Regeling · BWBR0028725

Besluit radioamateurs BES

Wijzigingen Officiële bron
Besluit radioamateurs BESBesluit radioamateurs BES

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Terzake van telecommunicatievoorzieningen ten behoeve van radioamateurs gelden, onverminderd, tenzij anders is bepaald, de regels die zijn gesteld bij en krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES en de navolgende bepalingen.

In afwijking van artikel 34, eerste lid, van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES, worden machtigingen voor radioamateurs verleend voor ten hoogste tien jaar.

Geen examen behoeft te worden afgelegd door:

Onze Minister kan op verzoek van de belanghebbende een uittreksel verstrekken uit het register, waaruit blijkt dat de machtinginghouder in het bezit is van een bevoegdheid als radioamateur, dat overeenkomt met de daartoe strekkende internationale eisen, zulks ter verkrijging van een machtiging in landen waarmede het Koninkrijk der Nederlanden laterale of multilaterale overeenkomsten van wederkerigheid heeft ondertekend. Dit uittreksel heeft een geldigheidsduur van één jaar en wordt opgesteld in de Engelse of Spaanse taal.

De uitgifte van roepletters, bedoeld in artikel 40 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES, geschiedt voor wat betreft radioamateurs overeenkomstig het bepaalde in bijlage 2 behorende bij dit besluit.

Zodra een in dit besluit bedoelde zend- of ontvanginrichting voor gebruik gereed is, stelt de machtiginghouder Onze Minister daarvan in kennis ten einde de keuring, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderscheidenlijk 69, eerste lid, van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES te kunnen doen plaatsvinden.

De machtiginghouder mag de navolgende zendinrichtingen aanwezig hebben:

De uitzending van de roepletters dient op één van de hier navolgende wijze te geschieden:

De machtiginghouder mag, behoudens ingeval van nood, uitsluitend radioverbindingen maken met radioamateurs alsmede met gebruikers van andere stations die bevoegd zijn op amateurfrequenties radioverbindingen te maken.

De bandbreedte van de uitzendingen dient beperkt te worden tot een voor de te nemen proeven noodzakelijke grens.

De stabiliteit van de frequentie van het uitgezonden signaal moet voldoen aan – naar de stand der techniek – redelijk te stellen eisen.

Het vermogen van ongewenste hoogfrequent-uitstralingen mag per component niet meer bedragen dan in de navolgende tabel is aangegeven:

De machtiginghouder moet er voor zorgdragen dat door de uitzendingen van de zendinrichting de grenzen van de hem toegewezen frequentiebanden en het toegestane zendvermogen niet worden overschreden.

Ingeval van internationale communicatie gelden mede de voorschriften opgenomen in bijlage 4 behorende bij dit besluit. Indien de voorschriften opgenomen in de artikelen 22, 23, 24 en 25 daarvan afwijken, hebben de voorschriften opgenomen in bijlage 4 voorrang.

Het is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de wet om:

De geldigheidsduur van een machtiging die is verleend krachtens de artikel 15, eerste lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen en die bestemd is voor telecommunicatievoorzieningen ten behoeve van radioamateurs is, gerekend vanaf het tijdstip van verlening, gelijk aan de duur waarvoor de machtiging is verleend.

Een toestemming die is verleend krachtens artikel 11, eerste lid, onderdeel b, of 12, achtste lid, van het Landsbesluit radioamateurs wordt gelijkgesteld met een toestemming verleend krachtens artikel 11, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 12, achtste lid.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit radioamateurs BES.

Eerste symbool (modulatie van de draaggolf)

N = ongemoduleerde draaggolf

A = dubbelzijband (*1)

B = onafhankelijke zijbanden

H = enkelzijband, volledige draaggolf (* l)

R = enkelzijband, gereduceerde of variabele draaggolf (* l)

J = enkelzijband, onderdrukte draaggolf (*1)

C = restzijband (rudimentaire zijband) (*1)

G = fasemodulatie (*2)

F = frequentiemodulatie (*2)

D = de uitzending waarvan de draaggolf zowel in amplitude- als in frequentiefase gemoduleerd is, hetzij tegelijk dan wel in een van tevoren vastgestelde volgorde

