U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 10-10-2010.

Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028616

Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BESWet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt niet onder ambtenaren verstaan:

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

[vervallen]

Indien om enige reden de rechter of de plaatsvervanger die het onderzoek op de zitting verricht heeft, niet in staat is te beslissen, wordt de zaak opnieuw op de zitting behandeld.

De rechter, de griffier of enig ander ambtenaar, die zich voor plaatselijk onderzoek of andere ingevolge deze wet te verrichten werkzaamheid begeeft buiten zijn woonplaats of buiten de plaats waar het gerecht is gevestigd, heeft aanspraak op vergoeding overeenkomstig de bepalingen van het tarief van gerechtskosten en salarissen in burgerlijke zaken.

Ingeval van gelijktijdige benoeming geldt als oudst benoemde het lid, wiens naam in de benoemingsbeschikking het eerst is vermeld en zo vervolgens. Heeft de benoeming plaats gehad bij verschillende beschikkingen van gelijke datum, dan wordt de laagst genummerde beschikking geacht het eerst te zijn genomen en zo vervolgens.

Alvorens een lid van de raad te ontslaan, stelt het hof van justitie dit lid in de gelegenheid daaromtrent zijn gevoelen kenbaar te maken.

Van elk ontslag, elke schorsing of opheffing van schorsing doet het hof van justitie onverwijld mededeling aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan Onze Minister van Justitie en aan de raad.

De voorzitter van de raad regelt en verdeelt de werkzaamheden onder de leden.

Op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voet kan aan de benoemde leden van de raad voor het bijwonen van bijeenkomsten van de raad een presentiegeld alsmede een vergoeding voor reis- en verblijfskosten worden toegekend.

Artikel 13 vindt ten deze overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 vindt ten deze overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 vindt ten deze overeenkomstige toepassing.

Gehuwde vrouwen oefenen geheel zelfstandig haar rechten uit.

De rechter wijst de inzender van een bezwaarschrift, die de voorschriften van de artikelen 43, tweede lid, of 44 niet in acht genomen heeft, op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit, dit binnen een bepaalde termijn te herstellen.

Indien het gepleegde verzuim is hersteld of de niet-ontvankelijkheid niet wordt uitgesproken, doet de rechter een afschrift van het bezwaarschrift aan de verweerder verzenden.

Indien meer partijen binnen de daarvoor bepaalde termijn bezwaar ingebracht hebben, worden haar bezwaren tegelijk behandeld en beslist.

Wordt van een bezwaarschrift niet een genoegzaam aantal afschriften ingezonden ter voldoening aan het voorschrift van artikel 47, dan worden de ontbrekende afschriften kosteloos door de griffier van het gerecht vervaardigd.

Alle ter zitting voorkomende geschillen, betreffende de wijze van behandeling der zaak aldaar, worden door de rechter beslist.

Partijen en vertegenwoordigers kunnen zich, behoudens in het geval voorzien in artikel 76, door een raadsman doen vergezellen, waar zij in het geding optreden.

Ambtshalve of op verzoek van een der partijen kan de rechter bevelen, dat de verklaring van een getuige, deskundige of partij in haar geheel in schrift zal worden gesteld en aan het proces-verbaal der zitting zal worden gehecht. Aan zodanig bevel wordt terstond gevolg gegeven, waarna het in schrift gestelde, met de aangebrachte wijzigingen en aanvullingen, aan de getuige, deskundige of partij wordt voorgelezen en door deze met de rechter en de griffier wordt ondertekend. Heeft de ondertekening niet plaats, dan wordt de reden daarvan vermeld.

Aan ieder der partijen wordt op haar verzoek door de rechter het woord verleend voor het uitoefenen der haar toegekende bevoegdheden.

De rechter kan, onder opgave van redenen, bij de ondervraging of het verhoor van een bepaalde persoon de tegenwoordigheid verbieden van gemachtigden, raadslieden of anderen, wier aanwezigheid hem ongewenst voorkomt.

