Regeling · BWBR0030388
Regeling voorzieningenplanning VO BES
Gelet op de artikelen 119, tweede lid, 127, 155, 157 en 188 van de Wet voortgezet onderwijs BES;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-VliegenthartIn deze regeling wordt verstaan onder:
- •
bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de wet;
- •
DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- •
havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs;
- •
mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs;
- •
Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- •
nevenvestiging: een nevenvestiging als bedoeld in artikel 123, tweede lid, van de wet;
- •
ouders: ouders, voogden of verzorgers;
- •
profiel: profiel als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of 29, tweede lid van de wet;
- •
school: een school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- •
scholengemeenschap: een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 123, eerste lid, van de wet;
- •
vbo: voorbereidend beroepsonderwijs;
- •
vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs;
- •
wet: de Wet voortgezet onderwijs BES.
Het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de wet bedraagt voor een school of scholengemeenschap per schoolsoort op Bonaire:
vwo | 210 |
havo | 175 |
mavo | 140 |
vbo (één profiel) | 140 |
vbo (meer profielen) | 80 per profiel |
praktijkonderwijs | 60 |
Op Sint Eustatius of Saba wordt een nieuwe scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs alleen voor bekostiging in aanmerking gebracht indien:
- a.
er is aangetoond dat ten minste 75% van de ouders van de leerlingen in elk van de groepen 1 tot en met 7 van de basisschool, een scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs wenst van eenzelfde richting, die anders is dan de richting van de bestaande scholengemeenschap op het eiland, en
- b.
het bevoegd gezag van de bestaande scholengemeenschap weigert de richting van de bestaande scholengemeenschap te veranderen door omzetting als bedoeld in artikel 122 van de wet in de door de ouders gewenste richting.
De methodiek voor het berekenen van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.
De methodiek voor het berekenen van het deelnamepercentage verlangde richting, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 2.
Het bevoegd gezag maakt bij de aanvraag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de wet gebruik van het aanvraagformulier dat is opgenomen in bijlage 3.
Het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 188, eerste lid, van de wet bedraagt voor een school op Bonaire drie vierde van het aantal genoemd in artikel 2, derde lid.
Het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 188, eerste lid, van de wet voor een school op Sint Eustatius en Saba is zodanig dat, mede gelet op de hoogte van de bekostiging die wordt verstrekt, niet kan worden voorzien in een school of scholengemeenschap die onderwijs kan geven van voldoende kwaliteit. Daarvan is in elk geval sprake, indien een nieuwe scholengemeenschap, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
Het bevoegd gezag van een openbare school dient een aanvraag voor een omzetting als bedoeld in artikel 122, eerste lid, van de wet, in vóór 1 november van het kalenderjaar voorafgaand aan dat waarin de omzetting is beoogd. De aanvraag wordt ingediend bij de DUO.
De Minister besluit vóór 1 mei volgend op de aanvraag. Indien het besluit niet vóór 1 mei genomen kan worden, stelt de Minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt daarbij een termijn waarbinnen het besluit wel tegemoet kan worden gezien.
Indien het betreft de omzetting van een openbare school in een bijzondere school gaat de aanvraag vergezeld van een advies van de Rijksvertegenwoordiger.
Het bevoegd gezag meldt een voornemen een bijzondere school per 1 augustus van enig kalenderjaar om te zetten in een school van een andere richting vóór 1 april van dat kalenderjaar schriftelijk aan de DUO.
Het bevoegd gezag meldt het voornemen tot ingebruikneming van een nevenvestiging schriftelijk aan de DUO uiterlijk vier maanden voorafgaande aan de datum van de feitelijke ingebruikneming. Bij die melding wordt aangegeven welke vestiging de hoofdvestiging en welke vestiging de nevenvestiging is.
De melding gaat vergezeld van een document waaruit blijkt dat de eilandsraad van het openbare lichaam met ingang van de datum van de feitelijke ingebruikneming de benodigde huisvesting ter beschikking zal stellen.
Het bevoegd gezag dat een vestiging van een school of scholengemeenschap verplaatst, doet hiervan schriftelijk melding aan de DUO uiterlijk vier maanden voorafgaande aan de daadwerkelijke verplaatsing.
De melding gaat vergezeld van een document waaruit blijkt dat de eilandsraad van het openbare lichaam met ingang van de datum van de feitelijke ingebruikneming als bedoeld in het eerste lid de benodigde huisvesting ter beschikking zal stellen.
Voorafgaand aan de feitelijke start per 1 augustus verstrekt de Minister een nieuwe school of scholengemeenschap op aanvraag eenmalig een bekostiging voor personeelskosten overeenkomstig het vijfde lid.
Voorafgaand aan de feitelijke start per 1 augustus verleent de Minister op aanvraag eenmalig een bekostiging voor exploitatiekosten ter hoogte van een derde van het jaarbedrag voor deze kosten op basis van de prognose van het aantal leerlingen in het eerste schooljaar. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt vastgesteld in december van het eerste schooljaar op basis van het werkelijke aantal leerlingen op 1 oktober.
De startbekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstrekt nadat het bevoegd gezag van de school de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar heeft ingediend bij de Minister.
De in het derde lid vermelde prognose wordt ingediend nadat de nieuwe school voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
De bekostiging voor de personeelskosten bedraagt in USD (prijspeil 1-1-2008):
Schoolsoort | Directie | Onderwijs- ondersteunend personeel (oop) | Totaal |
A. Categoraal mavo en praktijkonderwijs | 16042.82 | 8397.11 | 24439.93 |
B. Categoraal, vwo, havo en scholengemeenschap vwo/havo | 19147.23 | 8397.11 | 27544.34 |
C. Categoraal vbo en scholengemeenschap mavo/vbo | 24064.22 | 12595.67 | 36659.89 |
D. Scholengemeenschap havo/mavo al dan niet met vwo | 37855.71 | 16794.22 | 54649.93 |
E. Scholengemeenschap mavo/havo/vbo al dan niet met vwo | 46001.10 | 20992.78 | 66993.88 |
De bedragen, genoemd in het vijfde lid, worden jaarlijks geïndexeerd.
De Minister verleent een nieuwe school op aanvraag personele en materiële bekostiging over de eerste vijf maanden van het eerste schooljaar op basis van de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar. Deze bekostiging wordt vastgesteld in december van het eerste schooljaar op basis van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober van dat jaar.
De Minister verstrekt in het eerste schooljaar eenmalig een aanvullende bekostiging ten bedrage van eenmaal de landelijk gemiddelde personeelslast die op 1 augustus van dat jaar geldt voor leraren van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort. Deze aanvullende bekostiging wordt in een keer in de maand augustus van het eerste schooljaar uitbetaald.
Het bevoegd gezag van de nieuwe school kan vanwege leerlingengroei, een aanvraag indienen voor een aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 157, tweede lid, van de wet.
De leerlingengroei wordt vastgesteld door het verschil te berekenen tussen het aantal geprognosticeerde leerlingen in het lopende schooljaar en het aantal leerlingen op 1 oktober van het daaraan voorafgaande jaar.
De aanvullende bekostiging wordt berekend door het verschil, bedoeld in het tweede lid, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. Het product wordt vervolgens vermenigvuldigd met 32%. De in de vorige volzin bedoelde bekostiging wordt vastgesteld in december van het lopende schooljaar op basis van het werkelijke aantal leerlingen op 1 oktober.
De in het eerste lid vermelde aanvraag kan betrekking hebben op het tweede schooljaar of daaropvolgende schooljaren tot en met het schooljaar waarin aan de school onderwijs wordt gegeven in alle leerjaren van de toegestane schoolsoorten.
De aanvullende bekostiging wordt slechts verleend indien de financiële positie van het bevoegd gezag van de nieuwe school daartoe blijkens de jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar aanleiding geeft.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorzieningenplanning VO BES.
Definities
Voedingsgebied school of scholengemeenschap: het voedingsgebied voor een school of scholengemeenschap bestaat uit het eilandsgebied van het openbare lichaam waarin de nieuw te stichten school of scholengemeenschap zal worden geplaatst.
Deelnamepercentage verlangde richting: het aantal leerlingen van de verlangde richting in groep 7 in het basisonderwijs gedeeld door het totaal aantal leerlingen in groep 7 in het basisonderwijs;
Deelnamepercentage gevraagde schoolsoort of profiel in leerjaar 1: het aantal leerlingen van de gevraagde schoolsoort of het gevraagd profiel in leerjaar 1 gedeeld door het totaal aantal leerlingen in leerjaar 1 van het voorgezet onderwijs.
Methodiek berekenen leerlingpotentieel bij aanvraag nieuwe school/scholengemeenschap
Het leerlingpotentieel in de prognosejaren (6 en 10 jaar na het jaar van de aanvraag) wordt als volgt berekend:
- A:
De basisgeneratie is het aantal leerlingen in leerjaar 1 van het voortgezet onderwijs voor het openbaar lichaam gelegen in het voedingsgebied van de aangevraagde voorziening en wordt bepaald door uit te gaan van het aantal 12- en 13-jarigen in het openbaar lichaam voor bovengenoemde prognosejaren zoals weergegeven in de meest recente publicatie ‘Basisgeneraties en aantallen inwoners van de Nederlandse gemeenten’, en gedeeld door 2.
- B:
Deelnamepercentage van de verlangde richting voor het betrokken eiland op basis van een directe meting (bijlage 2).
- C:
Deelnamepercentage gevraagde schoolsoort of gevraagd profiel in leerjaar 1 van het voorgezet onderwijs op het eiland waarvoor de voorziening wordt aangevraagd, ontleend aan de meest recente DUO-publicatie ‘Statistisch Materiaal voor stichting van een nieuwe school’.
- D:
De verblijfsduur is de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 van de gevraagde schoolsoort.
Het leerlingpotentieel voor de gevraagde school/scholengemeenschap wordt bepaald door AxBxCxD voor elk afzonderlijke schoolsoort te berekenen:
Leerlingpotentieel gevraagde schoolsoort en richting = AxBxCxD
Termijn
Aan het vereiste aantal leerlingen wordt zowel in het zesde als in het tiende schooljaar na de datum van de aanvraag voldaan.
Berekeningsmethodiek deelnamepercentage verlangde richting door directe meting
Het deelnamepercentage voor de verlangde richting wordt gebaseerd op een meting van de belangstelling voor die richting (denominatie) via een onderzoek naar de voorkeur van ouders van leerlingen van groep 7 van de basisscholen, woonachtig in het voedingsgebied van de aangevraagde school.
Criteria waaraan het onderzoek directe meting moet voldoen:
- a.
de directe meting is uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau op basis van een wetenschappelijk verantwoorde schriftelijke enquête;
- b.
de directe meting is gebaseerd op een representatieve, aselecte steekproef uit de onderzoekspopulatie die bestaat uit de ouders of verzorgers van kinderen van groep 7, woonachtig in het voedingsgebied van de gewenste school of scholengemeenschap.
- c.
de anonimiteit van de ondervraagden is gegarandeerd;
- d.
het onderzoek inventariseert de voorkeuren van de ondervraagden voor alle richtingen; ook wordt de ouders gevraagd of ze hun kind daadwerkelijk naar de aan te vragen school/profiel (idem) zullen sturen als de school of profiel er is op het moment dat hun kind naar het voortgezet onderwijs gaat;
- e.
het onderzoek directe meting is op de uiterste indieningsdatum van de aanvraag niet ouder dan drie jaar.
Aanvraag
Stichting nieuw profiel, nieuwe school of scholengemeenschap per 1 augustus t+2
Opsturen
DUO, OND/ODS, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer
1. | Aanvrager (rechtspersoon) | ||
1.1. | Bestuursnaam | ||
1.2. | Naam | ||
1.3. | Telefoon | ||
1.4. | Adres | ||
1.5. | Postcode en plaats | ||
1.6. | Naam eventuele gemachtigde | ||
2. | Gevraagde school c.q. gevraagd profiel | ||
2.1. | Onderwijssoort | ||
2.2. | Openbaar lichaam | ||
2.3. | Richting van de gevraagde school c.q het gevraagde profiel | ||
3. | Herhalingsaanvraag | ||
3.1. | aanvraag is eerder ingediend in jaar | ||
3.2. | veranderde omstandigheden of nieuwe feiten | ||
3.2.1. | ja, deze veranderde omstandigheden of nieuwe feiten op aparte bijlage vermelden. | ||
3.2.2. | nee | ||
4. | Prognose | ||
4.1. | aantal leerlingen schooljaar | t+6 | t+7 |
t+10 | t+11 | ||
5. | Datum verzoek | ||
5.1. | Datum | ||
5.2. | Handtekening bevoegd gezag |