Ministeriële regeling · BWBR0029916
Regeling brandstoffen luchtverontreiniging
Gelet op de artikelen 2.2, derde lid, 2.3, tweede lid, 2.4, tweede lid, 2.5, tweede lid, 2.6, derde lid, 2.9, vijfde lid, 4.2, tweede lid, en 5.1, vierde lid, van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging;
Besluit:
’s-Gravenhage20 april 2011De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,In deze regeling wordt verstaan onder:
ASTM: American Society for Testing and Materials;
richtlijn (EU) 2015/652: Richtlijn (EU) 2015/652 tot vaststelling van berekeningsmethoden en rapportageverplichtingen overeenkomstig Richtlijn 98/70/EG van het Europees parlement en de Raad betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof (PbEU 2015, L 107).
De testmethode, bedoeld in artikel 2.2, derde lid, van het besluit is de methode prEN 16135 of de methode prEN 16136.
De testmethode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van het besluit is de methode EN 228:2012.
De testmethode, bedoeld in de artikelen 2.5, tweede lid, en 2.6, derde lid, van het besluit is de methode EN 590:2013.
Het tijdstip, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het besluit is, voor tankstations die in de maand april van een jaar per benzinekwaliteit minder dan driemaal zijn bevoorraad, de datum waarop het tankstation na 15 april van dat jaar voor de tweede maal met zomerbenzine is bevoorraad, indien die datum is gelegen na 1 mei van dat jaar.
Vervallen
Vervallen
De testmethode, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, van het besluit is:
- a.
voor bemonstering van brandstof die:
- 1°.
een vaste stof is: de Nederlandse norm NEN 3010,
- 2°.
een vloeistof is: de methode ASTM D 4057,
- 3°.
een gas is: de methode ASTM D 1145,
- 4°.
een vloeibaar gemaakt gas is: de methode ASTM D 1265;
- 1°.
- b.
voor het bepalen van het zwavelgehalte van een brandstof die:
- 1°.
een vaste stof is: de norm NEN/ISO 351,
- 2°.
een vloeistof is: de methode EN ISO 14596,
- 3°.
een gas of een vloeibaar gemaakt gas is: de methode ASTM D 2784;
- 1°.
- c.
voor de interpretatie van de waarde, welke is gevonden volgens een in onderdeel b genoemde methode: de norm ISO 4259 (1992).
Een brandstofleverancier als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van het besluit, registreert bij de Inspectie Leefomgeving en Transport de volgende gegevens:
- a.
bedrijfsnaam zoals vermeld in het Handelsregister;
- b.
naam/namen, waaronder wordt geleverd en die wordt vermeld op de brandstofleveringsnota;
- c.
inschrijving in het Handelsregister;
- d.
vestigingsadres;
- e.
telefoonnummer.
Een nieuwe brandstofleverancier registreert zich voor aanvang van zijn eerste levering van scheepsbrandstoffen bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Een brandstofleverancier waarvan een van de in het eerste lid genoemde gegevens wijzigt of bij het staken van leveringen van scheepsbrandstoffen, meldt dit onverwijld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Binnen een maand na de afsluiting van elk kwartaal stuurt de leverancier, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van het besluit, een afschrift van de brandstofleveringsnota’s met bijlagen van alle leveringen aan de zeevaart in Nederland in het voorgaande kwartaal aan de Inspectie Leefomgeving en Transport.
De afschriften van de brandstofleveringsnota’s zijn vergezeld van een overzicht, waarin voor elke brandstoflevering, onder het unieke nummer van de brandstofleveringsnota, de informatie wordt vermeld die is opgenomen in Aanhangsel V van Bijlage VI bij het Verdrag, aangevuld met de informatie overeenkomstig bijlage I van Verordening (EU) 2023/1805, inclusief de samenstelling van de brandstoflevering en de ISO 8217-brandstofklassen.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling brandstoffen luchtverontreiniging.
Vervallen