Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 maart 2010, nr. WJZ/196024 (3827), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op de artikelen 29 en 60 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
De Raad van State gehoord (advies van 29 april 2010, nr. W05.10.0086/I);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 augustus 2010, nr. WJZ/216485 (3827), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage19 augustus 2010BeatrixDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J. M. vanBijsterveldt-VliegenthartDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,G.Verburg de zevende september 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinWijzigt het Staatsexamenbesluit VO.
Wijzigt het Eindexamenbesluit VO.
De wijzigingen die artikel I, onderdeel D, onderdelen 4 en 5, aanbrengt in artikel 26a van het Staatsexamenbesluit VO vinden met ingang van het schooljaar 2016–2017 toepassing op kandidaten die vóór de inwerkingtreding van die wijzigingen:
- a.
in ten minste één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur of wiskunde A, wiskunde B dan wel wiskunde C deelstaatsexamen hebben gedaan en daarvoor als eindcijfer 4 of hoger hebben behaald, of
- b.
eindexamen aan een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs hebben afgelegd en daarvoor zijn afgewezen en die na inwerkingtreding van de in de aanhef genoemde wijzigingen op grond van artikel 10, eerste en vierde lid, van het Staatsexamenbesluit VO worden vrijgesteld van het examen in ten minste één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur of wiskunde A, wiskunde B dan wel wiskunde C.
De wijzigingen die artikel II, onderdeel E, onderdelen 4 en 5, aanbrengt in artikel 50 van het Eindexamenbesluit VO vinden met ingang van het vierde jaar na inwerkingtreding van die wijzigingen toepassing op kandidaten die vóór de inwerkingtreding van die wijzigingen:
- a.
in ten minste één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur of wiskunde A, wiskunde B dan wel wiskunde C deeleindexamen aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs hebben gedaan en daarvoor als eindcijfer 4 of meer hebben behaald, of
- b.
eindexamen aan een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs hebben afgelegd en daarvoor zijn afgewezen en die na inwerkingtreding van de in de aanhef genoemde wijzigingen op grond van artikel 9, eerste en derde lid, van het Eindexamenbesluit VO worden vrijgesteld van het examen in ten minste één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur of wiskunde A, wiskunde B dan wel wiskunde C.
De wijzigingen die artikel II, onderdeel E, onderdelen 4 en 5, aanbrengt in artikel 49 van het Eindexamenbesluit VO vinden geen toepassing op kandidaten die in het schooljaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van de genoemde wijzigingen met inachtneming van:
- a.
artikel 37a van het Eindexamenbesluit VO in het voorlaatste leerjaar worden toegelaten tot het centraal examen; of
- b.
artikel 59 van het Eindexamenbesluit VO gespreid centraal examen doen in één of meer van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur of wiskunde A, wiskunde B dan wel wiskunde C en die daarvoor als eindcijfer tweemaal 5 of meer dan wel eenmaal 4 of meer en eenmaal 5 of meer dan wel eenmaal 4 of meer hebben behaald, en die in het jaar volgend op de inwerkingtreding van genoemde wijzigingen in de overige vakken het centraal examen afleggen.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan alsmede voor de verschillende schoolsoorten, leerwegen of onderdelen van leerwegen binnen het voortgezet onderwijs verschillend kan worden vastgesteld.