U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 06-12-2013.

Ministeriële regeling · BWBR0029251

Regeling informatieverstrekking sisa

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 december 2010, nr. 2010-0000812461, houdende regels in verband met de verstrekking van informatie ten behoeve van de verantwoording van specifieke uitkeringen (Regeling informatieverstrekking sisa)Regeling informatieverstrekking sisaDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 17a, derde lid, Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.P.H.Donner

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het dagelijks bestuur van een medeoverheid zendt de informatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, aan het CBS uiterlijk 15 juli volgend op het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben. De informatie gaat vergezeld van een aanbiedingsbrief van het dagelijks bestuur, waarin is vermeld wanneer de jaarstukken zijn vastgesteld en waarin is verklaard dat de op basis van deze regeling toegezonden informatie overeenstemt met de vastgestelde jaarstukken.

De in de artikelen 2 en 3 bedoelde informatie wordt elektronisch aangeleverd, overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 3.

De minister deelt aan het dagelijks bestuur van de desbetreffende medeoverheid mede of de verstrekte informatie naar zijn oordeel voldoet aan de artikelen 2 tot en met 4.

Indien het dagelijks bestuur van een medeoverheid de informatie herziet na de in artikel 5 bedoelde mededeling dat de verstrekte informatie naar het oordeel van de minister voldoet aan de artikelen 2 tot en met 4, verstrekt het bij de herziening opnieuw de informatie overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 4, met dien verstande dat in de aanbiedingsbrief wordt vermeld waarom de informatie is herzien en welke wijzigingen zijn aangebracht op de eerder verstrekte informatie.

Vervallen bijlagen blijven van toepassing op het verantwoordingsjaar waarop zij betrekking hebben.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling informatieverstrekking sisa.

op grond van artikel 4 van de Regeling informatieverstrekking sisa

SiSa is een afkorting van Single information, Single audit: eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole. SiSa is de manier waarop medeoverheden (provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen) per jaar verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen. Om de lasten van de verantwoording zo laag mogelijk te houden, is SiSa volledig ingebed in het reguliere jaarrekeningproces van de medeoverheden. Het principe van SiSa wordt sinds 2006 toegepast op de verantwoording van specifieke uitkeringen.

Het doel van deze nota is de procedure voor betrokken partijen te beschrijven. Daarom wordt ingegaan op vragen als door wie, wanneer, hoe en aan wie welke informatie wordt geleverd. Daarnaast gaat de nota in op de rol van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de controles die het CBS uitvoert en hoe de doorlevering van de aangeleverde verantwoordingsinformatie aan de verstrekkers van specifieke uitkeringen plaatsvindt. Ook worden de maatregelen beschreven die ervoor moeten zorgen dat de verantwoordingsinformatie volgens de gestelde eisen wordt verstrekt.

De nota is van toepassing op de specifieke uitkeringen die zijn opgenomen in de SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie 2012 als onderdeel van de toelichting op de jaarrekening 2012.

Om de verantwoordingen van de ongeveer 600 medeoverheden over specifieke uitkeringen via SiSa in goede banen te leiden, heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), als coördinator van dit proces een procedure ingericht waarmee de verantwoordingsinformatie vanuit de ontvangers van specifieke uitkeringen wordt aangeleverd aan de verstrekkers van specifieke uitkeringen.

Figuur 1.1 bevat een overzicht van de elf afzonderlijke stappen waaruit deze procedure bestaat. De procedure loopt vanaf het moment dat een verstrekker van een specifieke uitkering een beschikking afgeeft (stap 0), tot het moment dat de verstrekker over kan gaan tot afrekening (stap 10). Bijlage 1 bevat een overzicht van de acties binnen deze stappen in de tijd.

Figuur 1.1: Procedure aanlevering 15 juli in stappen

Deze procedure is van belang voor alle medewerkers bij (mede)overheden die te maken hebben met specifieke uitkeringen en in het bijzonder de medewerkers die te maken hebben met het aanleveren van de SiSa-verantwoordingsinformatie en het ontvangen van deze informatie. Deze medewerkers kunnen werken bij een gemeente, provincie, gemeenschappelijke regeling of een ministerie.

Deze procedurebeschrijving is ook van belang voor de accountants en voor de bestuursleden van de medeoverheden, niet alleen om inzicht te krijgen in het proces dat doorlopen wordt, maar ook omdat hoofdstuk 5 het maatregelenbeleid bevat dat in werking treedt als niet aan de voorwaarden van het proces wordt voldaan.

Bijlage 2 bevat een volledig overzicht van de rollen en verantwoordelijkheden.

De hoofdregel is dat alle medeoverheden die een specifieke uitkering ontvangen, of direct van het ministerie, of indirect van een provincie of gemeente, verantwoorden via SiSa. Een medeoverheid kan zijn een gemeente, een provincie of een openbaar lichaam opgericht op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

SiSa kent in 2012 vier verschillende vormen waarin de medeoverheden die de rollen van verstrekker en ontvanger vervullen, kunnen variëren. Bijlage 3 bevat een verdere uitwerking van deze vormen. De procedure beschreven in deze nota geldt voor álle verstrekkers en álle ontvangers, ongeacht volgens welke SiSa-vorm zij in aanmerking komen voor een specifieke uitkering.

Zowel ingestoken vanuit lopende ontwikkelingen in het proces als ingegeven vanuit de tegenvallende resultaten van de single review 2010 en het daar op volgende plan van aanpak SiSa, heeft het ministerie van BZK de afgelopen maanden hard gewerkt om SiSa 2012 soepeler te laten verlopen. Naast de herziening van de lay-out van de nota procedure is het volgende gewijzigd in de inhoud:

Formeel is de ‘nota procedure aanlevering verantwoordingsinformatie 2011’ niet vervallen met de komst van deze nota, net als deze nota niet komt te vervallen als het ministerie van BZK een ‘procedure aanlevering verantwoordingsinformatie 2013’ opstelt. Dit onderscheid is vooral van belang bij herziene aanleveringen: een correctie op de verantwoordingsinformatie over een bepaald jaar. Voor deze herziene aanleveringen blijven de stappen gelden die voor dat jaar van toepassing waren.4

Het opstellen van een beschikking op grond waarvan een medeoverheid in aanmerking komt voor een specifieke uitkering, is de verantwoordelijkheid van de verstrekker van de betreffende specifieke uitkering. Verstrekkers kunnen zijn ministeries, provincies, gemeenten en in een enkel geval een gemeenschappelijke regeling.

