Regeling · BWBR0030520
Regeling vaststelling bedragen materiële instandhouding primair onderwijs BES 2012
Gelet op de artikelen 97, vierde lid, en 98, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-VliegenthartIn deze regeling wordt verstaan onder:
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
school: school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
Het bedrag, bedoeld in artikel 97, derde lid, onder a, van de wet wordt vastgesteld op USD 22.172,37.
Het bedrag, bedoeld inartikel 97, derde lid, onder c, van de wet wordt vastgesteld op USD 348,12 per leerling.
Het bevoegd gezag ontvangt voor een school aanvullende bekostiging indien de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, voor de school minder bedraagt dan de uitgaven voor de materiële instandhouding van het jaar 2009 van die school zoals deze naar het oordeel van de minister zijn vastgesteld.
De aanvullende bekostiging bedraagt het verschil tussen de materiële uitgaven van het jaar 2009 van de school zoals deze naar het oordeel van de minister zijn vastgesteld en de voor de school op grond van de artikelen 2 en 3 berekende aanvullende bekostiging.
De bijzondere bekostiging bedraagt 5% van de bekostiging, berekend met inachtneming van de artikelen 2 tot en met 4.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012 in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling bedragen materiële instandhouding primair onderwijs BES 2012.