U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2015.

Ministeriële regeling · BWBR0028820

Regeling OCW-subsidies

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 september 2010, nr. WJZ-230010 (8285), houdende algemene regels voor subsidieverstrekking op grond van de Wet overige OCW-subsidies en enkele onderwijswetten (Regeling OCW-subsidies)Regeling OCW-subsidiesDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies, de artikelen 70, 116, eerste en tweede lid, 123, eerste en tweede lid, en 135, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 71, 113, eerste en tweede lid, 120, eerste en tweede lid, en 129, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 74, 85a, eerste en tweede lid, de artikelen 89, eerste en tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en de artikelen 2.2.3, eerste en tweede lid, 2.4.3 en 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,A.Rouvoet

Dit hoofdstuk is van toepassing op zowel onderwijsinstellingen als niet-onderwijsinstellingen.

Bij terugvordering van ten onrechte betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen. Tevens kan de minister in dat geval de verschuldigde wettelijke rente vorderen.

Afdeling 4.2.8 van de Algemene Wet bestuursrecht is van toepassing op per boekjaar verstrekte subsidies die € 125.000 of meer bedragen.

De subsidieontvanger werkt mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom, ter zake van de gesubsidieerde activiteiten.

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en direct wordt vastgesteld, vindt de betaling van het subsidiebedrag in één keer plaats.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op onderwijsinstellingen.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op niet-onderwijsinstellingen.

Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, vindt een aanvraag tot subsidievaststelling plaats binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend dan wel na afloop van het boekjaar, of binnen een bij ministeriële regeling of bij beschikking op te nemen termijn.

Een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven:

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. Bij ministeriële regeling of bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger, onverminderd artikel 19, rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag. Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Dit hoofdstuk is uitsluitend en in aanvulling op de hoofdstukken 2 en 4 van toepassing op instellingen zoals bedoeld in de Wet SLOA 2013.

Artikel 10 van deze regeling is niet van toepassing.

Artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het eerste lid, onderdeel e, wordt gelezen als:

Artikel 29 treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 over het verslagjaar 2014, tenzij bij beschikking een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Op subsidies die voor 1 januari 2014 zijn verleend, is artikel 22, tweede lid, niet van toepassing, tenzij vaststelling van die subsidie betrekking heeft op een periode die is aangevangen na 1 januari 2014.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling OCW-subsidies.

Dit controleprotocol vindt zijn grondslag in artikel 22, tweede lid, en artikel 24 van de Regeling OCW-subsidies (hierna: ROS) en heeft betrekking op de accountantscontrole van de financiële verantwoording van subsidies in dat kader aan niet-onderwijsinstellingen.

In artikel 22 en 24 van de ROS is opgenomen dat de financiële verantwoording van de subsidieontvanger voorzien moet zijn van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid. In deze verklaring geeft de accountant tevens een oordeel over de naleving door de subsidieontvanger van de in het controleprotocol genoemde voorschriften. In dit controleprotocol wordt onder ‘financiële verantwoording’, tenzij anders aangegeven, zowel verstaan de verantwoording in de vorm van een jaarrekening als het financieel verslag over een projectsubsidie.

Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving, maar verduidelijkt voor zover nodig de in de oorspronkelijke wet- en regelgeving opgenomen criteria. Het controleprotocol geeft een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole.

Voor de accountantscontrole is de volgende specifieke OCW wet- en regelgeving (incl. eventuele wijzigingen) in ieder geval relevant:

Daarnaast is de volgende algemene regelgeving van toepassing:

Volledige teksten van de geldende wet- en regelgeving zijn onder andere te vinden via www.wetten.nl.

Dit controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants, destijds NIvRA) uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’ (februari 2007). De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor de OCW-situatie. Waar mogelijk zijn tekstpassages uit de handreiking in dit controleprotocol overgenomen. Voor de controle van een jaarrekening of een financieel verslag zijn in dit controleprotocol verplichte teksten voor de controleverklaringen opgenomen.

De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS). Het controleprotocol is voorgelegd aan de werkgroep COPRO van de NBA.

De accountantscontrole op de financiële verantwoording mondt uit in een controleverklaring. De accountant maakt gebruik van de bij dit controleprotocol gevoegde modelteksten. Daarbij zijn twee situaties mogelijk:

De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van de subsidieontvanger worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).

Ten aanzien van de in het controleprotocol opgenomen controlewerkzaamheden geldt een rapportagetolerantie. De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang afwijkingen (fouten en onzekerheden) gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1 procent van de totale subsidie van OCW. Omdat het uitgangspunt wordt gehanteerd dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk moeten worden gecorrigeerd beperkt de accountant zich tot een uitzonderingsrapportage. Hiervoor gebruikt hij een rapport van bevindingen, waarin hij de aard en omvang van de geconstateerde fouten vermeldt. Het rapport van bevindingen is vormvrij. De subsidieontvanger stuurt het eventueel afgegeven rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoording, inclusief de daarbij afgegeven controleverklaring, naar OCW. Daarbij kan de subsidieontvanger (het bestuur) aangeven hoe hij heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.

