Ministeriële regeling · BWBR0031452

Regeling toegankelijkheid van het openbaar vervoer

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 4 april 2012, houdende vaststelling van regels betreffende de toegankelijkheid van het openbaar vervoerRegeling toegankelijkheid van het openbaar vervoerDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 16, eerste lid, en 17, derde lid, van het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.L.L.E.Veldhuijzen van Zanten-HyllnerDe Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

(nog niet opgenomen)

Van de bussen waarmee een concessie wordt uitgevoerd, voldoet ten minste 98 procent per concessieverlener aan artikel 4, eerste lid, van het Besluit.

Onverminderd artikel 2.1:1 heeft een bus ten minste één opstelplaats voor rolstoelen met de maximale afmetingen als bedoeld in richtlijn 2001/85/EG.

De metrovoertuigen waarmee een concessie wordt uitgevoerd, voldoen aan artikel 4, eerste lid, van het Besluit.

Een metrovoertuig heeft per rijtuig ten minste één opstelplaats voor hulpmiddelen met de maximale afmetingen als bedoeld in richtlijn 2001/85/EG.

(nog niet opgenomen)

Van de haltes en stations die in gebruik zijn voor de uitvoering van een concessie per trein voldoet met ingang van 1 januari 2020 ten minste 70 procent aan artikel 5, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit.

(nog niet opgenomen)

(nog niet opgenomen)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toegankelijkheid van het openbaar vervoer.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer in werking treedt.