Wijzigingen Officiële bron
Richtlijn rijden onder invloed, artt. 8 leden 2 t/m 4, 162 en 163 WVW 1994 5.22Richtlijn rijden onder invloed, artt. 8 leden 2 t/m 4, 162 en 163 WVW 1994 5.22

Deze richtlijn ziet op het rijden onder invloed van alcohol zoals bedoeld in art. 8, leden 2 t/m 4 van de Wegenverkeerswet 1994. Daarbij is het adem-alcoholgehalte (AAG) of bloedalcoholgehalte (BAG) bekend. De basisdelicten zijn geformuleerd, uitgaande van het soort voertuig waarmee het delict werd begaan. Het AAG (of BAG) vormt vervolgens één van de beoordelingsfactoren.

Naast het rijden onder invloed van alcohol ziet de richtlijn tevens op de diverse vormen van weigering met betrekking tot onderzoek naar het AAG en BAG, zoals bedoeld in art. 163 van de Wegenverkeerswet 1994. Ook ziet deze richtlijn op het (doen) besturen van een voertuig tijdens een rijverbod, zoals bedoeld onder art. 162 van de Wegenverkeerswet 1994, lid 3.

De voertuigen waarvan in deze richtlijn sprake is worden aangeduid volgens de terminologie van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Verkeer

Dit basisdelict ziet op overtreding van art. 8, lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994; het rijden onder invloed van alcohol, waarbij de mate van overtreding op grond van een gemeten AAG of BAG vaststaat. Het voertuig waarmee het delict wordt begaan, bepaalt mede de gevaarzetting. In dit basisdelict betreft dat een motorvoertuig op twee of meer wielen. Dit delict start bij een AAG(-equivalent) van 235 µg/l met een vast aantal strafpunten van 10 tot een grens van 350 µg/l. Vanaf daar wordt het aantal strafpunten op evenredige wijze afgeleid van het AAG of BAG.

NB: Indien een beginnende bestuurder of bestuurder zonder rijbewijs een motorvoertuig op twee of meer wielen bestuurt, waarvoor eenrijbewijs is vereist, is niet dit basisdelict, maar het basisdelict ‘als beginnende bestuurder of bestuurder zonder rijbewijs besturen van een motorvoertuig op twee of meer wielen met een AAG(-equivalent) van 95 µg/l of meer’ (5.22.10) van toepassing.

Commuun en verkeer

10 punten

In principe landelijk

Adem-alcoholgehalte (of AAG-equivalent) bestuurder motorvoertuig op twee of meer wielen

Indien het adem-alcoholgehalte niet is gemeten, bestaat de mogelijkheid dat het bloed-alcoholgehalte bekend is. In dat geval dient de volgende beoordelingsfactor in de beoordeling te worden betrokken.

Bloed-alcoholgehalte (of BAG-equivalent) bestuurder motorvoertuig op twee of meer wielen

Geen

Geen

Geen

Geen

Indien er sprake is van een adem-alcoholgehalte of bloed-alcoholgehalte uit schaal V én er sprake is van eenmaal recidive, zal als extra vraag worden gesteld of deze strafzaak bij onherroepelijke afdoening tot een tweede punt in het kader van de Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten (puntenstelsel) kan leiden. Bij positieve beantwoording van die vraag zal er verplicht moeten worden gedagvaard.

Toelichting: De OBM-regeling behorend bij het basisdelict 5.22.01 hierboven wordt ook gewijzigd

Binnen de verkeersrichtlijnen is de ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (OBM) één van de mogelijke onderdelen van de eis ter terechtzitting of de strafbeschikking. Indien onderstaande regeling van toepassing is, zoals in geval van het delict 'rijden onder invloed' door bestuurders van motorvoertuigen, dient – afhankelijk van de ernst van het delict – naast een geldboete, taakstraf of gevangenisstraf ook een onvoorwaardelijke ontzegging te worden geëist of in een strafbeschikking te worden opgelegd. De hoogte van elk van deze sancties kan worden afgelezen uit onderstaande tabel, die gerelateerd is aan het bij artikel 8, tweede lid, van de WVW 1994 behorende schalentarief. Voor beginnende bestuurders en bestuurders zonder geldt een enigszins afwijkende ontzeggingsregeling. Ook voor het besturen onder invloed van een bromfiets, een snorfiets, brommobiel of een gehandicaptenvoertuig met motor en voor het delict 'verlaten plaats ongeval' bestaan aparte ontzeggingsregelingen.