Het opstellen van deze beschikkingen is de verantwoordelijkheid van deze verstrekkers en blijft buiten de bemoeienis van het ministerie van BZK. Het ministerie van BZK heeft ook geen inzicht in alle beschikkingen die door de diverse verstrekkers worden verstuurd. Bij vragen over een bepaalde beschikking dient u dan ook direct contact op te nemen met de betreffende verstrekker.

1a Doorgeven of controleren contactgegevens

Let bij het uitvoeren van stap 1a op het volgende:

1b Controleren verantwoordingslijst 2012

Om medeoverheden te helpen bij het bepalen van de specifieke uitkeringen waarover zij in enig jaar verantwoording moeten afleggen, stelt het ministerie van BZK per jaar, aan de hand van informatie van verstrekkers van de uitkeringen, de zogenaamde verantwoordingslijst (voorheen kruisjeslijst) op. Elke medeoverheid kan dus in de verantwoordingslijst zien over welke specifieke uitkering(en) moet worden verantwoord.

Een handleiding voor deze applicatie is te vinden in bijlage 1 van de invulwijzer. Deze invulwijzer bevat ook een aantal veelgestelde vragen over de informatie in de verantwoordingslijst in relatie tot het invullen van het format voor de SiSa bijlage verantwoordingsinformatie.

De plausibiliteitstoets van het CBS (zie stap 6) betreft alleen de basisinformatie. De extra informatie is een service van het ministerie van BZK en de verstrekkers van de specifieke uitkeringen om het invullen van het format voor de SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie gemakkelijker te maken (zie stap 2). De controle vanuit medeoverheden is vooral gericht op de basisinformatie.

¹ Zie voor het onderscheid tussen verstrekker en ontvanger ook de SiSa-vormen in bijlage 2.

1c Controleren concept format SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie 2012

De SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie5 is het document waarmee medeoverheden verantwoording afleggen over specifieke uitkeringen. Deze bijlage wordt jaarlijks vastgesteld door de medeoverheid als onderdeel van de jaarstukken.

Het format voor deze SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie is een Excel bestand en bevat de specifieke uitkeringen waarover medeoverheden verantwoording kunnen afleggen en per specifieke uitkering de te verantwoorden elementen (indicatoren) waarin gevraagd wordt naar de feitelijke verantwoordingsinformatie. Dit format bevat alle mogelijke regelingen en maakt dus geen onderscheid naar de regelingen die wel of niet van toepassing zijn voor een bepaalde medeoverheid. Bij de SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie hoort ook een invulwijzer met daarin een toelichting per indicator uit de SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie. Omstreeks 1 november van het jaar T publiceert het ministerie van BZK een conceptversie van het format voor de SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie op de website.

Het is de verantwoordelijkheid van medeoverheden om elk jaar een jaarrekening en jaarverslag op te stellen.6 Het is daarnaast de verantwoordelijkheid van de medeoverheid om een accountant opdracht te geven de jaarstukken (jaarrekening en jaarverslag) te laten controleren. De accountant stelt een controleverklaring en een verslag van bevindingen op.

Tabel van fouten en onzekerheden

De tabel van fouten en onzekerheden7 is het document waarin de accountant informatie opneemt over geconstateerde fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSa verantwoordingsinformatie. Het format voor deze tabel wordt, net als het format voor de SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie, jaarlijks vastgesteld. Het format voor de tabel van fouten en onzekerheden is een Excel bestand en bevat alle specifieke uitkeringen die in een bepaald jaar aan de orde zijn. Per specifieke uitkering bevat dit format ruimte waarin de accountant aangeeft welke fouten en onzekerheden zijn aangetroffen bij de controle. Het format voor de tabel van fouten en onzekerheden wordt jaarlijks gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl/sisa en aangekondigd in de nieuwsbrief.

Let bij het uitvoeren van stap 2 op het volgende:

De indiening van verantwoordingsinformatie (het uploaden) bij het CBS gebeurt aan de hand van inloggegevens die uniek zijn per medeoverheid en per jaar. Jaarlijks, rond 15 mei van jaar T+1, stuurt het CBS de inloggegevens voor het uploaden van de verantwoordingsinformatie van jaar T naar het adressenbestand van SiSa-contactfunctionarissen dat het ministerie van BZK hiervoor bijhoudt. Zonder inloggegevens voor uploaden is het niet mogelijk de verantwoordings-informatie in te dienen.

Let bij het uitvoeren van stap 3 op het volgende:

Het aanleverproces van de verantwoordingsinformatie gebeurt via een grotendeels elektronisch proces waarbij de ontvanger van de specifieke uitkering de verantwoordingsdocumenten via een website aanlevert bij het CBS. Het CBS beoordeelt of de aangeleverde informatie aan bepaalde vormvereisten voldoet. Pas na goedkeuring van deze vormvereisten levert het CBS de informatie door aan de verstrekker en is het proces van aanlevering afgerond. Het CBS controleert niet of de aangeleverde informatie inhoudelijk juist is. De beoordeling van de inhoud ten behoeve van de financiële vaststelling ligt bij de verstrekker van de specifieke uitkering en vindt plaats bij stap 10, voor 31 december 2012.

Het ministerie van BZK stuurt rond 1 juni (T+1) een attenderingsbrief aan de medeoverheden die op de definitieve verantwoordingslijst staan om hen te herinneren aan de aankomende deadline voor de aanlevering van de verantwoordingsinformatie.

¹ Gedeputeerde staten/college van burgemeester en wethouders/dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling (hierna: het bestuur van de medeoverheid) zijn verantwoordelijk voor de tijdige en plausibele aanlevering van de verantwoordingsinformatie op grond van artikel 17a, eerste en tweede lid van de Financiële-verhoudingswet en de artikelen 34a, 47a en 58a van de wet gemeenschappelijke regelingen.

Let bij het uitvoeren van stap 4 op het volgende:

1. Aanbiedingsbrief8

De aanbiedingsbrief is gericht aan de minister van BZK en ondertekend door het dagelijks bestuur9 van de medeoverheid. De ondertekening omvat de namen, handtekening en functie van de ondertekenaars en, indien sprake is van een mandaat, ook de vermelding ‘namens/voor deze’.10 In bijlage 4 zijn voorbeelden van deze aanbiedingsbrief te vinden.