Dit protocol geldt voor subsidies verleend aan niet-onderwijsinstellingen o.g.v. de Wet overige OCW-subsidies per 1 januari 2014, en voor reeds verleende subsidies aan niet-onderwijsinstellingen o.g.v. de Subsidieregeling Emancipatie 2011 vanaf 1 januari 2010.

Dit onderdeel bevat nadere aanwijzingen voor de inrichting van de accountantscontrole en bestaat uit de volgende onderdelen:

In dit deel van het controleprotocol staat de jaarrekening centraal. Zowel instellingssubsidies als projectsubsidies worden verantwoord in de jaarrekening, nadere controle van de projectsubsidies geschiedt o.g.v. 2.3.1. De controleverklaring van de accountant bij de jaarrekening betreft de getrouwheid van de grootte en de samenstelling van het vermogen en het resultaat, evenals de naleving van de wet- en regelgeving. De ontvangst en besteding van het subsidiegeld dient herkenbaar in de jaarrekening voor te komen. De accountant moet controleren of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de jaarrekening van de instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen en met de eventueel in de subsidiebeschikking opgenomen verplichtingen.

De accountant stelt verder vast dat het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening.

De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen met een belang groter dan de voorgeschreven toleranties.

Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Voor de strekking van het accountantsoordeel geldt de volgende tolerantietabel:

Projectsubsidies (in de ROS is het onderscheid tussen instellingssubsidie en projectsubsidie eigenlijk alleen relevant bij grote niet-onderwijsinstellingen als bedoeld in artikel 24 ROS) kunnen in de jaarrekening worden verantwoord, mits dit in de verleningsbeschikking is bepaald. De ontvangst en de besteding van de subsidie dienen herkenbaar in de jaarrekening te staan. Het totaalbedrag van de bestedingen van de projectsubsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties van de onderstaande tabel moeten worden toegepast. Als deze toleranties worden overschreden, maar de grens voor de jaarrekeningcontrole niet, heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. Als de accountant bestedingen constateert die in strijd zijn met de subsidieverplichtingen, dient de subsidieontvanger deze te corrigeren. Zie verder 2.4 omgaan met afwijkingen.

Een deel van de ontvangers van een (meerjarige) projectsubsidie verantwoordt zich, na afloop van de projectperiode, in een financieel verslag over de projectperiode. De aanwijzingen voor de accountant in dit controleprotocol gelden ook in die situatie, tenzij de aanwijzingen alleen betrekking hebben op de controle van de jaarrekening. De accountant maakt gebruik van het model controleverklaring bij het financieel verslag over een projectsubsidie (Bijlage 2) en hanteert daarbij de volgende tolerantietabel:

Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat voor zover het de naleving van de wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.

Van een onzekerheid in de controle is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.

Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door de subsidieontvanger moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten die betrekking hebben op rechtmatigheid geldt dat correctie veelal niet mogelijk is omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.

Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten geldt voor de accountantscontrole van de jaarrekening:

De subsidieontvanger legt rekening en verantwoording af volgens het bepaalde in de ROS. De accountant stelt vast dat aan deze eis is voldaan.

De accountant stelt, aan de hand van de administratie van de instelling, integraal vast of de opgave in de toelichting van de jaarrekening van de instelling op grond van de Wet normering en bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) juist en volledig is. Indien dit niet het geval is, geeft de accountant een ander dan goedkeurend getrouwheidsoordeel af en vermeldt hij de ontbrekende informatie in zijn verklaring. Hiervoor geldt een rapportagetolerantie van 0 procent. Daarbij zijn de volgende artikelen van de WNT van bijzonder belang: artikel 1.7, tweede lid, artikel 4.1, eerste en tweede lid, artikel 4.2, eerste tot en met zesde lid, en artikel 7.5.

De financiële rechtmatigheid heeft betrekking op publieke middelen. Financiële rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie betrekking hebbende op publieke middelen waarvan de uitkomst in de jaarrekening dient te worden verantwoord, in overeenstemming is met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriele regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden.

De accountant stelt vast of de subsidieontvanger de subsidie van OCW rechtmatig heeft verkregen en besteed. Het referentiekader voor het accountantsoordeel over de financiële rechtmatigheid wordt gevormd door de relevante categorieën van wet- en regelgeving (paragraaf 1.2). Indien een financiële transactie, naar het oordeel van de accountant, met het bovenstaande in strijd is, merkt hij het totale bedrag van de financiële transactie als een fout in de verantwoording aan.

Van de accountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven controletolerantie tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen.

De accountant houdt bij het vormen van zijn oordeel rekening met de relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 1.2 van dit controleprotocol. Hieronder is specifiek aangegeven wat er van de accountant wordt verwacht omtrent de financiële rechtmatigheid en hoe hij over zijn bevindingen rapporteert.

Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan: <<Naam opdrachtgever>>

Wij hebben de in dit [verslag][rapport] op pagina <<nummer>> tot en met pagina <<nummer>> opgenomen jaarrekening <<jaartal>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per <<datum incl. jaartal>> en de exploitatierekening over het jaar <<jaartal>> met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is tenslotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 22 en 24 van de Regeling OCW-subsidies. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de entiteit per <<datum en jaartal>> en van het resultaat over <<jaartal>> in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over <<jaartal>> voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in de subsidiebeschikking en in paragraaf 1.2 wettelijk kader van het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen zijn vermeld.

Ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e en f BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW vereiste gegevens zijn toegevoegd.**) Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

<<Plaats>>, <<datum>>

<<Naam accountantspraktijk>>

<<Naam accountant>>

*) Indien niet wordt voldaan aan de WNT vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.

**) De onder lid 1 genoemde punten b tot en met f zijn van toepassing op op winst gerichte rechtspersonen.

Afgegeven ten behoeve van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan: <<Naam opdrachtgever>>

Wij hebben het bijgaande financieel verslag betreffende het project <<naam project>> van <<naam entiteit>> te <<statutaire vestigingsplaats>> over <<periode/jaar>> gecontroleerd.

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opstellen van het financieel verslag in overeenstemming met de Regeling OCW-subsidies. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van het financieel verslag. Het bestuur is ten slotte verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van het financieel verslag mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het financieel verslag op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 22 en 24 van de Regeling OCW-subsidies. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financieel verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het financieel verslag. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste professionele oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het financieel verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.

Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen van het financieel verslag door de entiteit, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het opstellen van het financieel verslag, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het financieel verslag.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Naar ons oordeel is het financieel verslag betreffende het project <<naam project>> van de entiteit over <<verantwoordingsperiode>>, in alle van materieel belang zijnde aspecten juist en rechtmatig en in overeenstemming met de voorwaarden en regelgeving zoals genoemd in de beschikking van <<datum, kenmerk>> van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en zoals vermeld in paragraaf 1.2 wettelijk kader van het Controleprotocol subsidies aan niet-onderwijsinstellingen.

Het financieel verslag is opgesteld voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap <<indien van toepassing invoegen: en <<naam andere subsidieverlener>> met als doel de entiteit in staat te stellen te voldoen aan de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn verbonden. Hierdoor is het financieel verslag mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Het financieel verslag met onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor de entiteit en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap <<indien van toepassing invoegen: en <<naam andere subsidieverlener>> en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

<<Plaats>>, <<datum>>

<<Naam accountantspraktijk>>

<<Naam accountant>>

Deze bijlage bevat voorschriften voor het opstellen van de jaarverslaggeving van door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gesubsidieerde niet-onderwijsinstellingen als bedoeld in artikel 24 van de Regeling OCW-subsidies, verder te noemen: grote niet-onderwijsinstellingen.

Subsidieregeling verbeteren binnenmilieu voor scholen in het primair onderwijs

Tijdelijke regeling meerjarig verstrekken subsidie aan het Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers

Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland

Regeling stimulering Bèta/techniek

Regeling remedial teaching v.w.o.-a.v.o.-v.b.o.

Regeling subsidies voor voortgezet onderwijs

Regeling regionaal zorgbudget, subsidie regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs en reboundvoorzieningen

Regeling Veldleerplanontwikkeling in samenwerking met organisaties en instellingen

Regeling doorontwikkeling praktijkonderwijs

Regeling Leerplusarrangement VO, Nieuwkomers VO en eerste opvang Vreemdelingen 2009

Subsidieregeling schoolmaatschappelijk werk in het mbo

Subsidieregeling LAKS, JOB en Combo

Regeling intensivering Nederlandse taal en rekenen mbo

Subsidieregeling Libertas Noodfonds

Regeling subsidie regionale expertisecentra in verband met de pakketmaatregel AWBZ 2009

Subsidieregeling passend onderwijs 2010–2012

Regeling InnovatieImpuls Onderwijs

Stimuleringsregeling Krachtig meesterschap

Regeling subsidiëring stagebegeleiding educatieve minoren in het voortgezet onderwijs 2009–2012

Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten.

Regeling Bevordering Internationalisering PO/VO

Subsidieregeling BIOS PO en VO

Kaderregeling exploitatiesubsidies onderzoek en wetenschap

Kaderregeling subsidiëring bilaterale wetenschappelijke en technologische onderzoeksamenwerking

Kaderregeling subsidiering projecten ten behoeve van onderzoek en wetenschap

Subsidieregeling Stichting AAP

Regeling experimenten prestatiebeloning onderwijs

Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012

Subsidieregeling ESF-3 voor onderwijsinstellingen 2000–2006

Subsidieregeling Huygens Scholarship Programme

Tijdelijke regeling subsidie experimenten open bestel

Subsidieregeling postinitiële masteropleidingen hoger beroepsonderwijs