Ministeriële regeling · BWBR0029862
Sanctieregeling Egypte 2011
Gelet op Verordening 101/2011 van de Raad van de Europese Unie van 4 februari 2011 betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië (Pb 2011, L31);
Gelet op Verordening 270/2011 van de Raad van de Europese Unie van 21 maart 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Egypte (Pb 2011, L76);
Gelet op artikel 2, tweede lid, en artikel 3 van de Sanctiewet 1977;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken,U.RosenthalHet is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2 en 9 van Verordening 270/2011 van de Raad van de Europese Unie van 21 maart 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Egypte (Pb 2011, L76).
Het verbod te handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, van Verordening 270/2011, geldt niet in gevallen waarin artikel 4, eerste lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, of 7 van Verordening 270/2011 van toepassing is.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste lid, artikel 6, tweede lid, 7 en 9, eerste lid, van Verordening 270/2011 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van bevroren tegoeden.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste lid, en 7 van Verordening 270/2011 is de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen.
Wijzigt de Sanctieregeling Tunesië 2011.
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Egypte 2011.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.