In de aanbiedingsbrief verklaart het dagelijks bestuur dat:

2. Jaarstukken12

3. Controleverklaring13

In de controleverklaring kan in plaats van een fysieke ondertekening ook de aanduiding ‘was getekend’ en ‘origineel getekend’ worden opgenomen, zie ook artikel 4 van het Bado. Het model dat in artikel 4 Bado wordt genoemd moet nog worden geactualiseerd. Zolang dat nog niet is gebeurd is op www.rijksoverheid.nl een modelverklaring te vinden.

4. Verslag van bevindingen14

Het verslag van bevindingen van de accountant bevat de tabel met fouten en onzekerheden over specifieke uitkeringen.

5. SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie16

Bedoeld is de ingevulde Excel- of ods-versie17 van het format zoals besproken bij stap 2 waarvan een identieke versie is opgenomen in de jaarrekening.

6. Tabel van fouten en onzekerheden18

Bedoeld is de ingevulde Excel- of ods-versie van het format voor de tabel van fouten en onzekerheden zoals gepubliceerd door het ministerie van BZK en waarvan een identieke versie is opgenomen in het verslag van bevindingen van de accountant. Voor een toelichting op deze tabel wordt verwezen naar de nota verwachtingen accountantscontrole, eveneens gepubliceerd op de website www.rijksoverheid.nl/sisa.

De naamgeving van de zes bestanden en het zipbestand is als volgt:

Tabel 2.2 bevat een toelichting van de gebruikte afkortingen.

Voorbeeld:

Dit betekent dat voor gemeente met gemeentenummer 1234 de in het zipbestand op te nemen bestanden over het jaar 2012 de volgende namen krijgen:

Het zipbestand krijgt dan de volgende naam: sisa_2012_061234.zip.

De ontvangstbevestiging is een geautomatiseerd e-mailbericht dat het CBS na ontvangst van een aanlevering stuurt aan de SiSa-contactpersoon. Deze ontvangstbevestiging is alleen bevestiging van ontvangst en betekent nog niet dat de aanlevering ook plausibel is.

Let bij het uitvoeren van stap 5 op het volgende:

Het CBS toetst de aanlevering van de verantwoordingsinformatie op het criterium plausibiliteit en registreert de datum waarop de aanlevering is ingediend in verband met de tijdigheid.

Tijdigheid

Een aanlevering is tijdig als deze uiterlijk op 15 juli van het jaar, volgend op het verantwoordingsjaar (jaar T+1) bij het CBS is ingediend.19 De datum die het CBS hiervoor als peildatum neemt is de datum vermeld op de ontvangstbevestiging van de indiening (stap 5), niet de datum waarop het CBS de stukken beoordeelt.

Plausibiliteit

De plausibiliteitstoets betreft de controle op bepaalde vormvereisten. Deze toets voert het CBS uit op alle ingediende verantwoordingen, ook op de verantwoordingen die na de deadline van 15 juli (jaar T+1) worden ingediend. Deze plausibiliteitstoets staat los van de inhoudelijke toets ten behoeve van de financiële vaststelling die uitgevoerd wordt door de verstrekker van de specifieke uitkering (stap 10).

Het al dan niet plausibel verklaren heeft altijd betrekking op het geheel van de aanlevering. Dus als de jaarrekening en het jaarverslag wel conform de voorschriften zijn ingediend, maar bijvoorbeeld de tabel van fouten en onzekerheden ontbreekt, dan is de volledige aanlevering niet plausibel en moet de medeoverheid het geheel van de stukken weer opnieuw aanleveren en dus stap 4 in zijn geheel herhalen.

Elk jaar komt het bij een groot aantal medeoverheden voor dat een aanlevering niet plausibel blijkt te zijn. Let er bij de indiening dan ook op dat aan de voorschriften is voldaan. Tabel 2.4 bevat een samenvatting van de controles die het CBS uitvoert.

Tabel 2.4 Samenvatting plausibiliteitstoets door het CBS

Let bij het uitvoeren van stap 6 op het volgende:

Als uit de controles die het CBS uitvoert blijkt dat de aangeleverde informatie de plausibiliteitstoets niet kan doorstaan, stuurt het CBS uiterlijk na zeven werkdagen na aanlevering van de SiSa-verantwoording, een e-mail aan de SiSa-contactpersoon. De e-mail bevat een overzicht van de geconstateerde tekortkomingen zodat de medeoverheid weet op welke punten de stukken hersteld moeten worden.

Let bij het uitvoeren van stap 7 op het volgende:

Als uit de controles die het CBS uitvoert blijkt dat de aangeleverde informatie voldoet aan de voorwaarden stuurt het CBS, uiterlijk zeven werkdagen na aanlevering van de verantwoordingsinformatie, een e-mail aan de SiSa-contactpersoon dat de aanlevering plausibel is. Dit betekent dat de rol van de medeoverheid als ontvanger van de specifieke uitkering in het indieningsproces voor het betreffende jaar is afgerond. Stappen 9 en 10 zijn alleen van toepassing voor medeoverheden die ook verstrekker zijn van een specifieke uitkering.

Let bij het uitvoeren van stap 8 op het volgende:

Om het voor het CBS mogelijk te maken de informatie door te leveren aan de verstrekkers van de specifieke uitkeringen, is een aantal stappen nodig, hier onderverdeeld naar stap a, b en c, zie figuur 2.5.

Figuur 2.5: Procedure van beschikking tot afrekening specifieke uitkeringen

Net als stap 1 voor de ontvangers van een specifieke uitkering, geven ook de verstrekkers aan het ministerie van BZK de contactgegevens van een SiSa-contactpersoon door. Zie verder de details bij stap 1.

Voor verstrekkers die tevens ontvangers zijn (zoals gemeenten en provincies bij SiSa tussen medeoverheden) is stap 9a al afgerond met stap 1 (voor ontvangers). Het is namelijk niet mogelijk per organisatie meerdere SiSa-contactpersonen aan te melden. De contactpersoon voor het indienen van de verantwoordingsinformatie ontvangt dus ook de inlogcode en gebruikersnaam voor het ontvangen van de verantwoordingsinformatie van andere medeoverheden. Als twee verschillende personen deze twee taken uitvoeren, kan de medeoverheid ervoor kiezen gebruik te maken van een functioneel e-mailadres, zie ook stap 1.

