo niet dan moet USB 2.0 (480 Mbit/s) of hoger gebruikt worden.

Na opvragen van een gegevenslevering moet het corresponderende XML bericht binnen de volgende termijnen beschikbaar zijn op het externe gegevensdrager:

Voor externe opslagmedia moet het bestandssysteem FAT32 ondersteund worden.

De boordcomputer fungeert als host en neemt het initiatief voor gegevensoverdracht naar de externe gegevensdrager.

Om een gegevenslevering tot stand te laten komen, stelt de boordcomputer de houder van een boordcomputerkaart in staat om:

Nadat alle geselecteerde gegevensleveringen succesvol zijn afgerond en de berichten met de gegevens beschikbaar zijn op de externe gegevensdrager, toont de boordcomputer een melding dat de gegevens beschikbaar zijn;

De periode, als bedoeld in artikel 2.6, onderdeel d, bedraagt per levering maximaal 1 jaar, met uitzondering van de gegevenslevering ‘Onderzoek’ die geen maximum periode kent, en de gegevenslevering ‘Chauffeurskaartdata’ die de periode van de arbeids-, rij- en rusttijdendata van de chauffeurskaart overneemt.

De standaardwaarde voor ‘Datumtijd begin periode’ is het tijdstip van opvragen minus 29 kalenderdagen, met uitzondering van de gegevenslevering ‘Onderzoek’, waar ‘Datumtijd begin periode’ standaard leeg is, en de gegevenslevering ‘Chauffeurskaartdata’, waar de standaarwaarde voor ‘Datumtijd begin periode’ overeenkomt met het oudste record op de chauffeurskaart. ‘Datumtijd einde periode’ is standaard leeg. Als bij opvragen van een gegevenslevering ‘Datumtijd begin periode’ leeg, wordt deze gevuld met de datum en het tijdstip van de activering. Is ‘Datumtijd einde periode’ leeg, dan wordt ‘Datumtijd einde periode’ gevuld met de datum en het tijdstip waarop het bericht wordt samengesteld;

In de gegevenslevering ‘Coordinaten’, ‘Gebeurtenis’ en ‘Onderzoek’ worden alle gegevens opgenomen die binnen de opgevraagde periode vallen.

In de gegevenslevering ‘Ritadministratie’, ‘Arbeidstijd’ en ‘Chauffeurskaartdata’ worden alle gegevensets opgenomen die de gevraagde periode, inclusief grenzen, overlappen. In de onderstaande tabel is de selectie voor deze gegevensleveringen verder uitgewerkt. Alle gegevensets worden opgenomen die voldoen aan één van de onderstaande condities:

De tabel kan als volgt gevisualiseerd worden. Alle gegevenssets behalve gegevensset 11 en 12 worden in het bericht opgenomen.

Figuur 1

Aanvragen van een gegevenslevering is een synchrone aanvraag die direct verwerkt moet worden.

Als de boordcomputer bezig is met de verwerking van een aanvraag voor een gegevenslevering, dan is het niet mogelijk om dezelfde gegevenslevering of een andere gegevenslevering aan te vragen zolang de huidige aanvraag niet is afgerond.

Het is wel eenvoudig mogelijk om een aanvraag te onderbreken. Na onderbreken van de huidige aanvraag is een nieuwe aanvraag van een gegevenslevering direct (< 1 seconde wachten) mogelijk.

De overige functies van de boordcomputer blijven functioneren als de boordcomputer bezig is met het verwerken van een aanvraag voor een gegevenslevering ‘Ritadministratie’, ‘Arbeids-, rij- en rusttijden’, ‘Coördinaten’, ‘Gebeurtenis’, ‘Onderzoek’ of ‘Chauffeurskaartdata’.

Overschrijven van een bericht op de externe gegevensdrager met dezelfde naam, is alleen toegestaan na een bevestiging van de gebruiker.

Aanvragen van de gegevensleveringen ‘Ritadministratie’, ‘Arbeids-, rij- en rusttijden’, ‘Coördinaten’, ‘Gebeurtenis’, ’Onderzoek’ en ‘Chauffeurskaartdata’ moet alleen mogelijk zijn voor daartoe geauthenticeerde en geautoriseerde gebruikers.

De door de boordcomputer geregistreerde gegevens worden voorzien van een elektronische handtekening zodat achteraf de authenticiteit en integriteit van deze gegevens kan worden vastgesteld. Voor het aanmaken van de elektronische handtekeningen worden de boordcomputerkaarten gebruikt.

