Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 27 maart 2012, nr. IENM/BSK-2012/21444, houdende vaststelling van de eisen voor de praktijkexamens voor de rijbewijscategorieën D1, E bij D1, D en E bij D (Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën D1, E bij D1, D en E bij D)Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën D1, E bij D1, D en E bij DDe Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op richtlijn nr. 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEU L 403) en artikel 111, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen

De eisen waaraan de aanvrager van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie D1 en E bij D1 voldoet, zijn nader uitgewerkt in de bij deze regeling behorende bijlage, Toetsmatrijs praktijkexamen D1, E bij D1, D en E bij D.

De eisen waaraan de aanvrager van het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie D en E bij D voldoet, zijn nader uitgewerkt in de bij deze regeling behorende bijlage Toetsmatrijs praktijkexamen D1, E bij D1, D en E bij D.

Het CBR draagt er zorg voor dat het resultaat van het examen aan de aanvrager bekend wordt gemaakt. Bij een onvoldoende examen wordt tevens aangegeven aan welke exameneisen de aanvrager niet heeft voldaan.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën D1, E bij D1, D en E bij D.

Eindtermen: Dit zijn de hoofdonderwerpen die in het examen voorkomen. Hierin staat 'ruim' omschreven wat er in het examen terug kan komen.

Toetstermen: Dit zijn onderdelen van een eindterm. Hierin staat meer uitgebreid omschreven wat er in het examen terug kan komen.

Afbakening: Dit zijn onderdelen van een toetsterm. Hier staat over welke onderwerpen vragen gesteld mogen worden in het examen. Als er geen afbakening is opgenomen, mag over die toetsterm in principe alles gevraagd worden.

Tax: Dit is de taxonomiecode van Romiszowski. Deze code geeft aan op welk niveau de vragen over een toetsterm gesteld worden.

F = Feitelijke kennis. De kandidaat kan feiten reproduceren (herkennen of herinneren).

B = Begripsmatige kennis. De kandidaat kan begrippen of principes omschrijven.

R = Reproductieve vaardigheden. De kandidaat kan acties uitvoeren die volgens een vastgelegde procedure verlopen.

P = Productieve vaardigheden. De kandidaat kan acties uitvoeren waarbij hij zijn eigen creativiteit en inzicht nodig heeft.