Het CBS verstuurt uiterlijk 15 juni jaar T+1 een e-mail naar de SiSa-contactpersonen met de inloggegevens voor het downloadportal: de website waar de bij stap 4 door ontvangers van specifieke uitkering verstuurde verantwoordingsinformatie kan worden opgehaald door de verstrekker van de specifieke uitkering. De ontvangst van deze e-mail wil nog niet zeggen dat er ook gegevens voor u klaar staan om te downloaden. Hierover ontvangt u afzonderlijk bericht.

Als de volledige aanlevering van een medeoverheid plausibel is, zet het CBS de informatie klaar voor de verstrekkers van de specifieke uitkeringen. Deze verstrekkers kunnen de informatie ophalen op een speciaal daarvoor bestemde website, het zogenaamde ‘downloadportal’.

Het CBS zet op een aantal vaste momenten verantwoordingsinformatie klaar, zie tabel 2.6. SiSa-contactpersonen ontvangen bericht van het CBS zodra er verantwoordingsinformatie voor hen klaar staat20. Daarna is deze verantwoordingsinformatie gedurende vier maanden te downloaden. Bij een volgende doorlevering (binnen 4 maanden) is ook de informatie van de vorige doorlevering(en) nog op het downloadportal beschikbaar.

Het CBS comprimeert de informatie per verstrekker tot één of meerdere zipbestanden. Een zipbestand is niet groter dan 250Mb om het downloaden te versnellen. Het downloaden gebeurt door op het betreffende zipbestand te klikken en te kiezen voor opslaan (op uw computer). Aangezien het portal al is beveiligd door middel van het inloggen zijn de zipbestanden niet afzonderlijk versleuteld of beveiligd.

Het Zip-bestand bevat de volgende documenten:

Let bij het uitvoeren van stap 9 op het volgende:

Een gedetailleerde beschrijving van het proces rondom de afrekening van specifieke uitkeringen (financiële vaststelling) valt buiten de reikwijdte van deze procedurebeschrijving. Het ministerie van BZK coördineert het proces van het doorleveren van de informatie van ontvangers van specifieke uitkeringen naar de verstrekkers, maar heeft geen rol meer in het proces van de afrekening. Dit afrekenen behoort tot de inhoudelijke beoordeling en expertise van de betreffende verstrekkers.

De termijnen voor het opstellen van deze afrekeningen zijn per verstrekker en per specifieke uitkering verschillend. Dit komt omdat de onderliggende regelgeving per specifieke uitkering op dit punt verschillende termijnen stelt. Voor sommige regelingen gelden vaststellingstermijn van twaalf maanden of meer, terwijl voor andere regelingen deze termijnen veel korter zijn gesteld. Zie tabel 2.7 voor een overzicht.

Een herziene aanlevering is een gewijzigde aanlevering van de verantwoordingsinformatie over een bepaald jaar, nadat een eerdere aanlevering over hetzelfde jaar plausibel is verklaard.

De SiSa-verantwoordingssystematiek veronderstelt dat gemeenten de vereiste zorgvuldigheid betrachten bij het opstellen van de verantwoordingsinformatie die zij via de procedure aanlevering 15 juli (hoofdstuk 2) indienen zodat de verstrekkers van de specifieke uitkeringen er bij de beoordeling vanuit kunnen gaan dat de informatie die zij ontvangen juist en volledig is. Dit betekent dat gemeenten de verantwoording vóór de indiening op juistheid en volledigheid controleren en hierbij het oordeel van de met de controle belaste accountant betrekken.

Omdat het in incidentele gevallen zo kan zijn dat of de verstrekkers van de uitkeringen of de ontvangers daarvan tot de conclusie komen dat ergens in het proces een fout is gemaakt, is de procedure ‘herziene aanleveringen’ ingericht. Herziene aanleveringen zijn mogelijk als:

De beslissing om over te gaan tot een herziene aanlevering blijft de verantwoordelijkheid van de ontvanger van de specifieke uitkering. Daarbij blijft gelden dat de noodzaak tot het doen van herziene aanleveringen zoveel mogelijk moet worden voorkomen, door een goede controle op de juistheid en volledigheid vooraf. Zie daarnaast de informatie bij stap 10 over het bundelen van herziene aanleveringen.

Voor de procedure herziene aanlevering geldt geen algemeen geldende uiterste indieningdatum. De richtlijn is dat een aanlevering kan worden herzien totdat de specifieke uitkering is vastgesteld. De vaststellingstermijnen zijn per verstrekker en per specifieke uitkering verschillend, zie ook tabel 2.7 in hoofdstuk 2, stap 10. Vanwege dit verschil in termijnen is het noodzakelijk om, indien een medeoverheid wenst over te gaan tot het indienen van een herziene aanlevering, allereerst contact te zoeken met de verstrekker van de specifieke uitkering om te verifiëren of het doen van een herziene aanlevering nog nut heeft.

Vooral bij de SZW-regelingen is het van belang niet te wachten met het, indien nodig, opstarten van een herziene aanlevering. Zoals blijkt uit tabel 2.7 geven de vaststellingstermijnen in de SZW-regelgeving medeoverheden weinig tijd om eenmaal ingediende verantwoordingsinformatie te herzien. De regelgeving gaat er van uit dat de per 15 juli T+1 verstrekte verantwoordingsinformatie juist en volledig is.22 Dit betekent dat correcties in de SiSa-verantwoording waarvan de Minister van SZW pas na de in tabel 2.7 gestelde data kennis kan nemen, niet meer in aanmerking genomen worden voor de verdeling van de budgetten voorafgaande aan het begrotingsjaar en voor de toepassing van de terugvorderingsbepalingen. Bij de beoordeling van de aangeleverde gegevens gebeurt het wel dat in specifieke situaties – bij evidente fouten – de Minister van SZW een geconstateerde fout en de veronderstelde verbetering aan de gemeente ter bevestiging voorlegt.

Bij herzieningen bij regelingen van overige ministeries (met uitzondering van SZW) kunnen medeoverheden, als zij dat wensen, wachten tot 1 januari T+2 alvorens een herziene aanlevering over verantwoordingsjaar T in te dienen. Ze kunnen daarmee voorkomen dat zij kort na elkaar meerdere herziene aanleveringen over hetzelfde verantwoordingsjaar moeten indienen.

Gelet op de afspraken met ministeries (zie stap 10) ligt het voor de hand dat de meeste herziene aanleveringen over jaar T vóór 15 februari jaar T+2 kunnen worden afgerond. Dit betekent dus dat het meestal zo is dat herziene aanleveringen over verantwoordingsjaar 2012 voor 15 februari 2014 worden afgerond.