De integriteit van gegevens wordt onderverdeeld in ‘integriteit exportbericht’ en ‘integriteit geregistreerde gegevens’.

De boordcomputer kent zes gegevensleveringen, te weten ‘Ritadministratie’, ‘Arbeids-, rij- en rusttijden’, ‘Coördinaten’, ‘Gebeurtenis’, ’Onderzoek’ en ‘Chauffeurskaartdata’. Deze gegevensleveringen worden allen in een exportbericht vanuit de boordcomputer overgebracht. Dit exportbestand bestaat uit een gegevenlevering zoals gespecificeerd in artikel 3 t/m 8, in combinatie met de bijbehorende elektronische handtekening.

Voor het genereren van het exportbericht en de bijbehorende elektronische handtekening wordt gebruik gemaakt van XAdES-BES. De XAdES specificatie (www.w3.org/TR/XAdES) is een door het World Wide Web Consortium (W3C) ontworpen standaard voor de XML syntax van elektronische handtekeningen.

Het XML exportbericht bestaat uit een <Envelope>-element met daarin een <Gegevenslevering>-element en een <Signature>-element. Het <Gegevenslevering>-element bevat een resultaatbericht van een gegevenslevering zoals gespecificeerd in artikel 3 t/m 8. Het <Signature>-tag bevat de corresponderende elektronische handtekening en informatie over de totstandkoming van deze handtekening.

Het XML exportbericht kent, conform de XAdES-BES specificatie, de volgende opbouw:

Toelichting:

De volgende algoritmen worden voor het genereren van het exportbericht gebruikt:

De keuze van het algoritme voor de Digest en de Signature is afhankelijk van het certificaat op de kaart waarmee de handtekening wordt gezet. Als dit certificaat met ‘RSA met SHA-256’ is ondertekend MOET SHA-256 worden gebruik. In de overige gevallen kan met SHA-1 worden volstaan.

Een aantal gegevens, die door de boordcomputer taxi worden geregistreerd, dienen vanaf het moment van vastleggen de waarborg van integriteit en authenticiteit te bevatten. In de specificatie van de gegevensleveringen in artikel 3 t/m 8 wordt aangegeven of de betreffende gegevens bij het vastleggen met een elektronische handtekening worden ondertekend. Hierbij wordt aangegeven welke private sleutel hiervoor gebruikt moet worden.

Voor een gegeven dat bij vastleggen elektronisch ondertekend wordt, wordt een tekenbericht gegenereerd. Over dit tekenbericht wordt met behulp van XadES-BES een elektronische handtekening geplaatst.

Het tekenbericht bestaat uit een <Envelope>-element met daarin een <Data>-element en een <Signature>-element. Het <Data>-element bevat de XML representatie van het te tekenen gegeven zoals gespecificeerd in de xsd’s in artikel 3 t/m 8. Het <Signature>-tag bevat de corresponderende elektronische handtekening en informatie over de totstandkoming van deze handtekening.

Toelichting:

Na generatie van het tekenbericht wordt de waarde van het element <SignatureValue> als <Integriteit> element opgeslagen bij de gegevens, die gezamenlijk het <Data> element vormen, en waarover de elektronische handtekening is berekend. Het tekenbericht hoeft niet te worden opgeslagen, zolang het <Data> element dat is getekend kan worden gereproduceerd.

Het genereren en vastleggen van de elektronische handtekening over het <Data> element vindt plaats bij het vastleggen van de gegevens die het Data element vormen.

Bij het samenstellen van een exportbericht worden de gegevens van het <Data> element onveranderd overgenomen uit de administratie op de boordcomputer. Het <Data> element wordt opnieuw geproduceerd, en moet exact gelijk zijn aan het <Data> element waarvoor een elektronische handtekening is berekend bij vastleggen van het gegeven. De geregistreerde elektronische handtekening moet worden overgenomen in het <Integriteit> element, het is niet toegestaan om de elektronische handtekening opnieuw te berekenen.

Een mogelijk proces voor het tekenen van gegevens en het exportbericht is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2

Bij het opvragen van de gegevensleveringen kunnen foutsituaties optreden. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen functionele fouten, technische fouten en niet volledige gegevens.

Bij onderstaande foutsituaties moet de boordcomputer de bijbehorende foutmelding tonen:

Het niet volledig zijn van gegevens op de boordcomputer mag geen reden zijn om een resultaat bericht niet te exporteren.

