Ministeriële regeling · BWBR0029419
Sanctieregeling Eritrea 2011
Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Minister van Economische Zaken;
Gelet op Verordening (EU) nr. 667/2010 van de Raad van de Europese Unie van 26 juli 2010 inzake beperkende maatregelen ten aanzien van Eritrea (Pb EU L 195);
Gelet op Besluit 2010/127/GBVB van de Raad van de Europese Unie van 1 maart 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Eritrea (Pb EG L 51);
Gelet op artikel 2, tweede lid, en artikel 3 van de Sanctiewet 1977,
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken,U.RosenthalHet is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, 3, 4, 8 en 10 van Verordening (EU) nr. 667/2010 van de Raad van de Europese Unie van 26 juli 2010 inzake beperkende maatregelen ten aanzien van Eritrea (Pb EU L 195).
Een verbod, als bedoeld in artikel 4, geldt niet indien artikel 5, 6 of 7 van Verordening (EU) nr. 667/2010 van toepassing is.
Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen dan wel bedoeld in artikel 2 van de Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 7 december 2006 houdende strafbaarstelling ongeoorloofde overdracht programmatuur en technologie van strategische goederen door middel van elektronische media, faxapparaten of telefoon, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen aan, door of uit te voeren naar entiteiten of personen in Eritrea of voor gebruik in Eritrea, ongeacht of de goederen oorspronkelijk afkomstig zijn uit de lidstaten van de Europese Unie.
Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen dan wel bedoeld in artikel 2 van de Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 7 december 2006 houdende strafbaarstelling ongeoorloofde overdracht programmatuur en technologie van strategische goederen door middel van elektronische media, faxapparaten of telefoon, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te kopen, geleverd te krijgen of in te voeren vanuit Eritrea ongeacht of de goederen oorspronkelijk afkomstig zijn uit Eritrea.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 667/2010 is de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onder c, van de Algemene Douanewet.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 667/2010 is de Minister van Financiën.
De bevoegde autoriteiten, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 10, van Verordening (EU) nr. 667/2010 zijn, elk voor het gebied waartoe hun competentie zich op grond van dat lid uitstrekt:
- –
de Minister van Economische Zaken;
- –
de Minister van Financiën.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Eritrea 2011.