Beleidsregel · BWBR0030959

Richtlijn oplichting (polarisnummer 5.39)

Wijzigingen Officiële bron
Richtlijn oplichting (polarisnummer 5.39)Richtlijn oplichting (polarisnummer 5.39)

Deze richtlijn ziet op de meest voorkomende vormen van oplichting, zoals omschreven in art 326, lid 1 Wetboek van strafrecht, waarbij een of meerdere slachtoffers bewogen wordt/worden tot de afgifte van geld of goederen, danwel tot het verlenen van (een) dienst(en). Het gaat daarbij om oplichting van burgers of bedrijven, niet van de overheid (verticale fraude). Indien tevens valsheid in geschrift is gepleegd (zoals vaak bij verzekeringsfraude) dient het zwaardere misdrijf van artikel 225 ev. Wetboek van strafrecht als uitgangspunt te worden genomen en niet de oplichting.

Indien een oplichting over een langere periode (stelselmatig) plaatsvindt, op professionele wijze is opgezet of meerdere slachtoffers treft, dient dit strafverzwarend te worden beoordeeld. Eveneens dient ingeval er bewust kwetsbare slachtoffers zijn uitgekozen een zwaardere sanctie gehanteerd te worden.

Als uitgangspunt geldt in deze richtlijn dat de schade door de dader is vergoed of wordt vergoed (door middel van een schadevergoedingsmaatregel) en dat wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen.

Commuun

oplichting

6 punten

Indien van toepassing afhankelijk van beleid van het parket.

Categorie economische waarde van de verleende dienst(en)/afgeven goed(eren) of bedrag afgifte

Indien de economische waarde van de beoogde/afgegeven goederen relatief laag is, bestaat bij een aantal delicten, zoals de winkeldiefstal, in principe de mogelijkheid om een politietransactie/strafbeschikking aan te bieden/op te leggen. Voor die delicten is gekozen voor een stapsgewijze invloed volgens een beperkt aantal schijven. Indien het bedrag echter groter is dan € 120 wordt voor het delict geen transactie/strafbeschikking meer door de politie aangeboden/opgelegd. In dat geval speelt de economische waarde van de beoogde goederen op evenredige wijze mee bij het bepalen van het aantal strafpunten. Ook voor andere delicten waar de economische waarde een rol speelt is gekozen voor deze opbouw.

Economische waarde van de verleende dienst(en)/afgeven goed(eren) of bedrag afgifte

(M) = maatwerk

Stelselmatigheid

Aantal slachtoffers

Er is sprake van

Schijf 1: 1 slachtoffer 0 punten

Schijf 2: 2–10 slachtoffers 6 punten per slachtoffer

Schijf 3: 11–25 slachtoffers 1,5 punten per slachtoffer

Schijf 4: vanaf 26 slachtoffers 0,5 punten per slachtoffer

Mate van professionaliteit

Medeplegen

Kwetsbaar slachtoffer

Medeplichtigheid

Poging

Mate van recidive (5 jaar)

Geen

Indien sprake is van recidive volgens beoordelingsfactor 3.01.59 of beoordelingsfactor 3.04.04 dient bepaald te worden of het delict een contraindicatie voor een taakstraf heeft op grond van art 22b lid 2 WvSr.

Taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr

(CKT) + contra-indicatie kale taakstraf

De regeling afnemend strafnut is niet van toepassing. Het wettelijk strafmaximum voor dit delict is 4 jaar gevangenisstraf. Oplichting is een delict waarbij het opleggen van hoge geldboetes al dan niet in combinatie met een schadevergoedings- of ontnemingsmaatregel geïndiceerd kan zijn. Daarom wordt de mogelijkheid van het opleggen van een geldboete expliciet opengelaten.