U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 20-01-2011.

Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028215

Wet materieel ambtenarenrecht BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet materieel ambtenarenrecht BESWet materieel ambtenarenrecht BES

De bepalingen van deze wet en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften vinden slechts toepassing voor zover niet bij een wet of uit kracht daarvan gegeven voorschriften anders is of wordt bepaald.

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In bijzondere gevallen kan hij, die bij het geneeskundig onderzoek niet geschikt bevonden is, desniettemin in het belang van de dienst tot ambtenaar in tijdelijke dienst worden aangesteld, mits de geneeskundige(n) als bedoeld in artikel 6 verklaart (verklaren), dat tegen een aanstelling in tijdelijke dienst uit medisch oogpunt geen bezwaar bestaat. Aan de betrokkene wordt, alvorens hij wordt aangesteld, mededeling gedaan van de inhoud en strekking van artikel 6, eerste lid, van de Pensioenwet ambtenaren BES.

De ambtenaar is, in geval van ziekte en wanneer het bevoegde gezag zulks in verband met zijn gezondheidstoestand nodig acht, verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek van een of meer geneeskundigen, daartoe door het bevoegde gezag aan te wijzen.

Voor zover niet bij of krachtens de wet afwijkende voorschriften worden gegeven, geschiedt de bezoldiging van de ambtenaren overeenkomstig regels, vastgesteld:

Indien de bezoldiging geschiedt overeenkomstig een schaal die verschillende, naar de hoogte van de bedragen opstijgende bezoldigingstreden vertoont, kunnen de regels, bedoeld in het voorgaande artikel, bepalen dat de toekenning van verhogingen van de bezoldiging mede of uitsluitend afhankelijk wordt gemaakt van de inhoud van een beoordeling als bedoeld in artikel 15 en hieromtrent nadere voorschriften bevatten.

De bezoldiging van een ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd, is gelijk aan de bezoldiging die hij in die functie zou hebben genoten, indien de voor hem geldende werktijd gelijk zou zijn aan de voor zijn functie gebruikelijke volledige werktijd, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller bestaat uit de voor die ambtenaar geldende werktijd en de noemer uit de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd.

In het geval, bedoeld in het voorgaande artikel, geldt voor de toepassing van de artikelen 18, 19, 20 en 26, tweede en vierde lid, als bezoldiging voor die ambtenaar de bezoldiging die hij in die functie zou hebben genoten, indien de voor hem geldende werktijd gelijk zou zijn aan de voor zijn functie gebruikelijke volledige werktijd.

De ambtenaar ontvangt over de tijd gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen en opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten geen bezoldiging en aan de bezoldiging eventueel verbonden toelagen en vergoedingen, tenzij hij, na daartoe door het hoofd van dienst in de gelegenheid te zijn gesteld, redenen kan aandragen die zijn verzuim rechtvaardigen.

Nadere voorschriften kunnen worden vastgesteld betreffende de uitvoering van de bepalingen van deze paragraaf:

Aan de ambtenaar kan volgens vastgestelde regelen een standplaats- en een detacheringstoelage worden toegekend.

Nadere voorschriften ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 29 en 30 worden vastgesteld:

Ten aanzien van de ambtenaar voor wie de geldende werktijd korter is dan de voor zijn functie geldende gebruikelijke volledige werktijd wordt in de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in het voorgaande artikel, indien en voor zover daarbij ter vaststelling van de kinder-, standplaats-, kostwinners- en detacheringstoelagen de bezoldiging het uitgangspunt vormt, de overeenkomstig artikel 21 berekende bezoldiging in aanmerking genomen.

De ambtenaar, die als militair in werkelijke dienst is, wordt geacht in zijn burgerlijke betrekking van dienst vrijgesteld te zijn.

De ambtenaar, die ter vervulling van zijn dienstplicht voor eerste oefening onder de wapenen verblijft, geniet gedurende de daarvoor vastgestelde tijd de aan zijn ambt verbonden inkomsten, verminderd met zijn militaire beloning.

De ambtenaar die voor herhalingsoefeningen in werkelijke dienst is, behoudt over de tijd van deze dienst het volle genot van de aan zijn ambt verbonden inkomsten.

[vervallen]

[vervallen]

De aanspraken van ambtenaren op vrije geneeskundige behandeling en/of verpleging en, in verband daarmede, vrije overtocht, alsmede de bepaling van de categorie of categorieën van ambtenaren waaraan deze aanspraken toekomen, worden bij of krachtens wet geregeld.

