Regeling · BWBR0029869
Regeling bekostiging personeel PO BES 2011−2012
Gelet op de artikelen 103, eerste lid, 164, vierde lid, en 166 van de Wet primair onderwijs BES en de artikelen 17, 18, 19, 20, 21 en 22 van het Besluit bekostiging WPO BES;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-VliegenthartIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
- b.
besluit:Besluit bekostiging WPO BES;
- c.
school: school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- d.
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de wet.
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 164, eerste lid, van de wet bedraagt USD 2 397,63.
Het bedrag, bedoeld in artikel 20, van het besluit, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 97 leerlingen USD 14 825,83 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 97 leerlingen USD 26 882,78.
Het bedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het besluit, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel:
Artikel | Bedrag |
18 (zeer kleine scholen) | USD 143 134,55 |
19, tweede lid (kleine scholen voet) | USD 102 486,77 |
19, tweede lid (kleine scholen verminderingsbedrag) | USD 709,85 |
Het percentage, bedoeld in artikel 22, van het besluit is 10,5% van de bekostiging bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.
Het percentage, bedoeld in artikel 21, van het besluit is 8% van de bekostiging bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.
De grondslag voor de omvang van de bekostiging, bedoeld in artikel 166, van de wet is 13% van de bekostiging bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.
Het bevoegd gezag ontvangt bijzondere bekostiging voor zijn school of scholen in verband met de harmonisatie van de salarisschalen.
De bijzondere bekostiging bedraagt een percentage van de bekostiging berekend met inachtneming van de artikelen 2 tot en met 4.
Het percentage, bedoeld in het tweede lid, bedraagt voor de scholen op Bonaire 5,53%, voor de scholen op Sint Eustatius 5,98% en voor de scholen op Saba 6,46%.
Het bevoegd gezag ontvangt voor zijn school of scholen bijzondere bekostiging indien de bekostiging, berekend met inachtneming van de artikelen 2 tot en met 7, minder bedraagt dan de personele uitgaven van het jaar 2009 van die school of scholen zoals deze naar het oordeel van de Minister zijn vastgesteld.
De bijzondere bekostiging bedraagt het verschil tussen de personele uitgaven van het jaar 2009 van de school, zoals deze naar het oordeel van de Minister zijn vastgesteld en het totaal van de voor de school berekende bekostiging berekend met inachtneming van de artikelen 2 tot en met 7.
De bijzondere bekostiging bedraagt 7,44% van de bekostiging, berekend met inachtneming van de artikelen 2 tot en met 7 en 8.
De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 9 met uitzondering van artikel 7a, vindt plaats op grond van de volgende percentages:
augustus | 7,13% |
september | 7,13% |
oktober | 7,13% |
november | 7,13% |
december | 7,15% |
januari | 9,33% |
februari | 9,33% |
maart | 9,33% |
april | 9,33% |
mei | 9,33% |
juni | 9,33% |
juli | 8,35% |
De bekostigingsbedragen bedoeld in artikel 7a worden in 1 termijn uitbetaald in 2012.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling heeft betrekking op het schooljaar 2011–2012 en vervalt met ingang van 1 augustus 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft voor het tijdvak waarvoor zij gelding had.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging personeel PO BES 2011–2012.