Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028324

Wet aansprakelijkheid olietankschepen BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet aansprakelijkheid olietankschepen BESWet aansprakelijkheid olietankschepen BES

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Wanneer zich een voorval voordoet waarbij twee of meer schepen zijn betrokken en er ten gevolge daarvan schade door verontreiniging is ontstaan, zijn de eigenaren van alle betrokken schepen, tenzij zij ingevolge artikel 3 van aansprakelijkheid zijn ontheven, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die redelijkerwijs niet te scheiden is. Op de onderlinge verhouding van de eigenaren van de betrokken schepen is artikel 545, derde lid, laatste volzin, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES van overeenkomstige toepassing.

Indien vóór de verdeling van het fonds de eigenaar, één van zijn ondergeschikten of vertegenwoordigers, een verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijkheid van de eigenaar, of enige andere persoon die er belang bij had de schuld van de eigenaar te voldoen, in verband met het voorval een vergoeding terzake van schade door verontreiniging heeft betaald, dan subrogeert deze persoon, tot het bedrag dat hij heeft betaald, in de rechten die de door hem schadeloos gestelde persoon op grond van deze wet zou hebben gehad.

Het recht op schadevergoeding uit hoofde van deze wet vervalt, wanneer niet binnen drie jaar na de datum waarop de schade is ontstaan een rechtsvordering ter zake is ingesteld, doch in ieder geval nadat zes jaar zijn verstreken na de datum van het voorval waaruit de schade is ontstaan. Indien het voorval bestond uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, loopt de termijn van zes jaren na de dag waarop het eerste van die feiten plaatsvond.

Tot de kennisneming in eerste aanleg van vorderingen tot schadevergoeding van schade door verontreiniging uit hoofde van het Verdrag en van deze wet is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij uitsluiting bevoegd het Gerecht in eerste aanleg van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire.

In afwijking van artikel 2, eerste lid, kan de eigenaar zich overeenkomstig het bepaalde in, titel 7 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES en de artikelen 642a tot en met 642z van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES beroepen op beperking van aansprakelijkheid uit anderen hoofde voor vorderingen terzake van schade door verontreiniging, toegebracht buiten het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, daaronder begrepen de territoriale zee, buiten de exclusieve economische zone van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of, zolang een zodanige zone niet is ingesteld, buiten het gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba dat zich niet verder uitstrekt dan 200 zeemijl van de basislijnen waarvan de breedte van de territoriale zee wordt gemeten, en buiten het gebied van een bij het Verdrag partij zijnde staat.

De eigenaar van een in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba teboekgesteld schip dat meer dan 2.000 ton olie in bulk als lading vervoert, is verplicht een verzekering of andere financiële zekerheid in stand te houden ter dekking van zijn uit deze wet en uit het Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid tot het bedrag, vermeld in artikel 5, eerste lid.

De eigenaar van een schip dat is teboekgesteld buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of een andere dan de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden voert, is verplicht om, ten tijde dat dit schip meer dan 2.000 ton olie in bulk als lading vervoert en een haven of laad- of losplaats in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aanloopt of verlaat, of een binnenwater in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevaart, een verzekering of andere financiële zekerheid in stand te houden ter dekking van zijn uit deze wet en uit het Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid, tot het bedrag, vermeld in artikel 5, eerste lid, van deze wet en in artikel V, eerste lid, van het Verdrag.

De overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid ten aanzien van een schip dat is teboekgesteld in een staat die niet bij het Verdrag partij is of dat de vlag voert van zulk een staat, voldoet aan de volgende vereisten:

Gelden uit een verzekering of andere financiële zekerheid die ingevolge de artikelen 14 en 15 in stand wordt gehouden, zijn uitsluitend beschikbaar voor de voldoening van vorderingen ingevolge deze wet. Voor andere vorderingen kan op deze gelden geen beslag worden gelegd.

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

De kapitein van een in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba teboekgesteld schip waarmee, waar ter wereld ook, meer dan 2.000 ton olie in bulk als lading wordt vervoerd, is verplicht een geldig certificaat als bedoeld in artikel 18 aan boord te hebben en op eerste aanvraag te vertonen of te doen vertonen aan de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.

De kapitein van een schip waarmee meer dan 2.000 ton olie in bulk als lading wordt vervoerd, is verplicht om bij het aanlopen of verlaten van een haven of een laad- of losplaats in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ten tijde dat het schip, in verband met het vervoer, zich aldaar of op een binnenwater in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt of een zodanig water bevaart, een geldig certificaat als bedoeld in artikel 18 van deze wet of in artikel VII van het Verdrag aan boord te hebben en op eerste aanvraag te vertonen of te doen vertonen aan de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot vergoedingen, verschuldigd voor de afgifte of waarmerking van een certificaat, bedoeld in artikelen 18 en 19, betreffende de hoogte van de in artikel 30, vierde lid, bedoelde rente, alsmede, indien dit in het belang van een goede uitvoering van deze wet of in verband met internationale afspraken inzake de uitvoering van het Verdrag noodzakelijk is, met betrekking tot andere in de Hoofdstukken I tot en met V geregelde onderwerpen.

Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat de artikelen 1 tot en met 3 en 9 slechts van toepassing zijn ten aanzien van aansprakelijkheid uit een voorval dat na de inwerkingtreding van deze landsverordening heeft plaatsgevonden.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet aansprakelijkheid olietankschepen BES.