Ministeriële regeling · BWBR0030643
Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2012
Gelet op de artikelen 34, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, 10:5, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, 19a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen18c, eerste lid, en 18n, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimum-vakantiebijslag;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag9 november 2011De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,H.G.J.KampHet Hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning van de directie Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning van de Inspectie SZW en de door het Hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
Het Hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het Hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, zijn ten behoeve van de door hem opgelegde boeten bevoegd tot het nemen van de besluiten, genoemd in de artikelen 4:94, 4:96, 4:99, 4:112, 4:113 en 5:10 juncto paragraaf 4.4.4.2. van de Algemene wet bestuursrecht.
De Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2004 wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2012.