U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 27-06-2014.

Ministeriële regeling · BWBR0029252

Regeling praktijkleren en Groene plus

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 13 december 2010, nr. 171481, houdende bepalingen ten aanzien van de aanvullende bijdrage voor praktijkleren, voor implementatie van vernieuwing op het vlak van kennisverspreiding, professionalisering van leerkrachten en internationalisering van groen onderwijs en versterking van primaire opleidingen in de land- en tuinbouw, en bepalingen ten aanzien van subsidies voor investeringen in nieuwe voorzieningen voor praktijkleren en voor de implementatie van onderwijsbeleid door instellingen en vertegenwoordigende organisaties (Regeling praktijkleren en Groene plus)Regeling praktijkleren en Groene plusDe Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op artikelen 85a, eerste lid, 89, eerste lid en artikel 96d, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, 2.2.3, tweede lid, en 2.5.3, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 4.10, onderdeel a, en artikel 4.19, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek 2008 en artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag13 december 2010De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,M.J.M.Verhagen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Vervallen

De aanvullende bijdragen, bedoeld in artikel 3, bedragen:

Vervallen

De agrarische opleidingscentra ontvangen de aanvullende bijdragen, bedoeld in artikel 2 en 3, jaarlijks als aanvullende rijksbijdrage. De aanvullende rijksbijdrage is het aandeel in het bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, en artikel 5, onderdeel b, overeenkomend met het aandeel van ieder agrarisch opleidingscentrum in het landelijk beschikbaar budget, bedoeld in artikel 2.2.1 van het Uitvoeringsbesluit Wet educatie en beroepsonderwijs, berekend op basis van artikel 2.2.2 van dit besluit, waarbij leerlingen die op 1 oktober van het tweede kalenderjaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt verstrekt, waren ingeschreven aan een aan het agrarisch opleidingscentrum verbonden experimentele leergang VMBO-MBO2 als bedoeld in het Experimenteerbesluit VM2 worden meegeteld als deelnemer van dit agrarisch opleidingscentrum.

De hogescholen ontvangen de aanvullende bijdragen, bedoeld in artikel 2 en 3, jaarlijks als onderwijsopslag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008. De onderwijsopslag is het aandeel in het bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, artikel 5, onderdeel c, overeenkomend met het aandeel van iedere hogeschool in de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.1, vierde lid, onderdeel b, van dit besluit.

Wageningen Universiteit ontvangt de aanvullende bijdragen, bedoeld in artikel 2 en 3, jaarlijks als onderwijsopslag als bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, welke gelijk is aan het bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d en artikel 5, onderdeel d.

De Universiteit Utrecht ontvangt de aanvullende bijdrage, bedoeld in artikel 2, jaarlijks als onderwijsopslag als bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, welke voor praktijkleren gelijk is aan het bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e.

De agrarische opleidingscentra ontvangen de aanvullende bijdrage, bedoeld in artikel 11, jaarlijks als aanvullende rijksbijdrage. De aanvullende rijksbijdrage is het aandeel in het bedrag, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, overeenkomend met het aandeel van ieder agrarisch opleidingscentrum in het landelijk beschikbaar budget, bedoeld in artikel 2.2.1 van het Uitvoeringsbesluit Wet educatie en beroepsonderwijs, berekend op basis van artikel 2.2.2 van dit besluit, met dien verstande dat dit aandeel uitsluitend wordt bepaald op basis van de maatstaf ingeschreven deelnemers, bedoeld in artikel 2.2.3 van dit besluit, waarbij alleen deelnemers aan de opleidingen, genoemd in de bijlage bij deze regeling, worden meegeteld.

De hogescholen ontvangen de aanvullende bijdrage, bedoeld in artikel 11, jaarlijks als onderwijsopslag. De onderwijsopslag is het aandeel in het bedrag, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, overeenkomend met het aandeel van iedere hogeschool in de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.1, vierde lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, met dien verstande dat dit aandeel uitsluitend wordt bepaald op basis van het aantal bekostigde inschrijvingen, als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel a, van dit besluit, waarbij alleen studenten aan de opleidingen, genoemd in de bijlage bij deze regeling, worden meegeteld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 27 kunnen worden ingediend voor het jaar 2013 tussen 1 juni en 1 juli 2013 en voor de jaren 2014 en 2015 tot 1 april van elk jaar. De minister kan om dwingende redenen toestaan dat een aanvraag na deze periode wordt gedaan.