Voor de ritadministratie worden de volgende gegevens onderkend:

Toelichting:

De functionele berichtstructuur ziet er als volgt uit:

Toelichting:

Opmerking:

Als gegevensformaat wordt gebruik gemaakt van XML.

Mapping functionele berichtstructuur naar technische berichtstructuur:

De onderstaande ritadministratie.xsd wordt gebruikt.

De geselecteerde ritten moeten gegroepeerd per vervoerder, en daarbinnen per ondernemerskaart, in oplopende volgorde van volgnummer worden opgenomen in de ritadministratie.

Alle ritten worden ondertekend worden met een elektronische handtekening op basis van de private sleutel van de systeemkaart.

De ritadministratie bevat een element <Rit> en <Rit> bevat de elementen <Data> en <Integriteit>. Het <Data> element bevat de volgende ritgegevens:

Het <Integriteit> element bevat de elektronische handtekening van het bijbehorende Data element.

Bij het samenstellen van de ritadministratie moeten de gegevens van het <Data> element onveranderd worden overgenomen uit de ritadministratie op de boordcomputer. Het berekenen van de ‘Elektronische handtekening boordcomputer’ van het <Data> element van een <Rit> wordt gedaan bij het beëindigen van de rit. De vastgelegde ‘Elektronische handtekening boordcomputer’ wordt per <Rit> onveranderd overgenomen in het onderliggende <Integriteit> element.

De naamgeving van de gegevenslevering ‘ritadministratie’ is als volgt:

Ritadministratie_Kenteken-DatumtijdSamenstellenBericht_DatumtijdBeginPeriode _DatumtijdEindePeriode.xml.

Hierbij worden de cursief gedrukte gegevens gevuld met de corresponderende registratiewaarde. De volgende formaten worden hierbij gebruikt:

Bij 100 ritten is het bericht ‘ritadministratie’ maximaal 100 Kbyte groot.

Voor het bericht ‘Arbeids-, rij- en rusttijden’ worden de volgende gegevens onderkend:

Toelichting:

Opmerkingen

De functionele bericht structuur ziet er als volgt uit:

Toelichting:

Als gegevensformaat wordt gebruik gemaakt van XML.

Mapping functionele berichtstructuur naar technische berichtstructuur

Het onderstaande Arbeidstijden.xsd wordt gebruikt.

De geselecteerde arbeidstijden moeten gegroepeerd per vervoerder, en daarbinnen per ondernemerskaart, en daarbinnen per bestuurder in oplopende volgorde van volgnummer worden opgenomen. Binnen een arbeidstijd moeten de rijtijd, pauze en andere werkzaamheden in oplopende volgorde van volgnummer worden opgenomen

Alle arbeidstijden worden ondertekend met een elektronische handtekening. Voor het plaatsen van de elektronische handtekening wordt gebruik gemaakt van de private sleutel van de chauffeurskaart indien deze aanwezig is, en van de private sleutel van de systeemkaart indien de chauffeurskaart niet aanwezig is.

De ‘Arbeids-, rij- en rusttijden’ bevat een element <Arbeidstijd> en <Arbeidstijd> bevat de elementen <Data> en <Integriteit>. Het <Data> element bevat de volgende arbeidstijd gegevens:

Het <Integriteit> element bevat de elektronische handtekening chauffeur of elektronische handtekening boordcomputer van het bijbehorende <Data> element.

Bij het samenstellen van bericht ‘Arbeids-, rij- en rusttijden’ moeten de gegevens van het <Data> element onveranderd worden overgenomen uit de boordcomputer. Het berekenen van de ‘Elektronische handtekening chauffeur’ of ‘Elektronische handtekening boordcomputer’ van het <Data> element moet gebeuren bij het beëindigen van een arbeidstijd. De vastgelegde ‘Elektronische handtekening chauffeur’ of ‘Elektronische handtekening boordcomputer’ moeten per arbeidstijd onveranderd worden overgenomen in het onderliggende <Integriteit> element.

De naamgeving van de gegevenslevering ‘arbeidstijd’ is als volgt:

Arbeidstijd_Kenteken-DatumtijdSamenstellenBericht_DatumtijdBeginPeriode _DatumtijdEindePeriode.xml.

Hierbij worden de cursief gedrukte gegevens gevuld met de corresponderende registratiewaarde. De volgende formaten worden hierbij gebruikt:

Bij 100 arbeidstijden is het bericht ‘arbeidstijd’ maximaal 120 Kbyte groot.

