U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-03-2011.

Regeling · BWBR0029580

Besluit bekostiging WPO BES

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 3 februari 2011, houdende vaststelling van voorschriften inzake de bekostiging van het primair onderwijs BES (Besluit bekostiging WPO BES)Besluit bekostiging WPO BESWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 september 2010, nr. WJZ/236440 (2708), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 66, 110, derde lid, 120, tweede lid, 127, derde lid, en artikel 164, derde lid, van de Wet primair onderwijs BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 21 oktober 2010, No. W05.10.462/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 januari 2011, nr. WJZ 255975 (2708), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage3 februari 2011BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J. M. vanBijsterveldt-VliegenthartDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J. P. H.Donnerde zevende maart 2011De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het bevoegd gezag van een school ten aanzien waarvan Onze Minister heeft meegedeeld dat de bekostiging een aanvang kan nemen, zendt Onze Minister uiterlijk 3 maanden voor de datum van ingang van de bekostiging de benodigde administratieve gegevens en bescheiden voor de vaststelling van de bekostigingsbedragen. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven over de gegevens en bescheiden.

Het bevoegd gezag geeft binnen twee weken na een besluit tot opheffing van de school kennis daarvan aan Onze Minister, de Rijksvertegenwoordiger, de inspecteur en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan het bestuurscollege van het openbaar lichaam waarin de school is gelegen.

Het bevoegd gezag verstrekt gelijktijdig met de verklaring, bedoeld in artikel 131, vierde lid, van de wet, een verklaring omtrent de juistheid en tijdige aanmelding van de gegevens waarop de bekostigingsbedragen zijn of worden gebaseerd.

Indien de totale bekostiging voor personeelskosten berekend op grond van artikel 164, eerste lid, van de wet vermeerderd met de bekostiging, bedoeld in artikel 20, en in voorkomende gevallen vermeerderd met de bekostiging, bedoeld in artikel 19, voor een school minder bedraagt dan een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, wordt de bekostiging voor personeelskosten verhoogd tot laatstbedoeld bedrag.

De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 164, derde lid, van de wet, bedraagt een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 97 respectievelijk voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat hoger is dan 97.

De bekostiging voor de bestrijding van onderwijsachterstanden, bedoeld in artikel 164, derde lid, van de wet, voor een school bedraagt een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van het totaal van de bekostiging, bedoeld in artikel 164, eerste lid, van de wet en de artikelen 18, 19 en 20. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.

De bekostiging voor zorg voor leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte, bedoeld in artikel 68 van de wet, voor een school bedraagt een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van het totaal van de bekostiging, bedoeld in artikel 164, eerste lid, van de wet en de artikelen 18, 19 en 20. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.

Een in artikel 23, eerste lid, bedoelde correctie wordt, indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in artikel 23, eerste lid, door Onze Minister betaald.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld als bedoeld in artikel 111, eerste lid, van de wet, tot vermindering van de bekostiging voor personeelskosten.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, met dien verstande dat de artikelen 1, 3, 4 en 14 tot en met 24 terug werken tot en met 1 januari 2010 in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekostiging WPO BES.