Ministeriële regeling · BWBR0030152
Drinkwaterregeling
Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
Gelet op richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330), de artikelen 5, eerste lid, 39, eerste lid, 48, eerste lid, 62 en 64 van de Drinkwaterwet, de artikelen 1, 3, eerste lid, 6, tweede lid, 8, vierde lid, 8a, derde lid, 14, 26, 27, tweede lid, 30, eerste, vierde en vijfde lid, 55, 57, eerste lid, onderdeel a, en 59 van het Drinkwaterbesluit en artikel 14, derde lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag14 juni 2011De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,In deze regeling wordt verstaan onder:
besluit:Drinkwaterbesluit;
eigen winning: collectieve watervoorziening waarbij de eigenaar van de voorziening voor de winning of behandeling van water, dat als drinkwater ter beschikking wordt gesteld, gebruik maakt van grondwater, oppervlaktewater, zeewater of een overeenkomstige grondstof of halffabrikaat, niet zijnde een voorziening voor de productie of distributie van water op een binnen het Nederlandse territoir of het Nederlandse deel van het continentale plat gelegen mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet;
Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
wet:Drinkwaterwet;
wijkwarmtapwatervoorziening: collectieve watervoorziening voor de productie of distributie van warm tapwater, waarbij het distributienet in de bodem ligt.
Als tijdstip als bedoeld in artikel 1 van het besluit, geldt telkens: 1 juli 2011.
Als aanvullingen en correctiebladen als bedoeld in artikel 1 van het besluit worden aangewezen:
- a.
NEN 3650-1: NEN 3650-1: 2003;
- b.
NEN 3650-2: NEN 3650-2: 2003;
- c.
NEN 3650-3: NEN 3650-3: 2003;
- d.
NEN 3650-4: NEN 3650-4: 2003;
- e.
NEN 3650-5: NEN 3650-5: 2003;
- f.
NEN 3651: NEN 3651: 2003;
- g.
NEN 7171-1: NEN 7171-1: 2009;
- h.
NPR 7171-2: NPR 7171-2: 2009;
- i.
NEN-EN-ISO 9001: NEN-EN-ISO 9001:2008/C1:2009.
De voorziening voor productie en distributie van huishoudwater voldoet aan de daaraan gestelde bepalingen in de onderdelen 4.7.2. en 4.7.3 van NEN 1006:2002/A3:2011.
De eigenaar van de voorziening voor productie en distributie van huishoudwater:
- a.
beschikt over actuele tekeningen en beschrijvingen van de installatie,
- b.
voert de beheersmaatregelen uit die zijn opgenomen in de gebruikershandleiding die door de leverancier van de installatie is verstrekt, en
- c.
houdt van de uitvoering van de beheersmaatregelen aantekening in een logboek, dat ter plaatste van de voorziening aanwezig is.
Het is de eigenaar van een drinkwaterbedrijf niet toegestaan om zonder daartoe door de Minister verleende ontheffing huishoudwater te produceren voor consumenten of andere afnemers of aan hen huishoudwater te leveren.
Als distributiegebied van een drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 5 van de wet geldt het voor dat bedrijf in bijlage 1 bij deze regeling omschreven distributiegebied.
Ten behoeve van de berekening van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, overeenkomstig bijlage C van het besluit, hanteert de Minister de volgende uitgangspunten:
- a.
De risicovrije rente wordt gebaseerd op een nominale Nederlandse staatsobligatie met een looptijd van tien jaar, aan de hand van het gemiddelde gerealiseerde rendement over de voorafgaande twee jaren en de voorafgaande vijf jaren;
- b.
de renteopslag wordt gebaseerd op:
- 1°.
de historische renteopslag van een geschikte groep van ondernemingen met activiteiten die vergelijkbaar zijn met die van de drinkwaterbedrijven en met een vergelijkbare kredietwaardigheid,
- 2°.
de gemiddelde historische renteopslag op een index van obligaties van ondernemingen met een vergelijkbare kredietwaardigheid;
- 1°.
- c.
bovenop de renteopslag worden transactiekosten berekend;
- d.
de marktrisicopremie wordt gebaseerd op zowel historisch gerealiseerde rendementen als op verwachtingen over toekomstige rendementen;
- e.
de equity bèta wordt bepaald op basis van beursgenoteerde ondernemingen met vergelijkbare activiteiten en een vergelijkbaar risicoprofiel;
- f.
het aandeel eigen vermogen ten behoeve van de bepaling van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet wordt gebaseerd op gegevens over het aandeel eigen vermogen van ondernemingen die vergelijkbaar zijn met drinkwaterbedrijven, met een gezonde financiële positie.
De maximaal toegestane vermogenskosten die de eigenaar van een drinkwaterbedrijf mag doorberekenen in het drinkwatertarief worden berekend als het product van de op grond van artikel 10, vierde lid, van het besluit vastgestelde vermogenskostenvergoeding en de activawaarde, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de wet.
De activawaarde, bedoeld in het eerste lid, is het gemiddelde van het begrote totaal van de activa per 1 januari en 31 december van het jaar waarvoor de toegestane vermogenskosten worden berekend. Liquide middelen worden niet gerekend tot de activawaarde.
De Minister vraagt advies aan de Autoriteit Consument en Markt voorafgaande aan:
- a.
het afwijken, bedoeld in artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van de wet,
- b.
de vaststelling van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de wet,
- c.
de beoordeling van een verzoek tot fusie als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, voor zover het de doelmatige drinkwatervoorziening, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet, in relatie tot de voorgenomen fusie betreft,
- d.
de vaststelling van de nadere regels, bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, en 8, vierde lid, van het besluit,
- e.
de vaststelling van het maximaal toegestane aandeel eigen vermogen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit.
De inspecteur vraagt bij de uitoefening van het toezicht op de naleving van artikel 12, derde lid, van de wet en van paragraaf 2.1 van het besluit advies aan de Autoriteit Consument en Markt.
(gereserveerd)
Het nemen en analyseren van monsters ter uitvoering van het besluit geschiedt door laboratoria die een kwaliteitsborgingssysteem hanteren dat gebaseerd is op NEN-EN-ISO/IEC 17025: 2005 of een gelijkwaardige norm en die daarvoor overeenkomstig deze norm geaccrediteerd zijn.
Het nemen van monsters ter uitvoering van het besluit kan tevens plaatsvinden door bedrijven en personen die een kwaliteitsborgingssysteem hanteren dat gebaseerd is op NEN-EN-ISO/IEC 17025: 2005 of een gelijkwaardige norm en die daarvoor overeenkomstig deze norm geaccrediteerd zijn.
Een gelijkwaardige norm als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt uitsluitend toegepast na daartoe verkregen toestemming van de inspecteur. Bij de aanvraag tot toestemming als bedoeld in de eerste volzin, worden alle voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid van bedoelde norm relevante gegevens in de door de inspecteur aangegeven vorm aan hem overgelegd.
Het nemen en analyseren van monsters ter uitvoering van het besluit ten behoeve van drinkwaterbedrijven geschiedt door laboratoria als bedoeld in het eerste lid die daartoe zijn aangewezen door de Minister.
Bij de aanwijzing, bedoeld in het vierde lid, hanteert de Minister de volgende criteria:
- a.
de positie van het laboratorium ten opzichte van de procesverantwoordelijke voor winning, zuivering, transport en distributie bij het drinkwaterbedrijf;
- b.
de deskundigheid van de medewerkers van het laboratorium op het terrein van de relevante wetgeving en de waterkwaliteit, van grondstof tot tappunt;
- c.
de capaciteit die het laboratorium heeft om ook bij calamiteiten voldoende personeel en apparatuur in te kunnen zetten;
- d.
de breedte van het analysepakket;
- e.
waarborgen omtrent de tijdigheid, volledigheid, juistheid en toegankelijkheid van de rapportage van het laboratorium aan de procesverantwoordelijke voor winning, zuivering, transport en distributie bij het drinkwaterbedrijf.
De laboratoria, genoemd in bijlage 2 bij deze regeling, worden aangemerkt als laboratoria die zijn aangewezen overeenkomstig het vierde lid.
Indien een drinkwaterbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet in gebruik is, beschikt de eigenaar daarvan over een daarop betrekking hebbend meetprogramma dat voldoet aan de in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen tabellen. Bij majeure wijzigingen in de feitelijke situatie past de eigenaar daaraan voorafgaand het meetprogramma daarop aan.
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet of van een collectieve watervoorziening voor warm tapwater, uitsluitend voor zover daarmee, berekend over een kalenderjaar, per dag gemiddeld minder dan 100 m3 drinkwater, onderscheidenlijk minder dan 10 m3 warm tapwater, wordt gedistribueerd. Het eerste lid is evenmin van toepassing op de eigenaar van een collectieve watervoorziening voor warm tapwater, niet zijnde een wijkwarmtapwatervoorziening.
Een meetprogramma als bedoeld in het eerste lid dat betrekking heeft op een drinkwaterbedrijf of een eigen winning behoeft goedkeuring van de inspecteur. Het programma wordt daartoe door de eigenaar van dat bedrijf of die winning na vaststelling of wijziging voorgelegd aan de inspecteur, in de door deze aangegeven vorm.
De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderzoekt het water in de frequentie en op de plaatsen, aangegeven in het meetprogramma, bedoeld in dat lid.
Indien en voor zolang de eigenaar niet beschikt over een meetprogramma dat in overeenstemming is met het eerste lid dan wel, in de gevallen, bedoeld in het derde lid, niet beschikt over een goedgekeurd meetprogramma, verricht hij metingen overeenkomstig de in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen tabellen.
Voor micro-organismen, parasieten en stoffen die niet zijn genoemd in de tabellen I, II en III van bijlage A bij het besluit, verricht de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet metingen indien er redenen zijn om aan te nemen dat deze aanwezig zijn in aantallen per volume-eenheid of concentraties die nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen hebben.
De toezichthouder kan bepalen dat door hem aangegeven parameters, genoemd in bijlage 3 bij deze regeling, frequenter worden onderzocht dan in die bijlage is aangegeven. Tevens kan hij bepalen dat andere dan de in bijlage 3 bij deze regeling genoemde, door hem aangegeven parameters, onderzocht worden in een door hem aangegeven frequentie, indien dat naar zijn oordeel van belang is voor het verkrijgen van voldoende inzicht in de kwaliteit van het water.