Als een specifieke uitkering is vastgesteld en de medeoverheid ontdekt daarna dat een fout is gemaakt, is de enige mogelijkheid om deze afrekening nog te laten herzien via de procedure voor bezwaar en beroep. Bepalingen hierover verschillen per specifieke uitkering. Informatie daarover vindt u in de betreffende afrekeningbeschikking en specifieke regeling. Daar (afrekeningbeschikking) vindt u ook de informatie over contactmogelijkheden. Het ministerie van BZK heeft geen zicht op of een rol in deze afrekeningen.

¹ Gedeputeerde staten/college van burgemeester en wethouders/dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling zijn verantwoordelijk voor de tijdige en plausibele aanlevering van de verantwoordingsinformatie op grond van artikel 17a, eerste en tweede lid van de Financiële-verhoudingswet en de artikelen 34a, 47a en 58a van de wet gemeenschappelijke regelingen.

De procedure voor het indienen van een herziene aanlevering lijkt in grote lijnen op die van de reguliere (eerste) aanlevering voor een bepaald verantwoordingsjaar. We zetten de belangrijkste punten op een rij:

Vier PDF-documenten bij een herziene aanlevering

1. Aanbiedingsbrief23

De aanbiedingsbrief is gericht aan de minister van BZK en ondertekend door het dagelijks bestuur24 van de medeoverheid. De ondertekening omvat de namen, handtekening en functie van de ondertekenaars en, indien sprake is van een mandaat, ook de vermelding ‘namens/voor deze’.25 In bijlage 4 zijn voorbeelden van deze aanbiedingsbrief te vinden.

2. Jaarstukken26

Dit zijn de reguliere jaarrekening en het reguliere jaarverslag van de medeoverheid. De jaarrekening bevat de oorspronkelijke SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie uit de eerste aanlevering.

3. Controleverklaring27

Bij alle herziene aanleveringen levert de medeoverheid de oorspronkelijke controleverklaring aan én de aanbiedingsbrief van de accountant aan de gemeenteraad/provinciale staten/het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling bij de door hem gewaarmerkte bijgestelde SiSa-bijlage.

In de controleverklaring kan in plaats van een fysieke ondertekening ook de aanduiding ‘was getekend’ en ‘origineel getekend’ worden opgenomen. De medeoverheid voegt de aanbiedingsbrief van de accountant toe aan het Pdf-bestand met de oorspronkelijke controleverklaring. Beide bestanden in één PDF-document.

In het uitzonderlijke geval dat de controleverklaring wijzigt moet de nieuwe controleverklaring worden opgenomen.

4. Verslag van bevindingen28

Het verslag van bevindingen van de accountant bevat de tabel met fouten en onzekerheden. Als de accountant in zijn aanbiedingsbrief meldt dat zijn oorspronkelijk verslag van bevindingen niet wijzigt dan wordt alleen het oorspronkelijk verslag van bevindingen als Pdf-document opgenomen. Als de accountant in zijn aanbiedingsbrief meldt dat het verslag van bevindingen dan wel de daarin opgenomen tabel met fouten en onzekerheden wel wijzigt dan wordt én het oorspronkelijk verslag van bevindingen en het addendum verslag van bevindingen van de accountant in één Pdf-document opgenomen.

Twee Excel-documenten bij een herziene aanlevering29

5. SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie30

Bedoeld is de gewijzigde, maar complete versie van de Excel- of ods-versie van het format voor het betreffende verantwoordingsjaar, zoals besproken bij stap 2.

6. Tabel van fouten en onzekerheden31

Bedoeld is de Excel- of ods-versie van de tabel van fouten en onzekerheden behorende bij het betreffende verantwoordingsjaar. Dit kan dezelfde versie zijn als gehanteerd is bij de oorspronkelijke levering, of een gewijzigde versie als dit op grond van de accountantscontrole nodig is. De accountant meldt in zijn aanbiedingsbrief aan de gemeenteraad/provinciale staten/het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling of de tabel met fouten en onzekerheden wijzigt en om welke wijzigingen het dan gaat.

Een medeoverheid die vaststelt dat door overmacht de verantwoordingsinformatie niet tijdig en plausibel kan worden aangeleverd, kan een schriftelijk verzoek indienen bij de minister van BZK tot uitstel van de aanlevering van de verantwoordingsinformatie.32 Het uitstel betreft altijd de volledige verantwoordingsinformatie SiSa. Dus als over meerdere specifieke uitkeringen verantwoording wordt afgelegd, betreft het uitstelverzoek de verantwoording over al deze regelingen. Het uitstelverzoek moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

¹ Het dagelijks bestuur bestaat uit gedeputeerde staten/college van burgemeester en wethouders/dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.

De minister van BZK neemt (eventueel na overleg met de verstrekkers van de specifieke uitkeringen) binnen twee weken een besluit over het verzoek tot uitstel. De minister stelt de medeoverheid schriftelijk op de hoogte van het besluit en de gevolgen voor de aanlevering van de verantwoordingsinformatie, zoals het moment van aanlevering of afwijkende aanlevering. Het ministerie van BZK stelt het CBS en de relevante ontvangers van de verantwoordingsinformatie op de hoogte van de medeoverheden aan wie uitstel is verleend. Hierbij informeert het ministerie van BZK het CBS over hoe met het verleende uitstel om te gaan, onder meer voor de te verrichten toetsen.

Let bij het indienen van een uitstelverzoek op het volgende:

Het maatregelenbeleid treedt in werking als een medeoverheid niet voldoet aan de procedure die is vastgesteld voor de verantwoording over specifieke uitkeringen.

Om medeoverheden te helpen bij het wél voldoen aan de voorwaarden, heeft het ministerie van BZK een aantal hulpmiddelen ingebouwd in het proces.

Als medeoverheden, ondanks deze hulpmiddelen, niet voldoen aan de procedure, beschikt de minister van BZK, als medebeheerder van het Gemeentefonds en het Provinciefonds samen met de minister van Financiën over de mogelijkheid de bevoorschotting van die fondsen op te schorten.

Opschorting bevoorschotting uitkeringen Provinciefonds en Gemeentefonds

Indien tien werkdagen na 15 juli T+1 de verantwoordingsinformatie niet op correcte wijze is ontvangen kunnen de minister van Financiën en de minister van BZK op grond van artikel 17b, lid 3 van de Financiële-verhoudingswet de bevoorschotting van de uitkeringen uit het Gemeentefonds en het Provinciefonds opschorten.

Als een provincie of gemeente de verantwoordingsinformatie niet tijdig en/of niet plausibel aanlevert, kan de minister besluiten de bevoorschotting van de uitkeringen uit het Provinciefonds, respectievelijk het Gemeentefonds op te schorten. In dergelijke besluiten in voorgaande jaren betrof de maatregel een percentage van 60.

Indien een gemeenschappelijke regeling de verantwoordingsinformatie niet tijdig en/of niet plausibel aanlevert, kan de minister besluiten de bevoorschotting van de uitkeringen uit het Provinciefonds en het Gemeentefonds op te schorten van de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende provincies en/of gemeenten. Het opschortingspercentage wordt dan berekend door het door de minister vast te stellen percentage (bijvoorbeeld 60%) te delen door het aantal aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende provincies en gemeenten. Dit betekent bijvoorbeeld dat, indien aan een gemeenschappelijke regeling wordt deelgenomen door 1 provincie en 2 gemeenten en het opschortingspercentage 60 is, elke deelnemer 60%: 3 = 20% wordt opgeschort. Dat opschortingspercentage wordt dan toegepast op de bevoorschotting die de betreffende provincie ontvangt uit het Provinciefonds en de bevoorschotting die de betreffende gemeenten ontvangen uit het Gemeentefonds.

Er kan sprake zijn van samenloop van opschortingen. Zo kan bijvoorbeeld de bevoorschotting van een gemeente worden opgeschort vanwege de eigen nalatigheid de verantwoordingsinformatie tijdig en/of plausibel aan te leveren. Daarnaast kan diezelfde gemeente ook te maken hebben met een opschorting in verband met de nalatigheid van één of meer gemeenschappelijke regelingen waaraan zij deelneemt. Tenslotte kan de gemeente nog te maken krijgen met een opschorting in verband met het niet nakomen van de verantwoordingsverplichting in het kader van Iv3. Indien en zolang er sprake is van samenloop van twee of meer opschortingen kan, indien die opschortingen samen meer dan 100% bedragen, de minister besluiten de bevoorschotting van de uitkeringen uit het Gemeentefonds op nul te stellen. Indien dit voorbeeld wordt toegepast op een provincie geldt hetzelfde, zij het dat dan moet worden gelezen de bevoorschotting van het Provinciefonds.

Publicatie lijst van tijdige en plausibele leveringen

De minister van BZK maakt op www.rijksoverheid.nl/sisa bekend welke medeoverheden tijdig en plausibel de verantwoordingsinformatie hebben aangeleverd. Door vergelijking van deze lijst met de verantwoordingslijst kunnen provincies en gemeenten nagaan of de gemeenschappelijke regeling(en) waar zij deel van uitmaken en die verantwoordingsinformatie moeten aanleveren dat tijdig en plausibel hebben gedaan. Deze bekendmaking is tevens bedoeld om het onderlinge contact tussen medeoverheden over good practices te stimuleren.

Verzoek tot ongedaan maken opschorting

Het bestuur van de medeoverheid kan in geval van overmacht op grond van artikel 17b, lid 5 van de Financiële-verhoudingswet, schriftelijk verzoeken om de opschorting ongedaan te maken. De minister van BZK beslist binnen 2 weken op dat verzoek, voor zover relevant na overleg met de verstrekker van de specifieke uitkering die het aangaat. Indien het verzoek wordt gehonoreerd, wordt in dat besluit een uiterlijke termijn voor het alsnog aanleveren van de informatie opgenomen. Indien de correcte levering niet binnen die termijn plaatsvindt, dan zal de bevoorschotting van de algemene uitkering wederom worden opgeschort.

Duur opschorting

Na correcte aanlevering van de verantwoordingsinformatie (zie stap 4) wordt op grond van artikel 17b, lid 4 van de Financiële-verhoudingswet de opschorting van de bevoorschotting van de algemene uitkering de week na de correcte aanlevering beëindigd en ontvangt de desbetreffende medeoverheid tevens de opgeschorte bevoorschottingen. De totale lengte van de termijn van opschorting zal niet meer dan 26 weken bedragen.

Na de maximale opschortingstermijn

Indien de verantwoording (zie stap 4) na afloop van de maximale opschortingstermijn niet of niet op correcte wijze is ontvangen, wordt dit de betreffende medeoverheid en de verstrekker(s) van de specifieke uitkeringen schriftelijk medegedeeld. De verstrekker van de specifieke uitkering kan deze mededeling daarna betrekken bij het vaststellen van de specifieke uitkering(en) en het bepalen van de nadere maatregelen op grond van de desbetreffende regeling(en). Het ministerie van BZK kan na de maximale opschortingstermijn indien nodig overige maatregelen treffen ten aanzien van plausibiliteit.

Maatregelen verstrekkers specifieke uitkeringen

Na ontvangst van de verantwoordingsinformatie of na afloop van de maximale opschortingtermijn (zie de vorige alinea) kunnen de verstrekkers van de specifieke uitkeringen overgaan tot het financieel vaststellen. Het ontbreken van (plausibele) verantwoordingsinformatie of (bij een plausibele aanlevering) de door de accountant gemelde fouten en onzekerheden kan gevolgen hebben voor de hoogte van de vaststelling. Tijdens de opschortingtermijn kan het ontbreken van (plausibele) verantwoordingsinformatie gevolgen hebben voor de budgettoekenning voor het lopende of komende jaar. Bepalingen hieromtrent kunnen zijn opgenomen in de betreffende materiewetgeving.

Diverse wetten en besluiten bevatten bepalingen die van belang zijn voor het opstellen van jaarstukken (jaarrekening en jaarverslag) van diverse overheidsorganen. We noemen:

Deze wetten en besluiten bepalen dat medeoverheden op uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar (15 juli van jaar T+1) de verantwoordingsinformatie naar het ministerie van BZK sturen.33 Deze verantwoordingsinformatie bestaat uit:

In aanvulling op deze bepalingen, heeft de minister van BZK, via de Regeling informatieverstrekking sisa, nadere voorschriften vastgesteld over de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. 36 Deze voorschriften hebben betrekking op:

De Auditdienst Rijk (ADR) (voorheen de departementale auditdiensten) voert jaarlijks een steekproef uit op de controle uitgevoerd door de accountants van de medeoverheden met betrekking tot specifieke uitkeringen: de zogenaamde single review.

De ADR beoordeelt hier de door de accountants uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de controle van specifieke uitkeringen. Deze reviews vinden plaats na de aanlevering door medeoverheden in het jaar volgend op het verantwoordingsjaar. Voor deze reviews ontvangen de reviewteams alle verantwoordingsinformatie van de geselecteerde medeoverheden die zij bij het CBS hebben ingediend na een schriftelijk verzoek hiertoe bij het CBS. Het CBS voldoet binnen tien werkdagen, voor zover de verantwoordingsinformatie beschikbaar is, aan dit verzoek. Het CBS zal daarbij het oordeel over de verantwoordingsinformatie – plausibel of niet – aangeven.

Postbus IBI

Medeoverheden en accountants kunnen met vragen over SiSa contact opnemen met het ministerie van BZK via postbusibi@minbzk.nl. Hier kunnen zij terecht voor technische vragen over de Excel-formats, maar ook voor inhoudelijke SiSa-vragen. Het ministerie van BZK nodigt medeoverheden en accountants ook nadrukkelijk uit interpretatievraagstukken voorafgaand aan het vaststellen van de jaarstukken voor te leggen aan het ministerie van BZK. Let bij het bedenken van het onderwerp van uw e-mail op de tekst in onderstaand kader.

Het ministerie van BZK reageert binnen vijf werkdagen. De reactie is ofwel een antwoord op de vraag, of een voortgangsbericht als de beantwoording van de vraag meer tijd kost. Dit zal het geval zijn als het ministerie van BZK de vraag niet zelf kan beantwoorden, maar de vraag moet doorsturen naar de verstrekker van de specifieke uitkering. Zo nodig wordt telefonisch contact opgenomen met de vragensteller.

Website

Op www.rijksoverheid.nl/sisa staat alle actuele informatie over SiSa en de informatie over SiSa van de afgelopen jaren. Via deze website kunnen ook de te gebruiken Excel-formats voor de SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie en de tabel fouten en onzekerheden worden gedownload.

Tabel 6.1 laat de informatiebronnen zien die voor SiSa 2011 beschikbaar zijn, en de stukken die voor SiSa 2012 op de website staan/komen.

Wie een vraag heeft over SiSa wordt geadviseerd eerst de stukken op de website te raadplegen, omdat hier vaak al het antwoord te vinden zal zijn.

Op de website zijn ook nog de stukken voor SiSa 2010 en SiSa 2011 te raadplegen.

Nieuwsbrief IBI

Iedere SiSa-contactpersoon of geïnteresseerde ontvangt als er nieuws is over SiSa per e-mail de nieuwsbrief IBI van het ministerie van BZK. Geïnteresseerden in de nieuwsbrief kunnen zich via postbusibi@minbzk.nl aanmelden. In deze nieuwsbrief zijn de belangrijkste wijzigingen op de website www.rijksoverheid.nl/sisa opgenomen. Deze nieuwsbrief bevat meer informatie dan alleen over SiSa, bijvoorbeeld ook over Iv3.

Hieronder volgt een omschrijving van de verschillende belanghebbenden met hun verantwoordelijkheden. De rollen zijn als volgt:

In 2012 bestaan vier verschillende SiSa-vormen op grond waarvan medeoverheden in aanmerking komen voor verantwoording via SiSa.

De basisvorm van SiSa is dat het Rijk een specifieke uitkering verstrekt aan een medeoverheid – een gemeente, een provincie of een gemeenschappelijke regeling (ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)) – en deze medeoverheid verantwoord aan het Rijk, zie figuur a. Alle ontvangers zijn ‘directe’ ontvangers omdat zij de specifieke uitkering direct van het Rijk ontvangen.

Figuur a: SiSa-basis

Bij enkele specifieke uitkeringen is de basisvorm uitgebreid en geldt SiSa ook in de situatie dat provincies als directe ontvangers de uitkering doorverstrekken aan een gemeente en/of een gemeenschappelijke regeling (ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)). De ontvangers van deze doorverstrekking zijn ‘indirecte’ ontvangers. Indirecte ontvangers verantwoorden aan de verstrekker van de uitkering, in het geval van SiSa tussen medeoverheden is dat dus de provincie en niet het Rijk. De provincie (de doorverstrekker) verantwoordt de besteding van de medeoverheid een jaar later aan het Rijk. De provincie heeft immers wel de taken overgedragen, maar niet de verantwoordelijkheid en moet zich daarom over de totale taakuitvoering aan het Rijk verantwoorden.

Figuur b: SiSa inclusief SiSa tussen medeoverheden (regulier)

In de situatie zoals afgebeeld in figuur b, is gemeente A zowel een directe ontvanger van een specifieke uitkering, als een indirecte ontvanger via een doorverstrekking door de provincie. Gemeente A neemt in dezelfde SiSa-bijlage verantwoordingsinformatie, via de daarvoor bestemde afzonderlijke regelingen, zowel de verantwoordingsinformatie op die bestemd is voor de provincie als de verantwoordingsinformatie bestemd voor het Rijk.

Overige organisaties die taken uitvoeren, zoals een stichting of een BV zijn niet opgericht op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en kunnen daarom niet via SiSa verantwoorden. In de SiSa-systematiek beschouwt de provincie zichzelf als de uitvoerder van de taken die overige organisaties voor haar uitvoeren. De provincie verantwoordt dus de taken in haar eigen jaarstukken en is voor die taken een ‘zelfstandige uitvoerder’.

Op grond van het SiSa tussen medeoverheden-systeem was het niet mogelijk dat ook gemeenten konden fungeren als verstrekkers van een specifieke uitkering, net als provincies bij SiSa tussen medeoverheden. Omdat het doorverstrekken door gemeenten bij regelingen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) veelvuldig voorkomt, is het SiSa-systeem hiervoor uitgebreid. Net als bij de reguliere SiSa tussen medeoverheden kunnen uitsluitend gemeenschappelijke regelingen opgericht via de Wgr via SiSa verantwoorden aan (in dit geval) de gemeente.

SiSa tussen medeoverheden SZW geldt met ingang van het verantwoordingsjaar 2010 voor:

SiSa tussen medeoverheden geldt dus niet voor de overige specifieke uitkeringen van het ministerie van SZW. SiSa tussen medeoverheden voor de hierboven genoemde SZW uitkeringen geldt in de situatie dat gemeenten de uitvoering uitbesteden aan openbare lichamen, die zijn ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). SiSa tussen medeoverheden geldt dus niet in andere situaties, zoals uitvoering door een NV, een BV of interne dienst van een gemeente. Ook geldt SiSa tussen medeoverheden niet voor gemeenten onderling.

