U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2025.

Ministeriële regeling · BWBR0030288

Uitvoeringsregeling zeevisserij

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)Uitvoeringsregeling zeevisserij De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op verordening nr. 3440/84; verordening nr. 894/97; verordening nr. 850/98; verordening nr. 1434/98; verordening nr. 2549/2000; verordening nr. 1035/2001; verordening nr. 1936/2001; verordening nr. 2056/2001; verordening nr. 494/2002; verordening nr. 2347/2002; verordening nr. 2371/2002; verordening nr. 882/2003; verordening nr. 1185/2003; verordening nr. 1954/2003; verordening nr. 1984/2003; verordening nr. 26/2004; verordening nr. 600/2004; verordening nr. 601/2004; verordening nr. 811/2004; verordening nr. 812/2004; verordening nr. 827/2004; verordening nr. 1415/2004; verordening nr. 2115/2005; verordening nr. 2187/2005; verordening nr. 388/2006; verordening nr. 1198/2006; verordening nr. 1967/2006; verordening nr. 520/2007; verordening nr. 1098/2007; verordening nr. 1386/2007; verordening nr. 199/2008; verordening nr. 517/2008; verordening nr. 734/2008; verordening nr. 1005/2008; verordening nr. 1006/2008; verordening nr. 1342/2008; verordening nr. 302/2009; verordening nr. 1010/2009; verordening nr. 1224/2009; verordening nr. 1288/2009; verordening nr. 201/2010; verordening nr. 640/2010; verordening nr. 1013/2010; verordening nr. 1236/2010; verordening nr. 57/2011 en uitvoeringsverordening nr. 404/2011;

Gelet op de artikelen 3, 4 en 5, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 en op artikel 3 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,H.Bleker

Het is verboden met een buitenlands vissersvaartuig de visserij uit te oefenen in de territoriale zee van Nederland, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee, anders dan voortvloeiend uit artikel 5, tweede lid, van de basisverordening.

De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit, zijn vastgesteld in bijlage 1.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, tweede en derde lid, en 20, eerste lid, van verordening 2017/1004.

Van het verbod, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, kan op grond van artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover:

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 7, eerste, derde en vijfde lid, artikel 8, eerste lid en artikel 11, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.

Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in de gebieden en gedurende de perioden, bedoeld in artikel 16 van de verordening vangstmogelijkheden.

Vervallen

Het is verboden te vissen met de typen vistuigen, bedoeld in hoofdstuk III van bijlage II van de verordening vangstmogelijkheden 2024, in het gebied, bedoeld in hoofdstuk I van die bijlage, en die typen vistuig aan boord te houden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De minister draagt er zorg voor dat de aanlandingen van de leden van een groep of producentenorganisatie, waarvoor een groepscontingent geldt waaraan een extra hoeveelheid vangstmogelijkheden is toegekend als bedoeld in artikel 32a, in mindering worden gebracht op de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent, tenzij de extra hoeveelheid vangstmogelijkheden van het desbetreffende groepscontingent volledig is opgevist.

Bij de vermindering, bedoeld in de artikelen 36, tweede lid, en 37, tweede lid, gaat de minister uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 35, onderdeel f, behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij het desbetreffende contingent.

De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat het overgedragen contingent voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam komt te gelden en dat dat contingent voor het lopende kalenderjaar is verminderd met het eventueel opgeviste deel daarvan, de hoeveelheden, bedoeld in artikel 39, en de hoeveelheden, bedoeld in artikel 46c, vierde lid.

Indien het een contingent haring betreft, zijn de artikelen 31, eerste lid, 32, eerste lid, 40, eerste lid, 41, tweede lid, voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, 44, eerste lid, 45, eerste lid, en 46, eerste en tweede lid, uitsluitend van toepassing, indien het één en hetzelfde vangstgebied betreft.

Voor de toepassing van de in dit hoofdstuk genoemde verordeningen wordt de maaswijdte van vistuig gemeten overeenkomstig verordening nr. 517/2008.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 15 van verordening nr. 3440/84, of sleepnetten als bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 3440/84, aan boord te houden indien deze netten niet voldoen aan de artikelen 4 tot en met 15 van die verordening.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4 tot en met 9 van verordening nr. 2056/2001.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, tweede lid, en 6 van verordening nr. 494/2002.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 3 van verordening nr. 1185/2003.

Vervallen

Vervallen

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 29 van verordening nr. 520/2007, tenzij is voldaan aan artikel 17 van verordening 2021/56.

Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 8, artikel 9, eerste lid, en artikel 11 van verordening 2018/973 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 9, eerste lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14, tweede lid, van verordening 2019/472 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Vervallen

Het is verboden in strijd te handelen met de door de Europese Commissie op grond van artikel 11, vijfde lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14 van verordening 2019/1022 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste, tweede en derde lid, 13, eerste tot en met vierde lid, 17, eerste lid, 21, en 22, eerste lid, van verordening nr. 1967/2006.

Door vernummering vervallen.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11, 13, 14, 18, eerste lid, 19, 21, eerste lid, 23, 24, tweede lid, 25, 29, derde en vierde lid, en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 34, eerste lid, van verordening 2019/1154 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Door vernummering vervallen.

Door vernummering vervallen.

Door vernummering vervallen.

Door vernummering vervallen.

Het is verboden om anders dan met een vissersvaartuig in de visserijzone te vissen met:

Een vermelding van een vistuig van het type staandwant op een visvergunning geschiedt slechts ten aanzien van een vaartuig:

Het is verboden om in de visserijzone per Nederlands vissersvaartuig op hetzelfde moment meer dan 25 kilometer vistuig van het type staandwant in het water te hebben uitstaan of aan boord te hebben, ongeacht de lengte van het desbetreffende vissersvaartuig.

Het is verboden diepgevroren vis in verpakkingen aan te landen, tenzij op de verpakking de in de verpakking aanwezige vis per vissoort is vermeld volgens de FAO-3lettercodes, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel b, van de controleverordening.

De autoriteit, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de controleverordening, is de minister.

Vervallen

Vervallen

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 39, eerste lid, van de controleverordening.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 40, vierde lid, van de controleverordening, en artikel 61, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 49bis, eerste lid, en 49quater van de controleverordening.

Voor vangstvaartuigen is het verboden in strijd te handelen met artikel 50, derde lid, van de controleverordening.

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 55, tweede lid, van de controleverordening.

Het is verboden in strijd te handelen met op grond van artikel 4 van verordening nr. 1026/2012 vastgestelde maatregelen.

Vervallen

Een verzoek tot erkenning als producentenorganisatie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de GMO-verordening of een verzoek tot erkenning als brancheorganisatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de GMO-verordening, wordt ingediend bij de minister overeenkomstig de door de Europese Commissie op grond van artikel 21 van deze verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen.

Als drempelprijzen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de GMO-verordening worden vastgesteld de prijzen die zijn opgenomen in bijlage 11.

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9 bis tot en met 9 quinquies, 10, 11 bis, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 15 bis, eerste lid, 16, 16 ter, eerste lid, 16 quater, eerste lid, 16 quinquies, eerste en tweede lid, 16 quinquies bis, 16 septies tot en met 16 duodecies, 16 terdecies, vijfde lid, 17, vijfde lid, 17 ter, eerste lid, 22 bis tot en met 22 quinquies, 22, septies, 22 duodecies, 22 terdecies van verordening nr. 1343/2011.

De afmeting, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963, bedraagt:

Degene die ingevolge deze regeling en de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen gegevens moet vermelden of anderszins moet bijhouden of moet verstrekken, doet dit volledig, naar waarheid en binnen de gestelde termijnen.

Wijzigt deze regeling.

Wijzigt de Regeling LNV-subsidies en de Uitvoeringsregeling visserij.

Conform artikel 60 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.

Onverminderd bijzondere bepalingen wordt deze weging uitgevoerd bij de aanlanding, voordat de visserijproducten worden opgeslagen, vervoerd of verkocht.

In afwijking van de weging bij aanlanding mogen lidstaten op basis van artikel 61 (1) van de Controleverordening toestaan dat visserijproducten na vervoer worden gewogen op goedgekeurde weegapparatuur in een EG erkend levensmiddelenbedrijf binnen Nederland (bijv. visafslag) volgens een door de Commissie goedgekeurd controleplan dat is vastgesteld overeenkomstig de risico gebaseerde methode die is beschreven in bijlage XXI van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).

Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid voor vissersvaartuigen om visserijproducten na vervoer te wegen. Naar aanleiding hiervan is onderhavig controleplan opgesteld.

Dit controleplan kan door alle vissersvaartuigen gebruikt worden die in Nederland aanlanden indien voldaan wordt aan de in dit plan gestelde voorschriften.

Dit controleplan richt zich op de betrokken marktdeelnemers en de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de weging aan land. Het doel van dit controleplan is om een juiste weging te garanderen om zo correcte weegresultaten te gebruiken voor het invullen van de aangiften van aanlanding, (het vervoersdocument), de verkoopdocumenten en de aangiften van overname.