De toezichthouder kan toestaan dat de meetfrequentie van parameters die in tabel Ia van bijlage 3 bij deze regeling zijn aangemerkt als ‘bewaking’ wordt verlaagd, indien:
- a.
de waarden van de resultaten van de in een periode van ten minste twee opeenvolgende jaren genomen monsters constant zijn of significant beter dan de in bijlage A van het besluit genoemde waarden, en
- b.
het aannemelijk is dat er geen factoren aanwezig zijn waardoor de kwaliteit van het water kan verslechteren. Bij verlaging van de frequentie bedraagt het aantal te nemen monsters ten minste de helft van de in bijlage 3 bij deze regeling genoemde aantallen.
De toezichthouder kan toestaan dat de meetfrequentie van parameters die in tabel Ib van bijlage 3 bij deze regeling zijn aangemerkt als ‘audit’ wordt verlaagd, indien wordt vastgesteld dat de desbetreffende parameter niet in het drinkwater voorkomt in aantallen per volume-eenheid of concentraties die kunnen leiden tot het risico dat de in bijlage A bij het besluit genoemde waarden worden overschreden.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf die drinkwater betrekt dat geleverd is door een ander teneinde dit zonder behandeling aan derden ter beschikking te stellen, onderzoekt dat ter plaatse waar hij dit water betrekt overeenkomstig de tabellen Ia, Ib en II, opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling. Indien het drinkwater wordt betrokken van een ander drinkwaterbedrijf kan de inspecteur toestaan dat de levering van onderzoeksgegevens van het andere bedrijf wordt beschouwd als uitvoering van het onderzoek, bedoeld in de eerste volzin.
In alle overige gevallen dan bedoeld in het eerste lid worden de monsters aan de tappunten genomen, met uitzondering van de monsters waarvan in de kolom ‘monsterplaats’ in de tabellen van bijlage 3 bij deze regeling is aangegeven voor welke parameters de monsters of een deel daarvan ter plaatse van de inname van het gebruikte grondwater of oppervlaktewater dan wel na behandeling daarvan mogen worden genomen.
De monstername geschiedt op een zodanig tijdstip en op zodanige wijze, dat de uitkomsten van het onderzoek representatief zijn voor de hoedanigheid van het desbetreffende water.
Een monster dat niet ter plaatse wordt geanalyseerd wordt zodanig bewaard dat daardoor de uitkomsten van het onderzoek niet in betekenende mate worden beïnvloed.
De eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater ten behoeve van de bereiding van drinkwater
verricht het onderzoek of neemt de monsters daarvoor op een plaats die representatief is voor de waterkwaliteit op het punt waar het oppervlaktewater vóór de zuiveringsbehandeling wordt onttrokken.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf draagt er zorg voor dat:
- a.
de door het pompstation afgeleverde hoeveelheden water voortdurend, of ten minste elk uur, worden geregistreerd;
- b.
de druk van het water voortdurend wordt geregistreerd op de plaatsen die op voordracht van de eigenaar door de inspecteur worden vastgesteld.
De eigenaar houdt de in het eerste lid bedoelde gegevens gedurende ten minste vijf jaar beschikbaar.
Bij het uitvoeren van onderzoek als bedoeld in de artikelen 9, 10 en 11 worden de specificaties, genoemd in bijlage 4 bij deze regeling, in acht genomen. Voor de in tabel I van bijlage 4 bij deze regeling genoemde parameters worden de daar genoemde analysemethoden toegepast.
In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de inspecteur op verzoek van degene die de analyses uitvoert toestaan dat van alternatieve analysemethoden gebruik wordt gemaakt, indien deze naar zijn oordeel ten minste even betrouwbaar zijn als de analysemethoden, bedoeld in het eerste lid. Bij zijn verzoek verstrekt de aanvrager alle voor de beoordeling van de alternatieve analysemethode relevante gegevens in de door de inspecteur aangegeven vorm. De inspecteur meldt de toepassing van de alternatieve analysemethode aan de Minister.
Voor de in tabel II van bijlage 4 bij deze regeling genoemde parameters worden bij de analyse de daar vermelde prestatiekenmerken in acht genomen.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf verstrekt aan de inspecteur per meetpunt voor iedere in het meetprogramma opgenomen parameter in ieder geval de volgende gegevens:
- a.
het aantal uitgevoerde metingen,
- b.
de minimum meetwaarde,
- c.
de gemiddelde meetwaarde,
- d.
de maximum meetwaarde,
- e.
het aantal over- of onderschrijdingen van de in bijlage A bij het besluit opgenomen kwaliteitseisen,
- f.
de eventuele percentielwaarden.
Tevens geeft de eigenaar van een drinkwaterbedrijf aan de inspecteur een schriftelijke toelichting op afwijkingen van de voorgeschreven meetfrequenties en op over- of onderschrijdingen van de in bijlage A bij het besluit opgenomen kwaliteitseisen.
De eigenaar van een drinkwaterbedrijf verstrekt de in het eerste lid bedoelde gegevens in het format van het computerprogramma REWAB (Registratie opgaven van drinkwaterbedrijven) of een soortgelijke opvolger van dit programma.
De eigenaar van een eigen winning verstrekt de kwaliteitsgegevens op diens verzoek aan de inspecteur volgens een door de inspecteur voorgeschreven en beschikbaar gesteld elektronisch format.
Voor zover de eigenaar van een collectieve voorziening voor warm tapwater op grond van artikel 10, eerste lid, gehouden is om over een meetprogramma te beschikken, verstrekt hij de in het eerste lid bedoelde gegevens op diens verzoek aan de inspecteur volgens een door de inspecteur voorgeschreven en beschikbaar gesteld elektronisch format.
De representatieve samenvatting, bedoeld in artikel 26, vierde lid, van het besluit, wordt aan de inspecteur verstrekt in de vorm van een begeleidende brief bij de aanbieding van de gegevens als bedoeld in het eerste lid.
De eigenaar van een wijkwarmtapwatervoorziening, waarmee gemiddeld per dag meer dan 10 m3 warm tapwater per dag wordt geleverd, beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem, gebaseerd op NEN-EN-ISO 9001:2008/C1:2009, dat betrekking heeft op de borging van de kwaliteit van het geleverde warm tapwater.
Een kwaliteitsmanagementsysteem als bedoeld in het eerste lid, is of wordt gecertificeerd door een bij de Raad voor Accreditatie daarvoor geaccrediteerde certificatie-instelling of door een certificatie-instelling die daarvoor is geaccrediteerd door een andere accreditatie-instelling die ondertekenaar is van de Multilateral Agreement van de European co-operation for Accreditation (EA-01/06).
Het kwaliteitsmanagementsysteem, bedoeld in het eerste lid, omvat de volgende onderdelen:
- a.
algemeen deel, bestaande uit:
- 1°.
een beschrijving van het systeem en kwetsbare elementen daarin,
- 2°.
wijze waarop de kwaliteitsborging plaatsvindt, en
- 3°.
contactgegevens;
- 1°.
- b.
waterkwaliteit, bestaande uit:
- 1°.
een risicoanalyse van de installaties in relatie tot waterkwaliteit,
- 2°.
de wijze waarop werkzaamheden plaatsvinden in relatie tot de waterkwaliteit en hoe dit geborgd is in de bedrijfsvoering,
- 3°.
welke kwaliteitsbewaking van het systeem plaatsvindt en welke metingen en controles daartoe worden verricht, en
- 4°.
hoe groei van legionellabacteriën en andere micro-organismen wordt voorkomen
- 1°.
- c.
beveiliging, bestaande uit:
- 1°.
voorzieningen, beheersmaatregelen en controles om verbrandingsrisico’s te voorkomen,
- 2°.
analyse van kwetsbare doelgroepen onder afnemers van het warm tapwater in relatie tot verbrandingsrisico’s, en
- 3°.
voorzieningen, beheersmaatregelen en controles om terugstroming van warm tapwater in het distributienet van de drinkwatervoorziening te voorkomen;
- 1°.
- d.
inspecties, bestaande uit:
- 1°.
inspectieschema’s en maatregelen bij afwijkingen,
- 2°.
monsternameschema’s, en
- 3°.
wijze van rapportage over metingen en controles;
- 1°.
- e.
communicatie, zijnde een communicatieplan voor situaties van storingen en calamiteiten, in relatie tot het drinkwaterbedrijf, de inspecteur en de afnemers.
De Minister kan een handleiding aanwijzen die de eigenaar moet gebruiken bij het opstellen van het kwaliteitsmanagementsysteem.
De in het eerste lid bedoelde eigenaar draagt er zorg voor dat jaarlijks een auditrapport wordt opgesteld door een certificatie-instelling als bedoeld in het tweede lid, en dat dit rapport ter inzage ligt voor de inspecteur.
Indien de certificatie-instelling het certificaat van de in het eerste lid bedoelde eigenaar intrekt dan wel significante afwijkingen van de desbetreffende kwaliteitseisen constateert, stelt de eigenaar de inspecteur daar terstond en volledig van op de hoogte.
Indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, kan de inspecteur, indien het kwaliteitsmanagementsysteem van de in het eerste lid bedoelde eigenaar niet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld overeenkomstig de handleiding, bedoeld in het vierde lid, aanwijzingen geven en daarbij bepalen op welke wijze en binnen welke termijn alsnog aan die eisen moet worden voldaan.
De eisen gesteld aan het oppervlaktewater waaruit drinkwater kan worden bereid, bedoeld in artikel 30, eerste lid, aanhef en onder b, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 5.
Indien niet wordt voldaan aan een in bijlage 5 opgenomen kwaliteitseis meldt het drinkwaterbedrijf deze afwijking onverwijld aan de inspecteur.
Indien naar verwachting gedurende een periode, langer dan 30 dagen, niet wordt voldaan aan een in bijlage 5 opgenomen kwaliteitseis, verzoekt het drinkwaterbedrijf de Minister om een ontheffing van de desbetreffende kwaliteitseis. In afwachting van het besluit van de Minister kan de inname worden voortgezet.
Het verbod, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de wet, is niet van toepassing op een situatie als bedoeld in het tweede of derde lid, voor zover het oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater wordt behandeld op een wijze als bedoeld in het achtste lid.