Deze verantwoording van openbare lichamen aan gemeenten wordt, onder meer in wet- en regelgeving, aangeduid als SiSa tussen medeoverheden. Dit betekent dat openbare lichamen uiterlijk 15 juli volgend op het verantwoordingsjaar via SiSa aan gemeenten verantwoorden. Hierdoor zijn openbare lichamen niet meer genoodzaakt om versneld en apart door de accountant gecertificeerd een separate verantwoording aan te leveren bij een gemeente. Dit zorgt voor minder bestuurlijke drukte en administratieve lasten.

SiSa tussen medeoverheden SZW geldt alleen voor openbare lichamen die zijn ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Zij verantwoorden niet langer versneld en met een aparte accountantsverklaring aan gemeenten over hun uitvoering / besteding, maar via de SiSa-bijlage in de toelichting op hun eigen jaarrekening, tussen 15 mei en 15 juli. In alle overige situaties (uitvoering door een NV, BV, stichting, andere gemeente, et cetera) verandert er niets aan de verantwoording: gemeenten zorgen ervoor dat ze de uitvoeringsinformatie tijdig ontvangen om in hun eigen SiSa-verantwoording vóór 15 juli T+1 te kunnen aanleveren.

Figuur c: SiSa tussen medeoverheden SZW

In de situatie beschreven in figuur c kunnen de directe ontvangers gemeente A en gemeente B zich via SiSa verantwoorden én de indirecte ontvangers Gr 1 en Gr 2. De gemeenten verantwoorden aan het Rijk en de Gr-en aan gemeente A (via SiSa.

Gr 1 heeft een deel van de taken uit laten voeren door Gr 3, zonder dat er een formele relatie (zoals een contract of beschikking) bestaat tussen gemeente A en Gr 3. Zonder deze formele relatie is Gr 3 in deze SiSa-vorm géén indirecte ontvanger, ook al is Gr 3 opgericht op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het is in deze situatie de verantwoordelijkheid van Gr 1 om de verantwoordingsinformatie van Gr 3 mee te nemen in de eigen SiSa-verantwoording en dus te doen alsof Gr 1 zelf alle taken heeft uitgevoerd.

In deze situatie verantwoordt gemeente A in jaar T over de eigen taakuitvoering in jaar T en de volledige taakuitvoering (dus door gemeente én Gr 1 én Gr 2) in jaar T-1. Het is immers de verantwoordelijkheid van gemeente A om zich over de volledige taakuitvoering te verantwoorden aan het Rijk.

Gemeente B verantwoordt in jaar T over de volledige taakuitvoering, inclusief een overige organisatie (een stichting, een BV et cetera) én de taakuitvoering door Gr 4. Gr 4 is weliswaar opgericht op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, maar kent geen formele relatie met gemeente B. Dus kan Gr 4 niet via SiSa verantwoorden. Gemeente B beschouwt zichzelf dus als een ‘zelfstandige uitvoerder’.

Budgetverdeling

Voor de verdeling van de budgetten voor jaar T+1 aan gemeenten hechten de relevante partijen (VNG, Cedris, Divosa en het ministerie van SZW) aan het gebruik van zo actueel mogelijke informatie. Daarom gebruikt het ministerie van SZW hiervoor niet alleen de SiSa-verantwoordingen van gemeenten met SiSa tussen medeoverheden over jaar T-2, maar ook die van de openbare lichamen. Het ministerie van SZW gaat voor de budgetverdeling uit van de SiSa-informatie die beschikbaar is op 15 augustus van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar. Informatie die na deze datum beschikbaar komt wordt door SZW niet meegenomen in de berekening van de budgetverdeling. Dit verandert niets aan de verplichting van gemeenten op grond van artikel 17a, tweede lid van de Financiëleverhoudingswet en van openbare lichamen op grond van artikel 34a Wet gemeenschappelijke regelingen om de SiSa-verantwoording jaarlijks uiterlijk 15 juli bij BZK te hebben aangeleverd.

Vaststelling

Voor de vaststelling achteraf van de specifieke uitkeringen gebruikt het ministerie van SZW de SiSa-verantwoordingen van gemeenten. Wel is, in situaties van SiSa tussen medeoverheden SZW, vaststelling over een uitvoeringsjaar één jaar later dan in de huidige situatie. Voor de Wsw inclusief de uitkering van de bonus Wsw geldt de latere vaststelling in alle situaties, dus ook indien er geen sprake is van SiSa tussen medeoverheden SZW.

Casus: Hoe weet ik of een uitvoeringsorganisatie een openbaar lichaam op grond van de Wgr is?

Casus: Hoe weet een gemeente welke openbare lichamen (Wgr) de uitvoering verrichten?

Elke gemeente is op grond van de SZW regelgeving verantwoordelijk voor de uitvoering van de sociale wetten. Dat betekent dat zij ervoor moet zorgen dat zij inzicht heeft wie voor haar de uitvoering verricht. Deze uitvoering zal de gemeente moeten betalen. Ook vanuit dat oogpunt zal zij het inzicht in uitvoerders moeten hebben.

Casus: Geldt SiSa tussen medeoverheden SZW alleen voor het openbaar lichaam (Wgr) waarin de gemeente deelneemt?

Nee, openbare lichamen (Wgr) verantwoorden de uitvoering aan alle gemeenten. Dus ook de aan zogenaamde ‘buitengemeenten’, dat zijn gemeenten die geen deelnemer in de gemeenschappelijke regeling zijn.

Casus: Kan een gemeente de totale verantwoording in SiSa laten doen door één openbaar lichaam (Wgr), bijvoorbeeld omdat zij hieraan de regie over de uitvoering heeft opgedragen?

Nee, elke openbaar lichaam (Wgr) verantwoordt via SiSa zelf per gemeente het deel dat zij voor die gemeenten heeft uitgevoerd / besteed. En gemeenten verantwoorden zelf via SiSa de overige uitvoering, dat wil zeggen het deel dat niet door openbare lichamen (Wgr) is uitgevoerd.

Zie hiervoor de informatie op het gemeenteloket van het ministerie van SZW.

Deze bijlage bevat vier voorbeeldbrieven: