Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 september 2010, houdende regels ter uitvoering van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie (Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justitie)Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van JustitieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 13 juli 2010, nr. 5656881/10/6;

Gelet op de artikelen 24, eerste en tweede lid, 31, tweede lid, 39, 41, vierde lid, 46, derde lid, 50, zevende lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie;

De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 12 augustus 2010, nr. W03.10.0358/II/K);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 22 september 2010, nr. 5666927/10/6;

De bepalingen van het Statuut van het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage27 september 2010BeatrixDe Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin de eerste oktober 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

Indien op grond van deze algemene maatregel van rijksbestuur regels worden gesteld bij ministeriële rijksregeling, dan komen deze regels in overeenstemming met de regeringen van de landen tot stand.

Bij ministeriële rijksregeling kunnen regels worden gesteld over de rechtspositie van de leden van het bestuur van het Hof.

De volledige arbeidsduur voor de leden van het Hof bedraagt gemiddeld 40 uur per week.

Onze Ministers stellen, op voorstel van het bestuur van het Hof na goedkeuring door de Beheerraad, vast welke pensioenregeling van toepassing is op de leden van het Hof.

Onze Ministers stellen, op voorstel van het bestuur van het Hof na goedkeuring van de Beheerraad, een regeling vast over ambtsjubilea van de leden van het Hof.

In de functioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken met rechters wordt niet gesproken over de:

Er is een opleiding die ten doel heeft toekomstige rechters en officieren van justitie de kennis, de vaardigheden en de ervaring te verschaffen, die nodig zijn om een rechtsprekende functie, dan wel de functie van officier van justitie uit te oefenen.

Nadat een rechterlijk ambtenaar in opleiding, de opleiding met gunstig resultaat heeft voltooid, kan hij op grond van de artikelen 23 en 25 van de rijkswet of op grond van artikel 17, derde lid, van de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voorgedragen worden voor benoeming tot rechter of substituut-officier van justitie.

Het bestuur van het Hof, gehoord de procureurs-generaal van de landen, ontslaat een rechterlijk ambtenaar in opleiding:

Het bestuur van het Hof, gehoord de procureurs-generaal van de landen, kan een rechterlijk ambtenaar in opleiding ontslaan:

Alvorens een besluit op grond van de artikelen 43, tweede lid, 44, onderdeel d, en 45 wordt genomen wordt de rechterlijk ambtenaar in opleiding door het bestuur van het Hof in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze mondeling of schriftelijk naar voren te brengen.

Het bestuur van het Hof stelt de klager en de beklaagde schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht en van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Indien de conclusies van het bestuur van het Hof afwijken van het advies van de klachtadviescommissie, wordt in die conclusies de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies meegezonden met de kennisgeving, bedoeld in artikel 61.

Deze algemene maatregel van rijksbestuur treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van de rijkswet.

Deze algemene maatregel van rijksbestuur wordt aangehaald als: Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Ik zweer/ Ik beloof dat ik als directeur bedrijfsvoering van het Gemeenschappelijk Hof overeenkomstig de voorschriften bij of krachtens de rijkswet of enige andere wet gegeven, nauwgezet en onpartijdig, zonder aanzien van personen, zal vervullen.

Ik zweer/ Ik verklaar dat ik om tot directeur bedrijfsvoering van het Gemeenschappelijk Hof te worden benoemd geen giften of gunsten heb gegeven of beloofd.

Ik zweer/ Ik verklaar dat ik om iets als directeur bedrijfsvoering van het Gemeenschappelijk Hof te doen of te laten geen geschenken of beloften heb aangenomen of zal aannemen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig/ Dit verklaar en beloof ik.

Op .......... werd te .............................

ten overstaan van ..............................

de bovenstaande eed/belofte afgelegd.

De ....................

1. .....................

2. .....................

Ik zweer/ Ik beloof trouw aan de Koning en gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen.

Ik zweer/ Ik verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van mijn benoeming aan iemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.

Ik zweer/ Ik beloof dat ik nimmer enige giften of geschenken, hoe ook genaamd, zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij in enige rechtszaak is of zal worden betrokken, waarin mijn ambtsverrichtingen te pas zouden kunnen komen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/ Dat verklaar en beloof ik!

Op .......... werd te .............................

ten overstaan van ..............................

de bovenstaande eed/belofte afgelegd.

De ....................

1. .....................

2. .....................

De rechterlijk ambtenaar in opleiding is verplicht tot geheimhouding van gevoelens die in raadkamer zijn geuit. De rechterlijk ambtenaar mag zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun advocaten of gemachtigden over enig voor hem aanhangig geschil of een geschil waarvan hij weet of vermoedt dat deze voor hem aanhangig wordt.

Ik zweer/ Ik beloof dat ik het ambt van voorzitter van de Beheerraad van het Gemeenschappelijk Hof/ dat ik het ambt van lid van de Beheerraad van het Gemeenschappelijk Hof overeenkomstig de voorschriften bij of krachtens de rijkswet of enige andere wet gegeven, nauwgezet en onpartijdig, zonder aanzien van personen, zal vervullen.

Ik zweer/ Ik verklaar dat ik om in dit ambt te worden benoemd geen giften of gunsten heb gegeven of beloofd.

Ik zweer/ Ik verklaar dat ik om iets in het ambt te doen of te laten geen geschenken of beloften heb aangenomen of zal aannemen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig/ Dit verklaar en beloof ik.

Op .......... werd te .............................

ten overstaan van ..............................

de bovenstaande eed/belofte afgelegd.

De ....................

1. .....................

2. .....................

De bedragen in deze bijlage zijn vermeld in AWG en ANG1.