De Minister kan een ontheffing als bedoeld in het derde lid verlenen indien:
- a.
de eigenaar een zodanige behandeling, met inbegrip van menging, van het water kan toepassen dat het bereide drinkwater voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 21, eerste lid, van de wet en artikel 13 van het besluit;
- b.
de eigenaar is aangewezen op het gebruik van het desbetreffende oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater, en
- c.
het belang van de bescherming van de volksgezondheid zich niet verzet tegen het gebruik van dit oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater.
De in het vijfde lid, onderdeel a, opgenomen voorwaarde voor een ontheffing is niet van toepassing:
- 1°.
voor zover van een kwaliteitseis ontheffing is verleend op grond van artikel 28 van het besluit, in welk geval voldaan moet worden aan de bij de ontheffing vastgestelde waarde, of
- 2°.
in geval van een normoverschrijding als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van dat besluit, en de toezichthouder overeenkomstig het tweede en derde lid van dat artikel van oordeel is dat deze geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de consumenten en voor de aan hen toebehorende goederen.
De Minister doet van een ontheffing op grond van het vijfde lid mededeling aan het openbaar lichaam dat belast is met het waterkwaliteitsbeheer van het betrokken oppervlaktewater, bedoeld in artikel 3.1 van de Waterregeling.
De wijze van behandeling van het oppervlaktewater gebruikt voor de bereiding van drinkwater is zodanig dat ook in een situatie als bedoeld in het tweede of derde lid, het daarmee bereide drinkwater voldoet aan de kwaliteitseisen, gesteld in artikel 21, eerste lid, van de wet, en artikel 13 van het besluit.
Het achtste lid is niet van toepassing:
- a.
voor zover van een kwaliteitseis ontheffing is verleend op grond van artikel 28 van het besluit, in welk geval moet worden voldaan aan de bij de ontheffing vastgestelde waarde, of
- b.
in geval van het niet voldoen aan een eis als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van het besluit, en de toezichthouder overeenkomstig het tweede en derde lid van dat artikel van oordeel is dat deze geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de consumenten en voor de aan hen toebehorende goederen.
De prestatievergelijking wordt eens in de drie jaar uitgevoerd, waarbij de eerste prestatievergelijking wordt uitgevoerd voor 1 november 2013 en betrekking heeft op het jaar 2012.
De prestatie-indicatoren voor drinkwaterkwaliteit hebben betrekking op de parameters, genoemd in bijlage 6 bij deze regeling. De in artikel 57, eerste lid, van het besluit genoemde parameterwaarden betreffen de in bijlage A van het besluit opgenomen waarden voor deze parameters.
Als instantie die belast is met de uitvoering van de prestatievergelijking wordt aangewezen: de inspecteur.
Vervallen
Het in artikel 14, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden bedoelde verbod is niet van toepassing indien de toegepaste biociden zodanig snel afbreken dat ze niet meer in het drinkwater aanwezig zijn op het punt waar het drinkwater gebruikt wordt.
Onverminderd het eerste lid is het de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet toegestaan om overeenkomstig artikel 14, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, biociden toe te passen bij de productie en distributie van drinkwater, voor zover gewaarborgd wordt dat het ten behoeve van de desinfectie behandelde water niet wordt geconsumeerd.
Onverminderd het eerste en tweede lid is het de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet toegestaan om overeenkomstig artikel 14, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, biociden toe te passen bij de productie en distributie van drinkwater, voor zover:
- a.
hij ten minste twee weken voor de aanvang van de toepassing daarvan melding heeft gedaan aan de Minister dan wel, in geval van een noodsituatie, hij daarvan onverwijld melding doet aan de inspecteur die zo nodig nadere aanwijzingen kan geven;
- b.
er gevaar dreigt of bestaat voor de volksgezondheid vanwege microbiologische verontreiniging van het drinkwater;
- c.
er redelijkerwijs geen andere mogelijkheden zijn de microbiologische verontreiniging te bestrijden of te voorkomen, en
- d.
hij waarborgt dat het drinkwater aan het tappunt voldoet aan de eisen gesteld in artikel 21, eerste lid, van de wet en artikel 13 van het besluit.
Wijzigt het Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving.
De Regeling distributiegebieden waterleidingbedrijven wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt, met uitzondering van de artikelen 5, 6 en 15, in werking op het tijdstip waarop de Drinkwaterwet in werking treedt. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, treedt deze regeling in werking met ingang van de dag, volgende op die van de uitgifte van die Staatscourant.
De artikelen 5 en 6 treden in werking op een door de Minister te bepalen tijdstip.
Artikel 15 treedt met ingang van 1 januari 2013 in werking.
Deze regeling wordt aangehaald als: Drinkwaterregeling.
Distributiegebied:
Appingedam, Bedum, Bellingwedde, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Loppersum, Marum, Menterwolde, Oldambt, Pekela, Slochteren, Stadskanaal, Ten Boer, Tynaarloo (Eelde-Paterswolde), Veendam, Vlagtwedde, Winsum en Zuidhorn.
Distributiegebied:
Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hoogeveen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Westerveld (gedeeltelijk) en Tynaarlo (gedeeltelijk).
Distributiegebied:
Alle gemeenten in de provincies Friesland, Gelderland, Overijssel, Utrecht en Flevoland, alsmede de gemeenten Hilversum en Wijdemeren (gedeeltelijk), en de gemeenten Meppel en Westerveld (gedeeltelijk).
Distributiegebied:
Alblasserdam, Alphen aan den Rijn, Bergambacht, Bodegraven-Reeuwijk, Boskoop, Giessenlanden, Gorinchem, Gouda, Hardinxveld-Giessendam, Graafstroom, Hendrik Ido Ambacht, Kaag en Braassem, Krimpen aan den IJssel, Leerdam, Leiderdorp, Liesveld, Zuidplas (kern Moordrecht), Nederlek, Nieuw-Lekkerland, Nieuwkoop, Ouderkerk aan den IJssel, Papendrecht, Ridderkerk, Rijnwoude, Schoonhoven, Sliedrecht, Vianen, Vlist, Waddinxveen, Zederik, Zoeterwoude en Zwijndrecht.
Distributiegebied:
Amstelveen (bebouwde kom), Amsterdam, Diemen, Heemstede, Muiden, Ouder-Amstel en Haarlemmermeer (Schiphol en voormalig Fokker complex).
Voorziet voorts enkele percelen in Abcoude, Landsmeer, Oostzaan, Halfweg en Haarlemmermeer.
Distributiegebied:
Aalsmeer, Alkmaar, Amstelveen (gedeeltelijk), Andijk, Anna Paulowna, Beemster, Bergen, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Bussum, Castricum, Edam-Volendam, Enkhuizen, Graft-de Rijp, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Harenkarspel, Heemskerk, Heerhugowaard, Heiloo, Den Helder, Hoorn, Huizen, Koggenland, Landsmeer, Langedijk, Laren, Medemblik, Naarden, Niedorp, Oostzaan, Opmeer, Purmerend, Schagen, Schermer, Stede Broec, Texel, Uitgeest, Uithoorn, Velsen, Waterland, Weesp, Wervershoof, Wieringen, Wieringermeer, Wijdemeren (gedeeltelijk), Wormerland, Zaanstad, Zandvoort, Zeevang en Zijpe.
Voorziet voorts enkele percelen in de gemeenten Alkemade, Amsterdam, Eemnes, Heemstede, Hillegom, Hilversum, Jacobswoude, Muiden, en Warmond.
Distributiegebied:
Den Haag (excl. wijk Wateringseveld), Hillegom, Katwijk, Lansingerland, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Lisse, Rotterdam (wijk Nesselande), Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Rijnwoude (kern Benthuizen), Rijswijk, Teylingen, Voorschoten, Wassenaar, Zoetermeer en Zuidplas (excl. kern Moordrecht)
Distributiegebied:
Albrandswaard, Barendrecht, Bergen op Zoom (Halsteren, Lepelstraat en Putte), Bernisse, Binnenmaas, Borsele, Brielle, Capelle aan den IJssel, Cromstrijen, Den Haag (Wateringseveld), Delft, Dirksland, Dordrecht, Goedereede, Goes, Hellevoetsluis, Hulst, Kapelle, Korendijk, Maasluis, Middelburg, Middelharnis, Midden-Delfland, Noord-Beveland, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Reimerswaal, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Schouwen-Duiveland, Sluis, Spijkenisse, Strijen, Terneuzen, Tholen, Vlaardingen, Veere, Vlissingen, Westvoorne, Westland, Woensdrecht en Zwijndrecht (Heerjansdam)
Distributiegebied:
Aalburg, Alphen-Chaam, Asten, Baarle-Hertog, Baarle-Nassau, Bergeijk, Bergen op Zoom (gedeelte) , Bernheze, Best, Bladel, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Breda, Cranendonck, Cuijk, Deurne, Dongen, Drimmelen, Eersel, Eindhoven, Etten-Leur, Geertruidenberg, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Gilze en Rijen, Goirle, Grave, Haaren, Halderberge, Heeze-Leende, Helmond, 's-Hertogenbosch, Heusden, Hilvarenbeek, Laarbeek, Landerd, Loon op Zand, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Sint Michielsgestel, Sint-Anthonis, Moerdijk, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Sint Oedenrode, Oirschot, Oisterwijk, Oosterhout, Oss, Reusel-De Mierden, Roosendaal, Rucphen, Schijndel, Someren, Son en Breugel, Steenbergen, Tholen (gedeelte), Tilburg, Uden, Valkenswaard, Veghel, Veldhoven, Vught, Waalre, Waalwijk, Werkendam, Woensdrecht (gedeelte), Woudrichem en Zundert.
Voorziet voorts enkele percelen in Nederweert.
Distributiegebied:
Beek, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook en Middelaar, Nederweert, Nuth, Onderbanken, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal en Weert.
De volgende laboratoria worden aangemerkt als laboratoria die zijn aangewezen op grond van artikel 9, vierde lid, van de regeling:
- –
Aqualab Zuid BV te Werkendam;
- –
Het Waterlaboratorium NV te Haarlem;
- –
Laboratorium van KWR Watercycle Research Institute;
- –
Laboratorium van RIVM Centrum voor Inspectie-, Milieu- en Gezondheidsadvisering te Bilthoven;
- –
Vitens Laboratorium te Leeuwarden;
- –
Waterlaboratorium Noord te Glimmen.