P = ongemoduleerde pulstrein

K = pulstrein, amplitude-gemoduleerd

L = pulstrein, gemoduleerd in lengte of duur

M = pulstrein, gemoduleerd in positie of fase

Q = pulstrein, waarbij de draaggolf frequentie- of fase-gemoduleerd is gedurende de pulstijd

V = pulstrein, welke een combinatie is van het bovenstaande of op een andere wijze tot stand is gekomen

W = gevallen, welke door bovenstaande symbolen niet worden gedekt en waarbij een uitzending bestaat uit een draaggolf, die tegelijk dan wel in een van tevoren vastgestelde volgorde wordt gemoduleerd met een combinatie van twee of meer van de volgende wijzen: amplitude, frequentie of fase, puls

X = gevallen waarin niet is voorzien.

Tweede symbool (type signaal dat de draaggolf moduleert)

O = geen modulatie aanwezig

1 = één enkel kanaal met niet-analoge informatie waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een modulerende hulpdraaggolf

2 = één enkel kanaal met niet-analoge informatie waarbij gebruik wordt gemaakt van een modulerende hulpdraaggolf

3 = één enkel kanaal met analoge informatie

7 = twee of meer kanalen met niet-analoge informatie

8 = twee of meer kanalen met analoge informatie.

9 = samengesteld systeem, waarbij één of meer kanalen met niet-analoge informatie te zamen met één of meer kanalen met analoge informatie

X = gevallen waarin niet is voorzien.

Derde symbool (soort informatie welke uitgezonden wordt)

N = geen informatie (hierbij inbegrepen informatie van een constante, niet variabele aard. zoals b.v. bij standaardfrequenties, radarpulsen etc.)

A = morse-telegrafie bestemd om op het gehoor opgenomen te worden

B = telegrafie bestemd voor automatische ontvangst

C = facsimilé

D = datatransmissie

E = telefonie

F = televisie

W = combinatie van bovenstaande

X = gevallen waarin niet is voorzien

aanduiding dat één dan wel een combinatie van de hierboven vermelde codes van toepassing zijn

(*l) Deze codes hebben betrekking op uitzendingen waarbij de draaggolf amplitude gemoduleerd wordt, inclusief uitzendingen waarbij de subcarrier (hulpdraaggolf) frequentie- of fase-gemoduleerd wordt.

(*2) Indien niet bekend is of fase- dan wel frequentiemo-dulatie wordt toegepast, wordt symbool «F» gebruikt.

De uitgifte van roepletters als bedoeld in artikel 40 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES voor wat betreft radioamateurs geschiedt overeenkomstig de navolgende tabel.

PJ2 etc. is het prefix;

x, xx of xxx staat voor aantal nader in te vullen letters; bij xx en xxx is de keuze in beginsel aan de radioamateur.

**) Internationale wedstrijden in groepsverband, voor de duur van de wedstrijd.

De verdeling van de frequentiebanden waarin de amateurdienst kan worden toegestaan alsmede de daaraan verbonden internationale status van de verschillende diensten zijn in onderstaande schema opgenomen. Er komen afwijkingen voor tussen de internationale en nationale status en frequentiebanden.

*) Toelichting op de kolom Toewijzingen Status:

In de kolom toewijzing zijn de diensten opgenomen die tot het gebruik van de in de kolom frequentieband vermelde band zijn toegelaten.

Bij deze toewijzing wordt onderscheid gemaakt tussen de primaire en secundaire status van de verschillende diensten.

Diensten met primaire status zijn vermeld in het hoofdlettertype, met secundaire status in het normale lettertype.

Primaire diensten hebben voorrang boven secundaire diensten. Waar storing optreedt moeten de secundaire diensten wijken c.q. hun uitzendingen onverwijld staken. Primaire diensten onderling hebben gelijke rechten met dien verstande dat geen onderlinge storing mag worden veroorzaakt. Secundaire diensten mogen geen storing veroorzaken op toepassingen van primaire diensten, zij hebben geen recht op bescherming tegen storing veroorzaakt door stations behorende tot primaire diensten. Secundaire diensten onderling hebben gelijke rechten.

**) Toelichting op de kolom Bijzonderheden: