Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 september 2010, nr. 151932, houdende regels inzake de slacht en vleeskeuring op Bonaire (Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire)Regeling slacht- en vleeskeuring BonaireDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen18.2.2,18.2.4,18.2.9 en 18.2.10avan de Invoeringswet BES en de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, derde lid, 9, 11, 14, 15, 17, 19, 21, 23, 29, 30 en 31 van het Besluit slacht- en vleeskeuring BES;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,G.Verburg

In deze regeling wordt verstaan onder:

Kennisgeving van het voornemen aan keuring onderworpen slachtvee te slachten of te doen slachten geschiedt bij de hoofdkeurmeester.

Het is verboden tijdens of na de verbloeding slachthandelingen te verrichten met uitzondering van het inkorten van de halsslagaderen, alvorens blijvende bewegingsloosheid is ingetreden.

Het ophangen van slachtvee voor het bedwelmen is verboden.

Van het geslachte dier mogen geen delen worden verwijderd, noch mogen in het geslachte dier andere insnijdingen zijn gemaakt, dan die, welke nodig zijn om het dier te brengen in de toestand, voorgeschreven in deze paragraaf. Daarbij horende organen en delen mogen niet zijn ingesneden, noch verkleind of geheel of gedeeltelijk verwijderd.

Een geslacht dier of enig gedeelte ervan, uitgezonderd de longen van dieren, geslacht volgens de Israëlische ritus, mag niet zijn opgeblazen.

Bij keuring vóór het slachten wordt door de keuringsdierenarts onderzocht of er:

Bij de keuring na het slachten wordt door de keuringsdierenarts onderzocht of:

Voorwaardelijke goedkeuring, zoals gesteld in artikel 8 van het besluit, is op grond van deze regeling niet mogelijk.

Afgekeurd wordt:

Indien vlees wordt afgekeurd, dan wordt het in zijn geheel blauw of rood gemerkt op een zodanige wijze dat duidelijk zichtbaar is dat het vlees voor menselijke consumptie ongeschikt is.

Het merken van vlees vindt plaats door middel van een voor de gezondheid van de gebruikers van het vlees onschadelijke kleurstofoplossing of, op door de keuringsdierenarts aangewezen organen of delen, door middel van een verhit stempel, waarmede een stempelafdruk op dit vlees kan worden geschroeid.

Hoofdstuk IV van het besluit is niet van toepassing op hoeveelheden vlees van ten hoogste 2 kilogram, mits uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.

Ten aanzien van de invoer van vlees gelden de volgende regels:

Bij invoer is het vlees:

Met betrekking tot varkensvlees wordt het vlees in het land van uitvoer op de aanwezigheid van trichinen onderzocht. Het vlees is vergezeld van een verklaring afgegeven door de dierenarts die het onderzocht, dat het vlees vrij van trichinen bevonden is.

Vlees dat opgeblazen is, wordt niet toegelaten.

Hij, die vlees invoert of de invoerder vertegenwoordigt, verleent bij de invoer de keuringsdierenarts de ten behoeve van de keuring gevraagde medewerking. Bij gebreke hiervan wordt invoer van het vlees niet toegestaan.

De keuringsdierenarts neemt zo spoedig mogelijk een beslissing over het ter keuring aangeboden vlees. Indien hij zulks noodzakelijk acht, kan hij zijn beslissing uitstellen, met dien verstande, dat deze niet later wordt genomen dan op de tweede werkdag respectievelijk voor door afkoeling verduurzaamd vlees op de derde werkdag na die, waarop het vlees ter keuring werd aangeboden. Hij kan aanwijzingen geven over de wijze van bewaring van het vlees gedurende de in de vorige volzin vermelde tijd.

Hij die vlees invoert of de invoerder vertegenwoordigt, geeft van elke invoer de keuringsdierenarts tijdig kennis.

Wanneer vlees in strijd met deze regeling is aangevoerd, beslist de keuringsdierenarts dat dit vlees niet wordt ingevoerd.