Parametergroep conform Bijlage A van het besluit | Monsterplaats t (noot 2) | Monsterplaats p/t (noot 3) |
I. Microbiologische parameters | Escherichia coli (noot 4) | – |
II. Chemische parameters | Nitriet (noot 5) | – |
IIIa. Indicatoren, bedrijfstechnische parameters | Ammonium, Bacteriën van de coligroep (noot 6), Geleidingsvermogen, Koloniegetal bij 22 °C, Zuurgraad | Clostridium perfringens (noot 7) |
IIIb. Indicatoren, organoleptische / esthetische parameters | Geur, Kleur, Smaak, Troebelingsgraad | Aluminium (noot 8), IJzer (noot 8) |
IIIc. Indicatoren, signaleringsparameters | – | – |
Noten:
- 1.
De minimumfrequentie voor bewakingsparameters staat aangegeven in tabel II van deze bijlage.
- 2.
De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben op het punt waar het aan het tappunt (aangeduid met t) beschikbaar komt voor menselijke consumptie. De in tabel II aangegeven frequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in artikel 14 van het besluit. De inspecteur kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben na de laatste zuiveringsstap (p). Zie hiervoor de VROM-Inspectierichtlijn ‘Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit’. In deze Inspectierichtlijn wordt verder verwezen naar de afspraken die er met de drinkwatersector zijn gemaakt voor de invulling van het meetprogramma.
- 3.
De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben na de laatste zuiveringsstap (p) of aan het tappunt (t). De in tabel II aangegeven bewakingsfrequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in artikel 10, achtste en negende lid, en artikel 11, eerste lid.
- 4.
Voor deze parameter geldt in afwijking van de in tabel II aangegeven frequentie, de volgende minimumfrequentie:
A. af grondwaterpompstation (p)
52 keer per jaar
B. af oppervlaktewaterpompstation (p)
365 keer per jaar
C. bemonstering aan het tappunt (t)
26 keer per jaar per 2000 m3/dag
- 5.
Alleen indien chlooraminen als desinfectiemiddel worden gebruikt. Indien dit niet het geval is geldt de auditfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
- 6.
Voor deze parameter geldt een minimumfrequentie van 2 keer de bewakingsfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
- 7.
Alleen indien oppervlaktewater als grondstof voor de productie van drinkwater wordt gebruikt. Indien dit niet het geval is geldt de auditfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
- 8.
Alleen indien deze stof als vlokmiddel bij de zuivering wordt gebruikt. Indien dit niet het geval is geldt de auditfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
Parametergroep Conform bijlage A van het besluit | Monsterplaats t (noot 2) | Monsterplaats p/t (noot 3) | Monsterplaats r (noot 4) |
I. Microbiologische parameters | Enterococcen | Campylobacter (noot 10), Bacteriofagen (noot 10), Cryptosporidium (noot 5, noot 10) Enterovirussen (noot 5, noot 10) Giardia (noot 5, noot 10), E. coli, Bacteriën van de coligroep; Enterococcen (noot 5) Clostridium perfringens, incl sporen (noot 5) | |
II. Chemische parameters | Antimoon, Benzeen, Bromaat (noot 7), Cadmium, Chroom, Koper (noot 6), Lood (noot 6, Nikkel (noot 6), Nitriet, Trihalomethanen (noot 7) | Arseen, Boor, Cyaniden (totaal), 1,2-Dichloorethaan, Fluoride, Kwik, Nitraat, PCBs, Pesticiden, PAKs, Seleen, Tetra- en trichlooretheen, NDMA (noot 12) | Bromaat (noot 5), PAK’s, PCB’s, Lood, Kwik, Barium, Cadmium, Seleen, Arseen, Koper, Nikkel, Chroom, Boor, Fluoride, Cyanide, Fosfaat, Gesuspendeerde stoffen (allen noot 5) Pesticiden, Nitraat, Nitriet, NDMA (noot 12) |
IIIa. Indicatoren -Bedrijfstechnische parameters | Aeromonas, Hardheid (totaal) (noot 13), Temperatuur, Saturatie Index, Waterstofcarbonaat, Zuurstof, vrij chloor (noot 11) | Chloride, DOC/TOC (of oxideerbaarheid met KMnO4) | Ammonium, Hardheid (noot 13), Chloride, Waterstofcarbonaat, Zuurgraad, Zuurstof, Geleidingsvermogen, DOC, Temperatuur |
IIIb. Indicatoren – Organoleptische / esthetische parameters | Mangaan, IJzer | Aluminium, Natrium, Sulfaat | Zink (noot 9), IJzer, Mangaan, Natrium, Sulfaat, Troebelingsgraad, Kleur, Geur, Aluminium |
IIIc. Indicatoren -Signaleringsparameters | AOX, Aromatische aminen, (Chloor)fenolen, Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen, Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen, Monocyclische koolwaterstoffen / aromaten; MTBE, ETBE, Diglymen, overige antropogene stoffen | ||
IV Parameters radioactiviteit | Indicatieve Dosis, Radon, Tritium (noot 8) |
Noten:
- 1.
De minimumfrequentie voor auditparameters staat aangegeven in tabel II van deze bijlage.
- 2.
De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben op het punt waar het aan het tappunt (aangeduid met t) beschikbaar komt voor menselijke consumptie. De in tabel II aangegeven frequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in artikel 10, achtste en negende lid, en artikel 11, eerste lid. De inspecteur kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het ruwe water (r) of na de laatste zuiveringsstap (p).
- 3.
De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben na de laatste zuiveringsstap (p) of aan het tappunt (t). De in tabel II aangegeven auditfrequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in artikel 6, achtste tot en met tiende lid. De inspecteur kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het ruwe water (r). Zie hiervoor de VROM-Inspectierichtlijn ‘Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit’. In deze Inspectierichtlijn wordt verder verwezen naar de afspraken die er met de drinkwatersector zijn gemaakt voor de invulling van het meetprogramma.
- 4.
De bemonstering dient voor in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben in het ruwe water (r).
- 5.
Alleen een meetverplichting indien oppervlaktewater wordt gebruikt voor de bereiding van drinkwater.
- 6.
Deze parameters worden bemonsterd volgens de methode ‘Random Day Time (RDT)’ volgens een frequentie van tweemaal de audit frequentie vastgesteld in tabel II. Deze methode is beschreven in de ‘VROM-Inspectierichtlijn Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit’.
- 7.
Alleen een meetverplichting indien deze stof als desinfectiemiddel wordt toegepast of indien deze stof als verbinding bij de toegepaste desinfectie- of oxydatietechniek gevormd kan worden.
- 8.
In het Drinkwaterbesluit zijn kwaliteitseisen vastgesteld voor radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water ter implementatie van richtlijn 2013/51/EURATOM van de Raad van 22 oktober 2013 (PbEU 2013, L 296). In bijlage 3, tabel Ib tot en met tabel IIIc van deze regeling zijn voorschriften voor meetfrequenties, meetmethoden en meetlocaties vastgelegd. In bijlage 7 zijn voorschriften opgenomen voor de controle van de indicatieve dosis en analytische prestatiekenmerken.
Radonconcentraties worden gecontroleerd wanneer op grond van de resultaten van de representatieve onderzoeken of andere betrouwbare informatie kan worden aangenomen dat de in het Drinkwaterbesluit, Bijlage A, tabel IV, vastgestelde parameterwaarde wellicht is overschreden. Voor tritium en de indicatieve dosis geldt dat controle voor deze parameters in voor menselijke consumptie bestemd water wordt uitgevoerd wanneer er binnen het stroomgebied een antropogene bron van tritium of andere kunstmatige radionucliden aanwezig is en niet op basis van andere bewakingsprogramma’s of ander onderzoek kan worden aangetoond dat het niveau van deze parameters beneden de in het Drinkwaterbesluit opgenomen parameterwaarde ligt.
Voor het kwalitatief vaststellen van de parameter Indicatieve Dosis worden de parameters Totaal alfa en Totaal bèta gemeten in de grondstof (oppervlaktewater en grondwater) voor drinkwater. Indien er na deze metingen aanleiding toe is (als de ID berekend op basis van totaal alfa en totaal beta boven de norm is), worden de individuele nucliden gemeten (zie bijlage 7). Tevens wordt de parameter tritium in de grondstof gemeten. Voor de parameter radon is er een meetverplichting als er aanwijzingen zijn dat radon aanwezig is op het niveau van de norm zoals gesteld in het Drinkwaterbesluit. Indien één of meerdere parameters in de grondstof voor drinkwater worden aangetroffen dienen er analyses in het drinkwater te worden uitgevoerd in overleg met de toezichthouder. Zo nodig dient nader onderzoek naar de herkomst van de radioactiviteit plaats te vinden. Wanneer er een behandeling is om het niveau van radionucliden in voor menselijke consumptie bestemd water terug te dringen, wordt er volgens de in de tabel in punt 6 van de bijlage II van de richtlijn 2013/51 EURATOM aangegeven frequenties gecontroleerd of die behandeling doeltreffend blijft.
- 9.
Indien zink wordt toegepast bij de distributie van drinkwater, dan dient de bemonstering plaats te hebben aan het tappunt (t).
- 10.
Deze parameters maken deel uit van de kwantitatieve risicoanalyse zoals beschreven in noot 1 van tabel I van Bijlage A van het besluit. In de VROM-Inspectierichtlijn ‘Analyse microbiologische veiligheid drinkwater’ is een passage opgenomen over de meetfrequentie voor deze parameters.
- 11.
Geldt alleen voor zover bij drinkwatervoorzieningen op mijnbouwinstallaties, als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, natriumhypochloriet aan het drinkwater wordt toegevoegd ter desinfectie van het water.
- 12.
Meetverplichting geldt als er aanleiding toe is. Dit is het geval indien er bepaalde precursors (onder andere metabolieten van tolylfluanide) aanwezig zijn in de grondstof in combinatie met gebruik van ozon in de zuivering. In oppervlaktewater geldt een meetverplichting omdat de stof in de grondstof aanwezig kan zijn.
- 13.
Hardheid omvat calcium en magnesium.
