Beleidsregel · BWBR0028498

Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren

Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels ontgrondingen in rijkswaterenBeleidsregels ontgrondingen in rijkswaterenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 3 en 8 van de Ontgrondingenwet, de artikelen 4 en 5 van het Besluit ontgrondingen in rijkswateren, artikel 1 van de Regeling ontgrondingen in rijkswateren en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Deze Beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.Eurlings

In dit besluit wordt verstaan onder:

In tabel 1 is de afstand opgenomen ten opzichte van kunstwerken, vaste objecten, situaties en omstandigheden waarbinnen geen ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning of andere ontgrondingen wordt verleend.

1 Afstanden gelden voor ontgrondingen tot een diepte van maximaal 2 meter beneden de zeebodem. Voor diepere ontgrondingen kunnen grotere afstanden gelden tot de kabels, leidingen, kunstwerken en vaste objecten waarbinnen geen ontgrondingen mogen plaatsvinden. Deze afstanden worden per specifiek geval bepaald en in de vergunningsvoorschriften opgenomen.

2 Ontgrondingsvergunningen in het IJsselmeergebied worden tevens niet verleend indien de ontgronding dieper gaat dan de denkbeeldige taludlijn met een helling van 1:10, lopend vanaf de teen van de dijk schuin omlaag, dan wel lopend vanaf het archeologische monument, de archeologische vondst of het wrak schuin omlaag. Indien voor de betreffende dijk een buitendijkse beschermingszone (zoals gedefinieerd door de beheerder van de waterkering) voor ontgronden van toepassing is loopt de taludlijn vanaf de buitenste begrenzing van deze beschermingszone omlaag.

3 Ontgrondingsvergunningen in het IJsselmeergebied worden tevens niet verleend indien de ontgronding dieper gaat dan de denkbeeldige taludlijn met een helling van 1:10, lopend vanaf de teen van de dijk schuin omlaag, dan wel lopend vanaf het archeologische monument, de archeologische vondst of het wrak schuin omlaag. Indien voor de betreffende dijk een buitendijkse beschermingszone (zoals gedefinieerd door de beheerder van de waterkering) voor ontgronden van toepassing is loopt de taludlijn vanaf de buitenste begrenzing van deze beschermingszone omlaag.

4 Afstanden gelden voor ontgrondingen tot een diepte van maximaal 2 meter beneden de zeebodem. Voor diepere ontgrondingen kunnen grotere afstanden gelden tot de kabels, leidingen, kunstwerken en vaste objecten waarbinnen geen ontgrondingen mogen plaatsvinden. Deze afstanden worden per specifiek geval bepaald en in de vergunningsvoorschriften opgenomen.

5 Afstanden gelden voor ontgrondingen tot een diepte van maximaal 2 meter beneden de zeebodem. Voor diepere ontgrondingen kunnen grotere afstanden gelden tot de kabels, leidingen, kunstwerken en vaste objecten waarbinnen geen ontgrondingen mogen plaatsvinden. Deze afstanden worden per specifiek geval bepaald en in de vergunningsvoorschriften opgenomen.

6 Afstanden gelden voor ontgrondingen tot een diepte van maximaal 2 meter beneden de zeebodem. Voor diepere ontgrondingen kunnen grotere afstanden gelden tot de kabels, leidingen, kunstwerken en vaste objecten waarbinnen geen ontgrondingen mogen plaatsvinden. Deze afstanden worden per specifiek geval bepaald en in de vergunningsvoorschriften opgenomen.

Voor ontgrondingen in kanalen en in het zomerbedgedeelte van rivieren in beheer bij het Rijk, alsmede de daarmee in open verbinding staande havens onder beheer van het Rijk kan een ontgrondingsvergunning worden verleend, waarbij de ontgronding in ieder geval:

De volgende beleidsnota’s worden ingetrokken:

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren.

Deze Beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag van de eerste kalendermaand na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Onderdeel A. Schelpenwingebieden Waddenzee en aangrenzende Noordzeekustzone

Onderdeel B. Schelpenwingebieden Westerschelde, Voordelta en aangrenzende Noordzeekustzone