Alle kosten van keuring en controle van vlees, ingeval van tijdelijke aanhouding kosten van opslag alsmede eventueel kosten van vernietiging van dit vlees, komen ten laste van de aanbieder van dit vlees.

De bovenzijde van de bedrijfsruimten is, met inachtneming van het bepaalde in artikel 54, stof- en waterdicht en is verder van dien aard, dat geen bestanddelen daarvan tot verontreiniging van het vlees of de vleesproducten aanleiding kunnen geven.

De bedrijfsruimte heeft zodanige afmetingen, dat de door het bedrijf nodige handelingen en het toezicht daarop naar behoren kunnen plaatsvinden.

Het terrein vóór de in- en uitgangen van de bedrijfsruimten is, gemeten van de buitenwand van de bedrijfsruimten, tot een breedte van ten minste één meter regelmatig bestraat, betegeld of op gelijksoortige wijze verhard, zodat afdoende reiniging kan plaatsvinden.

De bedrijfsruimten van slachterijen, waar slachtdieren worden geslacht, mogen in rechtstreekse verbinding staan met de bedrijfsruimten, waar vlees wordt bewaard.

In artikel 60 bedoelde bedrijfsruimten hebben gemeten van de vloer een zodanige hoogte en zijn zo ingericht, dat van daarin geslacht slachtvee in hangende toestand het vlees niet met de vloer in aanraking behoeft te komen.

Het openen van magen en darmen, alsmede het reinigen van deze organen in een bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 60 of in een andere bedrijfsruimte is verboden, indien zich in die ruimte vlees of vleesproducten bevinden.

De inhoud van de magen en darmen wordt, voor zover deze niet rechtstreeks door de riolering afgevoerd, in een goed afgedekte, waterdichte bak verzameld en, tenzij deze inhoud elke dag na afloop van het slachten van het terrein van de slachterij wordt verwijderd, met kalk bestrooid.

De bij de slachterij behorende stallen zijn voorzien van een waterdichte vloer en zijn behoorlijk rein ter beoordeling van de keuringsdierenarts.

Na afloop van het slachten van het in artikel 70, eerste lid, bedoeld slachtvee en van de eerste in artikel 70, vijfde lid, genoemde categorie slachtvee worden de bedrijfsruimten, waar geslacht is en de daarin aanwezige gebruikte gereedschappen en apparatuur gereinigd en ontsmet met water van ten minste 82° Celsius en met middelen als bedoeld in artikel 79, vijfde lid. De kleding waarin werd geslacht en de bij het slachten gebruikte gereedschappen en apparatuur worden bovendien telkenmale wanneer de keuringsdierenarts dit noodzakelijk acht, gereinigd of ontsmet.

Personen in vleeswinkels als bedoeld in artikel 72, eerste lid, belast met het bewerken en de verkoop van vlees of vleesproducten, dragen tijdens de uitoefening van deze werkzaamheden schone kleren, met inbegrip van een hoofddeksel, en hebben steeds schone handen.

De artikelen van paragraaf H – met uitzondering van het bepaalde in het derde lid van artikel 56, ten aanzien van de aanwezigheid van bedorven of op andere wijze ondeugdelijk geworden vlees of vleesproducten, alsmede de artikelen van paragraaf O gelden niet voor de bedrijfsruimten van die vleeswinkels, waar vlees niet wordt bewerkt, maar uitsluitend wordt verkocht.

Bedrijfsruimten van bewaarplaatsen van vlees mogen in rechtstreekse verbinding staan met die van slachterijen, waar slachtdieren worden geslacht.

Bedrijfsruimten van bewaarplaatsen van vlees zijn droog en koel en bevinden zich evenals de daarin aanwezige voorwerpen, toestellen en gereedschappen te allen tijde in reine toestand.

Oprichten, hebben of gebruiken van inrichtingen tot bewaren van vlees onder koeling, in de vorm van diepvrieskluizen, hetzij als bedrijf, hetzij in samenwerking met anderen, is toegestaan met vergunning verleend door de minister, de keuringsdierenarts gehoord.

De bedrijfsruimten van vleesproductenfabrieken staan, met uitzondering van ruimten waarin het vlees wordt bewaard, in rechtstreekse verbinding met elkaar.

Personen, werkzaam in bedrijfsruimten van vleesproductenfabrieken, dragen tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden schone kleding, waaronder begrepen een muts, en hebben steeds reine handen en armen.

Roken, pruimen of spuwen in de bedrijfsruimten van vleesproductenfabrieken is verboden.

Voor de bedrijfsruimten van inrichtingen, bestemd tot of gebruikt voor het bewerken of verduurzamen van vlees of het bereiden of bewerken van vleesproducten gelden de voorschriften, gesteld in de artikelen van paragraaf M van deze regeling ten aanzien van bedrijfsruimten van vleesproductenfabrieken.

De temperatuur binnen de bedrijfsruimte van een inrichting als bedoeld in artikel 89 is ten tijde van de voorverpakking niet hoger dan 12° Celsius, welke temperatuur door middel van een aangebrachte thermometer steeds gemakkelijk afleesbaar is.

Vlees wordt uitsluitend uitgesneden, indien de inwendige temperatuur ervan ten hoogste 7° Celsius bedraagt, tenzij de uitsnijruimte in hetzelfde complex ligt als de slachtruimte, waar de keuring na het slachten van het vlees heeft plaatsgevonden, en beide ruimten zodanig dicht bij elkaar liggen dat het uit te snijden vlees zonder overlading van de slachtruimte naar de uitsnijruimte kan worden overgebracht en bovendien het uitsnijden onmiddellijk na het overbrengen geschiedt.

Van hetgeen in deze regeling onder vlees wordt verstaan, worden uitgezonderd:

Van hetgeen in deze regeling onder vleesproducten wordt verstaan, worden uitgezonderd:

De eigenschappen van vlees worden niet geacht verloren te gaan door:

Bij het bereiden van vleesproducten zijn het gebruik en de toevoeging van andere vleesproducten, mits deze zich in deugdelijke toestand bevinden, toegestaan.

Omhulsels, welke worden gebruikt voor het verduurzamen van vlees of vleesproducten, bestaan uit deugdelijk materiaal, dat geen bestanddelen afgeeft in hoeveelheden, welke schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn of de vleesproducten kunnen verontreinigen.

Bij de bereiding van de in deze paragraaf bedoelde producten wordt geen gebruik gemaakt van:

Aanduidingen in woord en beeld die doordat zij onjuist of onvolledig zijn of een onjuiste indruk wekken, misleidend kunnen zijn met betrekking tot de aard, de samenstelling, de oorsprong en herkomst, de hoeveelheid, de houdbaarheid, of de wijze van bereiding van de in deze regeling bedoelde producten, worden niet gebezigd op of bij het product dan wel de verpakking daarvan.

De in artikel 107, tweede lid, bedoelde aanduidingen voor de daar bedoelde ingrediënten bestaan uit hetzij de voor die ingrediënten bij of krachtens enig wettelijk voorschrift vastgestelde naam, hetzij, indien voor die ingrediënten geen zodanige naam is vastgesteld, een daarmee gelijk te stellen gebruikelijke naam of een aanduiding van de ingrediënten waaruit de aard en samenstelling duidelijk blijkt, met dien verstande dat ingrediënten mogen worden aangeduid met de normaliter gebruikte groepsnaam.

Het product dat door een opschrift of enige andere wijze wordt aangeduid dan wel kennelijk voorhanden is als een der producten, in de artikelen 102 en 103 van deze paragraaf bedoeld, voldoet aan de regelen voor het desbetreffende product in of krachtens deze regeling vastgesteld.

Het tarief bedraagt terzake het afgeven van een certificaat van goedkeuring voor de invoer van vlees: een bedrag gelijk aan 5% van de c.i.f. waarde van het vlees.

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een in het belang van de verzoeker af te geven verklaring van afkeuring of vernietiging van op het abattoir geslachte of op respectievelijk in de bij het abattoir behorende terreinen of koralen gestorven:

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire.