Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 december 2010 tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BES (Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BES)Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BESWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 23 november 2010, nr. AFP 2010/558, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Gelet op de artikelen 2.2, eerste lid, 2.26, eerste lid, 2.34, 2.35, eerste lid, 2.36, eerste lid, 2.37, 2.43, 2.44, vijfde lid, 2.48, eerste lid, 2.57, zesde lid, 2.66, achtste lid, 2.99, 2.115, 2.135, 4.4, tweede lid, 4.5, tweede lid, 4.24, eerste lid, 4.34, tweede lid, 4.49, 4.58, eerste lid en 4.60, van de Douane- en Accijnswet BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 9 december 2010, nr. W06.10.0540/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 16 december 2010, nr. DV2010/526 M, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage23 december 2010BeatrixDe Staatssecretaris van Financiën,F. H. H.WeekersDe Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,H.Blekerde achtentwintigste december 2010De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

Kosten zijn verschuldigd:

In deze afdeling wordt verstaan onder:

Indien Onze Minister heeft bepaald dat de uitvoer of de doorvoer van daarbij aangewezen goederen zonder vergunning is verboden, is degene tot wie de in artikel 2.3, derde lid, bedoelde regeling zich richt en de adressaat van het besluit, bedoeld in artikel 2.4, zodra voor hem aannemelijk is dat die goederen een andere bestemming zullen krijgen dan in de regeling of in het besluit is vermeld, verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming mededeling te doen aan Onze Minister.

De inspecteur kan ambtshalve een aanvaarde aangifte buiten werking stellen, indien:

De inspecteur kan ambtshalve een document buiten werking stellen:

De inspecteur kan de geldigheidsduur van een document verlengen op een met redenen omkleed verzoek van de belanghebbende, indien de geldigheidsduur van het document op het moment dat de inspecteur het verzoek heeft ontvangen niet is verstreken en de goederen nog aanwezig zijn.

In deze afdeling wordt verstaan onder:

Het aanwenden van een geweldsmiddel door de ambtenaar is geoorloofd om een persoon aan de kleding te onderzoeken ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een wapen bij zich heeft. Het onderzoek aan de kleding moet noodzakelijk zijn om te voorkomen dat bedoelde persoon gebruik gaat maken van het wapen.

De ambtenaar mag in verband met zijn eigen veiligheid of die van anderen slechts een geweldsmiddel uit voorzorg ter hand nemen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie ontstaat waarin hij bevoegd is het geweldsmiddel aan te wenden. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het geweldsmiddel terstond opgeborgen.

De bepalingen inzake het aanwenden van geweld, bedoeld in de artikelen 2.31 tot en met 2.34 en artikel 2.36, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen.

Indien een douane-entrepot bestemd is voor de opslag van goederen door eenieder, zijn de bepalingen, bedoeld in artikel 2.40, eerste lid, onderdelen c, d, e, f, g, h, en i, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing op degene die verantwoordelijk is voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de aangifte voor de douanebestemming douane-entrepot.

Overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 2.15, vijfde lid, vormt een verzuim ter zake waarvan de inspecteur een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste USD 2 800.

Overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 2.17, derde lid, vormt een verzuim ter zake waarvan de inspecteur een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste USD 2 800.

Overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 2.43, eerste lid, vormt een verzuim ter zake waarvan de inspecteur een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste USD 2 800.

Degene die één van de artikelen 2.3 tot en met 2.8 overtreedt, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Degene die artikel 2.15, vijfde lid, overtreedt, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Degene die artikel 2.17, derde lid, overtreedt, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Degene die artikel 2.43, eerste lid, overtreedt, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Vrijstelling van accijns voor benzine die is bestemd te worden gebruikt als brandstof voor schepen, andere dan pleziervaartuigen, dan wel voor het schoonmaken van tankschepen of voor de voortstuwing van luchtvaartuigen, andere dan plezierluchtvaartuigen, wordt verleend indien:

Voor de toepassing van de teruggaaf voor onder ambtelijk toezicht vernietigde accijnsgoederen is artikel 3.7a, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn gebracht binnen een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen, wordt verleend aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de goederen zijn overgebracht indien uit de administratie blijkt dat de goederen in zijn accijnsgoederenplaats zijn opgenomen.

Van ruwe en van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak die wordt vervoerd moet aan de hand van bescheiden de herkomst kunnen worden aangetoond.