Indien deze OBM regeling van toepassing is, gelden in afwijking van andere Polaris-regels, de onderstaande sancties als uitgangspunt voor de strafmaat. Indien de sanctie uitsluitend een geldbedrag betreft, dient (indien niet op andere gronden dagvaarden is geïndiceerd) een transactie te worden aangeboden of een strafbeschikking inhoudende een geldboete te worden uitgevaardigd.

OBM: ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen – GS: gevangenisstraf – TS: taakstraf – ov: onvoorwaardelijk(e veroordeling) – mnd: maanden – dg: dagen.

De regels van het afnemend strafnut zijn niet van toepassing op de OBM. Als OBM geïndiceerd is, zal het aantal strafpunten dat de duur van die OBM aangeeft meteen het aantal sanctiepunten voor de OBM zijn.

Geen

Dit basisdelict ziet op overtreding van art. 8, lid 3 en 4 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals gewijzigd bij Wet van 28 juni 2006, Stb. 2006, 322 en bij Wet van 4 juni 2010, Stb. 2010, 259; het door een beginnende bestuurder of bestuurder zonder rijbewijs rijden onder invloed van alcohol, waarbij de mate van overtreding op grond van een gemeten AAG of BAG vaststaat. Het voertuig waarmee het delict wordt begaan, bepaalt mede de gevaarzetting. In dit basisdelict betreft dat een motorvoertuig op twee of meer wielen. Dit delict start bij een AAG(-equivalent) van 95 µg/l met een vast aantal strafpunten van 10 tot een grens van 350 µg/l. Vanaf daar wordt het aantal strafpunten op evenredige wijze afgeleid van het AAG of BAG.

NB: Indien een beginnende bestuurder of een bestuurder zonder rijbewijs een motorvoertuig op twee of meer wielen bestuurt, waarvoor géén rijbewijs is vereist, is niet dit basisdelict, maar het basisdelict ‘besturen van een motorvoertuig op twee of meer wielen met een AAG(-equivalent) van 235 µg/l of meer’ (5.22.01) van toepassing.

Commuun en verkeer

10 punten

In principe landelijk

Adem-alcoholgehalte (of AAG-equivalent) beginnende bestuurder, bestuurder zonder rijbewijs of deelnemer aan het alcoholslotprogramma, die een motorvoertuig op twee of meer wielen bestuurt

Indien het adem-alcoholgehalte niet is gemeten, bestaat de mogelijkheid dat het bloed-alcoholgehalte bekend is. In dat geval dient de volgende beoordelingsfactor in de beoordeling te worden betrokken.

Bloed-alcoholgehalte (of BAG-equivalent) beginnende bestuurder, bestuurder zonder rijbewijs of deelnemer aan het alcoholslotprogramma, die een motorvoertuig op twee of meer wielen bestuurt

Geen

Geen

Geen

Geen

Er is sprake van een beginnende bestuurder, als sinds de datum waarop aan de houder voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaar zijn verstreken, dan wel, indien het voor het eerst afgegeven rijbewijs een bromfietsrijbewijs betreft en de houder op het ogenblik van die afgifte de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, nog geen zeven jaar zijn verstreken.

Indien er sprake is van een adem-alcoholgehalte of bloed-alcoholgehalte uit schaal V én er sprake is van eenmaal recidive, zal als extra vraag worden gesteld of deze strafzaak bij onherroepelijke afdoening tot een tweede punt in het kader van de Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten (puntenstelsel) kan leiden. Bij positieve beantwoording van die vraag zal er verplicht moeten worden gedagvaard.

Toelichting: De OBM-regeling behorend bij het basisdelict 5.22.10 hierboven wordt ook gewijzigd:

Binnen de verkeersrichtlijnen is de ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (OBM) één van de mogelijke onderdelen van de eis ter terechtzitting of de strafbeschikking. Indien onderstaande regeling van toepassing is, zoals in geval van het delict ‘rijden onder invloed’ van motorvoertuigen door beginnende bestuurders of bestuurders zonder rijbewijs, dient – afhankelijk van de ernst van het delict – naast een geldboete, taakstraf of gevangenisstraf ook een onvoorwaardelijke ontzegging te worden geëist of in een strafbeschikking opgelegd. De hoogte van elk van deze sancties kan worden afgelezen uit onderstaande tabel, die bij beginnend bestuurders en bestuurders zonder rijbewijs gerelateerd is aan het bij artikel 8, derde en vierde lid, van de WVW 1994 behorende schalentarief.

Indien deze OBM regeling van toepassing is, gelden in afwijking van andere Polaris-regels, de onderstaande sancties als uitgangspunt voor de strafmaat. Indien de sanctie uitsluitend een geldbedrag betreft, dient (indien niet op andere gronden dagvaarden is geïndiceerd) een transactie te worden aangeboden of een strafbeschikking inhoudende een geldboete te worden opgelegd.

OBM: ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen – GS: gevangenisstraf – TS: taakstraf – ov: onvoorwaardelijk(e veroordeling) – mnd: maanden – dg: dagen.

De regels van het afnemend strafnut zijn niet van toepassing op de OBM. Als OBM geïndiceerd is, zal het aantal strafpunten dat de duur van die OBM aangeeft meteen het aantal sanctiepunten voor de OBM zijn.

Geen

Toelichting: Voor bromfietsen (waaronder begrepen snorfietsen en brommobielen) gaan andere schijven gelden ivm het gelijk trekken van de waarden in de wet waarbij het rijbewijs kan worden ingevorderd en ingehouden en moet de Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten (puntenstelsel) in de basisdelicten op andere wijze in BOS ingebouwd worden, zie hieronder bij bijzonderheden.

Dit basisdelict ziet op overtreding van art. 8, lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994; het rijden onder invloed van alcohol, waarbij de mate van overtreding op grond van een gemeten AAG of BAG vaststaat. Het voertuig waarmee het delict wordt begaan, bepaalt mede de gevaarzetting. In dit basisdelict betreft dat een bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) of een gehandicaptenvoertuig met motor. Dit delict start bij een AAG(-equivalent) van 235 µg/l met een vast aantal strafpunten van 5 tot een grens van 350 µg/l. Vanaf daar wordt het aantal strafpunten op evenredige wijze afgeleid van het AAG of BAG.

NB: Indien een beginnende bestuurder of een bestuurder zonder rijbewijs een bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) bestuurt, waarvoor een rijbewijs is vereist, is niet dit basisdelict, maar het basisdelict ‘als beginnende bestuurder of bestuurder zonder rijbewijs besturen van een bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) met een AAG(-equivalent) van 95 µg/l of meer’ (5.22.11) van toepassing.

Commuun en verkeer

5 punten

In principe landelijk

Adem-alcoholgehalte (of AAG-equivalent) bestuurder bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) of gehandicaptenvoertuig met motor

Indien het adem-alcoholgehalte niet is gemeten, bestaat de mogelijkheid dat het bloed-alcoholgehalte bekend is. In dat geval dient de volgende beoordelingsfactor in de beoordeling te worden betrokken.

Bloed-alcoholgehalte (of BAG-equivalent) bestuurder bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) of gehandicaptenvoertuig met motor

Geen

Geen

Geen

Geen

Indien er sprake is van een adem-alcoholgehalte of bloed-alcoholgehalte uit schaal IV of V én er sprake is van eenmaal recidive, zal als extra vraag worden gesteld of deze strafzaak bij onherroepelijke afdoening tot een tweede punt in het kader van de Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten (puntenstelsel) kan leiden. Bij positieve beantwoording van die vraag zal er verplicht moeten worden gedagvaard.

Toelichting: De schalen bij dit basisdelict zijn aangepast, dus wijzigen ook 2 basisfactoren:

De mate waarin een verkeersdeelnemer onder invloed van alcohol een gevaar vormt is af te leiden van het adem-alcoholgehalte (AAG). De schalen zijn afhankelijk van het vervoermiddel. Het betreft hier een bromfiets, snorfiets, brommobiel of gehandicaptenvoertuig met motor. Deze factor heeft een strafverzwarende invloed vanaf 355 µg/l.