Voor het bericht ‘Coördinaten’ worden de volgende gegevens onderkend:

Toelichting:

Opmerkingen:

De functionele bericht structuur ziet er als volgt uit:

Toelichting:

Opmerkingen:

Als gegevensformaat wordt gebruik gemaakt van XML.

Mapping functionele berichtstructuur naar technische berichtstructuur:

Het onderstaande Coordinaten.xsd wordt gebruikt.

De geselecteerde coördinaten moeten gegroepeerd per kenteken, en daarbinnen per vervoerder, en daarbinnen per ondernemerskaart, in oplopende volgorde van volgnummer, in het bericht worden opgenomen.

Het bericht ‘Coördinaten’ wordt ondertekend met een elektronische handtekening van de boordcomputer. De afzonderlijke coördinaten worden niet ondertekend.

De naamgeving van de gegevenslevering ‘coordinaten’ is als volgt:

Coordinaten_Kenteken-DatumtijdSamenstellenBericht_DatumtijdBeginPeriode _DatumtijdEindePeriode.xml.

Hierbij worden de cursief gedrukte gegevens gevuld met de corresponderende registratiewaarde. De volgende formaten worden hierbij gebruikt:

Kenteken is het kenteken van de auto waarin de boordcomputer als laatste is geactiveerd.

Een bericht ‘coordinaten’ bevat maximum 1440 coördinaten per dag, wanneer de auto continue rijdt en 1 coördinaat per minuut wordt vastgelegd. Voor de periode van een dag geeft een bericht van maximaal 236 Kbyte. Per jaar is het bericht ‘coordinaten’ maximaal 84 Mbyte groot.

Voor het bericht ‘Gebeurtenis’ worden de volgende gegevens onderkend:

Toelichting:

Opmerkingen:

De functionele bericht structuur ziet er als volgt uit:

Toelichting:

Opmerkingen:

Als gegevensformaat wordt gebruik gemaakt van XML.

Mapping functionele berichtstructuur naar technische berichtstructuur:

Het onderstaande Gebeurtenis.xsd wordt gebruikt.

De geselecteerde gebeurtenissen moeten gegroepeerd per vervoerder, en daarbinnen per ondernemerskaart, in oplopende volgorde van volgnummer, in het bericht worden opgenomen.

Alle gebeurtenissen worden ondertekend op basis van de private sleutel van de boordcomputer.

Het bericht Gebeurtenis bevat een element <Gebeurtenis> en het element <Gebeurtenis> bevat de elementen <Data> en <Integriteit>. Het <Data> element bevat de volgende gegevens:

Het <Integriteit> element bevat de elektronische handtekening boordcomputer van het bijbehorende <Data> element.

Bij het samenstellen van de het bericht ‘gebeurtenis’ moeten de gegevens van het <Data> element onveranderd worden overgenomen uit de administratie op de boordcomputer. Het berekenen van de ‘Elektronische handtekening boordcomputer’ van het Data element van een Rit moet gebeuren bij het optreden van de gebeurtenis. De vastgelegde ‘Elektronische handtekening boordcomputer’ moet per gebeurtenis onveranderd worden overgenomen in het onderliggende <Integriteit> element.

In de onderstaande tabel staat de in het bericht op te nemen code per gebeurtenis vermeld.

De naamgeving van de gegevenslevering ‘gebeurtenis’ is als volgt:

Gebeurtenis_Kenteken-DatumtijdSamenstellenBericht_DatumtijdBeginPeriode _DatumtijdEindePeriode.xml.

Hierbij worden de cursief gedrukte gegevens gevuld met de corresponderende registratiewaarde. De volgende formaten worden hierbij gebruikt:

Bij 100 gebeurtenissen is het bericht ‘gebeurtenis’ maximaal 100 Kbyte groot.

Voor het bericht ‘Onderzoek’ worden de volgende gegevens onderkend:

Toelichting:

Opmerkingen:

Als gegevensformaat wordt gebruik gemaakt van XML.

Mapping functionele berichtstructuur naar technische berichtstructuur:

Het onderstaande Onderzoek.xsd dient te worden gebruikt.

Als eerste wordt het geselecteerde activeringsonderzoek in het bericht opgenomen. Daarna worden de geselecteerde periodieke onderzoeken in oplopende volgorde van volgnummer in het bericht opgenomen.

Het activeringsonderzoek en de periodiek onderzoeken worden ondertekend op basis van de private sleutel van de boordcomputer.

