Regeling · BWBR0027992
Besluit modern migratiebeleid
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 15 april 2010, nr. 5649364/10/6;
Gelet op de artikelen 2a, tweede lid, 2b, derde lid, 2h, 3, tweede lid, 8, onder f, 12, tweede lid, 14, derde en vierde lid, 16, tweede lid, 16a, tweede lid, 17, tweede lid, onder g, 18, tweede lid, 21, tweede lid, 22, derde lid, 23, 24, eerste lid, 28, tweede lid, 48, vierde lid, 52, eerste lid, 54, eerste en tweede lid, 56, 66, 68, derde lid, en 107, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000, artikel 3, eerste lid, onder c, van de Wet arbeid vreemdelingen, 18, eerste lid, van de Wet Politiegegevens, 8, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, 2.2, eerste lid, onder c, van de Wet Studiefinanciering 2000, 2.2, eerste lid, onder c, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, 3, derde lid, van de Wet inburgering, en 3 van de Wet op de jeugdzorg;
De Raad van State gehoord (advies van 18 juni 2010, no. W03.10.0135/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 6 juli 2010, nr. 5660242/10/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage24 juli 2010BeatrixDe Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballinde dertigste juli 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinWijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.
Wijzigt het Besluit politiegegevens.
Wijzigt het Besluit justitiële gegevens.
Wijzigt het Besluit studiefinanciering 2000.
Wijzigt het Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Wijzigt het Besluit inburgering.
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg.
Wijzigt het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.
Op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt, is referent van de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet onder een beperking verband houdend met:
- a.
gezinshereniging of gezinsvorming, verblijf ter adoptie of als pleegkind, het afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie, of familiebezoek: de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als familie- of gezinslid verblijft;
- b.
het verrichten van arbeid in loondienst, het verrichten van arbeid als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, verblijf als kennismigrant, stagiaire of practicant: de werkgever van de vreemdeling;
- c.
verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG: de onderzoeksinstelling;
- d.
het volgen van studie of de voorbereiding op studie: de onderwijsinstelling waaraan de vreemdeling is ingeschreven;
- e.
verblijf als au pair: het gastgezin waarin de vreemdeling als au pair verblijft;
- f.
verblijf in het kader van uitwisseling: de persoon of organisatie die ten behoeve van het verblijf van de uitwisselingsjongere een garantverklaring heeft ondertekend.
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet Modern migratiebeleid geldige verblijfsvergunning, verleend onder een beperking als genoemd in kolom A, wordt vanaf dat tijdstip aangemerkt als een verblijfsvergunning, verleend onder een beperking als genoemd in kolom B:
A | B |
Gezinshereniging of gezinsvorming | Familie- of gezinslid |
Verblijf ter adoptie | Familie- of gezinslid |
Verblijf als pleegkind | Familie- of gezinslid |
Afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie | Familie- of gezinslid |
Het verrichten van arbeid als geestelijk voorganger of godsdienstleraar | Arbeid in loondienst |
Verblijf als stagiaire of practicant | Lerend werken |
Het volgen van studie | Studie |
De voorbereiding op studie | Studie |
Verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene | Verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling |
Verblijf als au pair | Uitwisseling |
Verblijf in het kader van uitwisseling | Uitwisseling |
De vervolging van mensenhandel | Tijdelijke humanitaire gronden |
Verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken | Tijdelijke humanitaire gronden |
Voortgezet verblijf | Niet-tijdelijke humanitaire gronden |
Wedertoelating | Niet-tijdelijke humanitaire gronden |
Voor de toepassing van de bepaling in kolom A wordt met de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het verblijfsdoel in kolom B gelijk gesteld de verblijfsvergunning, die voor inwerkingtreding van dit besluit is verleend onder een beperking verband houdend met het verblijfsdoel in kolom C:
A | B | C |
Lerend werken | verblijf als stagaire; verblijf als practicant | |
Uitwisseling | verblijf als au pair; verblijf in het kader van uitwisseling | |
artikel 3.50, eerste lid, onder a; | Familie- of gezinslid | verblijf in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming; verblijf ter adoptie; verblijf als pleegkind; verblijf in afwachting van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie |
Tijdelijke humanitaire gronden | verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling; verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken |
Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de verblijfsvergunningen, verleend onder een andere beperking als bedoeld in artikel 3.4, derde lid.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, wordt niet ingetrokken met toepassing van artikel 18, eerste lid, onder h, van die wet, indien zij is verleend voor de inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid.
Het in artikel XII, tweede lid, van de Wet modern migratiebeleid bedoelde tijdstip is 1 juli 2010.
De onderdelen MMM en WWW, subonderdeel 3, van artikel I van dit besluit blijven buiten toepassing ten aanzien van de vreemdeling wiens verblijf op grond van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit besluit niet kon worden beëindigd, tenzij die vreemdeling wegens een na inwerkingtreding van die onderdelen van dit besluit gepleegd misdrijf waartegen een gevangenisstraf van twee jaar of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld, dan wel hem terzake van een zodanig misdrijf bij onherroepelijke beschikking een taakstraf is opgelegd.
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de invoering van de Wet modern migratiebeleid en dit besluit.
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan en voor de verschillende verblijfsdoelen verschillend kan zijn, met uitzondering van artikel I, onderdelen C, subonderdeel 1, E, G, subonderdeel 1, N, BBB, subonderdeel 2, CCC, GGG, subonderdeel 2, HHH, MMM, UUU, subonderdeel 2, WWW, subonderdelen 1 en 3, XXX, FFFF, subonderdeel 1, JJJJ, NNNN, subonderdeel 7, PPPP, UUUU, YYYY, subonderdeel 1, BBBBB en FFFFF, en artikel XIII, eerste lid, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van afgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit modern migratiebeleid.