Regeling · BWBR0029691
Regeling bekostiging personeel PO BES 2010–2011
Gelet op de artikelen 103, eerste lid, 164, vierde lid, en 166 van de Wet primair onderwijs BES en de artikelen 17, 18, 19, 20, 21 en 22 van het Besluit bekostiging WPO BES;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-VliegenthartIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
- b.
besluit:Besluit bekostiging WPO BES;
- c.
school: school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- d.
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de wet.
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 164, eerste lid, van de wet bedraagt USD 1,542.40.
Het bedrag, bedoeld in artikel 20, van het besluit, is voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 97 leerlingen USD 9,537.46 en voor scholen met een aantal leerlingen op de teldatum dat hoger is dan 97 leerlingen USD 17,293.69.
Het bedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het besluit, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel:
Artikel | bedrag |
18 (zeer kleine scholen) | USD 92,078.46 |
19, tweede lid (kleine scholen voet) | USD 65,929.74 |
19, tweede lid (kleine scholen verminderingsbedrag) | USD 456.65 |
Het percentage, bedoeld in artikel 22, van het besluit is 10,5% van de bekostiging bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.
Het percentage, bedoeld in artikel 21, van het besluit is 8% van de bekostiging bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.
De grondslag voor de omvang van de bekostiging, bedoeld in artikel 166, van de wet is 13% van de bekostiging bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.
Het bevoegd gezag ontvangt voor zijn school of scholen bijzondere bekostiging indien de bekostiging, berekend met in achtneming van de artikelen 2 tot en met 7, minder bedraagt dan 64,33% van de personele uitgaven van het jaar 2009 van die school of scholen zoals deze naar het zijn van de Minister worden vastgesteld.
De bijzondere bekostiging bedraagt het verschil tussen 64,33% van de personele uitgaven van het jaar 2009 van de school, zoals deze naar het oordeel van de Minister zijn vastgesteld en het totaal van de voor de school berekende bekostiging berekend met inachtneming van de artikelen 2 tot en met 7.
De bijzondere bekostiging bedraagt 5% van de bekostiging, berekend met in achtneming van de artikelen 2 tot en met 8.
De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 9, vindt plaats op grond van de volgende percentages:
januari | 14,43% |
februari | 14,43% |
maart | 14,43% |
april | 14,43% |
mei | 14,43% |
juni | 14,43% |
juli | 13,42% |
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2011 in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging personeel PO BES 2010–2011.