Het bericht ‘Onderzoek’ bevat de elementen <activeringsonderzoek> en <periodiek onderzoek>. De elementen <activeringsonderzoek> en <periodiek onderzoek> bevatten elementen <Data> en <Integriteit>. Het <Data> element bevat voor beide onderzoeken dezelfde gegevens:

Het <Integriteit> element bevat de elektronische handtekening van het bijbehorende Data element.

Bij het samenstellen van het bericht ‘Onderzoek’ moeten de gegevens van het <Data> element onveranderd worden overgenomen uit de registratie op de boordcomputer. Het berekenen van de elektronische handtekening van het <Data> element van een ‘Onderzoek’ wordt gedaan bij het afronden van een onderzoek. De vastgelegde elektronische handtekening wordt per onderzoek overgenomen in het onderliggende <Integriteit> element.

De naamgeving van de gegevenslevering ‘onderzoek’ is als volgt:

Onderzoek_Kenteken-DatumtijdSamenstellenBericht_DatumtijdBeginPeriode _DatumtijdEindePeriode.xml.

Hierbij worden de cursief gedrukte gegevens gevuld met de corresponderende registratiewaarde. De volgende formaten worden hierbij gebruikt:

Bij 10 onderzoeken is het bericht ‘onderzoek’ maximaal 10 Kbyte groot.

Voor het bericht ‘Chauffeurskaartdata’ worden de volgende gegevens onderkend:

Toelichting:

Opmerkingen

De functionele bericht structuur ziet er als volgt uit:

Toelichting:

Als gegevensformaat wordt gebruik gemaakt van XML.

Mapping functionele berichtstructuur naar technische berichtstructuur

Het onderstaande Chauffeurskaartdata.xsd wordt gebruikt.

De chauffeurskaartdata wordt overgenomen zoals deze wordt aangetroffen op de chauffeurskaart.

De chauffeurskaartdata wordt ondertekend met een elektronische handtekening. Voor het plaatsen van de elektronische handtekening wordt gebruik gemaakt van de private sleutel van de chauffeurskaart.

De ‘Chauffeurskaartdata’ bevat een element <ChKrtData> en <ChKrtData> bevat de elementen <Data> en <Integriteit>. Het <Data> element bevat de base64 gecodeerde informatie zoals overgenomen uit de chauffeurskaart

Het <Integriteit> element bevat de elektronische handtekening chauffeur van het bijbehorende <Data> element.

Bij het samenstellen van bericht ‘Chauffeurskaartdata’ moeten de gegevens van het <Data> element onveranderd worden overgenomen uit de chauffeurskaart. Het berekenen van de ‘Elektronische handtekening chauffeur’ moet gebeuren zodra deze data van de chauffeurskaart is overgenomen. De vastgelegde ‘Elektronische handtekening chauffeur’ moet onveranderd worden overgenomen in het onderliggende <Integriteit> element.

De naamgeving van de gegevenslevering ‘Chauffeurskaartdata’ is als volgt:

Chauffeurskaartdata_BSN_Chauffeurskaartvolgnummer-DatumtijdSamenstellenBericht_DatumtijdBeginPeriode _DatumtijdEindePeriode.xml.

Hierbij worden de cursief gedrukte gegevens gevuld met de corresponderende registratiewaarde. De volgende formaten worden hierbij gebruikt:

Het bericht ‘Chauffeurskaartdata’ is maximaal 200 Kbyte groot.

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Een overzicht van de complete interface is te zien in Figuur 1 hieronder.

Figuur 1 – Overzicht van de interfaces

Hierin zijn twee niveaus te onderscheiden:

Het bericht VR_STATUS wordt gebruikt om de status van de taxameter op te vragen. Voor de situatie waarin de taxameter ingesteld is om niet te functioneren indien de interface niet functioneert is er een extra veld beschikbaar. Dit veld is om aan de taxameter duidelijk te maken of de interface softwarematig inactief dan wel operationeel is. Zo kan er gecontroleerd worden of de fysieke interface in beide richtingen correct functioneert zonder dat de taxameter deze controle hoeft te interpreteren als goed werkende verbinding.

Totale berichtgrootte: 8 bytes

Toelichting: dit is ten behoeve van de functionaliteit van het automatisch uitschakelen van de taxameter. De taxameter dient uit te vallen indien er 15 seconden geen statusbericht is ontvangen met ‘Status interface’ = ‘interface operationeel’.