Basisfactor

Schaal I: 235 – 350 µg/l

Het bepalen van het AAG-equivalent, gegeven het bloed-alcoholgehalte, is mogelijk door de volgende berekening toe te passen: BAG in mg/l, AAG in µg/l (1000 x BAG) / 2,300 = AAG

De mate waarin een verkeersdeelnemer onder invloed van alcohol een gevaar vormt is af te leiden van het adem-alcoholgehalte (AAG) of bloedalcoholgehalte (BAG). De schalen zijn afhankelijk van het vervoermiddel. Het betreft hier een bromfiets, snorfiets, brommobiel of gehandicaptenvoertuig met motor. Deze factor heeft een strafverzwarende invloed vanaf 0,81 promille.

Basisfactor

Indien het adem-alcoholgehalte niet is gemeten bestaat de mogelijkheid dat het bloed-alcoholgehalte bekend is. In dat geval dient de volgende beoordelingsfactor in de beoordeling te worden betrokken.

Schaal I: 0,54 – 0,80 ‰

Het bepalen van het BAG-equivalent, gegeven het adem-alcoholgehalte, is mogelijk door de volgende berekening toe te passen: BAG in mg/l, AAG in µg/l BAG = (AAG x 2,300) / 1000

Dit basisdelict ziet op overtreding van art. 8, lid 3 en 4 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals gewijzigd bij Wet van 28 juni 2006, Stb. 2006, 322 en bij Wet van 4 juni 2010, Stb. 2010, 259; het besturen onder invloed van alcohol van een bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) door een beginnende bestuurder of een bestuurder zonder rijbewijs, waarbij de mate van overtreding op grond van een gemeten AAG of BAG vaststaat. Dit delict start bij een AAG(-equivalent) van 95 µg/l met een vast aantal strafpunten van 5 tot een grens van 350 µg/l. Vanaf daar wordt het aantal strafpunten op evenredige wijze afgeleid van het AAG of BAG.

NB: Indien een beginnende bestuurder of een bestuurder zonder rijbewijs een bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) bestuurt, waarvoor géén rijbewijs is vereist, is niet dit basisdelict, maar het basisdelict ‘besturen van een bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) of een gehandicaptenvoertuig met motor met een AAG(-equivalent) van 235 µg/l of meer’ (5.22.02) van toepassing. Dit geldt ook, indien een beginnende bestuurder of een bestuurder zonder rijbewijs een gehandicaptenvoertuig met motor bestuurt.

Commuun en verkeer

5 punten

In principe landelijk

Adem-alcoholgehalte (of AAG-equivalent) beginnende bestuurder of bestuurder zonder rijbewijs, die een bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) bestuurt

Indien het adem-alcoholgehalte niet is gemeten, bestaat de mogelijkheid dat het bloed-alcoholgehalte bekend is. In dat geval dient de volgende beoordelingsfactor in de beoordeling te worden betrokken.

Bloed-alcoholgehalte (of BAG-equivalent) beginnende bestuurder of bestuurder zonder rijbewijs, die een bromfiets (waaronder begrepen een snorfiets en een brommobiel) bestuurt

Geen

Geen

Geen

Geen

Er is sprake van een beginnende bestuurder, als sinds de datum waarop aan de houder voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaar zijn verstreken, dan wel, indien het voor het eerst afgegeven rijbewijs een bromfietsrijbewijs betreft en de houder op het ogenblik van die afgifte de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, nog geen zeven jaar zijn verstreken.

Indien er sprake is van een adem-alcoholgehalte of bloed-alcoholgehalte uit schaal IV of V én er sprake is van eenmaal recidive, zal als extra vraag worden gesteld of deze strafzaak bij onherroepelijke afdoening tot een tweede punt in het kader van de Recidiveregeling voor ernstige verkeerdelicten (puntenstelsel) kan leiden. Bij positieve beantwoording van die vraag zal er verplicht moeten worden gedagvaard.

