Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek aan te passen aan de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage27 oktober 2011BeatrixDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,H.ZijlstraDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J. P. H.Donnerde drieëntwintigste december 2011De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.OpsteltenWijzigt de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.
Besluiten die zijn genomen op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van deze wet, worden geacht te berusten op de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek zoals die luidt na de inwerkingtreding van deze wet.
Voor zover er ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze plaats overeenkomstig de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek zoals die gold onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.
Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek zoals die gold onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven in stand.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.