Regeling · BWBR0029589

Inrichtingsbesluit WVO BES

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 3 februari 2011, houdende onder meer voorschriften omtrent het onderwijs aan scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs BES (Inrichtingsbesluit WVO BES)Inrichtingsbesluit WVO BES Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 september 2010, nr. WJZ/236456 (3843), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 16, tiende lid, 18, negende en tiende lid, 29, tiende lid, 31, zesde lid, 39, 40, 41, 45, 64, twaalfde en dertiende lid, en 65, eerste lid van de Wet voortgezet onderwijs BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2010, no. W05.10.0466/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 januari 2011, nr. WJZ 259969 (3843), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage3 februari 2011BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J. M. vanBijsterveldt-VliegenthartDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J. P. H.Donnerde zestiende februari 2011De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

In dit besluit wordt verstaan onder:

Tot een school voor praktijkonderwijs kan als leerling worden toegelaten degene die de leeftijd van ten minste 12 jaar heeft bereikt.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 7 wordt een kandidaat-leerling niet toegelaten tot een school of profiel, aangewezen op grond van artikel 50, vijfde lid, van de wet, dan nadat het bevoegd gezag zich ervan heeft vergewist dat dit onderwijs voor hem het meest aangewezen is, gelet op de bijzondere aard en doelstelling van het desbetreffende onderwijs.

Een leerling, komende van een gelijksoortige school, wordt bij toelating geplaatst in het leerjaar waarin de leerling op die school onderwijs had mogen volgen.

Alvorens toepassing te geven aan artikel 64, twaalfde lid, van de wet, vergewist de inspectie zich ervan, dat het bevoegd gezag de ouders van de betrokken leerling in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord over het verzoek van het bevoegd gezag. De inspectie betrekt bij haar beslissing in elk geval de zienswijze van de ouders.

Het bevoegd gezag maakt bij beslissingen tot verwijdering van leerlingen op de grond dat deze niet zijn bevorderd tot het zesde leerjaar van het vwo dan wel het vijfde leerjaar van het havo, geen onderscheid tussen leerlingen op basis van de schoolsoort of leerweg waarvoor zij eerder stonden ingeschreven.

Buiten de vakanties en de andere dagen waarop geen onderwijs wordt verzorgd ingevolge artikel 12b, derde of vierde lid, van de wet en artikel 15, tweede tot en met vijfde lid, wijst het bevoegd gezag bij een zesdaagse schoolweek ten hoogste dertien dagen en bij een vijfdaagse schoolweek ten hoogste twaalf dagen per schooljaar aan waarop geen onderwijs wordt verzorgd, waarvan ten hoogste zes dagen onmiddellijk aansluitend voor of na de voor de school op grond van artikel 12b, vierde lid, van de wet vastgestelde zomervakantie.

Praktijkonderwijs omvat ten minste Nederlandse taal, rekenen/wiskunde, informatiekunde en lichamelijke opvoeding, alsmede het onderwijs waarvan het bevoegd gezag, na overleg met het bestuurscollege dat daarbij de werkgevers betrekt die werkzaam zijn op de regionale arbeidsmarkt, heeft vastgesteld dat dit van belang is voor het uitoefenen van functies binnen die arbeidsmarkt.

Indien het bevoegd gezag bij de vaststelling van vakken en andere programma-onderdelen van het vrije deel andere instellingen of deskundige personen van buiten de school betrekt, kan het onderwijs in die vakken en andere programma-onderdelen van het vrije deel, onverminderd de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag voor het onderwijs aan de school, mede worden verzorgd door die andere instellingen of deskundige personen. Daarbij stelt het bevoegd gezag als voorwaarde dat die instellingen of deskundige personen voldoen aan de met betrekking tot hun geldende wettelijke voorschriften en voorzover die voorschriften ontbreken, aan de binnen de beroepsgroep algemeen erkende normen. Artikel 80, eerste lid, van de wet is ten aanzien van degenen die dit onderwijs verzorgen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat als getuigschrift als bedoeld in onderdeel b. 1° van dat lid geldt een kwalificatie die, gelet op de eerste en tweede volzin, passend is. Het bevoegd gezag stelt de inspectie in kennis van de kwalificatie.

Het doel, de inhoud, de omvang, de opbouw en de organisatie van de stage worden beschreven in een stageplan.

Een stage wordt doorlopen op een of meer stageplaatsen, ter beschikking gesteld door een of meer stagegevers.

Met het oog op de stage kan het bevoegd gezag ten behoeve van de leerlingen een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst met een of meer stagegevers aangaan waarin mede een of meer onderdelen van de stage-overeenkomst, bedoeld in artikel 34, tweede lid, worden opgenomen.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2011 in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Dit besluit wordt aangehaald als: Inrichtingsbesluit WVO BES