Wijzigingen Officiële bron
Onderlinge regeling uitrusting politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (uitrustingsregeling voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba)Uitrustingregeling voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en SabaNederland, Curaçao en Sint Maarten

Overwegende:

  • dat op grond van artikel 42, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba de landen onderling een regeling treffen houdende regels voor de uitrusting van ambtenaren van politie;

  • dat elk van de landen hetgeen in deze regeling is overeengekomen vaststellen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, of algemene maatregel van bestuur;

  • Gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en artikel 42, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba,

    Komen het volgende overeen:

    Deze regeling wordt binnen 30 dagen na ondertekening geplaatst in de Staatscourant en de Curaçaosche Courant.

    Willemstad1 juli 2010De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland,A.Th.B.Bijleveld-SchoutenDe Minister van Justitie van Nederland,E.M.H.Hirsch BallinDe gedeputeerde van Constitutionele Zaken van Curaçao,Z.A.M.Jesus-LeitoDe gedeputeerde van Constitutionele Zaken van Sint Maarten,W.Marlin

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    De korpsbeheerder kan de ambtenaar die geen deel uitmaakt van de in de artikelen 4, 6 en 7 genoemde eenheden, uitrusten met een kogelwerend vest, een kogelwerende helm of een gasmasker.

    De korpsbeheerder kan in bijzondere, door het bevoegd gezag aangegeven situaties, een ambtenaar aanwijzen die tijdelijk mede wordt bewapend met:

    De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat de ambtenaar slechts over een wapen beschikt indien hij voldoet aan de gestelde eisen van bekwaamheid, bedoeld in de onderlinge regeling krachtens artikel 41, eerste lid, van de rijkswet.

    Onze Minister van Justitie van Curaçao, Onze Minister van Justitie van Sint Maarten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels met betrekking tot het dragen, het onderhoud en het in inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en munitie, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 10.

    Onze Minister van Justitie van Curaçao, Onze Minister van Sint Maarten respectievelijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de aanschaf en afvoer van de in deze regeling genoemde wapens en de daarbij behorende munitie, alsmede de overige uitrusting ten behoeve van het politiekorps.

    De onderlinge regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Uitrustingregeling voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.