Ministeriële regeling · BWBR0029405

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2011

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 4 januari 2011, nr. 5680703/Justis/10, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Algemene InspectiedienstBesluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2011De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op:

  • artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

  • artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993;

  • artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

  • artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2°, van de Wet op de economische delicten;

  • Besluit:

    Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    Den Haag4 januari 2011De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,namens deze:P.W.C.Collard,Teammanager Bevoegdheden, Toezicht en Registers.

    In dit besluit wordt verstaan onder:

    Op grond van dit besluit kunnen bij de hierna te noemen onderdelen van de AID maximaal het daarbij genoemde aantal personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd zijn:

    De directeur van de AID brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de bezoldigd en onbezoldigd buitengewoon opsporingsambtenaren bij de AID aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verslag uit over:

    De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 3, eerste lid, beschikt, voor zover van toepassing, over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:

    De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in de artikel 4, onder b, g, h en j, is ontheffing verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. Deze ontheffing geldt alleen en voor zover de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen.

    De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 9 november 2010, nr. 5667048/Justis/10, worden voor de duur van hun geldigheid geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van 17 januari 2011 en vervalt met ingang van 17 april 2011.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2011.