Dagelijks binnen een leveringsgebied (noot 1) gedistribueerde of geproduceerde hoeveelheid water (noot 2) in kubieke meters | Bewaking Aantal monsternemingen per jaar | Audit Aantal monsternemingen per jaar |
≤ 100 | 2 | 1 |
> 100 ≤ 1 000 | 4 | 1 |
> 1000 ≤ 10 000 | 4 +3 voor elke 1000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid | 1 +1 voor elke 3300 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid |
> 10 000 ≤ 100 000 | 4 +3 voor elke 1000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid | 3 +1 voor elke 10 000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid |
> 100 000 | 4 +3 voor elke 1000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid | 10 +1 voor elke 25 000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid |
Noten:
- 1.
Een leveringsgebied is een geografisch afgebakend gebied waarbinnen het drinkwater afkomstig is uit een of enkele bronnen waarbinnen het water kan worden geacht van vrijwel uniforme kwaliteit te zijn.
- 2.
De hoeveelheden zijn gemiddelden berekend over een kalenderjaar.
Parameter | Tabel in bijlage A van het besluit | Monsternames per jaar (noot 1) | Monsterplaats |
Bacteriofagen | I | 1* | grondstof |
Enterococcen | I | 1 | grondstof |
Escherichia coli (noot 2) | I | 13 | grondstof |
4 (8) | na behandeling | ||
4 (8) | aan tappunt | ||
Antimoon | II | 1 | aan tappunt |
Arseen | II | 1* | na behandeling |
Benzeen | II | 1* | aan tappunt |
Boor | II | 1* | na behandeling |
Bromaat, indien desinfectie met ozon | II | 1 | aan tappunt |
Cadmium | II | 1 | aan tappunt |
Chroom | II | 1 | aan tappunt |
Cyaniden | II | 1* | na behandeling |
1,2-Dichloorethaan | II | 1* | na behandeling |
Fluoride | II | 1* | na behandeling |
Koper, indien koperen leidingen: | II | 1 | aan tappunt |
Kwik | II | 1* | na behandeling |
Lood, indien loden leidingen: | II | 1 | aan tappunt |
NDMA | II | 1 | aan tappunt (alleen bij ozonisatie) |
Nikkel | II | 1 | aan tappunt |
Nitraat | II | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Nitriet | II | 1 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
indien desinfectie met chlooramine: | 2 (4) | aan tappunt | |
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) | II | 1* | na behandeling |
Polychloorbifenylen (PCB’s) | II | 1* | na behandeling |
Pesticiden | II | 1 per 2 jaar | na behandeling |
Seleen | II | 1* | na behandeling |
Tetra- en trichlooretheen | II | 1* | na behandeling |
Trihalomethanen, indien desinfectie met chloor (noot 3) | II | 1* | aan tappunt |
Aeromonas | IIIa | 1 | aan tappunt |
Ammonium | IIIa | 4 | grondstof |
2 (4) | aan tappunt | ||
Bacteriën van de coligroep (noot 2) | IIIa | 4 (8) | aan tappunt |
13 | grondstof | ||
Chloride | IIIa | 1 | na behandeling |
Clostridium perfringens | IIIa | 1* | na behandeling |
DOC/TOC | IIIa | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Geleidingsvermogen | IIIa | 4 | grondstof |
2 (4) | aan tappunt | ||
Hardheid (Ca + Mg) | IIIa | 1 | aan tappunt |
Koloniegetal bij 22 oC | IIIa | 2 (4) | aan tappunt |
Radioactiviteit (noot 4) | IIIa | 1* | grondstof |
Saturatie Index | IIIa | 1* | aan tappunt |
Temperatuur | IIIa | 4 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
Waterstofcarbonaat | IIIa | 1* | grondstof |
1* | aan tappunt | ||
Zuurgraad | IIIa | 4 | grondstof |
2 (4) | aan tappunt | ||
Zuurstof | IIIa | 1 | grondstof |
Zuurstof | 1 | aan tappunt | |
Aluminium | IIIb | 1 | na behandeling |
indien als vlokmiddel gebruikt: | IIIb | 2 (4) | na behandeling |
Geur | IIIb | 2 (4) | aan tappunt |
Kleur | IIIb | 2 (4) | aan tappunt |
IJzer | IIIb | 1 | grondstof |
IIIb | 1 | aan tappunt | |
indien als vlokmiddel gebruikt: | IIIb | 2 (4) | na behandeling |
Mangaan | IIIb | 1 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
Natrium | IIIb | 1 | na behandeling |
Smaak | IIIb | 2 (4) | aan tappunt |
Sulfaat | IIIb | 1 | na behandeling |
Troebelingsgraad | IIIb | 2 (4) | aan tappunt |
Zink | IIIb | 1* | grondstof |
AOX | IIIc | 1* | grondstof |
Aromatische aminen | IIIc | 1* | grondstof |
(Chloor)fenolen | IIIc | 1* | grondstof |
Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen | IIIc | 1* | grondstof |
Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen | IIIc | 1* | grondstof |
Monocyclische aromatische koolwaterstoffen | IIIc | 1* | grondstof |
ETBE | IIIc | 1* | grondstof |
MTBE | IIIc | 1* | grondstof |
Diglyme | IIIc | 1* | grondstof |
Overige antropogene stoffen (noot 3) | IIIc | 1 | grondstof |
Noten:
- 1.
In de meeste situaties wordt – gemiddeld over een jaar – niet meer dan 100 m3 drinkwater per dag geleverd. Voor situaties waarin de gemiddelde levering meer bedraagt dan 100 m3 per dag, geldt voor sommige parameters een afwijkende meetfrequentie. Het aantal monsternames per jaar staat dan tussen haken. Bij een levering van meer dan 1000 m3 per dag geldt de meetfrequentie, genoemd in tabel II.
- 2.
Voor deze parameters geldt tweemaal de bewakingsfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
- 3.
Voor deze parameter geldt een meetverplichting indien er aanleiding toe is of op verzoek van de inspecteur.
- 4.
Zie noot 8 van Tabel Ib. Wanneer er een behandeling is om het niveau van radionucliden in voor menselijke consumptie bestemd water terug te dringen, wordt er, volgens de in de tabel in punt 6 van de bijlage II van de richtlijn EURATOM 2013/51 aangegeven frequenties, gecontroleerd of die behandeling doeltreffend blijft.
- *
Deze parameters hoeven in principe slechts eenmalig gemeten te worden, teneinde een goede eerste indruk te krijgen van de kwaliteit van het drinkwater. Wordt op grond van de meetresultaten en de lokale situatie verwacht dat deze parameters in de toekomst geen norm gaan overschrijden, dan kan de inspecteur toestaan dat meting van deze parameters na deze eenmalige meting niet vereist is.
Parameter | Tabel in bijlage A van het besluit | Monsternames per jaar (noot 1) | Monsterplaats |
Bacteriofagen | I | 1 | grondstof |
Cryptosporidium | I | 1 | grondstof |
Escherichia coli (noot 2) | I | 13 | grondstof |
4 (8) | na behandeling | ||
4 (8) | aan tappunt | ||
Enterococcen | I | 1 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
Enterovirussen | I | 1 | grondstof |
Giardia | I | 1 | grondstof |
Antimoon | II | 1 | aan tappunt |
Arseen | II | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Benzeen | II | 1 | aan tappunt |
Boor | II | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Bromaat, indien desinfectie met ozon: | II | 1 | aan tappunt |
Cadmium | II | 1 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
Chroom | II | 1 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
Cyaniden | II | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
1,2-Dichloorethaan | II | 1 | na behandeling |
Fluoride | II | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Koper | II | 1 | grondstof |
indien koperen leidingen: | 1 | aan tappunt | |
Kwik | II | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Lood | II | 1 | grondstof |
indien loden leidingen: | 1 | aan tappunt | |
NDMA | II | 1 | aan tappunt |
Nikkel | II | 1 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
Nitraat | II | 13 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Nitriet | II | 13 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
indien desinfectie met chlooramine: | 2 (4) | aan tappunt | |
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) | II | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Polychloorbifenylen (PCB’s) | II | 1 | na behandeling |
Pesticiden | II | 1 | na behandeling |
Seleen | II | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Tetra- en trichlooretheen | II | 1 | na behandeling |
Trihalomethanen, indien desinfectie met chloor | II | 1 | aan tappunt |
Aeromonas | IIIa | 1 | aan tappunt |
Ammonium | IIIa | 13 | grondstof |
2 (4) | aan tappunt | ||
Bacteriën van de coligroep (noot 2) | IIIa | 4 (8) | aan tappunt |
Chloride | IIIa | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Clostridium perfringens | IIIa | 1 | grondstof |
2 (4) | na behandeling | ||
DOC/TOC | IIIa | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Geleidingsvermogen | IIIa | 4 | grondstof |
2 (4) | aan tappunt | ||
Hardheid (Ca + Mg) | IIIa | 1 | aan tappunt |
Koloniegetal bij 22 °C | IIIa | 2 (4) | aan tappunt |
Radioactiviteit (noot 4) | IIIa | 1 | grondstof |
Saturatie Index | IIIa | 1 | aan tappunt |
Temperatuur | IIIa | 13 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
Waterstofcarbonaat | IIIa | 1 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
Zuurgraad | IIIa | 13 | grondstof |
2 (4) | aan tappunt | ||
Zuurstof | IIIa | 1 | grondstof |
Zuurstof | 1 | aan tappunt | |
Aluminium | IIIb | 1 | na behandeling |
indien als vlokmiddel gebruikt: | IIIb | 2 (4) | na behandeling |
Geur | IIIb | 2 (4) | aan tappunt |
Kleur | IIIb | 1 | grondstof |
2 (4) | aan tappunt | ||
IJzer | IIIb | 1 | grondstof |
IIIb | 1 | aan tappunt | |
indien als vlokmiddel gebruikt: | IIIb | 2 (4) | na behandeling |
Mangaan | IIIb | 1 | grondstof |
1 | aan tappunt | ||
Natrium | IIIb | 1 | grondstof |
1 | na behandeling | ||
Smaak | IIIb | 2 (4) | aan tappunt |
Sulfaat | IIIb | 1 | grondstof |
IIIb | 1 | na behandeling | |
Troebelingsgraad | IIIb | 13 | grondstof |
2 (4) | aan tappunt | ||
Zink | IIIb | 1 | grondstof |
AOX | IIIc | 1 | grondstof |
Aromatische aminen | IIIc | 1 | grondstof |
(Chloor)fenolen | IIIc | 1 | grondstof |
Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen | IIIc | 1 | grondstof |
Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen | IIIc | 1 | grondstof |
Monocyclische aromatische koolwaterstoffen | IIIc | 1 | grondstof |
EBTE | IIIc | 1 | grondstof |
MBTE | IIIc | 1 | grondstof |
Diglyme | IIIc | 1 | grondstof |
Overige antropogene stoffen (noot 3) | IIIc | 1 | grondstof |
Noten:
- 1.
