Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat personen die in weerwil van hun in de Zorgverzekeringswet opgenomen verzekeringsplicht geen zorgverzekering hebben, alsnog ingevolge zo’n verzekering verzekerd raken en dat het wenselijk is te voorkomen dat één verzekeringsplichtige ingevolge meerdere zorgverzekeringen verzekerd is;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage26 februari 2011BeatrixDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. I.Schippersde achtste maart 2011De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.OpsteltenWijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Wijzigt de Zorgverzekeringswet.
Wijzigt de Wet op de zorgtoeslag.
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Wijzigt de Beroepswet.
Wijzigt de Wijzigingswet Zorgverzekeringswet, Wet op de zorgtoeslag, enz. (structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering).
Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Indien een meerderjarige verzekeringsplichtige op de datum van inwerkingtreding van dit artikel krachtens meer dan een zorgverzekering verzekerd is, eindigen deze zorgverzekeringen, met uitzondering van de eerstgesloten verzekering, met ingang van die datum.
Indien een minderjarige verzekeringsplichtige op de datum van inwerkingtreding van dit artikel krachtens meer dan een zorgverzekering verzekerd is, eindigen deze zorgverzekeringen, met uitzondering van een door degene of degenen die het gezag over de minderjarige uitoefent of gezamenlijk uitoefenen aangewezen zorgverzekering, met ingang van die datum.
Indien het gezag over een minderjarige door meer dan één persoon gezamenlijk wordt uitgeoefend en deze personen niet tot een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid komen, bepaalt de persoon tot wiens huishouden het kind behoort, welke zorgverzekering als enige voor de minderjarige blijft voortbestaan.
Beschikkingen tot oplegging van een boete als bedoeld in artikel 96 van de Zorgverzekeringswet, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit artikel, worden ingetrokken indien op eerstbedoelde dag tegen deze beschikkingen nog bezwaar of beroep kon worden ingesteld dan wel indien op die dag bezwaar of beroep was ingesteld en nog niet op dat bezwaar of beroep was beslist.
Beschikkingen tot oplegging van een boete als bedoeld in artikel 69 van de Zorgverzekeringswet, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit artikel, worden herzien indien op eerstbedoelde dag tegen deze beschikkingen nog bezwaar of beroep kon worden ingesteld dan wel indien op die dag bezwaar of beroep was ingesteld en nog niet op dat bezwaar of beroep was beslist, en een boete op grond van dat artikel zoals dat na inwerkingtreding van artikel II, onderdeel P luidt voor de overtreder tot een lager boetebedrag leidt dan de opgelegde boete.
Vervallen
Op beroepen inzake een beschikking als bedoeld in artikel 5, vierde lid, tweede volzin, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals die volzin luidde onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, beslist de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel VI, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 september 2009.
In het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat artikel II, onderdelen P en S, en artikel X, terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.