Toelichting: De schalen bij dit basisdelict zijn aangepast, dus wijzigen ook 2 basisfactoren:

De mate waarin een verkeersdeelnemer onder invloed van alcohol een gevaar vormt is af te leiden van het adem-alcoholgehalte (AAG). De schalen zijn afhankelijk van het vervoermiddel. De ondergrens van de eerste schaal ligt bij deze bestuurders lager dan bij bestuurders die niet onder deze categorieën vallen. Deze factor heeft een strafverzwarende invloed vanaf 355 µg/l.

Basisfactor

Schaal I: 95 – 350 µg/l

Het bepalen van het AAG-equivalent, gegeven het bloed-alcoholgehalte, is mogelijk door de volgende berekening toe te passen: BAG in mg/l, AAG in µg/l (1000 x BAG) / 2,300 = AAG

De mate waarin een verkeersdeelnemer onder invloed van alcohol een gevaar vormt is af te leiden van het adem-alcoholgehalte (AAG) of bloedalcoholgehalte (BAG). De schalen zijn afhankelijk van het vervoermiddel. De ondergrens van de eerste schaal ligt bij deze bestuurders lager dan bij bestuurders die niet onder deze categorieën vallen. Deze factor heeft een strafverzwarende invloed vanaf 0,81 promille.

Basisfactor

Indien het adem-alcoholgehalte niet is gemeten bestaat de mogelijkheid dat het bloed-alcoholgehalte bekend is. In dat geval dient de volgende beoordelingsfactor in de beoordeling te worden betrokken.

Schaal I: 0,22 – 0,80‰

Het bepalen van het BAG-equivalent, gegeven het adem-alcoholgehalte, is mogelijk door de volgende berekening toe te passen: BAG in mg/l, AAG in µg/l BAG = (AAG x 2,300) / 1000

Toelichting: Er komt ook een nieuwe OBM-regeling voor de beginnende bestuurder bromfiets

Binnen de verkeersrichtlijnen is de ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen één van de mogelijke onderdelen van de eis ter terechtzitting of de strafbeschikking. Onderstaande regeling is van toepassing in geval van delicten die relatie hebben met ‘rijden onder invloed’ met een bromfiets, snorfiets of een gehandicaptenvoertuig met motor. In dat geval dient – afhankelijk van de ernst van het delict – naast een geldboete ook een onvoorwaardelijke ontzegging te worden geëist of in een strafbeschikking opgelegd. De hoogte van elk van deze sancties kan worden afgelezen uit onderstaande tabel, die gerelateerd is aan het bij artikel 8, tweede lid, van de WVW 1994 behorende schalentarief. Voor het besturen onder invloed van andere motorrijtuigen dan de hiergenoemde en voor het delict 'verlaten plaats ongeval' bestaan aparte ontzeggingsregelingen.

Indien deze OBM regeling van toepassing is, gelden in afwijking van andere Polaris-regels, de onderstaande sancties als uitgangspunt voor de strafmaat. Indien de sanctie uitsluitend een geldbedrag betreft, dient (indien niet op andere gronden dagvaarden is geïndiceerd) een transactie te worden aangeboden of een strafbeschikking inhoudende een geldboete te worden uitgevaardigd.

OBM: ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen – ov: onvoorwaardelijk(e veroordeling) – mnd: maanden.

De regels van het afnemend strafnut zijn niet van toepassing op de OBM. Als OBM geïndiceerd is, zal het aantal strafpunten dat de duur van die OBM aangeeft meteen het aantal sanctiepunten voor de OBM zijn.

Geen

Omdat enkele factoren nieuwe benamingen hebben wijzigt onderstaand weigeringsdelict

Richtlijn rijden onder invloed, artt. 8 leden 2 t/m 4, 162 en 163 WVW 1994

Dit basisdelict ziet op het weigeren van ademanalyse, bloedproef of urineproef, dan wel het achteraf weigeren bloedonderzoek. De weigering geschiedt over het algemeen om een relatief hoog alcoholgehalte te trachten te verdoezelen. Afhankelijk van het soort voertuig zal dan ook een forse sanctie dienen te worden toegepast. Het betreft hier een motorvoertuig op twee of meer wielen.

Aanwijzing kader voor strafvordering

42 punten

Indien van toepassing: afhankelijk van beleid van het parket

Geen

Geen

Geen

Geen

Indien er sprake is van weigering én er sprake is van eenmaal recidive, zal als extra vraag worden gesteld of deze strafzaak bij onherroepelijke afdoening tot een tweede punt in het kader van de Recidiveregeling voor ernstige verkeerdelicten (puntenstelsel) kan leiden. Bij positieve beantwoording van die vraag zal er verplicht moeten worden gedagvaard.