In de meeste situaties zal – gemiddeld over een jaar – niet meer dan 100 m3 drinkwater per dag worden geleverd. Voor situaties waarin de gemiddelde levering meer bedraagt dan 100 m3 per dag, geldt voor sommige parameters een afwijkende meetfrequentie. Het aantal monsternames per jaar staat dan tussen haken. Bij een levering van meer dan 1000 m3 per dag geldt de meetfrequentie, genoemd in tabel II.
- 2.
Voor deze parameters geldt tweemaal de bewakingsfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
- 3.
Voor deze parameter geldt een meetverplichting indien er aanleiding toe is of op verzoek van de inspecteur.
- 4.
Zie noot 8 van Tabel Ib. Wanneer er een behandeling is om het niveau van radionucliden in voor menselijke consumptie bestemd water terug te dringen, wordt er, volgens de in de tabel in punt 6 van de bijlage II van de richtlijn EURATOM 2013/51 aangegeven frequenties, gecontroleerd of die behandeling doeltreffend blijft.
Parameter | Tabel in bijlage A van het besluit | Monsternames per jaar | Monsterplaats |
Escherichia coli | I | 1 | aan tappunt |
Enterococcen | I | 1 | aan tappunt |
Geleidingsvermogen | IIIa | 1 | aan tappunt |
Hardheid | IIIa | 1 | aan tappunt |
Koloniegetal bij 22 °C | IIIa | 1 | aan tappunt |
Waterstofcarbonaat | IIIa | 1 | aan tappunt |
Zuurgraad | IIIa | 1 | aan tappunt |
Noot:
- 1.
In situaties waarbij meer dan 1.000 m3 onthard drinkwater per dag ter beschikking wordt gesteld, geldt de meetfrequentie, genoemd in tabel II.
Techniek | Koper-zilver ionisatie | Anodische oxidatie | Ultrafiltratie/UV-straling | Pasteurisatie/AOT (noot 4) | ||
Parameter | Tabel in bijlage A van het besluit | Monsternames per jaar | Monsternames per jaar | Monsternames per jaar | Monsternames per jaar | Monsterplaats |
Legionella | (noot 2) | 12 (noot 5) | 12 (noot 5) | 2 | 4 | aan tappunt |
Koloniegetal bij 22 °C | IIIa | 12 (noot 5) | aan tappunt | |||
Koper | II | 12 (noot 5) | aan tappunt | |||
Zilver | (noot 3) | 12 (noot 5) | aan tappunt | |||
Trihalo-methanen | II | 12 (noot 5) | aan tappunt | |||
Vrij chloor | IIIa | 12 (noot 5) | aan tappunt |
Noten:
- 1.
In situaties waarbij meer dan 1.000 m3 behandeld drinkwater per dag ter beschikking wordt gesteld, geldt de meetfrequentie, genoemd in tabel II.
- 2.
Zie voor de kwaliteitseis voor legionella artikel 36 van het besluit. Het aantal voorgeschreven monsternames per jaar moet worden opgeteld bij het aantal dat is voorgeschreven op grond van artikel 43. eerste lid, van het besluit.
- 3.
Zilver is niet opgenomen in de tabellen van bijlage A van het besluit, omdat het in Nederland niet van nature in relevante hoeveelheden in het drinkwater voorkomt. Bij toepassing van koper-zilverionisatie wordt voor zilver een maximumwaarde gehanteerd van 50 µg/l als 90-percentiel, met een maximum van 100 µg/l.
- 4.
AOT staat voor Advanced Oxidation Technology. Hierbij worden met behulp van UV-licht en TiO2 hydroxyl-radicalen gevormd.
- 5.
De maandelijkse bemonstering van een parameter kan worden vervangen door een drie-maandelijkse, indien gedurende drie achtereenvolgende maandelijkse metingen geen waarden gevonden zijn boven de maximumwaarde die gesteld is in bijlage A van het besluit danwel – voor zilver – in noot 3. De 3-maandelijkse metingen kunnen worden vervangen door halfjaarlijkse metingen, indien gedurende drie achtereenvolgende 3-maandelijkse metingen geen waarden gevonden zijn boven de maximumwaarde die gesteld is in bijlage A van het besluit danwel – voor zilver – in noot 3.
Parameter | Tabel in Bijlage A van het besluit | Monsternames per jaar | Monsterplaats |
Escherichia coli | I | 1 | aan tappunt |
Enterococcen | I | 1 | aan tappunt |
Geleidingsvermogen | IIIa | 1 | aan tappunt |
Hardheid | IIIa | 1 | aan tappunt |
Koloniegetal bij 22 °C | IIIa | 1 | aan tappunt |
Waterstofcarbonaat | IIIa | 1 | aan tappunt |
Zuurgraad | IIIa | 1 | aan tappunt |
Geur | IIIb | 1 | aan tappunt |
Kleur | IIIb | 1 | aan tappunt |
Troebelingsgraad | IIIb | 1 | aan tappunt |
Noot:
- 1.
In situaties waarbij meer dan 1.000 m3 behandeld drinkwater per dag ter beschikking wordt gesteld, geldt de meetfrequentie, genoemd in tabel II.
Parameter | Tabel in Bijlage A van het besluit | Monsternames per jaar | Monsterplaats |
Escherichia coli | I | 1 | aan tappunt |
Enterococcen | I | 1 | aan tappunt |
Antimoon | II | 1 | aan tappunt |
Cadmium | II | 1 | aan tappunt |
Chroom | II | 1 | aan tappunt |
Koper, indien koperen leidingen | II | 1 | aan tappunt |
Lood, indien loden leidingen | II | 1 | aan tappunt |
Nikkel | II | 1 | aan tappunt |
Koloniegetal bij 22 °C | IIIa | 1 | aan tappunt |
Zuurgraad | IIIa | 1 | aan tappunt |
Geur | IIIb | 1 | aan tappunt |
Kleur | IIIb | 1 | aan tappunt |
Troebelingsgraad | IIIb | 1 | aan tappunt |
IJzer | IIIb | 1 | aan tappunt |
Zink | IIIb | 1 | aan tappunt |
Noot:
- 1.
In situaties waarbij meer dan 1.000 m3 warm tapwater per dag ter beschikking wordt gesteld, geldt de meetfrequentie, genoemd in tabel II.
Parameter | Tabel in Bijlage A van het besluit | Monsternames per jaar | Monsterplaats |
Koper (noot 2) | II | 1 | aan tappunt |
DOC/TOC | IIIa | 1 | aan tappunt |
bij enkelwandige warmtewisselaars: | 2 (4) | aan tappunt | |
Geleidingsvermogen | IIIa | 1 | aan tappunt |
bij enkelwandige warmtewisselaars: | 2 (4) | aan tappunt | |
Temperatuur | 1 | aan tappunt | |
Zuurgraad | IIIa | 1 | aan tappunt |
Geur | IIIb | 1 | aan tappunt |
Kleur | IIIb | 1 | aan tappunt |
Troebelingsgraad | IIIb | 1 | aan tappunt |
Noten:
- 1.
In gevallen waar gemiddeld meer dan 100 m3 warm tapwater per dag wordt geproduceerd of gedistribueerd, geldt voor sommige parameters een afwijkende meetfrequentie. Het aantal monsternames staat dan tussen haken. In situaties waarbij meer dan 1.000 m3 warm tapwater per dag ter beschikking wordt gesteld, geldt de meetfrequentie, genoemd in tabel II.
- 2.
Afhankelijk van de samenstelling van het gebruikte leidingmateriaal en hulpstukken dienen ook metalen als nikkel, cadmium en lood gemeten te worden.
Parameter | Tabel in Bijlage A van het besluit | Monsternames per jaar (noot 7) | monsterplaats |
Escherichia coli | I | 4 | 2 tappunten en iedere tank |
Enterococcen | I | 4 | 2 tappunten en iedere tank |
Legionella | (noot 5) | 4 | 2 tappunten |
Koper | II | 2 | 1 tappunt (noot 3) |
Trihalomethanen | II | 2 | 1 tappunt |
Bacteriën van de coligroep | IIIa | 4 | 2 tappunten en iedere tank |
Geleidingsvermogen | IIIa | 2 | 1 tappunt |
Hardheid | IIIa | 2 | 1 tappunt |
Koloniegetal 22 °C | IIIa | 4 | 2 tappunten en iedere tank |
Koloniegetal 37 °C | (noot 6) | 4 | 2 tappunten en iedere tank |
Vrij chloor | IIIa | 365 | 1 tappunt (noot 4) |
Waterstofcarbonaat | IIIa | 2 | 1 tappunt |
Zuurgraad | IIIa | 2 | 1 tappunt |
Zuurstof | IIIa | 1 | 1 tappunt |
Geur | IIIb | 2 | 1 tappunt |
Kleur | IIIb | 2 | 1 tappunt |
Troebelingsgraad | IIIb | 2 | 1 tappunt |
IJzer | IIIb | 2 | 1 tappunt (noot 2) |
Noten:
- 1.
De monsters worden genomen na minimaal 2 minuten doorstroming.
- 2.
Alleen indien sprake is van ijzeren leidingen
- 3.
Alleen indien sprake is van koperen leidingen
- 4.
De contacttijd tussen het chloor en het water moet ten minste 30 minuten bedragen.
- 5.
Zie voor de kwaliteitseis voor legionella artikel 36 van het besluit.
- 6.
Deze parameter is niet opgenomen in de tabellen van bijlage A van het besluit. Bij controle moet getoetst worden of geen abnormale verandering optreedt.
- 7.
In geval van een nieuw opgeleverde mijnbouwinstallatie of een mijnbouwinstallatie die vanuit het buitenland afkomstig is, vindt de eerste monstername binnen twee weken plaats.
Parameter | Methode | Opmerkingen |
Aeromonas | NEN 6263: 2009 | |
Bacteriën van de coligroep | NEN-EN-ISO 9308-1: 2000 (noot 1) | |
F-specifieke RNA-fagen | NEN-ISO 10705-1 | |
Somatische colifagen | NEN-ISO 10705-2: 2001 | |
Fagen voor Bacterioides fragilis | NEN-ISO 10705-3: 2003 | |
Clostridium perfringens (inclusief sporen) | Membraanfiltratie gevolgd door anaerobe incubatie van het membraan op m-CP agar bij (44 +/- 1) °C gedurende (21 +/- 3) uur. Tel de opaque gele kolonies die roze of rood worden na de blootstelling aan ammoniumhydroxidedampen gedurende 20 tot 30 seconden. Een gevalideerde gelijkwaardige bevestigingsmethode is toegestaan. | Noot 2 |
Cryptosporidium | NEN-ISO 15553: 2006 | |
Enterococcen | Ontwerp NEN-EN-ISO 7899 – 2:1998 | |
(Entero)virussen | Noot 3 | |
Escherichia coli (E. coli) | NEN-EN-ISO 9308 – 1: 2000 (noot 1) | |
Giardia | NEN-ISO 15553: 2006 | |
Koloniegetal bij 22 °C en 37 °C | Opsomming van micro-organismen die gekweekt kunnen worden. NEN-EN-ISO 6222: 1999 | |
Radioactiviteit | Noot 4 |
Noten:
- 1.
De in Nederland gebruikte gelijkwaardige methode is door de EU goedgekeurd.
- 2.
De samenstelling van m-CP agar is als volgt:
Basismedium
Tryptose
30 g
Gistextract
20 g
Sucrose
5 g
L-cysteïne hydrochloride
1 g
MgSO4.7H20
0,1 g
Bromocresol purper
40 mg
Agar
15 g
Water
1000 ml
De ingrediënten van het basismedium oplossen, de pH instellen op 7,6 en gedurende 15 minuten steriliseren bij 121 °C. Het medium laten afkoelen en het volgende toevoegen:
D-cycloserine
400 mg
Polymyxine-B-sulfaat
25 mg
Indoxyl-β-D-glucocide
60 mg
(voor toevoeging opgelost in 8 ml steriel water)
Filtergesteriliseerde 0,5% fenolftaleïne difosfaat-oplossing
20 ml
Filtergesteriliseerde 4,5% FeCl3.6H2O
2 ml
- 3.
Methode in overleg met de Inspecteur te bepalen. Zie hiervoor de VROM-Inspectierichtlijn ‘Analyse microbiologische veiligheid drinkwater’.
- 4.
Methoden worden vastgesteld in overeenstemming met een krachtens artikel 12 van Richtlijn 98/83/EG aan te nemen voorstel van de Europese Commissie. Na aanvaarding van dit voorstel zal de inspecteur, vooruitlopend op de desbetreffende wijziging van deze regeling, het voorstel als uitgangspunt nemen bij de vaststelling van de meetprogramma's. In de VROM-Inspectierichtlijn ‘Harmonisatie Meetprogramma Drinkwaterkwaliteit’ is het voorstel vastgelegd.
Tabel II. Parameters waarvoor prestatiekenmerken zijn gespecificeerd
Voor onderstaande parameters geldt dat door middel van de toegepaste analysemethode met de aangegeven juistheid, herhaalbaarheid en aantoonbaarheidsgrens ten minste concentraties moeten kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de in bijlage A van het besluit genoemde waarde. Ongeacht de gevoeligheid van de gebruikte analysemethode wordt het resultaat in ten minste evenveel decimalen uitgedrukt als de parameterwaarde genoemd in bijlage A van het besluit.
Parameter | Juistheid in % van de parameter-waarde (noot 1) | Herhaalbaarheid in % van de parameter-waarde (noot 2) | Aantoonbaarheidsgrens in % van de parameterwaarde (noot 3) | Opmerkingen |
Acrylamide | Noot 4 | |||
Aluminium | 10 | 10 | 10 | |
Ammonium | 10 | 10 | 10 | |
Antimoon | 25 | 25 | 25 | |
AOX | 25 | 25 | 25 | |
Aromatische aminen | 25 | 25 | 25 | |
Arseen | 10 | 10 | 10 | |
Benzo(a)pyreen | 25 | 25 | 25 | |
Benzeen | 25 | 25 | 25 | |
Boor | 10 | 10 | 10 | |
Bromaat | 25 | 25 | 25 | |
Cadmium | 10 | 10 | 10 | |
Calcium | 10 | 10 | 10 | |
(Chloor)fenolen | 25 | 25 | 25 | |
Chloride | 10 | 10 | 10 | |
Chroom | 10 | 10 | 10 | |
Cyanide (totaal) | 10 | 10 | 10 | Noot 5 |
1,2-Dichloorethaan | 25 | 25 | 10 | |
Diglyme(n) | 25 | 25 | 25 | |
Epichloorhydrine | Noot 4 | |||
Ethyl tert-butyl ether (ETBE) | 25 | 25 | 25 | |
Fluoride | 10 | 10 | 10 | |
Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen | 25 | 25 | 25 | |
Geleidingsvermogen | 10 | 10 | 10 | |
Koper | 10 | 10 | 10 | |
Kwik | 20 | 10 | 20 | |
Lood | 10 | 10 | 10 | |
Magnesium | 10 | 10 | 10 | |
Mangaan | 10 | 10 | 10 | |
Methyl tert-butyl ether (MTBE) | 25. | 25 | 25 | |
Monocyclische koolwaterstoffen/ Aromaten | 25 | 25 | 25 | |
Natrium | 10 | 10 | 10 | |
Nikkel | 10 | 10 | 10 | |
Nitraat | 10 | 10 | 10 | |
Nitriet | 10 | 10 | 10 | |
N-nitrosodimethylamine (NDMA) | 25 | 25 | 25 | |
Oxideerbaarheid | 25 | 25 | 10 | Noot 6 |
PCB's | 25 | 25 | 25 | |
Pesticiden | 25 | 25 | 25 | Noot 7 |
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen | 25 | 25 | 25 | Noot 8 |
Saturatie Index (SI) | 10 | 10 | 10 | Berekenen |
Seleen | 10 | 10 | 10 | |
Sulfaat | 10 | 10 | 10 | |
Troebelingsgraad | Noot 9 | |||
Temperatuur | 10 | 10 | 10 | |
Tetrachlooretheen | 25 | 25 | 10 | Noot 10 |
Trichlooretheen | 25 | 25 | 10 | Noot 10 |
Trihalomethanen | 25 | 25 | 10 | Noot 8 |
Vinylchloride | Noot 4 | |||
Waterstofcarbonaat | 10 | 10 | 10 | |
IJzer | 10 | 10 | 10 | |
Zilver | 10 | 10 | 10 | |
Zink | 10 | 10 | 10 | |
Zuurgraad | 10 | 10 | 10 | |
Zuurstof | 10 | 10 | 10 |
Noten:
- 1.
Juistheid of systematische afwijking is de mate van overeenstemming tussen het gemiddelde van een oneindig aantal opeenvolgende meetresultaten en een referentiewaarde. Deze term is nader gespecificeerd in NEN 7777:2011 en NPR-ISO/IEC Guide 99:2008.
- 2.
Herhaalbaarheid is de mate van overeenstemming tussen meetresultaten verkregen door opeenvolgende metingen van hetzelfde object of gelijkende objecten in herhaalbaarheidsomstandigheden. Deze term is nader gespecificeerd in NEN 7777:2011 en NPR-ISO/IEC Guide 99:2008
- 3.
De aantoonbaarheidsgrens ofwel detectielimiet is het meetresultaat, verkregen volgens een gegeven meetprocedure, waarbij de kans op afwezigheid van de component in een materiaal β (bèta) is, gegeven de kans op α (alfa) op een onterechte aanspraak op aanwezigheid. Deze term is nader gespecificeerd in NEN 7777:2011 en NPR-ISO/IEC Guide 99:2008.
Bij een α (alfa) en β (bèta) van 0,05 en vanaf 8 metingen is de aantoonbaarheidsgrens 3,8 maal de standaardafwijking op dit niveau. NEN 7777:2011 laat toe dat de aantoonbaarheidsgrens eenvoudig te definiëren is als 3 maal de standaardafwijking.
- 4.
Controleren via productspecificatie (parameters opgenomen in Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening).
- 5.
Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.
- 6.
De oxydatie dient gedurende 10 minuten te worden uitgevoerd met behulp van kaliumpermanganaat bij 100 °C in een zuur milieu.
- 7.
De prestatiekenmerken gelden voor elke afzonderlijke pesticide.
- 8.
De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 25% van de parameterwaarde in bijlage A van het besluit.
- 9.
Voor de bewaking van de troebelingsgraad in behandeld oppervlaktewater geldt dat met de toegepaste analysemethode ten minste met een juistheid van 25% waarden moeten kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de parameterwaarde.
- 10.
De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 50% van de parameterwaarde in bijlage A van het besluit.
Parameter | Eenheid | Waarde* |
Zuurgraad | pH | 7,0 ≤ pH ≤ 9,0 |
Kleurintensiteit | mg/l | 50 |
Gesuspendeerde stoffen | mg/l | 50 |
Temperatuur | °C | 25 |
Geleidingsvermogen voor elektriciteit | mS/m bij 20°C | 80 |
Geur | - | geen abnormale verandering |
Chloride | mg/l Cl | 150 (noot 5) |
Sulfaat | mg/l SO4 | 100 |
Fluoride | mg/l F | 1 |
Ammonium | mg/l NH4 | 1,5 |
Nitraat | mg/l NO3 | 50 |
Fosfaat | mg/l PO4 | 0,9 |
Zuurstof opgelost | mg/l O2 | ≥ 5 |
Natrium | mg/l Na | 120 |
IJzer opgelost | µg/l Fe | 300 |
Mangaan | µg/l Mn | 500 |
Koper | µg/l Cu | 50 |
Zink | µg/l Zn | 200 |
Boor | µg/l B | 1000 |
Arseen | µg/l As | 20 |
Cadmium | µg/l Cd | 1,5 |
Chroom (totaal) | µg/l Cr | 20 |
Lood | µg/l Pb | 30 |
Seleen | µg/l Se | 10 |
Kwik | µg/l Hg | 0,3 |
Barium | µg/l Ba | 200 |
Cyanide | µg/l CN | 50 |
AOX | µmol X/l | - |
Aromatische aminen (noot 1 en 2) | µg/l | 1 |
(Chloor)fenolen (noot 1 en 2) | µg/l | 1 |
Diglyme(n) (noot 1) | µg/l | 1 |
Ethyl tert-butyl ether (ETBE) (noot 1) | µg/l | 1 |
Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen (noot 1) | µg/l | 1 |
Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen (noot 1) | µg/l | 1 |
Methyl tert-butyl ether (MTBE) (noot 1) | µg/l | 1 |
Monocyclische koolwaterstoffen/aromaten (noot 1) | µg/l | 1 |
Overige antropogene stoffen (noot 1 en 3) | µg/l | 1 |
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen | µg/l | 1 |
Gewasbeschermingsmiddelen, biociden, en hun relevante afbraakprodukten (som) | µg/l | 0,5 |
Gewasbeschermingsmiddelen, biociden en hun relevante afbraakproducten per afzonderlijke stof (noot 2) | µg/l | 0,1 |
Bacteriën van de coligroep (noot 4) | aantal per 100 ml | 2000 |
Escherichia coli (noot 4) | aantal per 100 ml | 2000 |
Enterococcen (noot 4) | aantal per 100 ml | 1000 |
Pyrazool | µg/l | 3 |
- *
De waarden zijn maximumwaarden, tenzij anders is aangegeven
Noten:
- 1.
Deze kwaliteitseisen zijn bedoeld voor het signaleren van mogelijke verontreinigingen. Wanneer de aangegeven waarde (1 µg/l) wordt gemeten is er geen risico voor de volksgezondheid maar zal er nader onderzoek plaatsvinden. Deze parameters (als groep) zijn bedoeld om de kwaliteit van de bron te bewaken.
- 2.
Indien het een metaboliet van gewasbeschermingsmiddelen betreft welke in humaan toxicologisch opzicht relevant is dan is de kwaliteitseis 0,1 µg/l. Voor de overige metabolieten geldt een norm van 1,0 µg/l (zie tabel II noot 7 van het Drinkwaterbesluit)
- 3.
Met deze parameter worden stoffen bedoeld die niet behoren tot de andere parameters in deze tabel maar welke een bedreiging voor de drinkwatervoorziening kunnen zijn.
- 4.
Voor nadere regels omtrent de analyse van de microbiologische veiligheid wordt verwezen naar noot 1 van tabel I van bijlage A van het Drinkwaterbesluit.
- 5.
Deze waarde moet worden beschouwd als jaargemiddelde.
De onderscheiden parametergroepen en de daaronder begrepen parameters
Gezondheidskundige parameters (acuut)
Escherichia coli
Enterococcen
Legionella
Gezondheidskundige parameters (niet-acuut)
Arseen
Boor
Bromaat (90-percentiel)
1,2-Dichloorethaan
Fluoride
Nikkel
Nitraat
Nitriet
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) (som)
Pesticiden (individueel)
Tetra- en trichlooretheen (som)
Trihalomethanen (som) (90-percentiel)
Bedrijfstechnische parameters
Aeromonas bij 30oC
Ammonium
Bacteriën van de coligroep
Chloride
Clostridium perfringens
Saturatie Index
Temperatuur
Waterstofcarbonaat
Zuurgraad
Zuurstof
Klantgerichte parameters
Aluminium
Hardheid (totaal)
Kleur
IJzer
Mangaan
Natrium
Sulfaat
Troebelingsgraad
De controle in Nederland vindt plaats op basis van de meetresultaten voor totaal alfa en totaal bèta-radioactiviteit(1).
Als één van de activiteitsconcentraties meer bedraagt dan 20% van de overeenkomstige afgeleide waarde of als de tritiumconcentratie hoger ligt dan de in het Drinkwaterbesluit vastgestelde parameterwaarde, is een analyse van andere radionucliden vereist.
Voor dit doel zijn in de EURATOM-richtlijn controleniveaus voor totaal alfa-activiteit of totaal bèta-activiteit vastgelegd. Het aanbevolen controleniveau voor totaal alfa-activiteit is 0,1 Bq/l. Het aanbevolen controleniveau voor totaal bèta-activiteit is 1,0 Bq/l.
Als de totaal alfa- en de totaal bèta-activiteit kleiner zijn dan respectievelijk 0,1 Bq/l en 1,0 Bq/l, mogen de lidstaten aannemen dat de ID geringer is dan de parameterwaarde van 0,1 mSv/j en dat stralingsonderzoek niet nodig is, behalve wanneer uit andere informatiebronnen is gebleken dat in het water specifieke radionucliden aanwezig zijn die een ID hoger dan 0,1 mSv/j zouden kunnen veroorzaken.
Als de totaal alfa-activiteit meer bedraagt dan 0,1 Bq/l of als de totaal bèta-activiteit meer bedraagt dan 1,0 Bq/l moet op specifieke radionucliden worden geanalyseerd. Indien dit voorkomt zal in samenwerking met het RIVM en na beoordeling door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in monitoringsprogramma’s worden vastgelegd welke radionucliden moeten worden gemeten waarbij alle relevante gegevens inzake mogelijke bronnen van radioactiviteit in aanmerking worden genomen.
Aangezien verhoogde tritiumniveaus kunnen duiden op de aanwezigheid van andere kunstmatige radionucliden, moeten tritium en totaal alfa- en totaal bèta-activiteit in hetzelfde monster worden gemeten.
De ID wordt berekend aan de hand van de gemeten radionuclideconcentraties en de dosiscoëfficiënten die zijn vastgelegd in bijlage III, tabel A, van Richtlijn 96/29/EURATOM, of aan de hand van recentere informatie die wordt erkend door de bevoegde instanties van de lidstaat, op basis van de jaarlijkse inname van water (730 liter voor volwassenen). Wanneer aan de volgende formule is voldaan, mogen de lidstaten aannemen dat de ID lager is dan de parameterwaarde van 0,1 mSv/j en dat verder onderzoek niet nodig is:
waarin:
Ci(obs) | = | geobserveerde radionuclideconcentratie i |
Ci(der) | = | afgeleide radionuclideconcentratie i |
N | = | aantal waargenomen radionucliden. |
Bron | Nuclide | Afgeleide concentratie |
Natuurlijk | U-238 (3) | 3,0 Bq/l |
U-234 (3) | 2,8 Bq/l | |
Ra-226 | 0,5 Bq/l | |
Ra-228 | 0,2 Bq/l | |
Pb-210 | 0,2 Bq/l | |
Po-210 | 0,1 Bq/l | |
Kunstmatig | C-14 | 240 Bq/l |
Sr-90 | 4,9 Bq/l | |
Pu-239/Pu-240 | 0,6 Bq/l | |
Am-241 | 0,7 Bq/l | |
Co-60 | 40 Bq/l | |
Cs-134 | 7,2 Bq/l | |
Cs-137 | 11 Bq/l | |
I-131 | 6,2 Bq/l |
Parameters en radionucliden | Aantoonbaarheidsgrens (Opmerkingen 1 en 2) | Opmerkingen |
Tritium | 10 Bq/l | Noot 3 |
Radon | 10 Bq/l | Noot 3 |
totaal alfa-activiteit | 0,04 Bq/l | Noot 4 |
totaal bèta-activiteit | 0,4 Bq/l | Noot 4 |
U-238 | 0,02 Bq/l | |
U-234 | 0,02 Bq/l | |
Ra-226 | 0,04 Bq/l | |
Ra-228 | 0,02 Bq/l | Noot 5 |
Pb-210 | 0,02 Bq/l | |
Po-210 | 0,01 Bq/l | |
C-14 | 20 Bq/l | |
Sr-90 | 0,4 Bq/l | |
Pu-239/Pu-240 | 0,04 Bq/l | |
Am-241 | 0,06 Bq/l | |
Co-60 | 0,5 Bq/l | |
Cs-134 | 0,5 Bq/l | |
Cs-137 | 0,5 Bq/l | |
I-131 | 0,5 Bq/l | |
Noot 1: | De aantoonbaarheidsgrens wordt berekend aan de hand van ISO norm 11929: Bepaling van de karakteristieke limieten (beslissingsgrens, detectielimiet en betrouwbaarheidsinterval) voor meting van ioniserende straling – Grondbeginselen en toepassing, met een foutkans van de eerste en tweede soort van telkens 0,05. | |
Noot 2: | Meetonzekerheden worden berekend en aangegeven als volledige standaardmeetonzekerheden of als uitgebreide standaardmeetonzekerheden met een uitbreidingsfactor van 1,96, volgens de ISO-leidraad voor de bepaling en aanduiding van de meetonzekerheid. | |
Noot 3: | De aantoonbaarheidsgrens voor tritium en radon is 10% van de parameterwaarde ervan van 100 Bq/l. | |
Noot 4: | De aantoonbaarheidsgrens voor totaal alfa- en totaal bèta-activiteiten is 40% van de controlewaarden van respectievelijk 0,1 en 1,0 Bq/l. | |
Noot 5: | Deze aantoonbaarheidsgrens geldt alleen voor de eerste controle op indicatieve dosis voor een nieuwe waterbron. Indien de eerste controle aantoont dat het niet aannemelijk is dat Ra-228 meer bedraagt dan 20% van de afgeleide concentratie, mag de aantoonbaarheidsgrens worden verhoogd tot 0,08 Bq/l voor routinematige nuclidespecifieke metingen van Ra-228, totdat er een volgende controle nodig is. |
(1) Waar nodig kan totaal bèta-activiteit worden vervangen door residuele bèta-activiteit na aftrek van de activiteitsconcentratie van kalium-40.
(2) Deze tabel omvat waarden voor de meest voorkomende natuurlijke en kunstmatige radionucliden. Het zijn nauwkeurige waarden, berekend voor een dosis van 0,1 mSv, een jaarlijkse inname van 730 liter en met gebruikmaking van de dosiscoëfficiënten van bijlage III, tabel A, van Richtlijn 96/29/EURATOM. Afgeleide concentraties voor andere radionucliden kunnen op dezelfde basis worden berekend, en waarden kunnen worden geactualiseerd op basis van recentere informatie die wordt erkend door de bevoegde instanties van de lidstaat.
(3) Deze tabel toont enkel de stralingseigenschappen van uranium, niet de chemische toxiciteit.