De Minister stelt voor ieder van de jaren 2013, 2014 en 2015 aan de stichting Informatievoorziening groen onderwijs € 116.000,– ter beschikking als bijdrage in de exploitatie van het vakblad Groen onderwijs.

Het subsidieplafond voor de subsidies, bedoeld in artikel 36a, bedraagt € 1.360.000,– voor de schooljaren 2011–2012 tot en met 2014–2015.

Stoas Hogeschool treedt op als penvoerder en subsidieaanvrager voor de groene opleidingsschool.

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening worden geweigerd of beëindigd indien:

Uiterlijk op 1 juni 2015 evalueert de Minister de werking van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Als het bij koninklijke boodschap van 6 juni 2013 ingediende voorstel van wet (Wijziging van de Kaderwet EZ-subsidies (aanpassing aan de samenvoeging van de voormalige ministeries van Economische Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) tot wet is verheven dan berust deze regeling mede op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2016.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling praktijkleren en Groene plus.

De primaire opleidingen voor wat betreft het middelbaar beroepsonderwijs

De primaire opleidingen zijn voor wat betreft het hoger beroepsonderwijs de opleidingen die geheel of in overwegende mate opleiden voor de volgende beroepen:

Tevens worden als studenten in primaire opleidingen geteld de bij STOAS Hogeschool ingeschreven studenten op CROHO-nrs. 34899 (bachelor) en 80015 (associate degree) Educatie en kennismanagement groene sector, voor zover deze studenten worden opgeleid voor het lerarenberoep binnen een primaire opleiding. STOAS hogeschool verschaft jaarlijks een opgave van het aantal van deze studenten, gespecificeerd naar de studierichtingen

De opgave betreft het aantal studenten in deze studierichtingen op 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de onderwijsopslag, bedoeld in artikel 14 van deze regeling, wordt verstrekt. De opgave gaat vergezeld van een verklaring van getrouwheid van een accountant.

De opgave voor 2011 en verdere jaren, met gegevens van het tweede jaar voorafgaand aan dat jaar, dient uiterlijk op 1 juli van ieder jaar te zijn ontvangen door DUO. De verklaring van getrouwheid van de accountant kan dan bij de jaarlijkse accountantsopgave worden meegenomen.

Invulling van het MIP bij de thema’s en actielijnen (artikel 17 en 18 van de regeling).

U geeft in tabelvorm concreet aan welke activiteiten u gaat inzetten bij de gekozen thema’s en actielijnen. Op de verticale as vindt u de thema’s en actielijnen van de landelijke agenda (artikel 17, tweede lid, van de regeling). Op de horizontale as vindt u de informatie die in ieder geval bij de gekozen thema’s en actielijnen moet worden ingevuld (artikel 18, derde lid).

De keuze om in te zetten op een bepaald thema, en op één of meer actielijnen daarbij, geeft u aan door het invullen van de gevraagde informatie bij dat thema en die actielijn(en). Indien u geen inzet heeft op een bepaalde actielijn dan vult u daarbij niets in.

N.B.

Het format omvat vier tabellen:

Bij ‘financiering door derden’ kunnen zowel geldelijke bijdragen als in kind bijdragen worden opgenomen. In kind bijdragen en in cash bijdragen worden apart vermeld. De uren in kind worden gecapitaliseerd. Voor deze capitalisatie is een richtlijn bij de tabel opgenomen.

Bij de tabellen worden drie bijlagen gevoegd:

Tabel 1. Overzicht per thema en actielijn van het doel van de inzet van de instelling (per einde planperiode) en de beoogde activiteiten daarbij.

N.B. alleen invullen bij thema’s en actielijnen waarop in het MIP inzet wordt geleverd.

Tabel 2. Overzicht per beoogde activiteit van de beoogde uitkomsten aan het eind van de planperiode, één of meer indicatoren en (actuele of beoogde) samenwerking.

