ZBO-regeling · BWBR0031044

Mandaat Autoriteit Financiële Markten 2012

Wijzigingen Officiële bron
Mandaat Autoriteit Financiële MarktenMandaat Autoriteit Financiële Markten 2012

Het bestuur van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft besloten tot wijziging van de regeling van mandaat, volmacht en machtiging (hierna: het mandaat), zoals laatst gewijzigd per 15 november 2010 (Stcrt. 15 november 2010, nr. 17917) . Het gewijzigde mandaat treedt in werking per 1 januari 2012.

Het bestuur heeft besloten tot mandatering van zowel het nemen van bepaalde besluiten als van de ondertekening van brieven ter bekendmaking daarvan. Daarnaast heeft het bestuur van de AFM besloten tot mandatering van uitsluitend de ondertekening van brieven ter bekendmaking van door het bestuur genomen besluiten. Het bestuur van de AFM heeft tevens volmacht verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen respectievelijk machtiging verleend tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Dit mandaat is eveneens van toepassing op het overgangsrecht.

Het mandaat betreft het minimumniveau: functionarissen in de hiërarchisch stijgende lijn mogen ook beslissen respectievelijk ondertekenen. Op www.afm.nl is het organigram van de AFM opgenomen. Ten aanzien van de bestuursleden en directeuren van de AFM geldt dat zij als lid van de Managementgroep verantwoordelijk zijn voor meerdere afdelingen en elkaar onderling kunnen vervangen.

Amsterdam19 december 2011Stichting Autoriteit Financiële Markten,R.Gerritse,bestuursvoorzitter.R.H.Maatman,bestuurslid.

In Tabel I is per (sub)taak aangegeven welke afdeling/functionaris van de AFM primair verantwoordelijk is. Tabel I moet in samenhang met Tabel II ‘processen/minimum beslisniveau’ gelezen worden. De combinatie van deze twee tabellen geeft uitsluitsel op de vraag welke functionaris van een bepaalde afdeling een besluit mag nemen. De taken zijn gekoppeld aan primair verantwoordelijke afdelingen. Dit laat onverlet dat naast de primair verantwoordelijke afdeling een andere afdeling betrokken kan zijn bij het te nemen besluit.

De AFM kent de volgende beslisniveaus in hiërarchische volgorde. De functionarissen zijn bevoegd (bestuur) respectievelijk gemandateerd tot het nemen van besluiten respectievelijk gerechtigd tot het verrichten van privaatrechtelijke en/of andere (rechts)handelingen.

BES: Bestuur (collectief)

IBD: Individuele Bestuurslid of Directeur verantwoordelijk voor een afdeling

HFD: Hoofd van een afdeling

MNG: Manager binnen een afdeling

SNR: Senior toezichthouder/Senior medewerker/Senior jurist binnen een afdeling

MDW: Medewerker van een afdeling

Tabel II moet in samenhang met Tabel I ‘taken/afdelingen’ gelezen worden. De combinatie van deze twee tabellen geeft uitsluitsel op de vraag welke functionaris van een bepaalde afdeling een besluit mag nemen. Het beoordelen van vergunningen is bijvoorbeeld een proces, het verlenen of intrekken van een vergunning in dat kader een concreet besluit. Een proces is gekoppeld aan een minimum beslisniveau. Bij een besluit dat door één afdeling wordt genomen (een zogenaamd unilateraal besluit), geldt altijd dit beslisniveau. Bij een besluit dat door twee of meer afdelingen wordt genomen (een zogenaamd duaal besluit), geldt dat het minimum beslisniveau door een van die betrokken afdelingen gewaarborgd moet zijn. Het minimum beslisniveau van de primaire beslisser kan één niveau afdalen indien een eventuele medebeslisser het minimumniveau waarborgt maar nooit lager dan het niveau van SNR. Omgekeerd kan een eventuele medebeslisser één niveau afdalen indien het minimum beslisniveau door de primaire beslisser wordt gewaarborgd. Ook hier geldt dat nooit lager beslist kan worden dan het niveau van SNR.

1Indien voor het opleggen van een last onder dwangsom of een publicatie de wet functiescheiding voorschrijft tussen degene die een overtreding constateert en degene die beslist omtrent die maatregel, dan is het betreffende besluit niet gemandateerd.

2 Deze bevoegdheid tot het vorderen van inlichtingen is verwoord in art. 1:74 Wft en staat los van de bevoegdheid tot het vorderen van inlichtingen ex artikel 5:16 Awb jo. 1:72 Wft welke kan worden uitgeoefend door functionarissen die ingevolge het aanwijzingsbesluit (zie onder 1, hierboven) met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij en krachtens de in het aanwijzingsbesluit genoemde wetten zijn belast. Deze krachtens het aanwijzingsbesluit bevoegde functionarissen hoeven geen SNR-niveau te hebben om een op 5:16 Awb jo. 1:72 Wft gebaseerd informatieverzoek te doen.

Alle in het aanwijzingsbesluit genoemde functionarissen kunnen in aanmerking komen brieven te ondertekenen ter bekendmaking van een besluit met inachtneming van onderstaande. Dergelijke besluiten alsook brieven worden door twee functionarissen ondertekend. Uitzondering op de regel van dubbele ondertekening vormen schriftelijke ontvangstbevestigingen; zij kunnen door één functionaris worden ondertekend. Ook beslissingen zoals genoemd onder Tabel II nummer 18d kunnen door één functionaris worden ondertekend.

Brieven ter bekendmaking van bestuursbesluiten kunnen worden ondertekend door het hoofd van de betrokken afdeling tezamen met een directeur.

Brieven ter bekendmaking van een besluit dat binnen een afdeling is genomen, worden ondertekend door de beslisser en meeondertekend door de betrokken functionaris binnen de betreffende afdeling.