Toelichting: Ook bij onderstaand weigeringsdelict moeten de punten bij enkele basisfactoren nog worden bijgesteld naar 3 en bij bijzonderheden nog wat worden gemeld ivm het puntenstelsel:

Dit basisdelict ziet op het weigeren van ademanalyse, bloedproef of urineproef, dan wel het achteraf weigeren bloedonderzoek. De weigering geschiedt over het algemeen om een relatief hoog alcoholgehalte te trachten te verdoezelen. Afhankelijk van het soort voertuig zal dan ook een forse sanctie dienen te worden toegepast. Het betreft hier een bromfiets, snorfiets, brommobiel of een gehandicaptenvoertuig met motor.

Commuun en verkeer

17 punten

Indien van toepassing: afhankelijk van beleid van het parket

Rijgedrag (bromfiets)

Recidive bij rijden onder invloed (bromfiets)

Geen

Geen

Geen

Geen

Indien er sprake is van weigering én er sprake is van eenmaal recidive, zal als extra vraag worden gesteld of deze strafzaak bij onherroepelijke afdoening tot een tweede punt in het kader van de Recidiveregeling voor ernstige verkeerdelicten (puntenstelsel) kan leiden. Bij positieve beantwoording van die vraag zal er verplicht moeten worden gedagvaard.

Toelichting: Er komen twee speciale regelingen erbij:

Per 1 juni 2011 is de Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten ingevoerd. Dit houdt in dat wanneer iemand binnen 5 jaar 2 keer door de rechter wordt veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol het rijbewijs van rechtswege ongeldig wordt. Er gelden 4 cumulatieve voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een 2e punt te scoren:

Het is wenselijk dat een tweede punt alleen voortvloeit uit een rechterlijke uitspraak en niet uit een strafbeschikking (een onherroepelijke strafbeschikking kan in bepaalde gevallen namelijk toch nog vernietigd worden door de rechter, bijvoorbeeld na mislukte executie). Wanneer een strafzaak mogelijk tot een tweede punt kan leiden, dient dan ook de afdoeningsbeslissing ‘dagvaarden’ genomen te worden.

Indien sprake is van een adem-alcoholgehalte of bloed-alcoholgehalte van meer dan 575 µg/l én er sprake is van eenmaal recidive, zal in de vorm van een extra beoordelingsfactor antwoord moeten worden gegeven op de vraag of het betreffende feit bij onherroepelijke afdoening tot een tweede punt in het kader van de Recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten (puntenstelsel) kan leiden. Bij positieve beantwoording van die vraag zal er verplicht moeten worden gedagvaard.

Mogelijk een tweede punt in het puntenstelsel WVW 1994

in combinatie met een AAG(-equivalent) van 570 µg/l of meer, is het mogelijk dat de verdachte in aanmerking komt voor een tweede punt in het kader van de Recidiveregeling ernstige verkeersdelicten. Er gelden 4 cumulatieve voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een 2e punt te scoren:

Door middel van deze beoordelingsfactor wordt vastgesteld of de verdachte een tweede punt kan scoren. Indien dat het geval is, zal gedagvaard worden, aangezien het wenselijk is dat een tweede punt alleen voortvloeit uit een rechterlijke uitspraak en niet uit een strafbeschikking (een onherroepelijke strafbeschikking kan in bepaalde gevallen namelijk toch nog vernietigd worden door de rechter, bijvoorbeeld na mislukte executie).

Schadevergoeding

Indien er sprake is van recidive in combinatie met een AAG(-equivalent) van 570 µg/l of meer, is het mogelijk dat de verdachte in aanmerking komt voor een tweede punt in het kader van het puntenstelsel WVW 1994. In dergelijke gevallen dient onderzocht te worden of de verdachte voldoet aan alle voorwaarden voor een tweede punt. Indien dat het geval is, zal gedagvaard dienen te worden.

Geen sprake van een tweede punt in het kader van het puntenstelsel WVW 1994

Geen

Geen