Ministeriële regeling · BWBR0028236

Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 De Minister van Financiën,

Handelende wat betreft de artikelen 8, 8a, 11, tweede lid, 12, 13 en 31 van de Wet op de loonbelasting 1964, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Handelende wat betreft artikel 8 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, in overeenstemming met de Minister van Ontwikkelingssamenwerking;

Gelet op de artikelen 5b, 6, 8, 8a, 11, 11a, 12, 13, 13bis, 18, 19a, 19f, 19g, 25, vierde lid, 26, zesde lid, 28, 28a, 29, 31, eerste lid, onderdeel c, 31a, 32ab, 32ba, 33, 35d, 35e, 35k, 35l en 35m van de Wet op de loonbelasting 1964 en de artikelen 2e en 8 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,J.C. deJager

In afwijking van de artikelen 6 en 7 van de wet wordt ten aanzien van de hulp van de thuiswerker die doorgaans voor een opdrachtgever arbeid verricht, de opdrachtgever van die thuiswerker als inhoudingsplichtige aangewezen.

Indien artikel 2.5 niet van toepassing is en met de Minister is overeengekomen dat de belasting zal worden ingehouden door een ander dan degene met wie de sportbeoefening is overeengekomen ten aanzien van de beroepssporter, wordt in afwijking van artikel 8a, eerste en tweede lid, van de wet als inhoudingsplichtige aangewezen: degene die op grond van de overeenkomst de inhouding overneemt.

Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdelen m en o, van de wet, en van artikel 3.3a, onderdeel b, wordt het loon in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende:

Als niet tot het loon behorende voorzieningen voor militaire oorlogs- of dienstslachtoffers die verband houden met invaliditeit als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel l, van de wet worden aangewezen: voorzieningen in de zin van de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers.

Vervallen

Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, onder 2°, van de wet wordt als geclausuleerd verlof aangewezen: verlof dat voor specifieke doeleinden wordt toegekend, zoals buitengewoon verlof, zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, kraamverlof, ouderschapsverlof, adoptieverlof, verlof in verband met pleegzorg, calamiteiten- en ander kort verzuimverlof, kort- en langdurend zorgverlof, educatief verlof, politiek verlof en palliatief verlof.

Tot het loon behoren niet:

Vervallen

Tot het loon behoort niet de krachtens de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen verstrekte premie, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b, van het Algemene inkomensbesluit socialezekerheidswetten, mits in het jaar waarin de premie is verstrekt geen vergoeding is genoten als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel c, van dat besluit.

Vervallen

De waarde van de volgende voorzieningen die op de werkplek gebruikt of verbruikt worden, wordt gesteld op de daarbij vermelde bedragen:

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van artikel 10d van het besluit worden van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aangewezen: IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ten aanzien van de werknemer die doorgaans op minder dan vijf dagen per week werkzaam is, wordt in afwijking in zoverre van artikel 25, eerste lid, van de wet, als loontijdvak aangemerkt:

Vervallen

Ingeval de inhoudingsplichtige van de werknemer en de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtige van de werknemer behoren tot een samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van artikel 27e van de wet, wordt de werknemer voor de toepassing van artikel 26, derde lid, van de wet geacht het van deze inhoudingsplichtigen genoten loon van één inhoudingsplichtige te hebben genoten.

Indien een inhoudingsplichtige in enig tijdvak voorziet dat hij gerekend vanaf het einde van dat tijdvak ten minste 12 maanden geen inhoudingsplichtige zal zijn, doet hij daarvan binnen een maand na afloop van dat tijdvak mededeling aan de inspecteur.

Als uitkeringen van publiekrechtelijke aard die buiten aanmerking worden gelaten in het kader van de heffing van andere belastingen of in het kader van andere wettelijke regelingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel c, van de wet worden aangewezen:

De verklaring, bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel d, van de wet, wordt afgegeven door de door de Stichting van de Arbeid in dat kader benoemde uitvoeringsorganisatie.

Ingeval het loon, bedoeld in artikel 10eb, eerste en tweede lid, van het besluit, van een werknemer als gevolg van het opnemen van ouderschapsverlof, zwangerschapsverlof, aanvullend geboorteverlof, pleegzorgverlof of adoptieverlof in een tijdvak op jaarbasis lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 10eb, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, van het besluit, wordt in dat loontijdvak bij de toepassing van dat artikel ten aanzien van de werknemer uitgegaan van het loon, bedoeld in dat artikel, dat de werknemer zou hebben genoten indien hij geen van de genoemde soorten verlof zou hebben opgenomen.

Als eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 32ab, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

Degene tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat – of, indien krachtens artikel 8 van de wet een ander als inhoudingsplichtige is aangewezen, die ander – wordt geacht de uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten te verstrekken die door zijn tussenkomst worden uitbetaald.

Degene tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat – of, indien krachtens artikel 8 van de wet een ander als inhoudingsplichtige is aangewezen, die ander – berekent de belasting over de door hem verstrekte aanvullingen op uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten over het gezamenlijk bedrag en brengt op de aldus berekende belasting in mindering de op de uitkeringen ingehouden belasting.

Een inhoudingsplichtige die aan een of meer werknemers loon uit een vroegere dienstbetrekking – niet zijnde uitkeringen ingevolge de Participatiewet – verstrekt, wordt ook geacht te verstrekken:

Ingeval de in te houden belasting mede afhankelijk is van loon dat is verstrekt of geacht wordt te zijn verstrekt door een derde, of van loon van een derde dat door de inhoudingsplichtige geacht wordt te zijn verstrekt, deelt die derde de van belang zijnde gegevens alsmede het burgerservicenummer van de werknemer, schriftelijk mede aan de inhoudingsplichtige.

Een inhoudingsplichtige kan met betrekking tot vergoedingen en verstrekkingen ter zake of in de vorm van een rentevoordeel als bedoeld in artikel 31, vierde lid, onderdeel h, van de wet tot het laatste loontijdvak van het kalenderjaar volstaan met het per loontijdvak in aanmerking nemen van een in redelijkheid geschat bedrag, gevolgd door afrekening in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar. Daarbij wordt de verschuldigde belasting bepaald als ware het als gevolg van de afrekening in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag verstrekt op het tijdstip waarop de afrekening plaatsvindt en over het tijdvak waarop de afrekening betrekking heeft. Ingeval de vergoedingen en verstrekkingen, bedoeld in de eerste volzin, zijn geëindigd in de loop van het kalenderjaar wordt in de eerste en tweede volzin voor het laatste loontijdvak van het kalenderjaar gelezen: het tijdvak waarin de vergoedingen en verstrekkingen, bedoeld in de eerste volzin, zijn geëindigd.

De inhoudingsplichtige verstrekt aan de artiest of beroepssporter een jaaropgaaf. Aan de niet in Nederland wonende artiest of beroepssporter verstrekt de inhoudingsplichtige een jaaropgaaf slechts op diens verzoek.

Indien tot een buitenlands gezelschap een lid behoort dat in Nederland woont, is met betrekking tot dat lid niet dit hoofdstuk, maar hoofdstuk 10 van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De marktrente, bedoeld in artikel 38p, eerste lid, van de wet, die vanaf 1 januari van een kalenderjaar gedurende dat kalenderjaar van toepassing is, is het rekenkundig gemiddelde van de U-rendementen over de maanden van het voorafgaande kalenderjaar zoals deze maandelijks zijn gepubliceerd door het Centrum voor Verzekeringstatistiek van het Verbond van Verzekeraars. In 2026 is deze marktrente 2,593%.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.