U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 05-04-2024.

Regeling · BWBR0028595

Besluit onderstand BES

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 14 september 2010, houdende regels met betrekking tot het verlenen van onderstand in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Besluit onderstand BES)Besluit onderstand BESWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 juli 2010, nr. IVV/I/2010/13018, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op artikel 18.3, eerste, vierde en vijfde lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

De Raad van State gehoord (advies van 12 augustus 2010, nr. W12.10.0343/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 september 2010, nr. IVV/I/2010/16119, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage14 september 2010BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. P. H.DonnerDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A. Th. B.Bijleveld-Schoutende eerste oktober 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In ieder geval worden niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan gerekend:

Geen recht op onderstand bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op onderstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet-noodzakelijk worden aangemerkt.

Aan een persoon die geen recht op onderstand heeft, kan Onze Minister, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van deze paragraaf onderstand verlenen, indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken.

Het basisbedrag van de algemene onderstand bedraagt per twee weken:

Het basisbedrag van de algemene onderstand, genoemd in artikel 13, wordt voor personen met een gezamenlijke huishouding verhoogd met een toeslag per twee weken van:

Het basisbedrag van de algemene onderstand, genoemd in artikel 13, wordt voor de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de personen die een gezamenlijke huishouding voeren, die de pensioengerechtigde leeftijd heeft of hebben bereikt, verhoogd met een enkelvoudige toeslag per twee weken van:

Het basisbedrag van de algemene onderstand, genoemd in artikel 13, en de toeslagen, genoemd in de artikelen 14 tot en met 17a, bij elkaar overschrijden niet de hoogte van het minimumloon.

De aanvraag van onderstand is gericht aan Onze Minister en geschiedt in het openbaar lichaam waar de alleenstaande of het gezin rechtmatig woonachtig is.

Indien Onze Minister heeft vastgesteld dat recht op onderstand bestaat, wordt de onderstand toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de alleenstaande of het gezin de aanvraag van onderstand heeft ingediend.

De algemene onderstand wordt tweewekelijks vastgesteld en betaald.

De alleenstaande die of het gezin dat eigenaar is van een door hemzelf of door het gezin bewoonde woning met bijbehorend erf, heeft recht op onderstand voor zover tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring, van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen in redelijkheid niet kan worden verlangd.

Indien en zolang er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de alleenstaande of het gezin zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen, kan Onze Minister:

Bij regeling van Onze Minister aangewezen instanties en personen zijn verplicht desgevraagd aan Onze Minister kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit besluit.

Onze Minister is verplicht, indien hij bij de uitvoering van dit besluit het gegronde vermoeden krijgt van een misdrijf dat is gepleegd ten nadele van een Nederlands of buitenlands uitvoeringsorgaan van de sociale verzekeringswetten of van een Nederlands of buitenlands overheidsorgaan, voor zover dit is belast met het verrichten van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van bijdragen, het betrokken orgaan hiervan in kennis te stellen.

Bij regeling van Onze Minister worden instanties en personen aangewezen aan wie Onze Minister bevoegd is om uit eigen beweging en verplicht desgevraagd uit de administratie ter zake van de uitvoering van dit besluit kosteloos gegevens te verstrekken en wordt bepaald voor welke doeleinden deze gegevens mogen worden gebruikt.

Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met dien verstande dat in:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 20, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van het Besluit van 26 januari 2021 tot wijziging van het Besluit onderstand BES en het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES in verband met wijziging van taken ten aanzien van de bijzondere onderstand op Saba en ten aanzien van het uitzonderen van onderwijzers van de tewerkstellingsvergunningsplicht op Saba (Stb. 2021, 43), blijft van toepassing op voor die datum ingediende aanvragen voor bijzondere onderstand van personen woonachtig in het openbaar lichaam Saba.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit onderstand BES.