Brieven ter bekendmaking van een besluit dat met betrokkenheid van een andere afdeling is genomen, worden ondertekend door de primaire beslisser en meeondertekend door de medebeslisser van betrokken afdeling.

Bij afwezigheid van een beslisser mogen brieven ter bekendmaking van een besluit ondertekend worden door een andere functionaris op hetzelfde functieniveau of een functionaris die hiërarchisch één niveau onder de betreffende beslisser functioneert. De ondertekening bij afwezigheid geschiedt onder de vermelding van de naam en functie van de betreffende beslisser, de toevoeging ‘b/a’ (bij afwezigheid) en de naam van de ondertekenaar in blokletters. Ondertekening bij afwezigheid voor bestuursbesluiten geschiedt altijd op het niveau genoemd onder 5a, te weten een hoofd tezamen met een directeur.

Brieven die medeondertekend worden door De Nederlandsche Bank kunnen door medewerkers van vergelijkbaar niveau als de ondertekenaar van De Nederlandsche Bank ondertekend worden.

Boete- en lastfunctionaris

Door de AFM zijn medewerkers benoemd tot (assistent/plaatsvervangend) boetefunctionaris. Dit vanwege de gehanteerde functiescheiding bij boetes. Door de AFM zijn vanwege functiescheiding tevens medewerkers benoemd tot (assistent/plaatsvervangend) lastfunctonaris, inzake het opleggen van een last onder dwangsom vanwege overtredingen van de Wte 1995 en vanwege overtredingen van de Whc en deWwft die zijn aangevangen of hebben plaatsgevonden vóór 1 juli 2009.

Ondertekening

Boete- en lastoplegging

Een besluit tot het opleggen van een boete wordt ondertekend door een IBD samen met een (plaatsvervangend of assistent) boetefunctionaris, of door de (plaatsvervangend) boetefunctionaris samen met een plaatsvervangend of assistent boetefunctionaris. Het besluit om af te zien van het opleggen van een boete wordt ondertekend door de (plaatsvervangend) boetefunctionaris samen met een plaatsvervangend of assistent boetefunctionaris. Een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom vanwege overtredingen van de Wte 1995 en vanwege overtredingen van de Whc en de Wwft die zijn aangevangen of hebben plaatsgevonden vóór 1 juli 2009, wordt ondertekend door een IBD tezamen met een (plaatsvervangend of assistent) lastfunctionaris, of door de (plaatsvervangend) lastfunctionaris tezamen met een plaatsvervangend of assistent-lastfunctionaris.

Publicatie

Een besluit tot publicatie van een boete wordt ondertekend door een IBD samen met een (plaatsvervangend of assistent) boetefunctionaris of door de (plaatsvervangend) boetefunctionaris samen met een plaatsvervangend of assistent boetefunctionaris. Een besluit tot publicatie van een last onder dwangsom vanwege overtredingen van de Wte 1995 en vanwege overtredingen van de Whc en de Wwft die zijn aangevangen of hebben plaatsgevonden vóór 1 juli 2009 wordt ondertekend door een IBD tezamen met een (plaatsvervangend of assistent) lastfunctionaris of door de (plaatsvervangend) lastfunctionaris tezamen met een plaatsvervangend of assistentlastfunctionaris.

Publicatiefunctionaris

De AFM heeft de bevoegdheid toegekend gekregen om in bepaalde in de Wte 1995 omschreven gevallen een openbare waarschuwing uit te vaardigen. De Wte 1995 schrijft in dat geval voor dat de werkzaamheden in verband met het ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek, een functiescheiding derhalve. Vanwege deze voorgeschreven functiescheiding zijn door het bestuur van de AFM medewerkers benoemd tot (assistent/plaatsvervangend) publicatiefunctionaris. Een individueel bestuurslid of individueel directeur van de AFM beslist over het uitvaardigen van de openbare waarschuwing. De assistent publicatiefunctionarissen zijn samen met de (plaatsvervangend) publicatiefunctionaris bevoegd tot het ondertekenen van besluiten tot het uitvaardigen van een openbare waarschuwing op grond van de Wte 1995.

Ondertekening bij afwezigheid van de boete-, last- of publicatiefunctionaris

De ondertekening bij afwezigheid van de boete-, last- of publicatiefunctionaris geschiedt niet lager dan het niveau dat in deze paragraaf genoemd is.

Klachtencoördinator

Conform het Klachtenreglement van de AFM zijn bepaalde medewerkers benoemd tot klachtencoördinator. Brieven inzake de al dan niet gegrondverklaring van een klacht worden mede ondertekend door de Klachtencoördinator.

Voor de volmachtverlening betreffende het aangaan van externe contractuele verplichtingen namens de AFM wordt verwezen naar de procuratieregeling AFM op de website van de AFM, www.afm.nl. De procuratieregeling ligt tevens ter inzage ten kantore van de AFM.

Een beslising op bezwaar gerelateerd aan een heffing wordt genomen door een IBD en het Hoofd JZ.

Een beslissing op een Wob-verzoek wordt genomen door de General Counsel en het Hoofd JZ. De General Counsel beslist echter samen met het Hoofd van de betreffende toezichtafdeling, indien de verzochte informatie niet aanwezig is binnen de AFM.

Met betrekking tot de Wbp worden soms verzoeken gedaan betreffende op basis van de Wbp verzamelde gegevens (daaronder worden begrepen inzageverzoeken, correctieverzoeken en het aantekenen van verzet tegen een verwerking). Beslisingen dienaangaande worden genomen op het niveau van MNG en op het bezwaar wordt beslist door een IBD. Klachten over de afwikkeling van een Wbp-verzoek worden behandeld door de Klachtencoördinator.