Artikel 61 (1) van de Controleverordening en artikel 77 (1) in samenhang met bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening.

Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit controleplan:

Indien aan de voorschriften van dit plan wordt voldaan is het voor kapiteins van vissersvaartuigen toegestaan de aangelande visserijproducten na aanlanding te vervoeren om elders in Nederland in een EG erkend levensmiddelenbedrijf (bijv. visafslag) gewogen te worden (definitieve ‘weging aan land’).

Om gebruik te kunnen maken van dit ‘controleplan wegen na vervoer’ gelden de volgende voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers:

Het doel van het controleplan is om een correcte weging na vervoer te garanderen en daarmee het invullen van de aangiften van aanlanding, het vervoersdocument, de verkoopdocumenten en de aangiften van overname correct af te ronden.

De risico’s op niet naleving zoals bedoeld in bijlage XXI van de Uitvoeringsverordening en de analyse daarvan beperkt zich niet alleen tot de in deze bijlage genoemde parameters. Er is een wekelijkse analyse beschikbaar1 met het oog op het te hanteren risico niveau. Het risico op niet naleving van een correcte weging na transport wordt in algemene zin laag ingeschat op basis van de volgende punten:

Het risico niveau kan op basis van de uitkomsten van de risico analyse wijzigen.

Het toezicht en handhaving op de naleving van de voorschriften in dit controleplan bestaat uit fysieke en administratieve inspecties. Het toezicht wordt uitgevoerd door Inspecteurs (functionarissen) van de teams VIS Duurzaamheid van de NVWA. De NVWA voert fysiek toezicht uit op de weegvoorschriften op basis van de risicoanalyse aanlandingen met daarin opgenomen de risico-indicatoren voor wat betreft het wegen. Toezicht vindt regulier plaats in de haven en op de visafslagen tijdens de aanlandingsinspecties/afslaginspecties en actiegericht middels zogenaamde flexibele mobiele teams (MTA). De Inspecteur beschikt over de laatste actuele informatie over het vissersvaartuig door zich voorafgaand aan de inspectie voor te bereiden op de beschikbare data. De lijst met vissersvaartuigen wordt op basis van de beschikbare informatie door de verantwoordelijke inspecteur geprioriteerd.

Uitgangspunt van elke inspectie is een volledige controle van de aanlanding van een vissersvaartuig in de haven tot en met de eerste verkoop op de plaats bestemming waarbij alle tussenliggende inspectie-onderdelen worden geïnspecteerd (aanlanden-vervoer- traceerbaarheid-wegen-verkoop-administratie = 100% controles).

De controle op de aanlanding van vaartuigen die gebruik maken van de mogelijkheid om te wegen na transport is gericht op de voorschriften voor kapiteins van vissersvaartuigen zoals genoemd in H 5.1.1. Voor controle doeleinden maakt de inspecteur steekproefsgewijs gebruik van de mogelijkheid om het vervoermiddel officieel te verzegelen met unieke zegels. Deze verzegeling mag onderweg uitsluitend worden verbroken voor inspectie doeleinden die worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit. In dat geval brengt de inspecteur een nieuw zegel aan en registreert dit op het transportdocument.

Het toezicht is gebaseerd op de in de jaarplanning geprogrammeerde taken voor controles op de aanlanding, vervoer en het wegen van vis. De NVWA is regulier aanwezig op de EG erkende locaties in verband met het uitvoeren van toezicht op voedselveiligheid en het GVB.

Na afloop van de visreis voert de NVWA binnen het kader van het jaarplan administratieve inspecties uit op de weegresultaten die door de marktdeelnemer worden verstrekt. Deze administratieve inspecties worden verricht door het uitvoeren van kruiscontroles tussen de gegevens van het (elektronische) visserij logboek en het vervoersdocument enerzijds en de weegregisters anderzijds, op de plaats van de eindbestemming waar de producten worden gewogen in combinatie met de aangifte van aanlanding en het verkoopdocument.

Hierbij wordt o.a. het navolgende gecontroleerd:

Conform artikel 60 (1 en 2) van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) moet garanderen (hierna: Controleverordening) zien lidstaten erop toe dat alle visserijproducten bij aanlanding worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen.

Bij wijze van afwijking mogen de lidstaten conform artikel 60 (3) toestaan dat visserijproducten aan boord van een vissersvaartuig worden gewogen volgens een door de Commissie goedgekeurd steekproevenplan dat is vastgesteld overeenkomstig de methode die is beschreven in bijlage XX van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (hierna: Uitvoeringsverordening).

Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid voor vissersvaartuigen om te wegen aan boord. Naar aanleiding hiervan is onderhavig steekproefplan opgesteld. Voor de doelgroep die toestemming heeft om te mogen wegen aan boord kan na aanlanding volstaan worden met het nemen van een steekproefweging i.p.v. een 100% weging.

Alle Europese vissersvaartuigen die verse visserijproducten in Nederland aanlanden waarvan de desbetreffende lidstaat heeft toegestaan dat visserijproducten aan boord van het vissersvaartuig mogen worden gewogen kunnen gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan indien voldaan wordt aan de in dit plan gestelde voorschriften.

Het doel van dit steekproefplan is om te verifiëren of de weging die aan boord heeft plaats gevonden voldoende nauwkeurig is. Dit om een juiste weging te garanderen zodat de weegresultaten van de aangelande visserijproducten gebruikt kunnen worden voor het invullen van de aangifte van aanlanding, het vervoersdocument (indien van toepassing), de verkoopdocumenten en de aangifte van overname.

Artikel 60 (3) van de Controleverordening en artikel 76 (2) in samenhang met bijlage XX van de Uitvoeringsverordening.

Voor het begrippenkader wordt verwezen naar de definities die zijn opgenomen in artikel 4 van de Controleverordening en artikel 2 van de Uitvoeringsverordening. Een korte opsomming van veelvoorkomende begrippen in dit steekproefplan:

Om gebruik te kunnen maken van het Nederlandse steekproefplan gelden voorschriften voor de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de weging aan boord, de aanlanding en het uitvoeren van de weging op het moment van die aanlanding. De voorschriften voor de verschillende marktdeelnemers worden hieronder nader toegelicht.

Voor de betrokken kapitein/eigenaar van een vissersvaartuig en andere betrokken marktdeelnemers geldt tevens dat zij moeten voldoen aan de voorschriften in de Uitvoeringsregeling zeevisserij, in samenhang met de Controleverordening en de Uitvoeringsverordening.

Een EU vissersvaartuig afkomstig uit een andere lidstaat mag in Nederland aanlanden en gebruik maken van dit Nederlandse steekproefplan mits hij voldoet aan bovengenoemde voorschriften. Daarnaast moet de kapitein voorafgaande aan de aanlanding het volgende aantonen:

Naast de kapitein/eigenaar van het vissersvaartuig, voldoet de opvolgende (geregistreerde) marktdeelnemer zoals geregistreerde kopers, visafslagen of andere marktdeelnemers (EU erkende levensmiddelenbedrijven) verantwoordelijk voor de 1e afzet aan de volgende voorschriften:

In Nederland zijn namens de Minister door de RVO 129 ontheffingen verstrekt van artikel 60 (2) van de Controleverordening. Hierdoor hebben deze vaartuigen toestemming om overeenkomstig de daaraan verbonden voorschriften visserij producten te mogen wegen aan boord. Als voldaan wordt aan de in dit plan opgenomen voorschriften mogen deze vaartuigen in afwijking van artikel 60 (2) van de Controleverordening aan boord van het vissersvaartuig blijven wegen, mits ze overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige steekproefplan handelen, waaronder het uitvoeren van een steekproefweging op het moment van de aanlanding. De meeste vissersvaartuigen met een ontheffing van 60 (2) van de Controleverordening vissen met trawlnetten (Bodem- en pelagische trawls5). Deze vaartuigen voeren geen steekproefwegingen bij aanlanding uit overeenkomstig de voorschriften van het onderhavige plan, maar wegen in de praktijk alle visserijproducten direct na aanlanding of zullen deze pas na transport gaan wegen, overeenkomstig de voorschriften van het op grond van artikel 61 (1) Controleverordening vastgestelde Controleplan. Naar verwachting zullen alleen de vissersvaartuigen die gebruik maken van vistuigen die tot de categorie ‘Zegen’ behoren, steekproefwegingen bij aanlanding uitvoeren overeenkomstig het onderhavige steekproefplan. Binnen dit visserij type gaat het om 17 vaartuigen die met het vistuig type ‘Schotse zegen’ (SSC)6 vissen. Het risico dat door deze vissersvaartuigen aangelande, reeds aan boord gewogen vis, afwijkingen vertoont met wegingen aan land wordt beoordeeld als laag. Redenen hiervoor zijn:

De steekproefweging wordt toegepast per vissoort. Hiervoor wordt per vissoort het aantal te wegen kisten bepaald. Het aantal kisten dat de marktdeelnemer per vissoort moet wegen is opgenomen in onderstaande tabel.

