Beleidsregel · BWBR0030253

Besluit Fiscaal Bestuursrecht

Wijzigingen Officiële bron
Besluit Fiscaal BestuursrechtBesluit Fiscaal Bestuursrecht

De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit is een herziening van het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/265, Stcrt. 13 april 2011 nr. 6414, waarin besluiten op het gebied van het bestuursrecht werden samengevoegd. Het betreft herstel van een typefout in paragraaf 5, onderdeel 7 en verwijzingsfout in paragraaf 7, letter b, alsmede aanpassingen van redactionele aard waarbij geen wijziging van het beleid is beoogd.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag5 juli 2011De staatssecretaris van Financiën,F.H.H.Weekers

Dit besluit komt in de plaats van het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/265M dat een samenvoeging was van:

1. Een rechtsvraag kan ook opkomen bij vooroverleg. Vooroverleg is een overleg tussen de inspecteur enerzijds en de belanghebbende en/of zijn vertegenwoordiger anderzijds, dat leidt tot een standpuntbepaling van de inspecteur over de wijze waarop het recht in een specifiek geval moet worden toegepast en waarmee wordt vooruitgelopen op de heffing of de uitvoering van andere aan de inspecteur opgedragen taken. Het specifieke geval kan zowel al verrichte als voorgenomen (rechts)handelingen betreffen.

Voorts mogen geen afspraken worden gemaakt over:

De instemming om een belastingaanslag te formaliseren met toepassing van artikel 64 AWR laat onverlet de mogelijkheid om:

Uit artikel 4:12 van de Awb vloeit voort dat de inspecteur kan afzien van het horen voorafgaand aan het vaststellen van een belastingaanslag. De Belastingdienst voert evenwel het beleid om bij correcties van aangiften zo veel mogelijk vooraf contact op te nemen met belanghebbende.

Titel 9.1 van de Awb regelt de klachtafhandeling door bestuursorganen. Klachten die gaan over gedragingen van medewerkers van organisatieonderdelen van de Belastingdienst waarvan de directeur in Hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 niet is aangewezen als inspecteur en ontvanger, worden door deze organisatieonderdelen zelf behandeld. In daartoe aanleiding gevende gevallen vindt afstemming plaats met de inspecteur onder wie de belanghebbende ressorteert.

Het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/265, Stcrt. 13 april 2011 nr. 6414, wordt hierbij ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van het besluit.