Aan de ambtenaar, die voor zich zelf of voor zijn gezin terzake van geneeskundige behandeling en/of verpleging in onvermijdelijke uitgaven is vervallen, wordt een tegemoetkoming verleend overeenkomstig de regelen, bij of krachtens wet gesteld.

Het bij of krachtens de artikelen 44 en 45 verstrekte recht wordt verminderd met de vergoeding of uitkering welke de ambtenaar ontvangt krachtens een wettelijk voorgeschreven zorgverzekering.

De bij of krachtens artikel 45A verstrekte uitkering wordt verminderd met de vergoeding of uitkering welke de ambtenaar ontvangt krachtens een wettelijk voorgeschreven verzekering ter zake van ziekte.

Indien de ambtenaar door ziekte of anderszins verhinderd is zijn dienst te verrichten, is hij verplicht daarvan, onder opgave van redenen, zo tijdig mogelijk mededeling te doen aan het hoofd van dienst of aan een door deze aangewezen ambtenaar, teneinde vertraging of hinder in de dienst zoveel doenlijk te voorkomen.

Het is de ambtenaar verboden werken, leveringen of dienstverrichtingen welke direct dan wel indirect geheel of gedeeltelijk ten laste van de overheid komen, aan te nemen, zich daarvoor borg te stellen of daaraan, hetzij rechtstreeks, hetzij zijdelings deel te hebben.

Aan de ambtenaren of aan bepaalde groepen van ambtenaren van een bepaalde dienst kan door het bevoegde gezag worden verboden commissaris, bestuurder, vennoot, aandeelhouder of lid te zijn van nader te noemen vennootschappen, stichtingen of verenigingen, welke geregeld in aanraking komen of krachtens haar opzet kunnen komen met de betrokken dienst.

De ambtenaar is verplicht terstond aan het bevoegd gezag mededeling te doen, indien door een derde pogingen zijn aangewend om hem door een gift of belofte te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten.

De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door het bevoegde gezag gelast onderzoek aan zijn lichaam of aan zijn kleding of van zijn daar aanwezige goederen. Het bevoegd gezag, op wiens last het onderzoek plaatsheeft, neemt de nodige maatregelen ten einde daarbij een onredelijke of onbehoorlijke bejegening te voorkomen.

Het is de ambtenaar verboden misbruik te maken van hetgeen hij in zijn ambt heeft vernomen.

Het is de ambtenaar verboden bij gekleed gaan in uniform insignes of andere onderscheidingstekenen of in dienst andere uniformkledingstukken te dragen dan die van overheidswege zijn verstrekt of voorgeschreven, en overigens insignes of andere onderscheidingstekenen te dragen, waarvan het dragen verboden is. Dit verbod is niet toepasselijk ten aanzien van vreemde ordetekenen tot het aannemen of dragen waarvan door het wettig gezag verlof is verleend.

Verplichting tot zekerheidsstelling wordt de ambtenaar niet opgelegd.

De rekenplichtige ambtenaar is van zijn verantwoordelijkheid ontheven gedurende de tijd, dat hij door ziekte of wettige afwezigheid zijn beheer niet persoonlijk heeft gevoerd, indien gedurende die tijd zijn betrekking wordt waargenomen krachtens aanwijzing door het bevoegde gezag.

De artikelen van deze paragraaf vinden slechts toepassing voor zover de Wet financiën Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet anders bepaalt.

Aan de ambtenaar, die door het bevoegde gezag naar een andere standplaats wordt overgeplaatst of in zijn standplaats ten behoeve van de dienst verplicht wordt van woning te veranderen, wordt een vergoeding verleend, met inachtneming van de daaromtrent gestelde regelen, welke worden vastgesteld:

Door het bevoegde gezag kan worden bepaald, in welke niet elders voorziene gevallen schadeloosstelling en vergoeding van kosten zal worden verleend.

Indien het naar het oordeel van het bevoegde gezag van groot algemeen belang is dat een bepaalde vacante betrekking zonder uitstel wordt bezet of dat een betrekking door de ambtenaar die haar bezet niet wordt opgegeven, kan een eenmalige uitkering worden toegekend aan de persoon die bereid is de bedoelde betrekking gedurende een bepaald, in de beschikking waarbij de uitkering wordt toegekend als voorwaarde voor de toekenning aan te duiden tijdvak te gaan bezetten, onderscheidenlijk niet op te geven. Aan de toekenning kunnen ook andere voorwaarden, verband houdende met de betreffende betrekking en de wijze waarop zij wordt uitgeoefend worden verbonden. Nadere regels aangaande de hoogte van de uitkering, de voorwaarden waaronder zij kan worden toegekend en de gevallen waarin zij geheel of gedeeltelijk niet wordt uitbetaald dan wel teruggevorderd, worden vastgesteld:

Terzake van niet naleving van bepalingen, welke redelijkerwijs niet kunnen worden geacht de ambtenaar bekend te zijn, worden hem geen voordelen onthouden of nadelen toegebracht.

