Wijzigingen Officiële bron
Regeling maritieme radiocommunicatie examens BESRegeling maritieme radiocommunicatie examens BES

In deze regeling wordt verstaan onder:

Voor deelname aan een examen moet de kandidaat de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.

De voorzitter kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van een der examens bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien een kandidaat is geslaagd voor een ander examen, welke is afgenomen door een bevoegde autoriteit en dat naar het oordeel van de commissie gelijkwaardig is aan een der examens bedoeld in artikel 4, eerste lid.

De commissie kan nadere regels vaststellen voor de gang van zaken met betrekking tot het examen, welke niet in strijd mogen zijn met deze regeling

In de gevallen waarin deze regeling en de ingevolge artikel 11 vastgestelde regels niet voorzien, beslist de voorzitter.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maritieme radiocommunicatie examens BES.

De in het examenprogramma gebruikte gradaties hebben de volgende betekenis:

Kennis: het weten en begrijpen van de hoofdzaken;

Grondige kennis: het weten en begrijpen van de stof tot in bijzonderheden;

Vaardigheden: blijk geven de vereiste handelingen te kunnen uitvoeren.

Het examenprogramma voor het behalen van het Algemeen Certificaat bestaat uit vijf onderdelen:

VOORSCHRIFTEN EN PROCEDURES:

De kandidaat dient kennis te hebben van:

Maritieme radiocommunicatieprocedures

Algemeen:

De kandidaat dient grondige kennis te hebben van:

Nood, Spoed en Veiligheidsverkeer:

De kandidaat dient grondige kennis en/of vaardigheid te hebben met betrekking tot:

Openbaar verkeer:

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:

Onderling (intership) en havenverkeer:

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:

TECHNIEK:

Algemeen

De kandidaat dient kennis te hebben van:

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:

Het gebruik van de in de apparatuur ingebouwde testmogelijkheden:

Apparatuur:

De kandidaat dient kennis en vaardigheden te hebben van:

EZBzenders/ontvangers:

Digital Selective Calling (DSC)-modem:

De bediening in combinatie met de relevante radioapparatuur.

Radiotelex-modem:

De bediening in combinatie met de relevante radio-apparatuur.

Satelliet-communicatie-apparatuur:

VHF radiotelefonie installaties:

Radartransponders (SART): (Search and Rescue Radar Transponder)

Overige apparatuur:

Bediening van de installaties.

Voeding:

ENGELS

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheid te hebben met betrekking tot:

AARDRIJKSKUNDE

De ligging van de belangrijkste kuststations en grondstations van het INMARSAT systeem.

Men neemt hiervoor kuststations die over HF telefonie en radiotelex beschikken.

Daar er regelmatig wijzigingen plaatsvinden, wordt het lesprogramma per schooljaar vastgesteld.

De in de examenprogramma's gebruikte gradaties hebben de volgende betekenis:

Kennis: het weten en begrijpen van de hoofdzaken;

Grondige kennis: het weten en begrijpen van de stof tot in bijzonderheden;

Vaardigheden: blijk geven de vereiste handeling te kunnen uitvoeren.

Het examen voor het behalen van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie bestaat uit de volgende onderdelen:

BEPERKT CERTIFICAAT MARITIEME RADIOCOMMUNICATIE:

Voorschriften

De kandidaat dient kennis te hebben van:

Maritieme communicatie procedures

Nood, Spoed en Veiligheidsverkeer

De kandidaat dient grondige kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:

Openbaar verkeer:

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:

Nautisch radioverkeer:

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:

Bijzonder radioverkeer:

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:

TECHNIEK:

De kandidaat dient kennis te hebben van:

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:

Het doel, de werking en de bediening van de VHF Radiotelefonie installatie met betrekking tot:

GLOBAL MARITIME DISTRESS and SAFETY SYSTEM MODULE:

Voorschriften

De kandidaat dient kennis te hebben van:

Maritieme communicatie procedures:

De kandidaat dient grondige kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:

TECHNIEK

De kandidaat dient kennis of vaardigheden te hebben met betrekking tot:

Het doel en de werking van een radartransponder (SART), NAVTEX, een radionoodbaken (EPIRB) en andere radiocommunicatie-apparatuur voor groepsreddingmiddelen.

De bediening van een DSC-modem.

Het gebruik van de in de apparatuur ingebouwde eenvoudige testmogelijkheden.

Aan de hand van een gebruikershandleiding lokaliseren en repareren van eenvoudige defecten.

Het rapporteren van defecten ten behoeve van de reparatie aan wal.

ENGELS

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:

Taalgebruik met kuststations (aanroepprocedure) in het internationale radioverkeer.

De in het examenprogramma gebruikte gradaties hebben de volgende betekenis:

De kandidaat dient kennis te hebben van:

Nood, Spoed en Veiligheidsverkeer

De kandidaat dient grondige kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:

Openbaar verkeer

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot:

Nautisch radioverkeer

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te hebben met betrekking tot:

Bijzonder radioverkeer

De kandidaat dient kennis en/of vaardigheden te bezitten met betrekking tot: