U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 12-10-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0028820

Regeling OCW-subsidies

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 september 2010, nr. WJZ-230010 (8285), houdende algemene regels voor subsidieverstrekking op grond van de Wet overige OCW-subsidies en enkele onderwijswetten (Regeling OCW-subsidies)Regeling OCW-subsidiesDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies, de artikelen 70, 116, eerste en tweede lid, 123, eerste en tweede lid, en 135, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 71, 113, eerste en tweede lid, 120, eerste en tweede lid, en 129, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 74, 85a, eerste en tweede lid, de artikelen 89, eerste en tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en de artikelen 2.2.3, eerste en tweede lid, 2.4.3 en 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,A.Rouvoet

In deze regeling wordt verstaan onder:

Dit hoofdstuk is van toepassing op zowel onderwijsinstellingen als andere subsidieontvangers.

Bij terugvordering van ten onrechte betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Tevens kan de minister in dat geval de verschuldigde wettelijke rente vorderen.

Afdeling 4.2.8 van de Algemene Wet bestuursrecht is van toepassing op per boekjaar verstrekte subsidies die € 125.000 of meer bedragen.

De subsidieontvanger werkt mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom, ter zake van de gesubsidieerde activiteiten.

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en direct wordt vastgesteld, vindt de betaling van het subsidiebedrag in één keer plaats.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op onderwijsinstellingen.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op andere subsidieontvangers dan onderwijsinstellingen.

Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, vindt een aanvraag tot subsidievaststelling plaats binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend dan wel na afloop van het boekjaar, of binnen een bij ministeriële regeling of bij beschikking op te nemen termijn.

Een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven:

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. Bij ministeriële regeling of bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger, onverminderd artikel 19, rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag. Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling OCW-subsidies.