Tabel 3 Indicatie ondersteuningsbehoefte per activiteit

Tabel 4. Globale begroting van de voorgenomen financiering van de beoogde activiteiten.

Voor de capitalisatie van in kind bedragen wordt uitgegaan van uurtarieven behorende bij de schalen in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke Rijksambtenaren 1984, voor het jaar 2014 bepaald in de Handleiding Overheidstarieven 2014. De inzet van arbeid van externe partners wordt dus gewaardeerd overeenkomstig deze schalen:

Beknopte verantwoording van de keuze uit de thema’s en actielijnen in de landelijke agenda op grond van de strategische visie en/of plan van de instelling en het MIP van 15 mei 2013 (met in achtneming van de aandachtspunten in de brief van EZ bij uw MIP).

Licht in ieder geval toe hoe de gekozen thema’s en actielijnen bijdragen aan:

Licht tevens toe hoe uw instelling met de gekozen thema’s en actielijnen aansluit bij de investeringen in andere instrumenten, m.n. in een Centre of Expertise, centrum of innovatief vakmanschap en in lectoraten.

Deze bijlage is vormvrij (tekst). U kunt gebruik maken van (delen van) het in mei 2013 ingediende MIP, met evt. actualisaties.

Dit is de verantwoording als bedoel in artikel 18, vierde lid, van de regeling.

Geef hierbij aan:

Voeg hierbij

De bijlage is vormvrij. U levert hiervoor een beknopte tekst op.

Formele arrangementen die al zijn aangegaan met bedrijven en andere organisaties, en evt. met andere instellingen, worden in onderstaande tabel vermeld. Samenwerkingsovereenkomsten bij deze arrangementen voegt u in afschrift hierbij.

N.B. Arrangementen kunnen ook later nog tot stand komen. Niet alle samenwerking met bedrijven en organisaties die u in tabel 2 heeft aangegeven hoeft dus al in een formeel arrangement met samenwerkingsovereenkomst te zijn vastgelegd.

Bij de aanvraag voor de toetsing van de groene opleidingsschool horen onderstaande gegevens en genoemde stukken.

Het is van belang dat alle deelnemende partners, ter goedkeuring, hun handtekening op deze aanvraag zetten.

Bij elk onderdeel wordt de belangrijkste informatie kernachtig beschreven.

Bijlagen bevatten alleen ondersteunende informatie en dienen beperkt en beknopt te zijn.

Naam instelling:

Postadres, postcode, plaats:

Bezoekadres, postcode, plaats:

BRIN-nummer:

Status inspectie:

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail):

Bankrekeningnummer, tenaamstelling en plaats:

Handtekening:

Naam instelling:

Postadres, postcode, plaats:

Gegevens contactpersoon (naam, telefoon, e-mail):

BRIN-nummer:

Status inspectie/accreditatie:

Handtekening:

De groene opleidingsschool levert die gegevens waaruit blijkt dat zij voldoet aan de criteria die door het ministerie van EL&I aan volume en kenmerken van het aantal studenten zijn gesteld in de onderstaande overzichten.

In te vullen voor het geheel van de deelnemende scholen in de Groene Opleidingsschool

Van iedere afgestudeerde of student worden de volgende gegevens in tabelvorm verstrekt: naam en per schooljaar het aantal ECTS dat werd afgelegd binnen de opleidingsschool.

De zelfevaluatie omvat een beschrijving (sterkte-zwakte analyse) aan de hand van de criteria zoals aangegeven in het beoordelingskader.

Verplichte bijlagen:

Mogelijke bijlagen:

De uiterste indieningdatum voor aanvragen ‘toetsing Groene Opleidingsschool’ is 15 oktober 2011.

De opleidingsschool dient de aanvraag schriftelijk in 10-voud in op volgend adres:

NVAO – Postbus 85498 – 2508 CD Den Haag

Een digitale versie (in format Word of Adobe-pdf) dient te worden gemaild aan a.vanneygen@nvao.net

De groene opleidingsschool stuurt ook een exemplaar van het aanvraagdossier naar het ministerie van EL&I/directie DAI.

Bij vragen kunt u contact opnemen met mevrouw Ann van Neygen (tel. 070-3122322 of a.vanneygen@nvao.net)