Indien het totaal gewicht van alle aangelande soorten minder is dan 50 kg is het niet nodig een steekproef uit te voeren. De aangelande partij wordt in deze situatie in zijn geheel gewogen.

De kapitein is verplicht de weegresultaten die aan boord zijn verzameld te registreren en te bewaren. De marktdeelnemer die de partij in ontvangst heeft genomen op het moment van de aanlanding verzamelt en registreert de resultaten van de steekproefweging. Beide marktdeelnemers bewaren de gegevens voor een periode van 3 jaar en de gegevens worden op verzoek aan de bevoegde autoriteit verstrekt.

De kapitein van het vissersvaartuig registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:

De marktdeelnemer die de steekproefweging uitvoert, registreert de navolgende gegevens in zijn weegregister:

Indien het resultaat van de telling van viskisten, dan wel de steekproefweging, per vissoort afwijkt van de opgave door de kapitein/eigenaar dient er een 100% (her-)weging van die desbetreffende vissoort ter plekke plaats te vinden.

De NVWA voert bij de marktdeelnemer die de steekproef uitvoert risico gebaseerde controles uit om te beoordelen of er gewerkt wordt in overeenstemming met het steekproefplan. Daarnaast verricht de NVWA kruiscontroles tussen de weegresultaten van de steekproefweging en de weging aan boord. De uitkomsten hiervan worden ook meegenomen in de risico analyse.

Voor het selecteren van een risico gebaseerde controle worden de volgende parameters meegenomen:

Iedere maand organiseren de betrokken visserij inspecteurs meetings om de monitoringresultaten te bespreken en inspectie prioriteiten te stellen voor de opvolgende maand. Tijdens de meetings worden overtredingen van het GVB meegewogen en daar waar nodig follow up inspecties gepland.

Het maandelijkse overleg selecteert de visserij ondernemingen die de voorschriften van het steekproefplan overtreden. Voor deze ondernemingen wordt een proces gestart om de ontheffing op de verplichting om bij aanlanding een volledige weging uit te voeren en toestemming om visserijproducten te mogen wegen aan boord in te trekken.

Marktdeelnemers die de voorschriften van het steekproefplan overtreden zullen strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk vervolgd worden. In het kader van bestuursrechtelijke sanctionering bestaat tevens de mogelijkheid de ontheffing om te mogen wegen aan boord tijdelijk te schorsen of definitief in te trekken.

Gelet op artikel 6 eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij is het in de met een * aangeduide havens uitsluitend toegestaan vis aan te landen, over te laden of te lossen door een vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT.

Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)

Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)

De Cocksdorp (gemeente Texel)

Oudeschild (gemeente Texel)

Petten (gemeente Zijpe)

Camperduin (gemeente Bergen)

Schoorl (gemeente Bergen)

Bergen aan Zee (gemeente Bergen)

Egmond aan Zee (gemeente Bergen)

Katwijk aan Zee (gemeente Katwijk)

Terheide (gemeente Monster)

Europoort (gemeente Rotterdam)

Neeltje Jans (gemeente Schouwen-Duiveland)

Stellendam (gemeente Goedereede)

Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland)

Burgsluis (gemeente Schouwen-Duiveland)

Roompotsluis (Colijnsplaat, gemeente Noord-Beveland)

Kats (gemeente Noord-Beveland)

Yerseke (gemeente Reimerswaal)

Wilhelminadorp (gemeente Goes)

Zierikzee (gemeente Schouwen-Duiveland)

Walsoorden (gemeente Hontenisse)

Sint-Annaland (gemeente Tholen)

Nes (gemeente Ameland)

Loswal (gemeente Schore)

Schelphoek (gemeente Schouwen-Duiveland)

Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)

Haventje van Waarde (gemeente Reimerswaal)

Haven Flauwers (gemeente Zierikzee)

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2025. Voor de percentages voorzien van een voetnoot is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel b.

1 Dit percentage wordt berekend ten opzichte van de hoeveelheid waarvoor een ondernemer voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had op 31 december 2022 om 24.00 uur.

* Codes genoemd in bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening.

De hoeveelheden, bedoeld in artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2025

Bewaarvorm: bevroren

Bewaarvorm: vers

Bewaarvorm: gekookt

Bewaarvorm: gezouten

Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:

Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.

Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.

Zegelplan

Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:

Bij het zegelplan worden gevoegd:

Voorschriften herverzegelen

Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.

Criteria bepaling vermogensmeting bij herverzegelen