Wijzigingen Officiële bron
Richtlijn voor strafvordering kinderpornografieRichtlijn voor strafvordering kinderpornografie

Toelichting:

Bij Rijkswet van 26 november 2009 tot goedkeuring van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik zijn strafbaar gesteld: het ‘aanbieden’ en ‘verwerven’ van kinderpornografisch materiaal alsmede het ‘zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot’ kinderpornografisch materiaal. Deze wetswijziging is in de richtlijn verwerkt.

Deze richtlijn ziet op de overtreding van art. 240b van het Wetboek van Strafrecht. Dit betreft het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. Voorts betreft dit – op grond van de wetswijziging uit 2010 waarmee uitvoering is gegeven aan het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (het Verdrag van Lanzarote) – het aanbieden en verwerven van en het zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal.

Elk van deze activiteiten kent een eigen strafmaat. Bij vervaardiging en handel is de professionaliteit waarmee dat gebeurt mede strafmaat bepalend. Daarnaast is voor de strafmaat (mede)bepalend de aard van de afbeeldingen, de leeftijd van de slachtoffers, de periode waarin de verdachte zijn activiteiten met het materiaal ontplooide en in het bijzonder ook de vraag of hij als vervaardiger en verspreider dan wel uitsluitend als bezitter er van kan worden aangemerkt.

Gezien de ernst van dit delict blijft de regeling van het afnemend strafnut buiten toepassing.

Commuun

Het basisdelict kinderpornografie ziet op het vervaardigen, aanbieden, verspreiden, in bezit hebben en verwerven van het zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal. Elk van deze activiteiten kent een eigen strafmaat. Bij productie en handel is de professionaliteit waarmee dat gebeurt mede strafmaat bepalend.

Naast de vraag welke activiteiten een verdachte met het materiaal ontplooide zijn er nog drie specifieke kinderpornografie-factoren:

Bij het bepalen van de strafmaat kunnen verder nog de algemene Polaris-factor medeplegen en de wettelijke factoren medeplichtigheid en poging een rol spelen.

De recidive-regeling die bij dit delict toepasselijk is wijkt af van de regeling die bij de meeste andere thans geldende Polaris-richtlijnen wordt toegepast en is overgenomen uit de concept-richtlijnen voor ernstige delicten.

Omdat het delict tot die ernstige vormen van criminaliteit wordt gerekend blijft ook de regeling van het afnemend strafnut buiten toepassing.

Commuun en verkeer

120 punten

Indien van toepassing: afhankelijk van beleid van het parket

(DV) + dagvaarden

Geen

Regeling niet-toepasselijkheid afnemend strafnut

De regeling van het afnemend strafnut is bij dit delict niet van toepassing.

De omgang van de verdachte met het kinderpornografisch materiaal (de ondernomen activiteit) kent gradaties die strekken van het enkele bezit tot de professionele vervaardiging of verspreiding van kinderpornografisch materiaal. In dit kader dient het enkel in bezit hebben van, het verwerven van en het zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal minder zwaar te worden aangerekend dan de (grootschalige) verspreiding of de vervaardiging van kinderpornografisch materiaal of (de zwaarste categorie binnen dit criterium) het op professionele manier verspreiden of produceren van materiaal. Alhoewel ook het bezit van kinderporno al bijdraagt aan de instandhouding van een ‘markt’ voor kinderpornografisch materiaal, leveren laatstgenoemde activiteiten de relatief grootste bijdrage aan de instandhouding van een ‘markt’ voor kinderpornografisch materiaal, de seksuele exploitatie van kinderen en de voortduring van het slachtofferschap van misbruikte kinderen. Een aanwijzing voor professionaliteit kan zijn de wijze waarop bestanden door versleuteling onzichtbaar worden gemaakt.

Basisfactor

Uitsluitend in bezit hebben

Geen