De rechter kan ambtshalve of op verzoek van een der partijen deskundigen met een werkzaamheid belasten.

De rechter is bevoegd samenhangende zaken te voegen en gevoegde zaken te splitsen.

De rechter beslist in raadkamer en grondt de beslissing uitsluitend op hetgeen op de zitting heeft plaats gehad en op die stukken, ten aanzien waarvan de voorschriften van de artikelen 50, eerste en tweede lid en 55, tweede lid, zijn toegepast.

Bij de uitspraak kan de aangevallen beschikking gewijzigd worden, ook ten nadelen van degene die daartegen bezwaar inbracht.

Op redenen van algemeen belang kan de rechter in zijn uitspraak hetzij bepalen, dat de nietigverklaring en de veroordeling eerst zullen werken van een bij de uitspraak bepaalde dag, hetzij de nietigheid voor gedekt verklaren. In die gevallen kan de rechter het lichaam, welks beschikking, handeling of weigering nietig worden geacht, eveneens tot vergoeding aan de ambtenaar veroordelen.

De uitspraken zijn gedagtekend en behelzen:

De uitspraak wordt door de rechter die over de zaak geoordeeld heeft en de griffier ondertekend. Bij verhindering van een van hen wordt de reden daarvan in de uitspraak vermeld.

Zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, geeft de griffier de bescheiden van het geding, die zich onder zijn berusting bevinden, terug aan de rechthebbenden.

In het geding in hoger beroep is appellant degene, die beroep heeft ingesteld en geïntimeerde de tegenpartij.

De artikelen 37, 38, 39, 40 en 67 vinden overeenkomstige toepassing.

De voorzitter van de raad wijst de inzender van een beroepschrift, die de voorschriften van de artikelen 100, eerste lid, of 104 niet in acht genomen heeft, op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit, dit binnen een bepaalde termijn te herstellen.

Indien gedurende de loop van het geding mocht blijken, dat de voorzitter verzuimd heeft artikel 105 toe te passen, herstelt de raad alsnog dat verzuim. Het geding wordt alsdan, zo nodig, teruggebracht in de staat, waarin het zich bevond op het ogenblik, dat de voorzitter artikel 105 had behoren toe te passen. De artikelen 105, 106, 107 en 108 vinden in dat geval overeenkomstige toepassing.

De artikelen 48 en 49 vinden overeenkomstige toepassing.

De bevoegdheid omschreven in artikel 54 wordt door de voorzitter uitgeoefend.

Artikel 55 vindt overeenkomstige toepassing.

De artikelen 56, 57, 58, 59, 60 en 61 vinden overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat door de voorzitter worden uitgeoefend de bevoegdheden omschreven in artikel 60 en de tweede zin van het derde lid van artikel 61.

In hoger beroep vinden de artikelen 62 tot en met 79 overeenkomstige toepassing met inachtneming van het bepaalde bij het volgend artikel.

In hoger beroep vinden de artikelen 80 en 81 overeenkomstige toepassing.

De uitspraken zijn gedagtekend en behelzen:

De uitspraak wordt door de voorzitter en de griffier die in raadkamer tegenwoordig is geweest, ondertekend. Bij verhindering van een hunner wordt de reden daarvan in de uitspraak vermeld en wordt, voor zoveel de voorzitter betreft, de uitspraak ondertekend door een der leden die over de zaak hebben geoordeeld, naar rang van benoeming.

In geen geval mag de uitspraak later dan drie weken na het sluiten van het onderzoek plaats hebben.

De artikelen 92 en 93 vinden overeenkomstige toepassing.

Op de behandeling van een verzoek om herziening vinden de voorschriften omtrent de behandeling in eerste aanleg of in hoger beroep overeenkomstige toepassing. Tegen de uitspraak in herziening staat geen voorziening open.

[vervallen]

[vervallen]

Stukken opgemaakt ter voldoening aan bepalingen van deze wet zijn vrij van zegel en worden, voor zover zulks vereist wordt, kosteloos geregistreerd.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.