Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat ontwikkelingskansen voor kinderen worden vergroot door het verhogen van de kwaliteit van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en dat de regierol van de gemeenten wordt versterkt onder andere met het oog op de voorschoolse educatie en dat er een goed stelsel van handhaving en toezicht hierop is;
dat daartoe de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs, en enkele andere wetten dienen te worden gewijzigd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage7 juli 2010BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,A.RouvoetDeMinistervoorJeugd en Gezin,A.Rouvoetde tweeëntwintigste juli 2010De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch BallinWijzigt de Wet kinderopvang.
Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
Wijzigt de Wet klachtrecht cliënten zorgsector.
Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.
Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Wijzigt de Wijzigingswet Wet kinderopvang (herziening stelsel gastouderopvang).
Onze Minister zendt binnen vier jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de criteria vastgesteld op grond waarvan een gemeente tot het jaar 2011 in aanmerking komt voor een specifieke uitkering ter tegemoetkoming in de kosten voor het bestrijden van onderwijsachterstanden, alsmede de criteria voor de hoogte daarvan.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen tot 2011 nadere voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het onderwijsachterstandenbeleid en de activiteiten voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal.
De artikelen 168, vierde lid, 169 en 170 van de Wet op het primair onderwijs, zoals die artikelen luidden op de dag voor de inwerkingtreding van artikel III, onderdelen K tot en met M, zijn van toepassing op het eerste en tweede lid.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende paragrafen, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Na de inwerkingtreding van artikel XI van deze wet berust het Besluit vaststelling doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid 2006–2010 op artikel XI van deze wet.