Het antwoord op het bericht VR_STATUS. Hierin geeft de taxameter de functiestand aan en de identificatie van het huidige tarief. Dit TARIEF_ID dient overeen te komen met de tariefgroepen die met bericht VR_TARIEFINFO kunnen worden opgevraagd. De informatie in dit bericht kan door de boordcomputer gebruikt worden om een overgang van de functiestand te detecteren.

Totale berichtgrootte: 15 bytes

Dit bericht is voor het opvragen van tariefinformatie. Totale berichtgrootte: 7 bytes

Het bericht A_TARIEFINFO is het antwoord op het bericht VR_TARIEFINFO. Hierin is per tarief een identificatienummer, een omschrijving, een tarief per eenheid en een omschrijving van de eenheid aangegeven. Deze gegevens worden per tarief verstrekt.

Ook BTW kan gezien worden als een tarief.

Totale berichtgrootte: variabel, 14 bytes + (5 + tekstlengte) * TARIEF_AANTAL

Indien het tarief een percentage betreft dient bij de berekening het tarief per eenheid door 100 gedeeld te worden.

Dit bericht is bedoeld om het ritbedrag op te vragen, bijvoorbeeld nadat er een functiestand overgang van de taxameter is gedetecteerd. Totale berichtgrootte: 7 bytes

Het bericht A_RITBEDRAG is het antwoord op het bericht VR_RITBEDRAG. Hierin staat de functiestand en het ritbedrag vermeld. De functiestand is hier nogmaals opgenomen zodat er zekerheid is dat op het moment van opvragen de functiestand en het ritbedrag op het zelfde moment zijn uitgelezen.

Totale berichtgrootte: variabel, minimaal 29 bytes, maximaal 65535 bytes

Een korting wordt als negatief TOESLAG_BEDR weergegeven.

Dit bericht is voor het opvragen van de totalisatordata. Totale berichtgrootte: 7 bytes

Het bericht A_TOTALEN is het antwoord op het bericht VR_TOTALEN. Het bericht bevat de totalisatordata.

Totale berichtgrootte: 33 bytes

Dit bericht is voor het opvragen van de constante van de afstandssignaalgenerator, de beveiligingsdatum en de identificatie van de taxi. Totale berichtgrootte: 7 bytes

Het bericht A_TAXAMETER_INFO is het antwoord op het bericht VR_TAXAMETER_INFO. Het bericht bevat de constante van de afstandssignaalgenerator, de beveiligingsdatum en de identificatie van de taxi. Dit bericht is bedoeld om de taxameter te identificeren.

Totale berichtgrootte: variabel, minimaal 22 bytes, maximaal 278 bytes

Het bericht F_BERICHT_ONBEKEND is een foutmelding die gestuurd wordt bij het ontvangen van een vraagbericht met een onbekend berichttype. Totale berichtgrootte: 7 bytes.

Het bericht F_CRC_INCORRECT is een foutmelding die gestuurd wordt bij het ontvangen van een vraagbericht met een onjuiste CRC. Totale berichtgrootte: 7 bytes.

Het bericht F_LENGTE_INCORRECT is een foutmelding die gestuurd wordt bij het ontvangen van een vraagbericht met een onjuiste minimale of maximale berichtlengte. Totale berichtgrootte: 7 bytes.

Het bericht F_GEEN_STX is een foutmelding die gestuurd wordt bij het ontvangen tweemaal een ETX teken zonder het tussentijds ontvangen van een STX teken. Totale berichtgrootte: 7 bytes

Het bericht F_GEEN_ETX is een foutmelding die gestuurd wordt bij het ontvangen tweemaal een STX teken zonder het tussentijds ontvangen van een ETX teken. Totale berichtgrootte: 7 bytes

Het bericht F_NIET_STANDAARD is een foutmelding die gestuurd wordt indien er een fout optreedt die niet gedefinieerd is in een van de overige foutberichten. Er wordt een omschrijving van de fout meegestuurd.

Totale berichtgrootte: variabel, minimaal 8 bytes, maximaal 264 bytes

Het bericht F_VELD_ONGELDIG is een foutmelding die gestuurd wordt indien er een ongeldig veld gedetecteerd is in het vraagbericht. Bijvoorbeeld voor een ongeldige waarde in het veld ‘Status interface’ van het bericht VR_STATUS. Totale berichtgrootte: 7 bytes

Prioriteit 1 is de hoogste, 3 de laagste.