Indien schriftelijk klachten, de ambtenaar betreffende, bij het bevoegde gezag of het hoofd van dienst inkomen, wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk in de gelegenheid gesteld daarvan kennis te nemen en is hij desgevorderd verplicht, de desbetreffende stukken voor «gezien» te tekenen. Hij is bevoegd zijn oordeel over de inhoud daarvan zowel mondeling als schriftelijk te geven.

Het verlenen van overtocht ten laste van de overheid of het toekennen van vergoeding van overtochtskosten geschiedt overeenkomstig de daarvoor bij wet vastgestelde regelen.

Voorschriften betreffende de overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar worden vastgesteld:

Onverminderd het bepaalde in artikel 82 kan de ambtenaar door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling worden geschorst in zijn ambt:

Aan de ambtenaar wordt wegens het bereiken van een bepaalde leeftijd eervol ontslag verleend overeenkomstig de regelen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gesteld.

[vervallen]

[vervallen]

[vervallen]

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de toekenning van een geldsom of van investeringsfaciliteiten aan personen die op eigen verzoek, doch gevolg gevend aan een uitnodiging van het bevoegd gezag tot het doen van dat verzoek, zijn ontslagen.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de structuur van het overleg inzake aangelegenheden van algemeen belang betreffende de rechtstoestand van ambtenaren.

[vervallen]

Ten aanzien van een op een bezoldiging gelegd beslag, gelden de bepalingen van het gemene recht.

In geval van samenloop van inhouding, beslag en korting, zal, ongeacht in welke tijdsorde zij plaats hebben, het vatbare gedeelte van de bezoldiging eerst worden ingehouden; van het overblijvende zal ten hoogste één vierde geacht worden beslagen te zijn en van het alsdan overblijvende zal ten hoogste één vierde kunnen worden gekort.

Tenzij in bijzondere wetgeving anders is bepaald, verjaren rechtsvorderingen ter zake van bezoldiging, pensioenen en andere geldelijke aanspraken, verschuldigd krachtens een rechtsverhouding waarop dit hoofdstuk van toepassing of van overeenkomstige toepassing is, door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. De artikelen 316 tot en met 323 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES zijn van toepassing.

Op de door de Koning benoemde ambtenaren zijn van toepassing de artikelen 3, 4, 14, 17, 21, 22, 23, 29, 40, 41, 43, 45, 51, 66, 72, 73, 74, 80 en 119. Mede zijn op deze ambtenaren van toepassing paragraaf 9 van hoofdstuk VII, en de hoofdstukken XI en XIII. De toepassing van de artikelen 111, eerste lid, 113, eerste lid, 114, eerste lid, en 118, eerste lid, geschiedt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheiden artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan zijn.

De ambtenaren die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel in vaste niet pensioengerechtigde dienst zijn benoemd, worden, tenzij bedoelde benoeming heeft plaats gevonden wegens het niet voldoen aan de in de Pensioenverordening Burgerlijke Landsdienaren 1938 (P.B. 1949, no. 125) voor een benoeming in vaste dienst gestelde eisen, binnen een jaar na vorengenoemd tijdstip, als ambtenaar in de zin van gemelde Pensioenverordening benoemd, mits zij alsdan voldoen aan de voor een benoeming in vaste dienst in de zin van meergemelde pensioenverordening gestelde eisen.

De omvang van de werking van het Koninklijk Besluit van 2 augustus 1915 no. 74, houdende verbod van beslaglegging onder publieke administratiën en van kortingen op traktementen en pensioenen in de kolonie Curaçao (P.B. 1915, no. 57) en van artikel 48 van de Pensioenverordening Burgerlijke Landsdienaren 1938 (P.B. 1949, no. 125) wordt slechts in zoverre beperkt als noodzakelijk is voor de uitvoering van de voorschriften nopens inhouding, beslag en korting als bedoeld in hoofdstuk XI van deze landsverordening.

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen door ambtenaren in hun hoedanigheid van ambtenaar in de zin van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht opgebouwde of verworven rechten en aanspraken.

[vervallen]

Deze wet wordt aangehaald als: Wet materieel ambtenarenrecht BES.